Lezen

March 2023

Let me tell you a story of a girl I used to know, she is sometimes I, as I am sometimes her. Never coinciding with one another, we play each other's part in the absence of circumstances that retains us both. Only a thread woven by our own hands holding us together. You had never needed to be worried about being misremembered. She wrote of you from the day we met. She sat on the stairs looking out over the hill, having found relief from the quiet lacking stillness in the skyline. The noise of the night buried in the market behind her. Unsure of how to brave the biting cold, she had always hated winter. This cold was one that seeped in her bones and made them clatter in unison with her teeth under the sun. It had become a bitter memory. Settling with the damage from his absence, she regretted having been consciously held captive by illusions. All for nothing, anticipation had added only to the suffering. Justifying her deliverance, she blamed the wine for having turned into acid. A tiny window could barely indicate what time it was by the lack of sunlight streaming in. Darkness had been an issue from the moment she had entered the room. At her desk, a ring of light coming from a small mirror illuminated her face. It looked paler at night, eyes haunted by words left unsaid. Sentences slithered from her head to her hands and crawled over the notebook on her lap.  Writing in layers and layers in writing. Nothing was meant to be written as it was. The reader only reads what he seeks, the writer writes for his eyes only. Thunder awoke her from a restless sleep. She wrote to relish in the few weeks spent ageing through heartache. The time had come to leave. The ordinary of her final departure was amplified by his absence. Floating in a limbo of unsaid goodbyes, she tried to remember his embrace.  Rain pelted over the buildings riddled with grime. She stood helplessly outside while caged windows looked at her unmovingly. Until she understood that solace was found in a higher power, she had never been one to be superstitious. But every misfortune, a sign of rejection, had made the possibility of leaving an inevitability that outstood any reason to stay.  In the taxi, she relived last year and listened to a song he had shared. Nostalgia intertwined with daydreams. He had buried the pain in her absence; she had hid her desperation at their circumstances. Enveloped by polluting mist, luxury high-rises wet with rain expressed in her stead how she felt. The air had taken away her breath since she had arrived.  Amidst the mass of faces radiating nothing but apathy, she felt crushed by expectations that were communicated through silent judgement in their eyes. It drained what energy she had managed to gather in the time we were together.   

elsiepelsie
5 1
Tip

Het leven in rood, geel en blauw

Als dertiger sta ik meer te klungelen dan als kleine jongen. Dat mensen naar me toe komen voor een luisterend oor, voor mijn goede raad, voor mijn empathisch vermogen, terwijl ik om de haverklap met mezelf in de knoop lig, ik krijg er schaamrood van op mijn wangen. Op de Steinerschool leerde ik rood, geel en blauw kennen als de hoofdkleuren. Dat was duidelijk. Ik schilderde het ene na het andere pièce de résistance. Een half leven later heb ik een reusachtig pallet met elke denkbare kleur voor mij liggen. Maar er komt niets meer op papier. Als kind wist ik heel goed wie ik was. Ik bouwde een wereld vol gevaren met Lego, maakte mijn eigen geheimschrift en had van alles een lievelingsexemplaar. Blauw, ijsbeer, lasagne, donderdag, zes, de letter ‘r’. Geen enkel vriendenboekje dat de revue passeerde, kon een categorie opnoemen waarvan ik niet met zekerheid wist welk onderdeel ervan mijn voorkeur wegdroeg. Zelfs dat ik later leraar zou worden, stond in de sterren geschreven en zwoer ik op mijn zes jaar met hand op het hart aan jong en oud. In het middelbaar begon de ellende pas. Aanvankelijk kon ik nog gemakkelijk kiezen voor Latijn-talen, puur op eliminatie: zo weinig mogelijk wiskunde. Toen mijn leerkrachten me in het laatste jaar om de oren sloegen met allerhande opleidingen en bepalende keuzes voor je godganse leven, begon ik te wankelen. Terwijl mijn klasgenoten één voor één in een aha-erlebnis schoten wat hun toekomst betrof, begon het bij mij te schemeren. Het daagde al snel dat ik niets kon doen met alleen rood, geel en blauw. Het leven vroeg andere kleuren. Ik maakte dus eens een gedachte oranje, schilderde mijn gevoel groen of kleurde een ervaring purper. Of dat mooi was? Dat ik het bij god niet weet. Ik kliederde maar wat. De enige dingen die ik mooi vond, bleven rood, geel of blauw. Tegenwoordig durf ik zelfs mijn drie vertrouwde verfpotjes van de kleuterschool niet meer gebruiken, want het leven is helaas te genuanceerd en complex geworden. Gebruik ik rood, schop ik wel tegen iemands schenen. Blauw is nog erger, dan lopen mensen over me heen alsof ik er niet sta. En als ik geel gebruik, hadden ze toch meer diepgang verwacht van iemand zoals ik. Ik doop mijn penseel dan maar in grijswaarden of flauwe afkooksels omdat de wereld dat verlangt. Tot nu, want ik heb ongelijk. Het is mijn overtuiging dat de kracht van ieder mens schuilt in het kind-zijn. In het niet tegen zijn verlies kunnen bij een spelletje. In het neuspeuteren wanneer niemand kijkt. In de schilderwerkjes aan de klasmuur in de lagere school. Mijn fantasie, creativiteit en oog voor detail zijn daar geboren. Mijn passie en bevlogenheid voor het leven, maar ook mijn vanzelfsprekendheid, luiheid en snel opgeven. Een volwassen leven inkleuren vraagt een groot aantal tinten en kleurschakeringen, dat is zeker. Maar het kind in jezelf wegsteken, is de bezieling wegsteken. Ik mag nooit meer mijn hoofdkleuren opbergen, want daarmee heb ik leren schilderen. Wat ik moet leren is dat ik passie kan bijkleuren met dosering, angst kan verdoezelen met relativering en droefheid kan opmaken met hoop.

