Lezen

Afscheid van de geobsedeerde sex

   Het was op een morgen dat ik met een barstende kop van de eerste avond (straalbezopen was ik in bed gekropen), aan de ontbijttafel gezeten en kusjes uitdelend, een van de Zweedse mannen naast mij ontwaarde.Björn, met zijn gebruinde lijf en zijn vlezige lippen. We praten wat in ons stamelend Engels en de ganse dag communiceerden wij, soms op een afstand, soms dichtbij, tot we 's avonds samen onze lichamen deden spelen. Er is ook Willempje, waar ik een ganse avond mee dans, waar ik me aan opgeil, en die de ganse nacht bij mij blijft. De eerste avond, discoavond wou ik zo hard iemand versieren dat ik stomdronken alleen onder de lakens moest toen ik mij de volgende dag met een zware kater bij de meute terug vervoegde, besefte ik dat het niet mogelijk was iemand het bed in te slepen in een sfeer waar iedereen constant bij elkaar was.Wilde je iemand leren kennen, vond je iemand lief, dan ging je met hem eten, deed je de afwas samen, wandelde je, praatte je, kortom leefde je samen. Toen 's avonds de muziek speelde, danste je samen. En als je allebei dezelfde herkenning had gevoeld, ging je ook samen vrijen. Niet meer die barsfeer moeten ondergaan, zonodig versierd-te-moeten-worden. Gewoon samenleven. Zoals Pierre uit Lyon, mijn vriend die ik de eerste dag in zijn blootje had zien rondlopen, waarbij ik twee nachten heel dichtbij, pratend, heb doorgebracht. Hier geen verplichting om te seksen, maar wel een behoefte om te kennen en te voelen, waar hij mee bezig was, hoe hij was, en wat hij was. En Pierre uit Parijs die ik de eerste dag als leuke bedgenoot beschouwde en in wiens armen ik de nacht erop heel zachtjes, samen in de roes van Armagnac en Ricard, indommelde. Hij die enkele dagen later bij mij kwam wegens een nog niet uitgesproken verliefdheid die met zijn betraande gezicht mij ook bijna aan het huilen bracht. Maar ik kon niet meer. En Mathias, die lieve Nederlander, die op een dag dat ik diep in de put voor mij uit zat te staren, mij uitnodigde om koffie te gaan drinken in een van de omliggende dorpjes. Daar voelde ik weer het ongenoegen van de buitenwereld over het manifest homo-seksueel zijn, mijn nagels waren gelakt en mijn ogen geschminkt. Toen wij het café binnenkwamen, zagen wij het nadrukkelijk begluur en gegiechel van het cliënten, en het gezicht van de patroon, dat versomberde naarmate hij ons een voor een bekeek. En dan nog Eef, de lieve man waarmee ik de terugreis deed. Twee dagen langzaam afgekickt en elkaar begeleidend, "onze plaats" terugvindend, tussen het "normale?". Ik herinner me de paranoia die in het begin van het kamp velen bang maakte voor de onvriendelijke dorpelingen en een mogelijke politie-inval. Maar ook onze solidariteit toen wij onze huisbaas de deur uitgooiden omdat hij onze sfeer verziekte. Deze stukjes zijn ogenblikken geweest van intens leven. Ik vertel niet alles want dat zou ik niet kunnen. Een ervaring van veertien dagen herkenning met allen van het kamp, waardoor ik gesterkt terug in de fallokratische maatschappij kwam. Een plaats waar ik terug besefte dat mijn homoseksualiteit voor mij een mogelijkheid was om te experimenteren met mijzelf en met de mensen rondom mij, en van hieruit mijn homo-zijn als een constante verrijking aan te voelen, als enkeling in een groep die steeds bezig is te zoeken naar zichzelf. Montaigue de Quercy, Frankrijk Mont des Tante foto gallery VERF ED https://www.2dehands.be/seller/view/m2113323098

