Lezen

Ieder zijn mening

Heerlijk, waar mensen zich toch druk over kunnen maken. Je kunt geen krant openslaan of geen social media-site benaderen over iedereen valt over elkaar heen over Johan Derksen, VI, Angela de Jong en al de mensen die vanuit hun expertise daar een zogenaamd gefundeerde mening over hebben. Natuurlijk vaak weer, het blijft mijn stokpaardje, in het meest vreselijke Nederlands. Een voor mij onbekende maar duidelijke nieuwe ster aan het firmament is Yvonne Coldeweijer, een Youtuber die het heeft over juice. Ik ben een simpele ziel dus ik dacht in eerste instantie dat het weer zo’n vlogger was die je aan de meest verschrikkelijke drankjes wilde krijgen. Van die drankjes die een kleur hebben waarvan je denkt “dat kan nooit voor menselijke consumptie zijn”. Maar nee, juice is roddelpraat. Nou heeft mijn moeder mij geleerd dat je niet mag roddelen. Iedereen doet het wel eens, dat weet ik ook wel, maar mij geeft het toch altijd een beetje het gevoel van “ik doe iets dat fout is”. Toch heeft deze Yvonne het roddelen tot een ware kunst verheven. Ze schijnt ook wel eens scoops te hebben, poeh. Haar directe concullega’s runnen een YouTube-kanaal dat RoddelPraat heet. Ik weet niet of ik het mag zeggen, maar dan twijfel je toch een beetje aan de intelligentie van de presentatoren. Of ben ik nou gek. Nou ja, wellicht is er veel geld mee te verdienen. Want hoe was het ook weer, ‘geld dat stom is, maakt recht wat krom is’. Natuurlijk verraad ik nu ook weer mijn leeftijd maar ik blijf toch echt het gevoel hebben dat er iets aan de hand is met onze normen en waarden op dat gebied. Ik heb de YouTube kanalen zelf nog nooit bekeken. Maar ik moet eerlijk zeggen, ik heb ook nog nooit naar het programma Vandaag Inside gekeken. En als een talkshow gaat over de uitslag van het Songfestival, dan haak ik ook meestal af. Ieder zijn mening hoor, maar is er niks ernstigers in de wereld aan de hand dan de opgeblazen verhalen van Johan Derksen en de daaropvolgende over elkaar heen buitelende BN’ers (al dan niet zelfverklaard)? Het lijkt me toch van wel. En daarmee wil ik het probleem van ongewenst gedrag niet bagatelliseren, helemaal niet. Maar als we het op deze manier aanpakken, wordt het volgens mij een farce. En daar schiet niemand iets mee op.    