Lennart Vanstaen
99 5

Wanneer doen we het weer?

Klagen en zagen, we doen het allemaal. Liefst over het weer, want dat is voor iedereen hetzelfde, of je nu arm of rijk, dik of dun bent. Het verbindt, want iedereen heeft ermee te maken en het is bijna nooit goed. Velen ervaren het als een veilig onderwerp om een gesprek te openen, anderen vinden een praatje over het weer het toppunt van oppervlakkigheid. Je moet weten dat ik vroeger zo goed als nooit ‘zomaar’ met een onbekend iemand babbelde, tenzij ik heel goed voorbereid was. Voorbereiding geeft zelfvertrouwen en zelfvertrouwen is een belangrijke sleutel tot succes. Als jeugdige observator merkte ik dat ongeveer tachtig procent van de conversaties tussen onbekenden over het weer gingen. In landen met een stabieler klimaat weten de mensen waar ze aan toe zijn en wordt er bijgevolg niet over gesproken, maar in onze wisselvallige contreien is dat constant het geval. Zo ontstond mijn fascinatie voor weersvoorspellingen en zo evolueerde ik van een logge boerenknol naar een volbloed renpaard dat altijd en overal beslagen ten ijs kwam, met geslepen hoefijzers en scherpzinnige weercommentaren, zodat ik niet door het ijs kon zakken of door de mand vallen. Op die manier was ik in staat om klagers op te peppen door het simpelweg herhalen van een positieve weersvoorspelling of overdreven optimisten de mond te snoeren door hen te wijzen op het naderend onheil in de vorm van plens- of onweersbuien.  Weerpraatjes op de radio genieten mijn voorkeur. Daar onthoud ik het meest van. Televisie leidt af. Waarom zijn Vlaamse weermannen altijd zo mager en waarom focus ik altijd op hun dansende adamsappels? Waarom zijn weervrouwen bij ons bijna altijd voorzien van allerlei afleidende lichaamsrondingen? Dag concentratie! Ach, ik moet mezelf niks wijsmaken. Radio brengt me nog meer van de wijs. Als ik hoor praten over weermodellen die het met elkaar eens zijn of mekaar tegenspreken, zie ik een groepje uitgemergelde panlatten in plunjes van Gucci, Prada of Versace samen op de weegschaal staan of kibbelen over de smaak van tissues, terwijl het voor anderen geen issue is. Af en toe, meestal als ik net gegeten heb of als de weerstem zegt dat het zachter wordt, droom ik weleens van plussize modellen. Je weet wel, van die dikke stapelwolken. Hoor ik vertellen dat het winters weer blijft aanhouden, denk ik terug aan lang vervlogen tijden waarin ik af en toe met mijn moeder meekeek naar The Bold and the Beautiful (Mooi en Meedogenloos), waarin iedereen vreemdging met iedereen of een affaire had buiten zijn of haar relatie, al is dat eigenlijk min of meer hetzelfde. Zo deed Ridge het met Brooke, de scharrel van zijn vader Eric, ondanks dat die nog getrouwd was met Stephanie en Ridge eigenlijk samen was met Taylor, zodat Brooke uiteindelijk zwanger werd. Alleen wist ze niet van wie. Misschien wel van Thorne, want die wipte in die tijd ook soms binnen, al gebeurde dat vooral toen hij een verhouding had met Macy. Over wisselvalligheid gesproken! Laat ik mezelf eens in het zonnetje zetten, hopelijk zonder de wind van voren te krijgen, en zeggen dat ik zelf het liefst een gesprek begin met een stevige oneliner of een grapje over elk ander onderwerp dan het weer, of het nu met iemand is die ik ken of een volslagen vreemde. Het houdt, zeker in het laatste geval, altijd een risicootje in en net daar kick ik de laatste jaren op. Een beetje spanning en verrassing. Het leven is veel meer dan slecht weer, voortdurend schuilen en wachten tot het voorbij is.      