verf ed
0 0

HOE ZELFS LINKS MIJ DISKRIMINEERT ALS HOMO

Toen ik op veertienjarige leeftijd verplicht werd op de fabriek te gaan werken had de maatschappij al een kiem gelegd van ontevredenheid. De ongelijkheid was mij al duidelijk geïllustreerd tijdens mijn schoolperiode: er werd geen enkele speciale moeite gedaan om mijn interesse te wekken voor de leerstof. Ik werd enkel, met veel straffen, uit een analfabetisme gehaald, niet meer of minder. Want de traditie eiste, dat de mensen die in mijn arbeidersbuurt woonden, op veertienjarige leeftijd gingen werken. De nonnen trachten er dan ook geen intellectuelen van te maken. Tot grote spijt van mijn omgeving, vond men mij terug in de politieke middens van mijn stad. Mijn interesse was gewekt door een lieve jongen uit dat milieu, waarop ik onbewust verliefd geworden was. Ik vond er mijn eerste verwoording (ik meen begrip) voor mijn onderdrukte positie als arbeider. In die omgeving was iemand die mij,als enige arbeider, interessant genoeg vond om deel te nemen aan de Derde Wereld-beweging (die later Amada werd en nu PvdA), die toen actief was. Nadat ik enkele vergaderingen had meegemaakt, werd ik voor de eerste maal geconfronteerd met het volstrekt onbegrijpelijke taalgebruik dat ze ten opzichte van mij als arbeider gebruikten (het was de eerste maar niet de laatste maal), en ook met de afstandelijkheid op emotioneel gebied. Alles mocht als men maar de taal van Marx sprak. Doch dat belette niet dat ik bewuster werd van mijn positie als arbeider. De kiem kreeg wortels. Doch de spanning veroorzaakt door mijn marginalisering als arbeider tussen intellectuelen, en de inconsequente houding in het dagelijkse leven maakte dat ik me daar niet meer thuis voelde, en de weg opging naar het apolitieke milieu. Op negentienjarige leeftijd verhuisde ik naar Gent (later Leuven, Brussel, en nu Antwerpen) en men vond mij terug in tal van groepen die met elkaar gemeen hadden dat men zocht naar een nieuwe maatschappijvorm. Het was echter duidelijk dat mijn bewustzijn als arbeider en mijn bewustzijn als homo niet gelijk evolueerden. Als kind had ik uitgebreide sexspelletjes met mijn vriendjes (die nu opeens hetero's schijnen te zijn), zodat ik volop mijn homo-erotiek kon uitleven: maar ik kreeg in mijn jeugdige situatie ook de indruk (over sexbeleven werd niet gepraat, het werd belachelijk gemaakt) dat alle mensen, ook in andere milieus, homo-erotische gevoelens hadden en die op een of andere manier naar buiten brachten, het fijn vonden, maar belet werden om die openlijk te beleven. Toen ik ongeveer twaalf jaar was had de gevestigde macht onder de vorm van de kerk en mijn opvoeding een zodanige invloed op mij, en werkte zodanig aan mijn schuldgevoel dat ik werd gedwongen slecht te vinden wat ik fijn vond. Daardoor briefde ik in de biechtstoel mijn sexspelletjes over met een jongetje waar ik ontzettend veel van hield, en die mij dat prachtige gevoel van spanning gaf. De pater bedacht mij niet met een bedevaart naar het G.O.C., maar met een bidprogramma van een week. Hij verbood mij nog zo'n dingetjes te doen. Ik moest hetero worden. Ook de linkse beweging waar fallokratisch gedoe als een normaliteit werd gehanteerd sterkte mij in het idee van de hetero-van-zelfsprekend heid. Dus klasseerde ik mezelf als hetero. Dus werd ik hetero. Op twintigjarige leeftijd kon ik dat niet meer aan. Ik voelde me genoodzaakt (verplicht)de bars in Brussel te gaan bezoeken. In mijn dagelijks leven werd ik hetero en 's avonds homo. Mijn verhuis naar Leuven, mijn werking in de werkgroep Marginaliteit en mijn verblijf in de "Pimpel" zijn erg belangrijk geweest voor mijn evolutie als homo. Daar kon ik voor de eerste maal mijn homo-zijn verwoorden. Daar buiten echter ging mijn schizofreen leven verder. Op een dag, in de enige bar die Leuven rijk was, ontmoete ik een lieve jongen die in de Leuvense Studentenwerkgroep homofilie (LSWH) bleek te werken. Als goed militant sleurde hij me mee naar een van hun vergaderingen. Ik wist maar heel vaag van hun bestaan, daar hun werking toegesplitst was op studentenbevolking. De rest van de onderdrukte homo's die geen bindingen hadden met de universiteit, konden het bestaan ervan rieken. Alleen voor de toekomstige dokters en intellectuelen werd de loper van de hulpverlening gelegd. Maar ja, eens erin werd je wel getolereerd. En toen ik hoorde wat ze allemaal deden, opvang, wekelijkse vergaderingen, gespreksgroepen, dacht