AMERIKA, DAT IS VER

Suzette
27 feb 2021 · 22 keer gelezen · 0 keer geliket

 

Mathilde (A), een dame van vrij hoge leeftijd (80) zit op een bankje. Een jonge vrouw (Laura) (B) met kindje komt aangewandeld. De dame kijkt naar het kindje in de kinderwagen.

A            Maar toch, wat een schoon kindje! Hoe oud is ze?

B            Dank u! Ze is net 3 maand geworden!

A            En hoe heet ze?

B            Jeanne, naar mijn grootmoeder!

A            Dat is schoon! Uw grootmoeder zal fier zijn op haar achterkleinkind!

B            Dat zou ze zeker geweest zijn maar ze is een maand voor Jeanne haar geboorte overleden.

A            Oh sorry…Toch niet aan…

B            Ze zeggen dat het Corona was, het is heel snel gegaan… ik …snikt

A            Maar kindje toch, Het zijn al zo’n moeilijke tijden en als je dan nog iemand verliest…

B            Ik heb geen afscheid mogen nemen! Ik was zwanger, het risico was te groot zeiden ze…Voor Corona ging ik minstens één keer per week naar haar. Op woensdagmiddag, dan maakte ze altijd mijn lievelingsslaatje. We aten samen en we babbelden tot een eind in de namiddag.

A            Daar zal ze zeker erg van genoten hebben! Dat zijn schoon herinneringen, die kunnen ze u niet afpakken!

B            Neen, dat is waar. Is het goed dat ik me even bij u zet

A            Dat is zeker dat! Ik babbel ook graag!

B            Ge doet me op de één of andere manier aan haar denken! Hebt gij ook kinderen?

A            Ik heb één zoon maar die is op zijn 45° gestorven aan een hersentumor…

B            Dat is verschrikkelijk!

A            Ja, ik kan niet zeggen dat dat niet waar is…Mijne zoon, dat was mijn alles, zo een schone vent en zo lief voor zijn moeder!

B            Een kind zou niet mogen sterven voor de ouders! Dat is gewoon tegen de natuur! Ik vind het heel erg voor u! Hebt ge nog contact met uw schoondochter?

A            In ’t begin was er nog een warm contact met mijn schoondochter, we konden bij elkaar terecht met ons verdriet. Maar gaande weg pakte zij de draad terug op, ze kreeg een nieuwe relatie en alhoewel dat ik haar dat van harte gunde, ik heb haar dat ook dikwijls gezegd: Ge zijt nog jong, ge moogt niet alleen blijven…Toch voelde ze zich precies schuldig tegenover mij en het contact is stilaan uitgedoofd. Dat was alsof mijne zoon voor den tweede keer doodging…

B            En had ge dan niemand meer om dat verdriet mee te delen? Uwe man?

A            Mijne man lijdt aan jong dementie, het was al bezig als onze Robert stierf en zijn dood heeft er geen goed aan gedaan. Ik heb lang zelf voor hem kunnen zorgen maar een paar jaar geleden werd de zorg zo zwaar dat ik hem heb moeten laten opnemen… met heel veel spijt in mijn hart, want, ook al kent hij mij al lang niet meer, ik voel nog altijd dat hij mij graag ziet en ik hem. Ik ga alle dagen op bezoek, ook al maakt het voor hem geen verschil, het doet mij goed om er op die manier toch nog voor hem te zijn…

B            Amaai mevrouwtje, dat is heavy allemaal…

A            Zeg maar Mathilde! Ach ’t lijkt nu precies of heel mijn leven is een tranendal geweest en dat is niet zo hoor! Ik heb een schoon jeugd gehad, buiten den oorlog dan maar daar weet ik niet veel meer van. Ik kom uit een kroostrijk gezin, we waren met 8 kinderen thuis. Ik was de jongste, een achterkomerke!

B            Het kakkernestje zoals ze zeggen!  Verwend door al uw broers en zussen!

A            Ja echt, ik had meer dan één moederke! En mijn broers verdedigden mij met hun leven!

B            Ik heb maar één broer en dat was tot enkele jaren geleden een grote pestkop! Maar nu komen we goed overeen! Nu we elk ons eigen leven hebben…hij is peter van ons Jeanneke!

A            Het nadeel van de jongste te zijn is wel dat ge ze één voor één ziet gaan…Ik was ook maar 30 als mijn moeder en vader al dood waren…Ze waren dan ook al tegen de 50 als ze mij kregen…

B            Dat is spijtig natuurlijk…als ik zie wat mijn moeder nu nog allemaal voor mij doet en voor ons Jeanneke…Trouwens, had uw zoon geen kinderen?

A            Jaja toch wel, ene zoon! Thomas heet hij, slimme gast, heeft voor advocaat gestudeerd!

B            En ziet ge die vaak?