Machteld
3 0

Niet al oud wat blinkt

Over enkele weken word ik een halve eeuw. Volgens een artikel dat ik gisteren las in een of ander blinkend flutmagazine (een ‘glossy’ heet dat tegenwoordig), zijn daar drie grote voordelen aan verbonden: je begint meer te genieten van het leven na je vijftigste (omdat je meer tijd hebt en over een groter budget beschikt), je maakt makkelijker keuzes (omdat je je minder aantrekt van de mening van anderen) en je weet beter wat je wilt, wie je bent en waar je voor staat. Dat laatste klopt helemaal. Ik sta voor de Carrefour. Een kruispunt, maar dan op z’n Frans. Zo belangrijk voelt het voor mij helemaal niet. Noch het winkelen, noch het verjaren. Veel meer heb ik van dat artikel uit het blinkboekje niet onthouden. Vier spelfouten ontdekt, dat wel, terwijl ik niet eens geconcentreerd las. Typisch. De verpakking lijkt vaak belangrijker dan de inhoud, het is niet al goud wat blinkt en schijn bedriegt. Dat heb ik al geleerd tijdens de voorbije negenenveertig jaren die ik hier rondstap. Of beter gezegd rondmank momenteel. Ik draag sinds eergisteren nieuwe steunzolen en dat is altijd wat wennen. Wat wenen doe ik bijna aan de kassa, als ik te horen krijg hoeveel ik moet neertellen voor een zak sandwiches, een paar sneetjes belegen kaas en een kartonnetje Westmalle Tripel. Ach, niet erg. Binnenkort zal ik sowieso over een groter budget beschikken en automatisch meer van het leven gaan genieten. Wat een levenswijsheid. Stel niet uit tot je vijftigste wat je vandaag nog kan doen, denk ik terwijl ik een eerste slok Westmalle Tripel neem. Op de verpakking van de sandwiches lees ik: 8 + 2 gratis. Juist ja, eerst de prijs verhogen en daarna de nietsvermoedende, onschuldige consument nog wat overdrijfzand in de ogen strooien met zogezegde extraatjes. Niet met mij! Ik tel ze na en ik tel er elf. ‘Ik tel er elf! En er zitten twee doffe tussen. Vervallen rommel! Zo is het makkelijk weggeven!’ roep ik naar mijn vrouw. Ze kijkt even en zegt daarna verbazend kalm: ‘Dat zijn er gewoon twee die ze vergaten in te smeren met geklutst ei. Ze glimmen niet, maar ze zijn zeker niet vervallen. Dat van die elf zal wel aan de Westmalle Tripel liggen.’ Het waren er inderdaad maar tien en de twee glansloze, die ik meteen zelf opat omdat ze een air van kosteloosheid over zich hadden, smaakten vooral om die reden opperbest. Dat makkelijker keuzes maken heb ik onder de knie. Over die Westmalle Tripel moest ik daarstraks ook niet lang nadenken. Mijn vrouw heb ik zestien jaar geleden eveneens voortreffelijk gekozen, dus het is niet nieuw. Af en toe zou ze me misschien wat meer kunnen steunen tijdens momenten van dyscalculie en onevenwichtig gedrag. Op mijn steunzolen hoef ik ook al niet te rekenen.  

Danny Vandenberk
0 0

Zelluf doen

Als kind al was ik van het kaliber “zelluf doen”. Als oudste van vier kinderen werd dat ook wel een beetje verwacht. Er waren in het drukke gezin altijd wel dingen die meer aandacht nodig hadden. Wat je zelf kon, dat moest je ook gewoon zelf doen. Dat zelfde gold voor klusjes in huis. Afdrogen moesten we bij toerbeurt, je kamer opruimen was iets wat heel normaal was. En regelmatig werden we om een boodschap gestuurd. Ook toen ik ouder werd, vond ik het lastig om hulp te vragen. Ik ging liever zelf op onderzoek uit en pas als ik er zelf echt niet uit kwam, dan ging ik eens aan de bel trekken. Maar dat was echt pas als ik vastliep en het niet meer zag. Nadat ik mijn maatje had leren kennen, bleef dit mijn manier van leven. Mijn maatje was nl. precies hetzelfde. Die vond het ook maar lastig om om hulp te vragen. Natuurlijk overlegden we samen, maar dat was toch anders. Hij was de handige van ons twee en ik was meer de administratieve. Dat vulde elkaar lekker aan. Dus wat we konden, deden we samen. Nu ik alleen ben achtergebleven, merk ik dat ik tegen hele basale dingen aan loop. Sommige dingen lukken best hoor, zo heb ik laatst helemaal zelf het water in de verwarmingsketel bijgevuld omdat ik ’s morgens onder de douche wilde stappen maar enkel koud water kreeg. Na een rondje schelden ben ik op onderzoek uitgegaan en heb het voor elkaar gekregen. Een kwartier later stond ik onder een warme douche. Apetrots op mezelf. Andere dingen lukken me helemaal niet zelf. En dat zijn helemaal geen praktische zaken. Natuurlijk, ik vraag advies over dingen waar ik geen verstand van heb, maar ik moet echt leren om ook om hulp te vragen als ik het een keer moeilijk heb. Als het alleen zijn even echt te veel wordt. Ik vind het moeilijk, ik wil mensen niet tot last zijn. Het is geen kwaad wil, ik moet het nog leren. Maar ik doe mijn best en ik denk dat het steeds beter gaat. Gelukkig zijn er ook lieve mensen die geduld met me hebben. Die ook snappen dat het niet allemaal vanzelf gaat. Dat ik wel wil, maar soms mezelf gewoon in de weg loop. Want tja, eigenwijs ben ik en zal ik, vrees ik, ook altijd wel blijven.