ik dat mijn leven ging veranderen. Niet meer die ellendige bars, die constante uitbuiting van onze gevoelens, het ellendige gevoel naar de hoeren te moeten lopen als je behoefte hebt aan affectie. Weg ermee: leven. De LSVH betekende voor mij een lichtpunt. Daar dacht ik mensen te vinden die net als ik naar buiten wilden komen. Ons homo-zijn niet meer verbergen. Ik hoopte bij hen de sterkte te vinden om op straat te kussen, gearmd te lopen, mijn homoseksualiteit te tonen. Ik dacht binnenkort geen problemen meer zou zijn. Ik hoopte op mensen die achter mij zouden staan om mij te leren in verzet te komen tegen die constante vernedering te worden beloerd, bespot, uitgescholden.Maar de droom was kort. De teleurstelling pijnlijk. Er werd zoiets gezegd als "dat we de mensen niet moesten shockeren, want we moesten die hetero's de tijd gunnen en vragen ons te tolereren".En hoe die het dan moesten leren met ons te leven, bleek uit de vele gespreken over "hoe leg ik het aan boord gelukkig te leven in deze heteromaatschappij", wat zoveel betekent als "hoe leer ik mijn homogevoelens onderdrukken voor de hetero's". De heteronormaliteit werd nooit in vraag gesteld, alleen wij homo's werden constant betwijfeld. Geen dromen meer over het naar-buiten-komen. Ons bed, onze kamer, de bars, de werkgroep: afgebakende plaatsen waar ik mijn homo-zijn mocht beleven, daarbuiten was op eigen risico. Daarbuiten was er niemand die mij hielp. De maatschappij werd niet in vraag gesteld, hooguit soms gecorrigeerd. Na een aantal vergaderingen vervloog de droom en zat ik terug in de bar. Daar kon ik vinden waar het mij om ging: mannen. Door de hele dag mijn homogevoelens te verdringen, zat ik zodanig in de knoei dat ik nog maar één idee had: de bar in en een lekkere man opscharrelen. Wie of wat hij was had geen belang. Dat kon ook niet, want meestal was de sfeer zo vervreemdend en de decibels zo luid dat zelfs denken onmogelijk was.'s Morgens werd de man na een tas koffie gewoon op straat gedropt. En zo ging het verder tot ik op een dag op een van die "intieme homofuifjes" een vriendje opscharrelde die bij de ROOIE VLINDER bleek te zijn en die zei dat ze de volgende dag samen zouden opstappen in de 1-mei-betoging. Dus 's anderendaags ik mee op straat, wat meteen ook mijn aansluiting werd bij de ROOIE VLINDER; de vergaderingen waren leuk. Er werd gelachen en gepraat en vooral: er werd iets ondernomen tegen mijn,onze onderdrukking. Hier mocht ik zeggen dat niet ik alleen het was die mijzelf niet aanvaardde, maar dat de maatschappij me daar geen mogelijkheid toe gaf. Na de vergadering werd er meestal een pint gedronken in een'gewone'kroeg en die hetero's waar het eerst wat aan wennen was, vielen ook mee, kwamen ons ook kusjes geven (niet altijd met evenveel overtuiging, maar ja, beter iets dan niets). Daar heb ik terug de draad opgenomen van mijn verzet tegen het conservatisme. Ik wist dat ik niet meer alleen stond. We beseften dat we elkaar nodig hadden als steun in de dagelijkse realiteit. En het werd mooi flikker te zijn. Mijn schuldgevoel maakte plaats voor een zelfbewuster houding (die me nu soms verweten wordt). Gedaan met het steeds maar rekening houden met hetero's: van nu af moesten zij ook rekening houden met ons. Janet zijn is mooi, en zou steeds mooier worden. De vakantie stond voor de deur, ik naar Zuid- Frankrijk naar een alternatief Janetten-kamp. Daar veertien dagen samen met homo's uit heel Europa, ondervonden we die solidariteit, die alleen onder verdrukten mogelijk is. Ook het feit dat mensen mij mooi, lief en erotisch vonden bevrijdde mij van tal van complexen opgedaan in het heterogetto. En weer kwam ik sterker terug. En na een jaar ROOIE VLINDER heeft de boom bladeren gekregen. Hij is nu sterk genoeg om in het verzet te blijven. De bloemen zullen echter alle vruchten krijgen als de solidariteit van de progressieve beweging groot genoeg is en steunt op het consequent in-vraag-stellen in de dagelijkse praktijk van het eigen fallokratisch gedrag. De fallocratie is een dynamiek van de conservatieve beweging en de oorzaak van de onderdrukking van zowel vrouw als man. Er resteert geen andere keuze dan de consequente afbraak van die dynamiek. Iedere stap in die richting maakt mijn homoseksualiteit mooier, vrijer. Deze tekst verscheen in de rooie vlinder krant 1975 FOTO gallery VERF ED https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/

verf ed
0 0

Flowerpower

Ik sta op, doe mijn plank- en evenwichtsoefeningen, drink een stevige combinatie gember - kurkuma, en begin aan mijn wandeling. Wanneer ik het donkere deel van de tunnel onder de spoorweg uitkom en naar rechts afsla, struikel ik bijna over een man die daar zit. De ochtendzon op het verweerde gezicht, een stapel papieren op de schoot, een balpen in de hand. 'Oei, ik schrok!''Ja, ik zit hier omdat ik ruzie heb met mijn vriendin.''Even wat afstand nemen kan deugd doen. Tot rust komen ...'  Ik stap verder naar boven, de man hervat zijn schrijven. Hij ziet eruit alsof hij net ontsnapt is uit het jaar 1968. Flowerpower. Even verderop begint een vrouw haar voortuintje te maaien met een masker op. Zo een uit de pandemietijd. Ze steekt haar hand op, ik zwaai terug. Denk: gekke mensen. Maar dan: misschien helpt het bij hooikoorts?Ik denk aan de man in de tunnel, hoe triest zijn glimlach was. Als hij er dadelijk op mijn weg naar huis nog zit, neem ik me voor, dan mag hij zijn hart uitstorten. Misschien kan ik hem een abrikoos geven. Ik moet terugdenken aan de jogger in het bos die, lang geleden, halthield aan de bank waarop ik zat, begon te stretchen, en mijn hele trieste verhaal over mijn scheiding aanhoorde. Me moed insprak. Ik kom Roger tegen en we wandelen een stuk samen, zoals we wel vaker doen. Zijn vrouw is nu vier jaar dood, en hij leert alleen te leven. Dat lukt hem steeds beter. We spreken onze immense bewondering voor de Special Forces-kandidaten uit. Davina, Geert, Loïc. Boven ravijnen hangen, langs watervallen omhoogklimmen, in diepe waters springen. En dat hij, Roger, straks gaat petanquen.Bij zijn appartement laat ik hem achter. Hij nodigt me weer uit om eens koffie te komen drinken. 'Allez ja, als ik thuis ben, hè', voegt hij voor de duidelijkheid toe. De man zit nog steeds op zijn plekje in de zon op de afdaling naar de tunnel. Hij kijkt op van zijn papieren, bromt een groet vanachter het hippiehaar. 'En, voel je je al wat lichter?' vraag ik, mijn pas inhoudend. Zijn blik is alweer naar beneden gegaan, hij zwijgt. Negeert.Ik sla de hoek om, de donkerte in, en denk: peace.

Katrin Van de Velde
6 1

Koekoek

Dialoog tussen twee kersverse geliefden die mekaar vonden via Bumble.   E: Waarom schrijf je niet over je moeder? O: Omdat ik het haar kwalijk neem. Zij had zoveel beter kunnen krijgen dan ... En ik voel me schuldig dat ik dat denk. Ik voel me eigenlijk al heel mijn leven schuldig. E: Schuldig over wat? O: Dat ik zo’n slecht karakter heb, dat ik zo verwend ben, enig kind, egoïstisch. E: Voel je je schuldig of schaam je je? O: Ik kon me niet blootgeven, en zij waren beide ‘all over the place’. De meest aanwezige mensen die ik ken. Maar ik was de slechterik. Ik had alles, ik was rotbedorven. Pfft, ik was zo eenzaam, onze vrije tijd zag er lang als volgt uit: films huren uit de videotheek, en maar gapen naar de tv. Ik was het eenzaamste kind ter wereld tot mijn twaalf jaar. Mijn vader speelde wel met mij. (O. pinkt een traantje weg.). Zoals hij met H. catchte, vocht hij ook met mij om te spelen. Ik kan me niet herinneren dat mijn moeder ooit met mij speelde. Monopoly, ja, Mens Erger Je Niet. Maar het was vooral speelgoed, tv en strips. Met dat speelgoed speelden ze nooit mee. Is dat normaal? Ik was enig kind, ik had alleen sporadisch vriendjes over de vloer, klasgenootjes, buurjongetjes. E: Besef je dat gemis nu pas, of ook toen al? O: Nee, dat is het gekke, ik voelde dat niet. Ik miste niks. De wereld ging wel open vanaf het middelbaar. Vanaf dat ik begon te skaten ook. Vanaf mijn vijftien jaar ging ik ook niet meer mee op reis met mijn ouders. Maar ik durfde ook amper buiten de tuinwijk te komen op een gegeven moment. Ik was bang voor Marokkanen, ik kan het niet anders benoemen. Maar ik zat ook zo gevangen in een kinderlichaampje. Een echt lichtgewicht. E: Maar je had eens gezegd dat je libido wel hoog lag. O: Pff, soms vraag ik me af of mijn OCD niet gewoon autisme is. Ik ben zo gevoelig, verlegen, nerveus, bloedgeil. Ik steel voortdurend met mijn ogen. Vroeger was dat nog erger. Ik herinner me nog steeds de dikke poep van een Parisienne in 1993. Zo was dat vroeger, voor porno zo alomtegenwoordig was, je loerde, je onthield, en dan later fantaseerde je daarover als je jezelf bevredigde. E: Gezellig onderwerp om met je lief te bespreken. O: Ja, redelijk verknipt. En dan door de SSRI’s die mijn OCD moeten inperken, moet ik door de nevenwerkingen veel harder zwoegen voor mijn orgasme. Maar ik wil even terugkeren naar dat autisme. Soms definiëren ze dat als een soort übermannelijkheid. Klopt dat? E: Misschien moeten we in plaats van labels kijken naar wat je ervaart. O: FFF, ik lijk eigenlijk permanent in fight, flight, freeze modus te zijn. Daarom was ik ook zo’n hikikomori. Ben, want ik zit terug vast sinds ik niet meer werk. Dat lijkt me zelfs al een volledig vorig leven. Ik vind dat onvoorstelbaar dat ik ooit voor een klas heb gestaan. E: Als je het over de artiest in jou hebt, zou je dan vrede hebben met de waanzin die daar ook bij komt kijken, het excentrieke, het miskende? O: Als ik had geweten wat ik nu wist voor ik vader was, dan had ik meer au fond gegaan. Maar nu leef ik niet meer voor mezelf. Ik kan leven op een mansarde, zolang het maar stil is. Maar m’n meisje toch niet? Even iets anders, over de kunst. E: Zeg maar, liever dat dan over je fantasmes.  O: De diertjes. Ik was vandaag gitaar aan het spelen op de ligwei, en plots leek de tijd even stil te staan, een bij helicopterde voor mij. Buiten de vleugeltjes was alles bewegingloos. Dat was magie. De mensenwereld staat nooit stil. Elke dag wel ergens het lawaai van een verbouwing, maar die bij deed het hem. Die bij met haar genen kan je helemaal traceren naar een prille aarde, tot de big bang zelfs. We hebben het al regelmatig over spectra gehad, maar jij en ik zijn ook een continuüm. Onze ouders, voorouders, ze zijn erin geslaagd van zich voort te planten. E: Overlevers volgens Darwin. O: Daarna heb ik in de vijver dan nog zo’n marmerkreeftje kunnen vangen. Ook de vijver is veranderlijk. Dit jaar zitten er meer kreeftjes in dan goudwindes lijkt het wel. Maar tien jaar geleden zwom je tijdens het paaiseizoen tussen de salamanders. E: Je hebt het echt getroffen met die vijver, hé? O: Ja, maar ik had ook geboren kunnen zijn op Zakynthos, of één of ander surfparadijs. Soit. Maar gisteren was ik ook aan het spelen op mijn gitaar. En een labrador of golden retriever kwam voor mij zitten en kijken, luisteren. Hij was zo gefascineerd. Zijn baasje liet hem doen, maar keek zelf niet naar mij. Een ander koppel lachte. Ze zagen dat die hond zo keek, zo nieuwsgierig was. En ook hier verwijs ik dan weer naar de chemische ‘lobotomie’. De vader van een jeugdvriend zei dat vroeger over een kopboring. Je wordt kindser, krijgt meer voeling met de natuur. Maar zelf voel ik me overspoeld door de snelheid en het geweld van de norm. Immer activiteit, innovatie, presteren, renderen. Ik vind het bezigheidstherapie, verveling, angst voor de existentie. Ik wil gewoon zijn, niet voortdurend worden, laat staan hebben. E: En toch consumeer je kennis bij de vleet. O: Ja, en is dat ook niet wat er niet klopt aan de voortdurende ‘analyse’? Ik wil voelen. Ik heb geen fysieke paniekaanvallen, en toch ben ik ‘iets’ dat ervoor zorgt dat de handrem niet afgaat. Moe, ja, het tegenovergestelde van fit, zo voel ik me. Daarom ga ik ijsberen, om toch maar te verkwikken, en daarom kick ik op snerpende violen, die gaan wel door merg en been.  E: Je tijd is op voor vandaag.  O: Yes, deze koekoek vliegt terug uit, wat een ‘concept’, uitgebroed worden door niet je eigen ouders, die parasiteren op de energie van een ander vogel/ouderkoppel. Daar zelfs door gevoederd worden. E: Weet jij waarom de film en het boek One Flew Over The Cuckoo’s Nest heet? Het is een aanklacht tegen de toenmalige psychiatrie. Wat heeft de koekoek ermee te maken? En een koekoek maakt toch geen nest? O: Zeggen ze over gekke mensen niet dat ze een beetje koekoe zijn? GIYF. Op internet vind je alles. Niet alleen porno en soloseks, maar zelfs de liefde. Lang leve Bumble. Lang leve het narcisme.   Tony Soprano - I'm Not Like Everybody Else - The Kinks

Kameraad 60
0 0

Walrus

Gesprek aan zee tussen een vader en zijn dochter, over een jaar of vijftig. Soundtrack:  Lachenmann - Gran Torso De vader: Voor je geboren werd, vroegen Bonnie en Pep zich af hoe je eruit zou komen. Zou je een donkere huidskleur hebben? Kroezeltjes? De dochter: Had dat gekunnen? Alleen mijn grootvader langs moeders kant was toch Kaapverdisch? En Kaapverdiërs zijn sowieso al een mix van Portugezen en West-Afrikanen. Die eilanden waren onbewoond voor de ontdekking van Amerika. V: Bij de bevalling had de gynaecoloog me goed bij mijn kloten. Hij zei: 'Je moet eens zien, een blondje.' En ik dan: 'Echt?' Bij mama zie je het wel, het exotische. Al zei ze altijd dat ze haar karbonkel van een neus van haar moeder heeft, haar vader had een fijne neus. D: En Melo was dus de naam van een zeekapitein die de Kaapverdische Eilanden aandeed? Kapitein Merel. Die kant van de familie had dan misschien tot slaaf gemaakten én slavendrijvers? V: Tja, is het belangrijk voor je identiteit? Dat is de tijdgeest. Vragen over sekse, gender, geaardheid, ras, religie. 'Bonnie en Pep zijn in de hemel', zei je vroeger. 'Jezus is mijn vriend.' Je was van je melk en moest huilen als je het Paasverhaal hoorde. In Amerika ben je Zwart bij één druppel bloed. Jij bent een wit quadroontje maar in de VS zou je Black zijn. Tenzij het zo onzichtbaar is dat er Zwart bloed door je aderen stroomt. Dan kan je de Bounty uithangen. Een Bounty met een jasje van witte chocola. D: Ik had zo graag een Palomino geweest. Dat heb ik van jou geleerd, dat woord. Het is een bruin tot donkerbruin paardenras met blonde haren. En ik had graag Creools kunnen spreken. V: Stel je dat voor: jij met een donkere huidskleur, blonde kroezeltjes en blauwe ogen ... Ik heb het altijd gezegd. Naast genderdysforie, waarom zou dat niet ook kunnen bestaan bij ras en huidskleur? Er is een reden waarom de ogen overdreven groot zijn in Japanse manga's. En in de jaren '80 ging iedere melkfles naar de zonnebank. En in Afrika werd de zwarte huidskleur dan weer massaal gebleacht. D: Rasdysforie, was jij geen wigger vroeger? Naar 't schijnt kon jij vroeger niet zwijgen over Muhammad Ali. V: Ik denk dat iedereen wel eens iemand anders wil zijn. Pepje wou Arnold Schwarzenegger zijn, jij vroeger Elsa van Frozen. D: Dat had pas extreem geweest: cartoondysforie. Er willen uitzien als een tekenfilmfiguur. In Azië had je naar 't schijnt Banana Girls. V: Schoten die in de peesjeshuizen van Bangkok geen bananen af met hun foor? D: Spreek jij zo in de buurt van je dochter? V: Ik ben misvormd door Pepje. Al kon Bonnie ook vloeken als een ketter. D: Banana Girls waren Aziatische vrouwen, 'geel' aan de buitenkant, maar ze wilden wit zijn. En bij O.J. Simpson werd beweerd dat de 'race card' de 'gender card' overtroefde. V: Je weet van mijn dwanggedachten en -handelingen. Als kind vroeg je al waar mijn pilletjes voor dienden. 'Dan denk ik niet teveel na', zei ik dan. Maar ik had als puber/adolescent de gekste zenuwtrek. Ik was niet tevreden over mijn neus, en ik probeerde die dan te kneden met mijn vingers in de vorm van de neus van River Phoenix. Maar in plaats van te veranderen van vorm werd die zo rood als een tomaat van er compulsief in te knijpen. D: En jouw overgrootvader, mijn overovergrootvader, den Bah, die nog een lobotomie zou gehad hebben ... Hét familiemysterie. Was het nu clusterhoofdpijn, teveel druk op zijn schedel met een kopboring als oplossing, of namen zijn collega's het hem kwalijk dat hij een stakingsbreker was en heeft hij dat nooit kunnen loslaten. Rara? V: En dan mijn peter? Waarom zat die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Wenen? D: Brand. V: De synagoge. D: 'De Joden staan aan mijn deur.' V: De eerste zoon van Bobonne, den Dolf, was zogezegd van een Canadees, later was het dan toch van nen Duits. Het loopt pas mis als we teveel navelstaren, denk ik. D: Er is een laatste dysforie, we verlaten het mens zijn. We overlappen de soorten. V: Ja, we komen op het terrein van het sjamanisme en pony boys. Ken je dat, pony boys? D: Ik wil het niet weten. V: Voodoo gaat over het stelen van krachten, volgens de Bantoefilosofie van pater Placide Tempels. Wij witte mensen geloven dat we Wezens zijn. De Bantoe gelooft dat hij een Kracht is, en die Kracht kan je stelen van elkaar. Zelfs in Marokko geloven ze in dat soort Djinns. D: En sjamanisme over 'shapeshifters'. Dieren die mensen worden en vice versa. V: Als kind al was je dol op diertjes. Maar zagen aan mijne kop voor een huisdier. En zelf poes spelen, hond, konijn, tijger, cheetah. D: En jij mij maar wijs maken dat je een walrus als huisdier ging nemen. Een kolos van een ton vet die door de vloer zou zakken en buurvrouw Ingrid zou pletten. Weet je nog aan zee? V: 'Papa, ik heb iets gezien.' En ik maar denken, o, ze heeft ook een grote krab gevonden, en dan ineens die zeehond die vastzat in het achtergebleven zeewater onder het staketsel. We hebben er een neus voor. D: Ik hou van de zee. Maar gaan we dit echt doen? Is het verantwoord? Riskeren we geen andere mensenlevens? V: Daarom vertrek ik ook bij nacht. En ik keer niet terug zoals Joachim van Babylon in het gelijknamige boek van Marnix Gijsen. Dit is even Japan, de shinto, seppuku, meester over mijn eigen lot. D: Ik ... V: Sssht, ik weet het, het is egoïstisch van mij, maar ik wil niet dat je me ziet zoals ik Pepje gezien heb, als een krijgsgevangene in Auschwitz of Buchenwald, een levende dode, ongeneeslijk, verteerd door de kanker. D: En dat ik dan rancune ga hebben, en tegen mensen ga zeggen, 'ik wou dat jij dood was en mijn vader nog leefde'. Word maar de walrus dan. Zwem de zee in, de nacht in, ik zal bidden dat er geen vissers zijn die je onderscheppen. Zwem tot je niet meer kunt, maar draai je niet om, immer westwaarts naar de ondergaande zon. V: Je wist toch dat ik een zeemeerman was, dat heb je toch altijd geweten? D: Een amfibie, een kikvorsman. V: Met botvorming diep in de oren. 'De kraakvis mag me kraken'. Ik wil niet weten wat je wilt. Maar het kan twee richtingen uit. Of ze vinden me terug, onder het zeewier, buiskwallen en zeesterren. Of ik verzink, verdwijn in de maag van een giftige Groenlandse haai. D: Is dit dan de laatste dysforie, die tussen leven en dood, tussen Eros en Thanatos? Wie is er het moedigst? Sterven in je eigen uitwerpselen in een ziekenhuisbed. Of? V: Ik ga niet zwemmen om te sterven, ik ga zwemmen om te leven. Tot ik niet meer kan. Dan verdrink ik, dochter zeemeermin. D: Vader walrus. V + D: De warme dood.