Danny Vandenberk
0 0

DE WIELRENNER DIE GEEN WIELRENNER WAS

Het is niet dat ik per definitie tegendraads ben, al lijkt dat soms zo. Ik ben de draad gewoon zo nu en dan even kwijt. Tegenwoordig stap ik dan naar buiten en marcheer mijn vaste wandeltraject, dat mij 10000 eenheden oplevert op mijn stappenteller. Het overkomt me weleens dat ik me pas na 5000 stappen realiseer wat ik aan het doen ben, omdat mijn brein overactief of gefocust is. Het is een instinct. Geen zoeken naar die draad, niet aan het kortste eind trekken of een gevoel dat mijn leven aan een zijden draadje hangt. Nee, het is een glad strijken van innerlijke plooien, terwijl mijn voorhoofd gefronst is als dat van een Shar-Pei.  Vandaag is het anders. Ik heb mijn gedachten behoorlijk op een rijtje, maar ik had behoefte aan lichaamsbeweging. Een deel van mijn route loopt over een fietspad. Fietsers zijn gekke wezens. De meesten vinden het ongehoord dat een wandelaar het lef heeft om zich op hun territorium te begeven. Vaak komen ze van de andere richting en spugen ze een tiental meter voor ze je kruisen. Ze knikken niet, maar ze grommen. Als wandelaar ben je een hindernis. Hinder. Een minderwaardig onderkruipsel. Een obstakel. Als amateurwielrenners in groep rijden, bellen de twee koplopers. Ze doen dat ook bij een vluchtheuvel of een bocht. Het is een waarschuwing voor de rest van het pelotonnetje, maar als wandelaar kan je het ook interpreteren als: ‘Ga opzij, minderwaardige sterveling!’ In elk passerend wielergroepje zit er wel een rochelaar of een spuwer.  Fietstoeristen of recreanten zijn anders. Ze dragen meestal een deftige broek en een hemdje met korte mouwen en hebben hun vrouw naast zich als fietsgezel. Ze zijn hoffelijk en vriendelijk. Ze lachen, knikken en wensen je een goede ochtend, middag of avond, naargelang het dagmoment. Ze zijn zich bewust van tijd en ruimte, streven geen hoge doelen na en voeren entertainende gesprekjes terwijl ze zich op sportieve wijze voortbewegen, vaak op weg naar een gezellig terrasje of een bankje in het bos.  Op zo een bankje zag ik een eenzame wielrenner zitten. Hij was zeker zestig, maar hij zag er opvallend professioneel en strak uit. Hij droeg een blits koerspakje, een gele bandana en een trendy zonnebril. Een type dat je niet zo snel op een bankje ziet zitten, maar dat je doorgaans al spugend en rochelend tegenkomt, zwetend als een rund en sakkerend op alles wat hem tijd kan kosten. Ik zag hem en hij zag mij. Ik knikte en lachte. Mij kan je moeilijk beschuldigen van overdreven sociaal gedrag, maar als voorbijganger ben ik best sympathiek. Elegant veel minder. Ik heb allerminst een sierlijke tred en bovendien had ik last van een pijntje in mijn achillespees. Om eerlijk te zijn was ik zelf aan het twijfelen om eventjes te gaan verpozen op het dichtstbijzijnde rustplekje, al is zoiets totaal tegen mijn natuur, want op dat vlak gun ik mezelf weinig. Terwijl ik zo gezwind als ik kon doorstapte, na mijn lachje en mijn knikje, riep de bandana: ‘Het is er warm aan hé, vriend!’ Makkelijk te verklaren is het niet, maar nu ik erover nadenk was het misschien zijn zachte stemgeluid en zijn joviale glimlach die mij deden besluiten om halt te houden, meer nog, terug te draaien om mij tegenover hem te zetten. Er stonden immers twee bankjes.  Ik zuchtte en wist mezelf niet direct een houding te geven toen ik ging zitten. Ik checkte mijn stappenteller: 9875 stappen. ‘Je mankte, jongen. Je bent toch niet gekwetst of verloren gelopen of zo?’ Zijn gelaatsuitdrukking kon ik niet zien, noch interpreteren. Zijn zonnebril was gigantisch, maar zijn stem gaf me direct een gerust gevoel. Als lezer moet je weten dat ik mezelf constant als een achttienjarige voel, terwijl ik momenteel zevenenveertig lentes tel. De man was misschien vijfenzestig, maar na een paar woorden voelde hij aan als de opa die ik nooit gekend had. Zoals iedereen heb ik nochtans twee grootvaders, maar die van mij heb ik nimmer mogen kennen.  ‘Totaal niet. Ik loop sowieso stuntelig, maar nu heb ik ook nog eens last van mijn achillespees. Maakt niks uit. Ik ken dit parcours als mijn broekzak. Nog 3200 stappen en dan ben ik thuis. Komt helemaal goed.’ Dat klonk misschien opschepperig of zo, maar ik wilde niet dat deze mens zich over mij zorgen zou maken. Ik doe dat op automatische piloot als ik zorgzame types tegenkom. Dan zwak ik af. Ik wil nooit een last zijn. ‘Mooi zo, je hebt karakter en je bent goed voorbereid’, zei hij zachtjes. Hij nam zijn zonnebril af en trok de bandana van zijn hoofd. Zo kaal als een biljartbal, maar daar schrok ik veel minder van dan van de diepe, donkere groeven onder zijn groengrijze ogen. Zelf hield ik mijn zonnebril op. ’t Is er een op sterkte, dus zonder zou ik zintuiglijk nogal gehandicapt zijn. Hij bleef me aankijken. Ik voelde me niet ongemakkelijk. Raar. ‘Hoe heet je?’ ‘Danny.’ ‘Aangenaam, Danny. Ik ben Emiel. Mijn vrouw is drie maanden geleden gestorven. Hoe, wat, waar en waarom maakt niet veel uit, maar ik hield zielsveel van haar. Ze hield van fietsen. Ik veel minder, maar ik fietste met haar mee. Altijd. We maakten er gezellige tochtjes van. Lekker babbelen al peddelend, een hapje eten, iets drinken en weer thuiskomen. Voetjes omhoog en samen televisie kijken. Ze was mijn alles, Danny. Mijn alles. Nu fiets ik nog steeds. Uit gewoonte. Mijn twee dochters kochten een racefiets en een complete wieleruitrusting voor me. Met de beste bedoelingen, het zijn twee enorme schatten, maar ik ga er de brui aan geven. Dit werkt gewoon niet.’ Hij zweeg en tuurde naar het fietspad, waar toevallig een ouder koppeltje passeerde. Ze lachten en praatten. Ik zag hem kijken, voelde zijn pijn en wist wat hij dacht, maar het vreemde was dat zijn trieste gezicht in een mum van tijd omgeplooid was naar een vriendelijke en joviale gelaatsexpressie. Het was geen façade, het was gemeend. Hij genoot van het geluk van een ander, ondanks de pijn die hij duidelijk nog altijd voelde. Zijn hoofd zat vol herinneringen die alleen hij nog kende. Ik liet hem nog een minuutje nagenieten en zei toen: ‘Je bent een mooi mens, Emiel. Als je het niet erg vindt, ga ik wat over je schrijven.’ Hij hield zijn lippen samengeperst, maar zijn ogen waren vol liefde. Na een paar seconden zei hij: ‘Je doet maar, jongen. Ik ben net zo min een lezer als een fietser. Fijn je te leren kennen.’ Hij stapte op zijn spiksplinternieuwe fiets en reed langzaam in de richting die ik niet uit moest. Ik keek hem na tot hij helemaal uit mijn gezichtsveld verdwenen was. Mijn stappenteller telde nog steeds 9875 stappen, maar dat leek ineens totaal onbelangrijk. Ik hoop Emiel ooit nog eens tegen te komen, al denk ik niet dat dat nog op of langs een fietspad zal zijn.                                                        