Machteld
0 0

Schilderen

Mijn maatje en ik riepen het al een tijdje, “we moeten echt laten schilderen hoor, in de woonkamer”. We waren (en ik ben) niet echt een klusser dus het werd eigenlijk keer op keer uitgesteld. Tot ik vorig najaar riep “en nu gaan we het echt plannen”. Door alle gebeurtenissen werd het (begrijpelijkerwijs) weer uitgesteld maar nu was het dan echt zo ver. De huiskamer zo ver als mogelijk leeg, alle planten, foto’s en andere kleine spullen naar boven of naar de garage, gordijnen er af. Pfff, het huis was ineens helemaal geen thuis meer. Stef vond het ook vreselijk, hij liep maar heen en weer en zou het liefste boven op mijn bed gekropen zijn. Jammer, maar dat ging toch even niet door. Dit was wel het moment voor mij om ook eens kritisch rond te kijken. Wat wil ik nog wel terug en waar ga ik afscheid van nemen. Ik hecht niet zo aan spullen maar mijn maatje was daar anders in. De lamp in de hoek bijvoorbeeld, ik ben er op uitgekeken maar mijn maatje vond hem nog altijd mooi. Wat doe ik er mee. Wegdoen voelt, hoe misplaatst ook, bijna als verraad. Hij moest weg voor de schilder dus ik maakte maar vast een foto, misschien kon hij toch op Marktplaats. Even later werd de beslissing voor me genomen toen ik de glazen kap liet vallen. In duizend stukjes. Tja. Toen alles van de muur was, werd toch wel duidelijk dat het echt nodig was. Een paar dagen tandjes bijten en dan is het leed weer geleden. Gelukkig ben ik ’s avonds overal welkom. Zo in een afgetakeld huis zitten is ook niet alles. Het lijkt wel of het dan niet warm te stoken is. En gek, ik voelde me er toch meer verloren dan normaal. Mijn veilige plek voelde even niet zo. Inmiddels is een hele vriendelijke en gemoedelijke schilder bezig. Uit zijn meegebrachte radio schalt de Nederlandstalige muziek. Of ik daar bezwaar tegen had? Welnee, helemaal niet. Bovendien ben ik veel te blij dat hij me komt helpen. Ik moet er niet aan denken dat ik dat allemaal zelf had moeten doen.    

Machteld
0 0
Tip

Weer naar de Ardennen

Het vrouwtje was een beetje nerveus, hij zag het. Ze was bezig met het verzamelen van spullen. Zelfs de krat uit de garage werd klaargezet. Wat raar, dat deed ze vroeger altijd als ze naar de camping gingen. Zou het? Hij zorgde dat hij niet in de weg liep, dat zou het vrouwtje nu niet leuk vinden. Maar hij bleef wel alert, want als het vrouwtje ging, ging hij toch zeker wel mee. Gelukkig zette ze inderdaad ook zijn spulletjes klaar. Hij durfde er nog niet zeker van te zijn, ze waren al zo lang niet meer op de camping geweest dat hij was gaan denken dat ze niet meer zou willen, zonder het baasje. Toen ze eenmaal onderweg waren, durfde hij het toch een beetje te hopen. Weer die hele lange weg, hij ging maar eens op zijn gemak slapen. Als hij straks wakker werd door een hobbelweg vol grind, dan wist hij het zeker. En ja, inderdaad, het zoeven hield op en de hobbel de bobbel begon. Hij ging er maar eens voor zitten, hopelijk waren zijn vriendinnen er ook. Hij had wel gehoord dat die ook een nieuw vriendje hadden, Ozzy. Maar ach, die zou hij wel aankunnen. Toch? Het vrouwtje parkeerde de auto en ze gingen inderdaad bij zijn vriendinnen kijken. Hij zag dat het vrouwtje er moeite mee had, ze moest even een traantje wegvegen. Ach, wel zielig hoor. Toen ze op het terrasje kwam en de mensen daar begroette, moest ze zelfs echt huilen. Waarschijnlijk omdat het baasje er nu niet bij was, dat moest het wel zijn. Ze hadden ook een ander plaatsje gekregen. Kleiner, niet meer langs de rivier maar wel met meer buren. En heel veel zon. Heel anders, maar ook wel fijn. Hij ging maar eens op pad, gelukkig waren er nog veel bekenden. Die kwamen het vrouwtje ook helpen om alles recht en goed te zetten. De auto werd leeggehaald en even later konden ze lekker zitten. Het werd toch een echt weerzien. Veel mensen kwamen aan het vrouwtje vragen hoe het met haar ging. Dat vond ze best fijn, dat zag hij wel. En ’s avonds gingen ze naar zijn vriendinnen en hun nieuwe vriendje. Uiteraard had hij die wel duidelijk gemaakt dat hij de baas was. Die Ozzy was wel groot en nog heel jong, maar uiteindelijk had hij het toch wel begrepen en was hij gaan liggen. Pfff, het had hem wel kruim gekost hoor, dat had hij ’s zondags toch wel moeten bezuren. Hij had er gewoon mank van gelopen. Maar ja, dat had hij er wel voor over gehad. Gelukkig had het vrouwtje het op zondag ook lekker rustig aangedaan. Ze had zitten lezen in de zon en hem niet gedwongen een hele wandeling te gaan maken. Ja, even naar het terrasje, maar dat was niet zo ver. Op de terugweg had hij weer lekker liggen slapen. Hij dacht wel dat ze nu wat vaker zouden gaan. Anders zou ze zijn kussen niet daar achtergelaten hebben. Hè, fijn, hij hield van de camping. Stiekem was hij toch ook wel trots op het vrouwtje. Want ze had het toch maar weer gedaan.    

Machteld
40 3

De muur van angst

“Ofwel lees je nog een verhaaltje voor, ofwel ga je nu tegen de muur staan.” Daar lig ik dan in bed, naast mijn vierjarige zoon die moet slapen. Mijn schouders schokken lichtjes en ik probeer niet luidop te snikken. Hoe grappig is dit? Mijn zoon spelt mij de les in zijn strengste bozejuffenstem.  Hij katapulteert mij onbewust terug naar de speelplaats van mijn jeugd. Waar priemende blikken als steentjes tegen mijn hoofd ketsen. Hoe vreselijk om zo op straf te staan, out in the open. Hoe vreselijk om alles eenzaam binnen te slikken, tegen een koude buitenmuur. Met gloeiende wangen. En een hoofd dat barst van het kolkende onrecht en verdriet in je buik. “Dan kies ik voor de muur”, antwoord ik in mijn stouteleerlingenstem – want dat is ‘stout’ op school, toch? “Dat kan niet”, roept hij boos. Hij had natuurlijk verwacht dat ik ‘flink’ ging luisteren, omdat er straf boven mijn hoofd(kussen) hing. Want dat werkt zo op school, toch? Niet binnen deze vier huismuren. Dus barst mijn zoon nog meer uit zijn voegen.  Hij schreeuwt voorbij de krop in zijn keel. Hij probeert mij te raken met zijn boze woorden en handen. Hij klemt zijn vuisten en kaken op elkaar, tot hij opnieuw voelt dat hij kan loslaten. Ik help hem zakken. En ontvang de tranen die bang in zijn buik zaten te schuilen, tot ze veilig naar buiten konden komen. Ze willen eruit. Ze mogen eruit. Zonder oordeel, zonder straf. Met liefde en geduld, al heb ik dat laatste GODVERDOMME ook niet elke dag. Die liefde gelukkig wel, dat maakt veel goed. De muur, de hoek of de nadenkstoel – die eigenlijk gewoon een veredelde strafstoel is. Zou dat echt werken, denk je? De muur, de hoek of de nadenkstoel – die eigenlijk gewoon een veredelde strafstoel is. Zou dat echt werken, denk je? Zou een ‘stoute’ peuter of kleuter, die te hoog in zijn oncontroleerbare emoties zit, zelf tot rust en inzicht kunnen komen? En zelf kunnen nadenken over zijn gedrag? Om die zelfgeleerde les te onthouden voor de rest van zijn leven of, in het beste geval, voor de rest van zijn dag. Dan zit ons werk als ouder er op: dikke duim! Toch? Zo werkt het niet – al straf ik ook wel eens, uit (on)macht der gewoonte. Stel je even voor: je had een kutdag op het werk. Je kreeg onder je voeten van je baas omdat je een opdracht niet had begrepen. Volgens jou had hij jouw harde werk niet begrepen. Maar je beet ‘flink’ op je tanden, ook al sloeg je momenteel GODVERDOMME liever op de zijne. Je slikte ‘flink’ je woede binnen, en bedekte die met een dikke laag troostkoekjes. De hele werkdag lang liep je de muren op. Dan kom je eindelijk thuis, klaar om te luchten. Maar het eerste wat je vriend zegt is “Heb jij geen brood mee?” Je gaat compleet door het lint. Roept luider dan je zou willen. Gooit alles eruit – die koekjes zijn verteerd, maar wat eronder zit duidelijk niet. Je hoopt en wacht op een lieve schouder om op te huilen. Maar in de plaats krijg je een strenge blik en vinger die richting de muur wijzen. “Ga maar even tegen de muur staan”, echoot het nog na in je hoofd, “en denk eens goed na over je gedrag.” Alles wat je wilde, was dat iemand je zag. Met jouw verdriet. Dat iemand er was. Zonder oordeel of straf. Guess what: dat geldt ook voor kinderen, het zijn ook maar gewoon kleine mensen. Als je hen met hun rug en gevoelens tegen de muur zet, leren zij daar niets van, behalve angst voor macht. Krijg je zin om nu GODVERDOMME op mijn tanden te slaan? Ga dan maar even tegen de muur staan, en denk daar maar eens goed na.

Rien Mertens
9 0

Mooie herinneringen

Mooie herinneringen zijn eigenlijk de herinneringen die je terug doen denken aan de kleine dingen. Die brengen een glimlach op je gezicht. Als de lente begon en de zonnestralen aan kracht wonnen, begon mijn maatje weer een beetje zichzelf te worden. Voor iemand die heel veel buiten werkte, was hij een zeldzame koukleum. Op zo’n dag kreeg ik dan een appje, “heerlijk op een muurtje met mijn rug in de zon, lekker een sigaretje roken”. Daar kon hij enorm van genieten. En ik van zijn berichtje. Of de dagen dat we aan het eind van de dag een mand met eten in de boot zetten en nog even een uurtje gingen vissen. Zomaar, een klein stukje varen vanuit ons haventje. Gewoon zitten, luisteren naar de natuur en kijken naar de zon die onderging. We hebben zelfs een keer gebarbecued op de boot op de avond dat Nederland een hele belangrijke voetbalwedstrijd moest spelen. We leken wel alleen op de wereld. Het water was helemaal van ons. Geen idee trouwens wat de uitslag van de wedstrijd was, dat was helemaal niet belangrijk. Ik merk dat deze kleine herinneringen zitten in de dingen die ik dagelijks tegenkom. Het maakt dat ik dan ook dagelijks terugdenk en glimlach. Een romanticus zou het een zoete pijn noemen. Die wordt afgewisseld met het scherpe weten van het gemis. Misschien komt het ooit tot een balans. Nu nog niet, dat is nog te vroeg. Mensen hebben het vaak over ‘de mooiste dag van hun leven’. Ik zou het niet weten. Mijn maatje ook niet, dat weet ik zeker. We hadden het er wel eens over. Maar er waren zo veel mooie dagen. Zo veel mooie herinneringen. En die waren helemaal niet groots en meeslepend. Het zijn de herinneringen van twee mensen die gewoon heel veel van elkaar hielden en graag bij elkaar waren. Oh, en natuurlijk, we waren het niet altijd eens. Er waren zeker dingen en onenigheden. Tenslotte waren we twee heel verschillende mensen. Maar dat lijkt nu allemaal zo onbelangrijk. Want Alfred Tennyson had gelijk toen hij zei; “it is better to have loved and lost than never to have loved at all.” Hoe schrijnend het ook is “to have lost”.      

Machteld
8 0
Tip

Het klimaat

‘Waarom heb jij zo’n grote borsten en ik zo’n kleine?’ Dat is een vraag die ik aan elk lid van mijn vierentwintigborstig volleybalteam kan stellen onder de douche. Maar dit keer wordt ze aan mij gesteld. Laat ons even vergeten dat ze uit de mond rolt van mijn vijfjarige zoon. Hij kaapt een primeur weg met deze opmerking, waardoor ik even met mijn glimlachende mond vol tanden sta. Waarom mijn borsten groter zijn dan de zijne? Het hangt er maar van af waarmee je vergelijkt. Uiteraard vergelijk ik ook. Vooral met elk lid van mijn volleybalteam, waar even veel vel als verhalen worden blootgelegd onder de douche – love you ladies. Maar ook met saunagangers die, eenmaal boven de veertig, zelfs geen moeite meer doen om het gevecht met de zwaartekracht te verstoppen. Schoon vind ik dat. Ik ga niet ontkennen dat ik mij soms schaam over mijn borstgrootte (kleinte is nu eenmaal geen woord). Vooral vroeger, in mijn puberjaren. Eerst die pijnlijke schijfjes die je probeert te verstoppen onder een t-shirt, zoals een kleuter onder een deken – voor mensen zonder kinderen: dat is geen succes. Te klein voor een deftige mousse bh, te klein voor geen deftige mousse bh. Dan heb ik het helaas over de huidige stand van zaken, en niet meer over die schijfjes. Als mijn kinderen de klimaatopwarming waren, vertegenwoordigen mijn borsten de gletsjers die langzaam inzakten. ‘Ach’, troost mijn vriend mij, ‘ze zijn klein maar stevig.’ Dan heeft hij het helaas over mijn borsten voor het moederschap, en niet meer over de huidige stand van zaken. Want met twee borstgevoede kinderen gaf ik, naast mijn slaap, ook mijn stevigheid op. Als mijn kinderen de klimaatopwarming waren, vertegenwoordigen mijn borsten de gletsjers die langzaam inzakten. En mijn tepels de bomen die tevergeefs recht probeerden te blijven op iets wat vroeger voelde als vaste bodem. Hoe deprimerend. Al hangt het er maar van af waarmee je vergelijkt. Het klimaat is zoveel deprimerender. ‘Ach’, troost ik mezelf, ‘ze zijn klein en niet meer stevig maar toch de perfecte cadeautjes van moeder natuur.’ Want hoe dankbaar ben ik voor die drie volle jaren dat ik mijn zonen mocht voeden. Dat ik ze zo dicht bij mijn hart mocht dragen. Ze mocht sussen met de twee betrouwbaarste bomen die mijn gletsjers rijk waren. Klein maar groots. Hoe bijzonder. Die momenten nemen ze mij nooit meer af, in tegenstelling tot mijn stevigheid. Die vloeide weg tot een stevige basis voor mijn kinderen. En dat is een wonder. Het hangt er maar van af waarmee je vergelijkt.

Rien Mertens
68 4

Wat echt belangrijk is..

Op vrijdag doe ik de wekelijkse boodschappen. Dat doe ik al zo lang als ik me kan herinneren. Eerst samen met mijn maatje. Later ging ik direct na mijn werk naar de supermarkt zodat het weekend kon beginnen als ik thuis was. Dan stond er een glaasje klaar als ik binnen kwam. Dat glaasje is nog steeds de start van het weekend, ook al moet ik het nu zelf inschenken. Stef volgt altijd met interesse de tassen die uit de auto komen. Er is ook altijd een tas voor hem bij, tenslotte eet hij een blik sperziebonen per dag. Ik vraag me nog altijd af wat de kassières denken als ik 7 blikken boontjes in mijn karretje heb staan. En eerlijk is eerlijk, meestal breng ik wel iets extra’s voor Stef mee. In de meeste supermarkten koop je 3 bakjes met worst of kaas voor 5 euro. En een bakje leverworst kan altijd wel mee. Natuurlijk, het is slecht, hij wordt er dik van en eigenlijk moet ik hem alleen hondensnoepjes geven maar ach, ik doe het ook een beetje voor mezelf. Ik kan er stiekem van genieten dat hij het zo lekker vindt. Laatst was het mooi weer op vrijdag. Dus, boodschappen opgeruimd, glaasje ingeschonken en even in de zon. Lekker. Gewoon even zitten voor het weer tijd was om te eten. Stef had gevolgd wat ik had gekocht en had gezien dat het bakje met plakjes worst op het aanrecht was blijven staan. In zijn ogen een goed ding. Dat ik het vervolgens daar liet staan was natuurlijk minder, misschien een vergissing? Hij probeerde me er in ieder geval wel attent op te maken. Strategisch geposteerd halverwege mij en de leverworst, stond hij me aan te kijken. Als hij mijn blik ving, draaide hij zijn kop richting aanrecht. Alsof hij wilde zeggen, hé, je bent echt iets vergeten. Het werd een spelletje, ik keek weg, dan naar Stef en dan richting de keuken. Arme hond, om hem zo te plagen. Nu is het wel zo dat hij moet weten dat hij niet de baas is, al zou hij dat graag willen, maar dat ik bepaal wanneer hij wat krijgt. Dus ik liet me niet dwingen en bleef lekker genieten van de warmte van de zon. ’s Avonds heeft hij zijn deel van de leverworst toch wel gekregen. In opperste aanbidding stond hij naast mijn stoel. Natuurlijk moet ik wel reëel blijven, die aanbidding gold deze keer echt niet mij.            

