Al of niet

17 mrt 2014 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Professor Van Worm staat niet recht als Meester Klaas de grote vergaderzaal binnenstapt en hem de hand reikt. Van Worm schudt de hand wel, en kijkt dan snel weer naar zijn papieren. Klaas twijfelt even of hij de stoel naast die van Van Worm zal nemen. De vergadertafel is zes meter lang. De tafel is nog nooit zo lang geweest, vindt Han, die toekijkt van op zijn plaats aan de overkant. Hij voelt een zekere spanning en hoopt dat Klaas snel een plaats kiest. ‘Ga alsjeblieft naast de professor zitten’, smeekt hij hem in de gedachten, want als zij naast elkaar zitten, zo hoopt hij, dan zal de vergadering vlot verlopen, en snel afgelopen zijn, en kan hij vluchten uit de vergaderzaal. Meester Klaas legt even een hand op de leuning van de stoel naast de professor, maar bedenkt zich, loopt rond de tafel en legt zijn hand op de leuning van de stoel naast Han. ‘Of zit de uitgeefster hier?’, vraagt hij. ‘Laura is ziek’, antwoordt Han toonloos. De heren knikken, en het wordt stil. De vergaderzaal was nog nooit zo groot, vindt Han.
‘Dus u staat er vandaag alleen voor’, lacht Van Worm. Han werpt hem een glimlach toe, en denkt, ‘Wrijf het er nog eens in.’ De baard van de professor ligt er weer erg slordig bij, stelt Han vast. Zijn pak heeft weer enkele maanden meer stof opgezogen dan vorige keer. En hij zit daar ook zo alleen aan die kant van de lange tafel. Het is wachten op Meester Haenens en Han hoopt dat de heren alvast met elkaar een praatje slaan. Zelf weet hij niets te verzinnen. Normaal slaat de uitgeefster aan het begin van de vergadering een praatje, over koetjes en kalfjes uit het juridische milieu, zoals uitgeefsters dat zo goed kunnen, en wacht Han tot ze aan de vergadering beginnen en hij zijn taak kan doen, noteren en proberen te begrijpen wat er gezegd wordt.

‘Het toilet was…?’ Meester Klaas staat weer recht en gooit een vragende duim over zijn schouder. ‘Gang in, deur rechts, eerste deur links’ en voor Han klaar is, heeft Klaas de vergaderzaal al verlaten. Van Worm staart naar de schaal met broodjes.
Je hebt volgens en leiders, bedenkt Han, sommigen hebben al een broodje van de schaal gegrist nog voor ze neerzitten, en anderen moet je de weg tonen. Han kan enkel volgen. Als uitgever-assistent neem je nooit als eerste een broodje. Maar als niemand leidt, kan hij ook niet volgen. Hij wijst naar de schaal. ‘Tast toe’, zegt hij. Van Worm lost zijn blik van de schaal en kijkt verward naar Han. ‘Pardon?’, en zijn blik zakt onmiddellijk terug naar de schaal, en zachtjes schudt hij met zijn hoofd. Van Worm heeft al gegeten, deelt hij mee, straks misschien. In stilte wachten ze tot ze de wc horen spoelen en drie deuren later Klaas weer op zijn stoel zit, van waar hij meteen een broodje van de schaal grist en het voor de helft in zijn mond stopt. Han kijkt naar zijn horloge. Meester Haenens is vijfentwintig minuten te laat, niet ongebruikelijk voor hem, maar wel vervelend.
‘Zullen we alvast…?’, probeert Han. Van Worm duikt onder de tafel. Han en een kauwende Klaas luisteren naar het gerommel aan de overkant. De professor duikt weer op, zijn haren nog meer in de war, en ploft een enorme agenda op de tafel. Talloze losse papieren puilen uit de agenda. Van Worm opent de agenda en de papieren vallen er uit. Klaas is klaar met kauwen, kuist zijn handen, haalt met een vloeiende beweging eenn toestel uit de binnenzak van zijn vest, legt het op de vergadertafel en drukt op een knopje. Het toestel zingt een kort liedje. Van Worm gunt het toestel geen blik waardig en maakt stapeltjes van de ontsnapte papieren. Han wil beginnen. Haenens kan ontploffen.

Zoals gebruikelijk begint elke vergadering met een samenvatting van de vorige vergadering. Zes maanden gingen voorbij. Het boek is nog steeds niet klaar. Han heeft de heren uitgenodigd om te vragen hoe het vlot, of er snel een boek zal komen, omdat ze al maanden niet meer reageerden op zijn e-mails. Han haalt onopvallend diep adem, schraapt opvallend zijn keel en verheft zijn stem, ‘Dus…’ Hij kijkt even voor zich en naast zich. Van Worm staart naar broodjes, Klaas betast zijn toestel. ‘Na onze vorige bijeenkomst noteerden wij dat u voortgang maakte met het boek, dat een herziening is van uw eerdere publicatie omtrent het brede ondernemingsrecht, maar dat dit keer, in tegenstelling tot zijn lijvige voorganger, een hanteerbaarder volume zal kennen, half zo dik, des te praktischer gericht maar daarom niet minder allesomvattend.’ Han kijkt op van zijn papieren. De heren luisteren en knikken instemmend. Het zijn jullie woorden, denkt Han.
‘Wij noteerden ook dat u overweegt, met het oog op een maximaal bereik van de doelgroep, om het boek deze keer in het Engels te zullen schrijven en u reeds ver bent gevorderd met de taakverdeling onder u drieën.’ Han kijkt opnieuw op van zijn papieren, de heren knikken. Er staat niets meer op zijn papier. ‘Dus…’ zegt hij nog eens, en wacht op reactie, en alle drie schrikken ze op bij de donderende gong van de deurbel.