Danny Vandenberk
4 1

Ontwaken is bijsturen omdat het niet anders kan

In de file, jaren geleden, staarde ik nukkig over m’n stuur  naar de uren die vergleden, knikte gelaten naar m’n buur die zich al even opgesloten voelde, tot staan gebracht een laadwagen met zijn vracht kroop me traag voorbij Eerst zag ik alleen maar blauw bleek dat het kratten waren  tot aan de nok toe volgestouwd met….leven… met LEVEN!  met bruine en witte veren met zorgelijke kraaloogjes  die toch immer nieuwsgierig en door levenszin gedreven  de onbeweeglijke rij van wielen, staal en ergernis bekeken onwetend dat deze file hen een uurtje extra LEVEN had gegeven Achter mijn autoraam deden zon en onrecht me koken  onmacht spatte in tranen uit elkaar op mijn stuur overstuur ook ik was gevangen in een wereld waar dit normaal werd geacht dieren gemarteld geslagen verkracht gevild vermoord  ongehoord en niemand die erover sprak  Op school waar we ‘s morgens in de les de natuurpracht loven,  waar we trouw aan liefde, god en respect beloven  worden ‘s middags massaal barbaars geslachte kippenbotjes afgekloven Wat moet ik dan geloven Kijk eens echt naar eender welk dier en zie  wat wij nog allemaal kunnen leren dankbaarheid in hun mooie ogen, voor het leven hoe zij zonder nadenken zonder rekenen alleen maar geven hoe vacht en pluimen zomaar zacht en prachtig zijn zonder ernaar te streven Dat wilde ik aan die duizenden kipjes in hun blauwe kratten vertellen wanhopig trachtte ik onze gezamenlijke onmacht te breken maar die poging zou naast hun leed en angst in het niets verbleken Die middag achter mijn stuur besloot ik om te spreken de stilte te verbreken voor die kippen voor alle dieren voor elk levend wezen  zodat het er gewoon mag zijn  zonder dat er economisch nut moet zijn bewezen Laat hen leven laat een hen leven laat de hennen leven laat hen allen leven    

Woordenwalvis
36 3

Bij Olaf.

De loop van het geweer raakte mijn slaap. Ik riep niet, niemand. En toch liepen er mensen in de Carnotstraat. In het hotel moest jij zo nodig schieten. De heroïne hielp daarbij. Veel later pas gaf ik het een naam. De kracht in het woord verkrachting had ik niet, de kracht om je aan te geven, om het een ander toe te vertrouwen. Geen mens was op de hoogte. Ik moet een jaar of elf zijn geweest. Op jouw studiekamer bekeek je mijn rapport, onderaan een prachtige handtekening. Je hand slank, de pen erin niet vet. Toen ik het bureau verliet, keek je onder mijn uniformrokje.  Open kon ook, zo open was ik nooit geweest. Mijn vulva, aars, mond vol genot. Jouw zware wenkbrauwen wogen plots niet meer door, ik kon er het voetpad niet meer mee keren. Liefde verblindt! Ik kon de stroom in mijn lichaam niet volgen, amper geloven dat ik het was die de liefde voelde. Haar amputeren leek een oplossing. Ik verliet je. Je was single. In de brieven die ik schreef las je mijn twijfels. Je hield van de stijl van mijn teksten. Jij, een dichter. Ik, een hond. De shirt die je droeg? Om aan te snuffelen! Het lichaam waar jij in sliep zag ik als een bed met een plek voor mijn lichaam. Het vibreerde. Ik gaf je weg aan een andere vrouw. Zij kon het lieve dier 'erotiek' zonder angst benaderen, strelen en liefkozen tot zijn lid, zijn pels neerzeeg, voldaan en met een gloed op het gelaat. Een broer die ouder is? Ik kon mij beschermd voelen. Ik mocht dekking zoeken in zijn woorden, daden, armen. Om zijn kunsten uit te voeren hing ik als een vleermuis aan de hoogste buis. De schommel maar ook de mat bleken ideaal om het optreden voor te bereiden. Ik werd zijn voltijds assistente, werd maar al te graag uitgedaagd. Op een avond, misschien was het middernacht, werd er op mijn deur geklopt. Help mij, help mij! In zijn groot bed lag durf en lef om mij ook daar eens uit mijn tent (slipje, ik was mager) te lokken. Wanneer mijn hand op zijn lid lag voelde ik een wortel. Ik kon konijn worden of het niet doen. Heb je er zin in? Hij vroeg het met ogen die van me hielden. Verlangen bracht ons in beweging, in een gemoedstoestand die ons liet glanzen als nieuwe glazen. Ik was verliefd dus in contact de liefde die ik zelf ben. Waar angst is kan geen liefde zijn, dat las ik ergens. Ik was bang en hij verliet mij. Tijdens een telefoongesprek vernoemde je tantraseks. Ik vond dat straf, kende je van haar noch lid. In een gedicht opnieuw jouw lid dat je beschreef. Alles in het licht van jouw lid. Nog even en ik kon lidgeld betalen. Als ballonvaarders konden we eindelijk vrijen, in een kleine + grote ruimte terwijl we ons hoogtepunt benaderden.      

Ingrid Strobbe
19 0

De bretellen man. De jaren 60 tig.

"BEKEN", brulde een man mij toe. "Wat bedoelt u?" vroeg ik bedeesd."Uw druggebruik", verduidelijkte de man. Hij leek weggelopen uit een Frans detective verhaal. Dikke pens, bretellen en zweet op het voorhoofd. De gezondheidsbrigade? De man had mijn zweem van glimlach bemerkt en reageerde alsof hij persoonlijk beledigd werd. "Verf, lang zul je niet meer lachen", siste hij vol opgekropte woede. "Breng ze binnen."Voor mij werd een vriendin binnengesleept waarmee ik enige jaren te voor een kortstondige maar hartstochtelijke relatie had gehad. Ze zag er afschuwelijk uit. Ondertussen las de bretel een verklaring af. "U hebt samen met deze persoon op die dag op dat uur in die omstandigheden drugs gebruikt."Ik had nooit met die persoon op geen enkele dag of datum ooit drugs gebruikt. Want de liefelijke vriendin was de dochter van een kleinburger, en die groep van kinderen van die kleinburgerij had mij altijd ver van hun drugs experimenten gehouden. Meer nog Ik zat trouwens op dat moment als dienstplichtige in het leger. Ik stamelde: "wat hebt u gezegd, je weet toch dat het niet waar is." In mijn onvaste stem, en haar betraande ogen, lag nog een glimp van puberliefde. "Ik heb het niet gewild", sprak ze me toe; de lichte zweem van hysterie in haar stem verraadde dat ze uitgeput was. Met de laatste restjes kracht zei ze: "ik trek mijn verklaring in." Blijkbaar was de bretellen man niet verbaasd. Zo stond ik een tijdje later terug onder de vrije namiddagzon op de keien. Alle zogenaamde deelnemers aan dat druggebruik werden ontlast. Ze hadden men mijn vriendin zo onder druk gezet dat ze iedere naam die ze kende op had gegeven: in totaal dertig personen werden beschuldigd voor iets, wat ze niet hadden gedaan. 30 jaar later kreeg ik van die vriendin een kaartje waarop stond sorry.Ze had dus 30 jaar lang met een enorm schuldgevoel geleefd.Jaren later kreeg ik een bericht dat ze overleden was.De laatste 10 jaar van haar leven was ze ziek.Anorexia. Ze had die schuldgevoelens op haarzelf geprojecteerd.De gruwelijke WAR ON DRUGS.  de war on drugs / oorlog tegen medicijnen.                                                “Waanzin is steeds opnieuw hetzelfde doen, en dan verschillende uitkomsten verwachten” Albert Einstein (1879-1955) ooit zal iemand zich daar ooit voor moeten excuseren.   foto VERF ED van keramisch werk van tjok dessauvage ceramics "orbit"

verf ed
15 0

1302. Immigranten van tijdens de Hollandse periode en omvolking.

  Die namen. De wever, van Grieken, de winter.Dat zijn uit oorsprong geen Vlaamse namen.  Mijn naam werd  reeds genoemd tijdens de middeleeuwen. Ik ben een trotse Vlaming maar die heren en dames die zichzelf het Vlaamse kleed aantrekken, vertegenwoordigen mij niet.Ik maak dikwijls de bedenking dat die bovengenoemde heren in 1302  Hollandse slavenschepen waren aan het optuigen terwijl mijn Vlaamse voorouders samen met  Walen vochten tegen het leger van de Fransen. De jambons. Die strijd in 1302 had enorme gevolgen voor een ander land.Doordat de Franse elite strijders in Kortrijk vermalen werd kon de Franse koning zijn belofte aan de Schotse koning niet voldoen.Zo won Engeland en werd Schotland opgeslokt in het Verenigd Koninkrijk.   Meer nog die heren en dames stelen de Vlaamse identiteit. Omvolking noemen ze dat alleen gaat het hier over Hollanders die Vlaanderen Hollands willen doen worden.  De Val van Antwerpen in 1585 was destijds een bittere nederlaag in de strijd tegen het katholieke Spanje.  Maar de protestanten zijn terug. Onder de naam Vlamingen. de wolf in schapenvacht. Ik ken ze de Vlaams-nationalisten. Ik zat met hen in de jeugdclub in Izegem, daar kweken ze Vlaams-nationalisten.  Ik werd zelf eventjes tijdens mijn puberteit beïnvloed. De  gebroeders van raemdonck, twee Vlamingen en een waal die samen stierven, elkaar omarmd. Belgisch  LGBTQI+  voor zijn tijd,  de kaakslag door de Franstaligen die op het slachtveld van de Tweede Wereldoorlog geen Vlaams wilden spreken, zodanig dat veel Vlamingen de dood vonden omdat ze bevelen niet verstonden.  Als puber vond ik dat allemaal zeer dramatisch. Het heeft niet lang geduurd, want daar waren de Beatles en Rolling Stones en de jaren 60.  … PEACE en LOVE ….. Zo is een van mijn toenmalige vrienden de zoon van een collaborateur, die werd richting katholieke universiteit gestuurd. Ik zoon van een arbeider had geen keus, ik moest de fabriek in om te produceren voor het nieuwe heren ras.  Dat was niet zo vreemd want tijdens Operatie Gutt gaven veel collaborateurs hun fortuin aan de kerk hoogstwaarschijnlijk met de belofte hun kinderen hoogstaand onderwijs te geven.   Er moet nog een horde genomen worden, België moet worden vernietigd.   Mijn toenmalige goede vriend studeerde aan de universiteit tot lang na zijn 30 jaar de eeuwige student met ons belasting geld. Terwijl ik vanaf mijn 14 jaar door te werken in soms vuile fabrieken en dus belastingen betaalde. En dus die goede vriend zijn studie betaald. Toen hij hoog geschoold aan het werk ging  stuurde hij zijn opbrengsten naar buitenlandse rekeningen. Met de leuze GEEN GELD VOOR HET CORRUPTE BELGIË. Dat hij er daardoor voor zorgde dat ik en nog vele anderen meer belastingen moesten betalen en er minder voor terugkrijgen zoals het laagste pensioen van west Europa voor de hardwerkende Belgen. Het kan hem niks schelen want hij heeft zijn schaapjes op het droge.  Zijn broer bakt het nog bruiner. Als ambtenaar in de federale Belgische administratie werkt hij 10% voor de federale overheid en 90% voor zichzelf in een firma die hij oprichtte. Wat mij toch zeer verbaast: er moeten daar blijkbaar controles zijn? Of medeplichtigen?  Anders gaat mijn belastinggeld toch maar naar de geld verspillende Walen. Is zijn verdediging. Maar hij bedoelt het seculiere deel van België. Of anders geschreven: die zogenaamde strijd tussen Vlamingen en Walen blijkt in werkelijkheid de strijd tussen het Vaticaan en de Franse Revolutie. Tussen katholiek en seculier.  Wat in het kort de zogenaamde Vlaamse strijd is.  Vlamingen omvolken tot gelovige holanders. Pech protestant  Nederland staat niet te wachten op katholiek Vlaanderen. Ze lachen er mee.  Of Vlaams nationalisten zijn gewoon een goede? Grap. De hardwerkende Vlamingen zijn nodig om de buitenlandse rekeningen te spijzen. Toen louis tobback  iedere politieambtenaar naar iedereen die een joint gebruikte stuurde. Toen werden zonder de minste problemen miljarden als vlaamse-nationalistische  oorlogskas naar het buitenland versast. Eerst naar Luxemburg, dan naar het eiland MAN een film wat er met dat geld gebeurt op Netflix : THE SPIDERS WEB . Zeer verhelderend. Nu zitten ze in Zuid-Afrika. Te feesten en al die vlamingen uit te lachen die wel corect zijn belastingen betaald. Foto VERF ED 1995 Mechels plein antwerpen

verf ed
11 0

a.m.a.d.a. amadezen en p.v.d.a.

Alle macht aan de arbeiders was hun naam. Toen ik geconfronteerd werd met die naam moest ik toch even slikken. Ik dacht aan mijn collega’s in de fabriek. Het idee dat zij opeens alle macht zouden verwerven, ik was er niet goed van. Ik denk dat vanaf het ogenblik dat in de Sovjetunie de arbeider in de drukkerij besliste wat de schrijver moest schrijven, het gedaan was met de USSR. In 1968 ik was 16 jaar. Werkend in de fabriek vanaf mijn 14 jaar. De amadezen vonden mij in de jeugdclub vroegen of ik mee de arbeiders wou overtuigen dat er een revolutie op handen was. Een week later stond ik voor een arbeider, hij was zijn auto aan  het wassen voor zijn sociale woning. Naast zijn tuintje. De student naast mij wier vader in een veel grotere wagen reed wier huis veel groter was en zijn tuin emens. Die droomde van de revolutie. Die minachtte blijkbaar die arbeider.  Ik dacht, hier klopt toch iets niet. Wat ik pas later begreep, was dat de student bij mij was om mij te controleren. Controle daar zijn ze voor. Zoals voor  dictators en massamoordenaars  stalin, mao dat zijn hun vriendjes. De dictatuur van Cuba, Venezuela, daar zijn ze SUPER FANS van. Zeer eigenaardig ze zeggen dat ze tegen het kapitalisme zijn maar een van hun grote helden China daar zijn na de invoering van het kapitalisme miljoenen Chinezen uit de armoede gehaald. Dus leugenaars zijn ze ook. China is ondertussen de grootste kapitalistische dictatuur. Maar u kent de natuurwet DICTATUREN  vallen. De amadezen werden PvdA, nog even gehersenspoeld als vroeger. Tijdens een SKEPP etentje in Hasselt  was er 1, hij stond buiten te wachten in de kou  om ons te overtuigen. Nog even volhardend gehersenspoeld. Pier Paolo Pasolini zei over die studenten op de universiteiten die tegen de overheid letterlijk op politieagenten sloegen.   Dat die politieagenten de zonen waren van de arbeiders van de lagere klasse. De zonen van de hogere klasse die sloegen op de zonen van de lagere klasse. Kortom een bloederig feest van de hogere klasse tegen de lagere klasse. Ironisch genoeg zei de zonen van de hogere klasse dat ze streden voor het succes van die lagere klasse. Het feest heeft niet lang geduurd, een paar jaar later waren de toenmalige revolutionairen aandeelhouders in de fabriek van hun vader. En werden ze junkies of yuppies. Toen kon het feest van de hogere klasse pas goed op gang komen. De uitbuiting door de vroegere revolutionaire van de onderklasse startte op de dag dat Ronald Reagan, het feest inzet. De studenten romantiek van die tijd vertelt over de napalm in de morgenHa ha ha napalm in de morgen  ha ha het was eerder kots,  duvel, wiet, heroïne ook wel S.M.A.K. genoemd. Ha ha ha, Napalm ha ha ha. In hun studente dromen, ja.     Foto VERF ED 1995 mechels plein antwerpen    

verf ed
8 0

Griekenland.

Wie kent nog de Antwerpse stadskrant?DE NEUS.Ik heb er nog voor gewerkt.Rond die tijd moest ik mijn paske vernieuwen.Wie kent nog de dienst bevolking in de lange nieuwstraat, de rij loketten, achter ieder loket een prompte dame.Voor vooroorlogse typemachines."En wat doet u nu voor werk?" vroeg die Dame.Even uit mijn lood geslagen mompelde ik: "he, he, ik werk voor een krant".Na een flink geratel kwam mijn paske tot mij terug, Journalist stond erop. De reactie van de toenmalige Rijkswacht ambtenaren op dat gegeven was verbijsterend.Daar ik altijd nogal bohemien gekleed rond liep, loop, (langharig werkschuw weet u nog) was ik een zeer gewild slachtoffer van het idee, dat vuil slecht, proper goed is, de dwangmatige zuiverheidgedachte die tot onze cultuur behoort.De mandarijnen van deze gedachten vonden in mij een ideaal slachtoffer om hun tijd door te komen.Honderden keren werd ik staande gehouden."PASKE" was de aanspreektitel.Tot op dat paske journalist verscheen! Als ik nu schrijf dat de mandarijnen opeens door het stof kropen/kruipen, ver zal ik er niet naast zitten. Ik dacht opeens aan de papiertjes waar de middeleeuwers mee zeulden. Het papiertje heeft me ooit in een zonnig vakantieoord gered.Net voor het vertrek uit dat zonnige vakantieoord constateerde ik dat mijn paske verdwenen was."U zult naar de hoofdstad moeten" zei de eerste de beste ambtenaar die ik aanklampte.De hoofdstad was 1500 km verder en met nog een euro te gaan.De wereld stond eventjes stil.Ik begon iedere ambtenaar aan te klampen die er maar ambtenaar genoeg uitzag.Het vliegtuig vertrok 30 min later.Het werkte.Opeens werd ik doorverwezen.Ik eindigde in een kaal bureau.Na mijn naam en adres vroeg de ambtenaar mijn beroep."Journalist" zei ik.De man greep naar een grote zwarte voorhistorische telefoon. De dag tevoren hadden we een havencafeetje bezocht, een cafeetje in de stijl dat er niet veel toeristen komen.Tot ik opeens besefte dat de helft van de mede cafégasten Antwerps praten.En erger nog, verstonden. Toen de ambtenaar de telefoon greep dacht ik: als er een is die Antwerpen kent en vraagt welke krant?Want de stadskrant 'De neus' werd toen beschouwd als gezagsondermijnend (subversief).De man van het bureautje had iets te maken met kolonels. De man die binnen snelde had niks van dien aard in zich.Hij stelde vooral belang in wat ik vond van zijn zon overgoten land.Daarin kon ik hem gerust stellen: ik zou zeker terug komen.Van Antwerpen wist hij dat het een voorstad van Amsterdam was.Ik verzekerde hem dat het eerder Parijs was want met Amsterdam wou ik niet vergeleken worden: zonovergoten landen hebben meestal zonovergoten cellen en er is watertekort.Maar voor die man was het allemaal gelijk.En toen ik hem in herinnering bracht dat Antwerpen in België ligt dichtbij Brussel toen gingen zijn oogjes blinken.Brussel mompelde hij. Verschillende keren. En opeens realiseerde hij zich dat een van de bewoners van dat wonder Brussel bij hem stond.Hij had hem zelfs nog geen versnapering aangeboden, hij had de grondregels van zijn gastvrijheid geschonden en dat stond nu al vast daar zou hij voor boeten. Maar opeens verscheen een grijns op zijn gezicht.Niet hij zou pijn lijden maar zijn honden van ondergeschikten dat ze zo een belangrijke bezoeker van hun schone landje zo slecht behandelden.Maar nu moest hij zelf de bezoeker op gepaste wijze behandelen - straks zou hij zelf de honden afstraffen met een zweep- en.....Ik onderbrak zijn gedachtegang en vroeg hem of het probleem opgelost kon worden."Probleem?" Opeens zag hij een manier om alles goed te maken. "Het probleem van de diefstallen op luchthavens is een Europees probleem dat alleen door Brussel kon opgelost worden" zei hij. Het eeuwenoude Zuid Europees fatalistisch gevoel kwam over ons heen gevallen als een deken.Een bestolen journalist in een zonovergoten toeristisch land is niet de beste reclame.Hij begeleidde me naar het vliegtuig.En wuifde me na.Als om uit te wissen, wat mij van negatieve gedachten zou overblijven.Van het landje waarvan hij houdt en om die bezoeker te laten terugkeren vanuit dat verre Brussel Zo ziet uWat een aantekeningKan veroorzakenDe middeleeuwen   FOTO verf ed TOMAAT ACRYL HARISSA

verf ed
0 0

Afscheid van de geobsedeerde sex

Het was op een morgen dat ik met een barstende kop van de eerste avond, straalbezopen was ik in bed gekropen, aan de ontbijttafel gezeten en kusjes uitdelend, een van de Zweedse mannen naast mij ontwaarde.Björn, met zijn gebruinde lijf en zijn vlezige lippen. We praten wat in ons stamelend Engels en de ganse dag communiceerden wij, soms op een afstand, soms dichtbij, tot we 's avonds samen onze lichamen deden spelen. Er is ook Willempje, waar ik een ganse avond mee dans, waar ik me aan opgeil, en die de ganse nacht bij mij blijft. De eerste avond, discoavond wou ik zo hard iemand versieren dat ik stomdronken alleen onder de lakens moest toen ik mij de volgende dag met een zware kater bij de meute terug vervoegde, besefte ik dat het niet mogelijk was iemand het bed in te slepen in een sfeer waar iedereen constant bij elkaar was.Wilde je iemand leren kennen, vond je iemand lief, dan ging je met hem eten, deed je de afwas samen, wandelde je, praatte je, kortom leefde je samen. Toen 's avonds de muziek speelde, danste je samen. En als je allebei dezelfde herkenning had gevoeld, ging je ook samen vrijen. Niet meer die barsfeer moeten ondergaan, zonodig versierd-te-moeten-worden. Gewoon samenleven. Zoals Pierre uit Lyon, mijn vriend die ik de eerste dag in zijn blootje had zien rondlopen, waarbij ik twee nachten heel dichtbij, pratend, heb doorgebracht. Hier geen verplichting om te seksen, maar wel een behoefte om te kennen en te voelen, waar hij mee bezig was, hoe hij was, en wat hij was. En Pierre uit Parijs die ik de eerste dag als leuke bedgenoot beschouwde en in wiens armen ik de nacht erop heel zachtjes, samen in de roes van Armagnac en Ricard, indommelde. Hij die enkele dagen later bij mij kwam wegens een nog niet uitgesproken verliefdheid die met zijn betraande gezicht mij ook bijna aan het huilen bracht. Maar ik kon niet meer. En Mathias, die lieve Nederlander, die op een dag dat ik diep in de put voor mij uit zat te staren, mij uitnodigde om koffie te gaan drinken in een van de omliggende dorpjes. Daar voelde ik weer het ongenoegen van de buitenwereld over het manifest homo-seksueel zijn, mijn nagels waren gelakt en mijn ogen geschminkt. Toen wij het café binnenkwamen, zagen wij het nadrukkelijk begluur en gegiechel van het cliënten, en het gezicht van de patroon, dat versomberde naarmate hij ons een voor een bekeek. En dan nog Eef, de lieve man waarmee ik de terugreis deed. Twee dagen langzaam afgekickt en elkaar begeleidend, "onze plaats" terugvindend, tussen het "normale?". Ik herinner me de paranoia die in het begin van het kamp velen bang maakte voor de onvriendelijke dorpelingen en een mogelijke politie-inval. Maar ook onze solidariteit toen wij onze huisbaas de deur uitgooiden omdat hij onze sfeer verziekte. Deze stukjes zijn ogenblikken geweest van intens leven. Ik vertel niet alles want dat zou ik niet kunnen. Een ervaring van veertien dagen herkenning met allen van het kamp, waardoor ik gesterkt terug in de fallokratische maatschappij kwam. Een plaats waar ik terug besefte dat mijn homoseksualiteit voor mij een mogelijkheid was om te experimenteren met mijzelf en met de mensen rondom mij, en van hieruit mijn homo-zijn als een constante verrijking aan te voelen, als enkeling in een groep die steeds bezig is te zoeken naar zichzelf.   FOTO verf ed BLOEMENKLEUREN poppy in het veld

verf ed
0 0