A            Zag…

B            Dat meent ge niet, die is toch ook niet…

A            Neenneen! Gelukkig maar! Hij is getrouwd met een heel lief vrouwtje en ze hebben sinds kort een zoontje, ja ik doe in jongens, ons Jackske!

B            Waarom zegt ge dan ‘zag’?

A            Omdat ze, vlak voordat ze zwanger was, naar Amerika verhuisd zijn!

B            Oei, da’s ver…

A            Da’s heel ver! Toen hij het kwam zeggen heb ik hem proficiat gewenst…het was, hoe zei hij het: An offer you can’t defjoes, oma!

B            Refuse! Een aanbod dat hij niet kon weigeren!

A            Zoiets ja, hoe gaat dat, ge zijt jong en ge wilt wat hé… avontuur…ik begrijp dat wel… maar als hij weg was heb ik me een oog uitgebleit! Mijne kleinzoon, mijn enige lichtpuntje! Naar de andere kant van de wereld!

B            Ocharme! Als het mocht, zou ik u eens goed vastpakken!

A            Dat zou deugd doen! Het is al lang geleden dat iemand mij heeft vastgepakt!

B            En hebt ge veel contact met uw kleinzoon?

A            Hij heeft voor hij vertrok voor mij een smartphone gekocht! En een internet abonnement!

B            En kunt ge er goed mee overweg?

A            Belange niet! Ik moet altijd de hulp van een neefje of nichtje inroepen om mij te helpen als ik wil bellen naar Amerika. En als hij belt dan krijg ik dat spel niet opgepakt! Sleuren zijn het!

B            Het is niet hetzelfde als in ’t echt maar toch leuk dat ge ze regelmatig kunt zien hé!

A            Natuurlijk wel! En ze stellen het daar goed!

B            Waar is het ergens in Amerika?

A            In Los Angeles! Altijd goed weer, ze wonen ook vlak bij de oceaan! Ze sturen veel foto’s, dat vind ik heel plezant!

B            Zullen we eens een selfie van ons 2 nemen, hier op dat bankje?

A            Een wat?

B            Gewoon, een  foto die ik zelf maak, van ons 2! Kom een beetje dichter!

A            Lachen heeft niet veel zin met dat masker hé…

B            Lach toch maar, ge ziet dat aan uw ogen!          
Zo, we staan er op! Precies Oma en kleindochter! Geef me uw telefoonnummer, dan zal ik de foto doorsturen!

A            Oei kindje, die weet ik niet van buiten hoor! Wacht, ik heb hem hier in mijn agenda staan. 0485269547

Bliep

B            Voilà, hij staat op uwe What’s app! Ge kunt direct mijn nummer ook opslaan, ge weet nooit dat ge me eens nodig hebt…

A            Een nummer opslaan…hoe moet ge dat doen?

B            Mag ik?

A            Ja, graag! Maar ik ga hem voor alle zekerheid ook opschrijven in mijn agenda! Zeg eens…

B            0496235689

A            en uw naam? God ja, ik zit hier maar over mezelf te jengelen en ik heb uw naam niet eens gevraagd!

B            Laura!

A            Dat is een schone naam, voor een schoon meiske!

B            Zijn dat fotootjes in uw agenda?

A            Ja! Lisa, het vrouwtje van onze Thomas maakt elk jaar voor mij zo een foto agenda. Wilt ge eens kijken?

B            Ja graag!

A            Dat is Thomas en Lisa, schoon koppeltje hé! Die waren al samen als ze nog maar 16 waren! En dat is onze kleine Jack!

B            Maar toch, zo een tof ventje! Wanneer is hij geboren?

A            22 april! Toen ze me dat zeiden aan de telefoon, dat er een achterkleinkindje op komst was, heb ik gebleit, tegelijk van blijdschap maar ook van verdriet!

B            Dat begrijp ik! Ge wilt daar graag bijzijn hé, dat buikje zien groeien, dat kindje vastpakken…

A            Ach meiske, het had allemaal zo schoon kunnen zijn…

B            Hebt ge er nog niet aan gedacht om eens naar daar te gaan?

A            Hoe graag ik dat ook zou doen, dat is onmogelijk…ik kan George, mijne man, hier niet voor een maand of zelfs nog geen week, achterlaten! En zo alleen naar Amerika vliegen, dat durf ik precies toch niet.

B            En wanneer komen zij terug?

A            Normaal gesproken was ze hier komen bevallen! Maar met die Corona konden ze daar niet weg…

B            Ja, Corona…het zet alles op zijn kop hé! Maar ik geloof dat het nu wel aan het beteren is! Binnenkort zullen ze wel eens op bezoek kunnen komen!

A            Dat hoop ik… Zeg maar, hebt gij geen zin om eens bij mij te komen eten, op een woensdagmiddag? Ik heb feitelijk niemand in mijn bubbel.

B            Eu, ja denk ik, dat zou wel fijn zijn!

A            Ik kan heel goed slaatjes maken!           

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Suzette
27 feb 2021 · 22 keer gelezen · 0 keer geliket