Meester Haenens schudt handen, kiest de stoel naast zijn collega Klaas en pikt drie zorgvuldig gekozen broodjes van de schaal. Klaas vraagt of Haenens de samenvatting van de vorige vergadering wil horen, Haenens knikt en kauwt. Han herhaalt woord voor woord wat hij enkele minuten eerder vertelde. De drie heren knikken. ‘Dus… de stand van zaken?’ ‘Juist!’ roept Van Worm en hij slaat met een hand op zijn inmiddels weer gesloten agenda. Met drie op een rij staren ze naar de professor aan de overkant, en wachten ze op meer. Aan de overkant staart professor Van Worm vol verwachting terug naar hen. Meester Haenens pikt nog twee broodjes van de schaal, legt eentje op zijn bord en steekt het andere broodje in zijn mond, en Meester Klaas verlost Han uit zijn leiden. ‘Aan onze kant vordert het werk, gestaag zou ik zelfs durven zeggen.’
Han noteert ‘K.: werk vordert, gestaag. Inleverdatum??’ ‘Evenwel dienen wij verschillende struikelblokken te overwinnen, die gepaard gaan met de keuze om het werk in het Engels te schrijven, is het niet, Marc?’ Haenens knikt en kauwt, steekt een vinger in de lucht, want hij lijkt iets kwijt te willen, realiseert zich dat hij met een volle mond zal praten en laat de vinger weer zakken en laat Klaas ongestoord en zoals het hoort voort praten. ‘Vooral dan op het vlak van de terminologie en de correcte vertaling ervan dienen zich meer vragen aan dan antwoorden, voorlopig, en vooraleer wij echt uit de startblokken kunnen schieten en pagina’s vullen, overwegen wij een beraad te plannen om dit grondig te bespreken, zodat wij geen onnodig werk verrichten. En als wij dan eens kijken naar onze agenda’s en vaststellen dat deze tot ver na de lente goed gevuld zijn, zien wij geen andere mogelijkheid dan het werk voorlopig even te laten rusten, om het te laten bezinken, zo u wil, om het in de loop van de zomer met frisse moed weer bij de horens te vatten!’ Haenens kauwt en knikt instemmend. Van Worm staart afwezig naar een punt naast de schaal met broodjes.
Han noteert ‘terminologie, zomer, inleverdatum??’ en kijkt naar de overkant, ‘Professor Van Worm, hoe vlot het aan uw kant?’ De professor denkt na, streelt zijn baard tegen de haartjes in, het geluid geeft Han de kriebels en de chaos in het gezicht van Van Worm is niet meer te overzien.
Klaas en Haenens grijpen tegelijk naar hetzelfde broodje. Haenens, de jongste vennoot, trekt zijn hand terug en wacht tot Klaas het broodje genomen en in zijn mond gestoken heeft. ‘Ik… of wij, of beter gezegd de afdeling, ontkennen het probleem van de terminologie geenszins, en het verrast ons, in die zin, dat wij er persoonlijk, of ik toch niet, nog geen eerdere kennis van namen, gezien… De taken zijn verdeeld onder de medewerkers, die, elk voor hun toegewezen bijdrage, hoe zal ik het zeggen, de vertaling is een werk van lange adem, die met de nodige voorzichtigheid omslachtig dient bestudeerd te worden, alvorens, maar om misstappen en dubbel werk te vermijden, leek het ons, of mij in eerste instantie, want ik wil mij niet voorbarig uitspreken over mijn medewerkers, heb ik nog niet, hoe zal ik het formuleren, zoals u wel weten zal, is Engels mij niet genegen, of bekend genoeg om met voldoende vertrouwen het schrijven ervan, of toch het denkproces dat er aan vooraf gaat, wat u wel zult begrijpen, daar het geen van onze moedertaal is, en uiteraard het prangende probleem van de terminologie in rekening brengende, heb ik na rijp beraad besloten in eerste instantie mijn teksten in het Nederlands te schrijven, en dusdanig veroorloof ik mezelf…’
‘Zullen schrijven?’ vraagt Klaas verbaasd.
Han wacht gespannen op de reactie van de professor.
‘Wel ja, om precies te zijn, of preciezer, zo u wil, is er uiteraard al menig voorbereidend opzoekwerk aan vooraf gegaan en liggen de grote lijnen zo goed als vast en is het eigenlijke schrijven slechts een kwestie van… zonder mij op een datum vast te willen pinnen… mag ik toch…’ Han trekt twee streepjes onder ‘inleverdatum??’'
‘De zomer zal ons de nodige ademruimte bieden, na mijn vakantie uiteraard, met frisse moed en een helder en breed perspectief, om het echte schrijfwerk, in het Nederlands in beginsel, om dan, met de kwestie van de terminologie in het achterhoofd, echt, vooruit… Maar zoals u zegt, extra overleg valt ten zeerste aan te bevelen, de hoofden bij elkaar en op één lijn, want dit wordt zonder meer een prachtige publicatie, waar de sector op wacht, en wij mogen onze mensen niet teleurstellen, vindt u niet?’
Voorzichtig, onzeker en in stilte knikken de advocaten.
‘Dus…’ probeert Han een laatste keer en hij trekt een streep door ‘Inleverdatum??’

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

17 mrt 2014 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket