Treurende bloemen verwelken tot een peinzend landschap
terwijl je in de ochtendmist honderd vernevelde doden ontwaart.
Teer getrappel op door bomen uitgespuwd gebladerte
overstemt minzaam gefluister tussen traag ademende zielen.
Geweeklaag versterkt eenzame zielenroerselen.
Hoe-het-vroeger-ooit-was komt gekweld bovendrijven
als je zwalpt tussen de godsakkers van onbekende verledens.
Je bewandelt een schreeuwerig doch zwijgend doolhof
om finaal halt te houden bij dat ene grievende litteken.
Dra rust ie zacht.
Morgen is de meute er geweest
maar jij keert dan terug.
De wispelturige rouw
negeert alle hoogfeesten,
voor even toch.
(c) Ingrid Hoeben