Machteld
0 1

Havermelk

Ik heb begrepen dat het tegenwoordig not done is om nog koemelk te drinken. Het is slecht voor het milieu, dieronvriendelijk en vooral, en dat is het belangrijkste, niet hip. Want de allerlaatste hype is tegenwoordig havermelk. Nou ben ik niet hip, verre van, maar wel erg nieuwsgierig. Havermelk, wat is dat nou weer. Een rondje internet leerde me het volgende; havermelk is een van de meest populaire zuivelvrije melkalternatieven die momenteel op de markt te verkrijgen is. Het is een notenvrij veganistisch melkalternatief. Het is ook erg milieuvriendelijk, het is niet alleen veganistisch maar het maken vereist minder water en andere middelen dan het maken van vergelijkbare notenmelk. Nou nou, eigenlijk schandalig dat ik het niet dagelijks drink. Dat ik me nog steeds te buiten ga aan koemelk. Volle koemelk zelfs nog wel. Ik heb nl. altijd geleerd dat je op het gebied van eten geen compromissen moet sluiten. Je eet het authentieke product (zo veel als mogelijk dan tenminste) of je eet het niet. De sojamelk die ik ooit eens per ongeluk had meegenomen, heb ik destijds ook griezelend door de gootsteen gegoten. Het zal aan mij liggen, maar ik vond het niet weg te krijgen. Maar goed, havermelk dus. Enorm hip onder de millennials die de vraag naar dit product zo hooghouden dat het op plaatsen al uitverkocht is. Het schijnt zelfs dat er paniek is uitgebroken omdat de door hen veel bezochte horecazaken moeite hebben om aan de melk te komen. “Ze raken geheel van hun melk”, zouden mijn Vlaamse kennissen zeggen. Dus gaan we op zoek naar alternatieven voor het alternatief. Ik zag het fenomeen erwtenmelk al voorbijkomen. Ieder zijn meug. Wat ik wel denk, is dat we dergelijke melk geen melk moeten noemen. Melk komt van een koe, notenmelk is geen melk. Maar dat heb ik ook met vegetarisch vlees. Vlees is van een dier, of je er nou voor bent of tegen om het op te eten. Vleesvervangers zijn prima, maar verzin er in vredesnaam een andere naam voor. En ik vraag ook af hoe de mensen in mijn dorp gaan reageren als ik op het terrasje om een latte met havermelk vraag. En ik vrees dat ze na de uitleg zeggen “oh, un bakske koffie meej melk”. En bij zichzelf denken, “zeg dat dan, dom mens”.          

Machteld
9 1
Tip

Kriekenkoeken op zondag

Zondagochtend bij de bakker. Er staat al een lange rij mannen voor mij – blijkbaar is dit een mannentaak, daar moet ik het straks toch even over hebben met mijn vriend. Ik zoek mijn portefeuille tussen de verloren schatten in mijn uitpuilende handtas. Voor ik het besef, ligt het eruit. Daar sta ik dan, aan de grond genageld. Te kijken naar wat er zich afspeelt tussen mijn benen. Daar ligt het dan, fel afgetekend op de vloer. Je kan er niet naast kijken. Dat bevestigen de blikken uit de wachtrij. Al dat testosteron staart mijn richting uit. Om dan ongemakkelijk naar beneden te kijken. Mijn verloren voorwerp trekt meer aandacht dan de laatste kriekenkoek op het rek, waarvan iedereen hoopt dat de persoon voor hem die niet bestelt. Een gebruikt maandverband. Dat viel net uit mijn overvolle handtas. Sorry, ik bedoel een herbruikbaar maandverband. Maar dat vinden de meeste mensen even vies, ook al is het een vers gewassen exemplaar. Daar sta ik dan, aan de grond genageld. Te kijken naar wat er zich afspeelt tussen mijn benen. Wat is het verschil met een wegwerpmaandverband, vraag ik me dan bloedserieus af? Dat je het niet zomaar weggooit in de vuilnisbak? Fair enough. Dat is ook de reden waarom ik ervoor kies: dat je het niet zomaar weggooit in de vuilnisbak, na een keer. Of, nog erger, in het toilet – vraag maar aan de loodgieters in die mannenrij. Rood is toch mooi. Romantisch. Het is de kleur van de liefde. En in andere omstandigheden zijn mannen net enthousiast over de hoeveelheid vocht die ontsnapt aan de vrouwelijke onderkant. Het is de barometer van hun talent. Soit, laten we niet afgeleid raken, en dan richt ik mij vooral tot de mannen – denk nú aan een bebloed herbruikbaar maandverband, werkt het? ‘Wat mag het zijn voor jou?’, vraagt de bakkersvrouw als het eindelijk aan mij is. ‘Doe maar die kriekenkoek’, antwoord ik met beschaamde lippen. Want om een of andere reden had niemand voor mij die besteld.

Rien Mertens
70 4