Kameraad 60
17 0

Het flikkerdom

Dialoog tussen twee mannen die toevallig hun naam delen met twee notoire homofiele Amerikaanse schrijvers Tennessee Williams (TW): Heb je dat debat gezien tussen Chris Janssens, Conner Rousseau en moslim Eli? James Baldwin (JB): Ja, een fragment, het viel me op dat Zuhal Demir daar ook was, maar zij kwam niet aan het woord, of toch niet tijdens het fragment. TW: Eli vond het niet kunnen dat in de kleuterklas tegen zijn vierjarig zusje gezegd werd dat het helemaal oké is dat meisjes met mekaar kussen. Zij is moslim en dat is verboden. JB: Het was nog een jonge man, secundair onderwijs dacht ik, maar het had een zekere gravitas. Bizar dat Vlaams Belanger én homo Chris Janssens meeging in het verketteren van de LGBTQI+-ideologie. TW: Conner was iets strenger. België is geen moslimland, zei hij. De enigste vrouw Zuhal Demir lieten ze niet horen. Wat zou zij gezegd hebben over vierjarige meisjes en kussen?  JB: Als naamgenoot van James Baldwin wil ik toch even die islam in vraag stellen. Toen ze in Europa nog lintjes in hun blokken droegen, was het Midden-Oosten sensueel, decadent, verfijnd. Er was homo-erotische literatuur die het hedonisme uitdroeg. De rollen zijn volledig omgedraaid. Ik heb medelijden met het gebrek aan humor, de taboes, de strengheid. TW: Heel die klas was wel tegen genderideologie. Niet alleen moslim Eli. Is het een ideologie? Herinner je je het WK in Qatar nog? Regenboogvlaggen en alcohol waren verboden, de Palestijnse vlaggen tierden welig. Wat zegt dat over Queers for Palestine? JB: Mia Doornaert had het daarover. Queers in Palestine leek haar onmogelijk. Homofilie blijft moeilijk liggen. Er zijn geen homo’s in Iran. Veel Afrikaanse landen, Jamaica, de herenliefde wordt niet aanvaard. Integendeel, ze is verboden, een zonde. Het wordt herleid tot sodomie, anale penetratie door het mannelijk lid, die langwerpige lookalike van een paddenstoel, zijn sporen verstuivend in het steriele. Om het gemeen uit te drukken, de kakbuis. Gek dat in landen waar vrouwelijke maagdelijkheid boven alles verheven is, die sodomie een compromis lijkt voor verliefde en/of geile stelletjes. Maagdenvliesherstellingen liggen minder gevoelig dan mannen die elkaar pijpen. TW: Is het schaarste? Ligt homofilie gevoeliger waar armoede heerst? Omdat ze geen kinderen kunnen maken, en dus niet voor bestaanszekerheid zorgen. Of is het de angst voor vrouwelijkheid? Of zelfs gewoon ordinaire vrouwenhaat? Ik wil mijn ei kwijt. Ik worstel met een fantasie die me opwindt. JB: Je leest veel over seks positivity. Zelfs vrouwen adverteren dat op dating sites. Niets zo beladen als seks. Ik vraag me überhaupt af of er wel zoiets bestaat als gezonde seksualiteit. Maar wat wil je kwijt? TW: Ik had al eens fantasieën als heteroman hoe geil het wel moet zijn als vrouw om ondergespoten te worden door een man of meerdere mannen. Het warme zaad op de borsten, de buik, de kont. Misschien zelfs het gezicht. Ooit had ik het eens tegen mijn vader gezegd: ‘Had jij graag een vrouw geweest?’ Je kent mijn vader. Hij antwoordde: ‘Amai, ik zou me nogal laten vossen.’ JB: Dat is zo’n beetje vrouwelijke seksualiteit masculien maken. Je kan dat niet veralgemenen. Er zijn vrouwen die door de geur of smaak van sperma alleen al klaarkomen, anderen walgen ervan. Sommige vrouwen kan je laten smelten door hun poepenolleke te lekken, anderen vinden dat smerig, kunnen dat controleverlies niet aan. Het foute ervan, of het perverse, intiemer kan bijna niet. TW: Maar dus bij het overlijden van mijn vader, is er iets wakker geworden. Ik was een pornofilmpje aan het kijken van een sexy pornoactrice, geen knappe, maar een lekkere geile, met een vuile smoel, snap je. JB: Ja sexy is niet hetzelfde als mooi. Geil niet hetzelfde als romantisch. TW: En die vrouw was die man zijn lul aan het afzuigen, en ineens was ik opgewonden door te kijken naar het lid in haar mond, de tong die de schacht en de teelballen aflikte. Ineens vroeg ik me af of ik al die jaren een verdoken flikker ben geweest. Terwijl ik altijd naar pornofilmpjes van vrouwen keek. Ik moest ook aan S. de IJsbeer denken, een mooie, oudere, slanke man, die van gezicht op Raymond van het Groenewoud lijkt. Ik denk dat hij minstens bi is en verliefd op me. Ik voel dat. Ik ben altijd in de smaak gevallen van homo’s. JB: En S. is zo zacht, bijna het tegenovergestelde van je vader. S. luistert altijd. S. is teder, een opvoeder. We raken nu aan iets dat misschien niet zozeer seksueel is maar gaat over vriendschap, verliefdheid, een zorgbehoefte. Je hebt bij je beide ouders iets gemist. TW: Inderdaad, en ik heb niet het gevoel dat ik twijfel aan mijn geaardheid, ik ben dol op knappe, goed geklede vrouwen, maar is het misschien mijn gender? Ben ik een lesbienne? Een vrouw in een mannenlichaam die valt voor vrouwen? Je weet dat ik mij soms meer identificeer als tweede moeder van Héloïse dan als vader. JB: En nu heb je na al die jaren terug een lief. TW: Ja, een ongelooflijk zorgzaam meisje die gelooft in mij. Zij heeft het tegenovergestelde. Zij moest de jongen zijn die haar vader nooit gehad heeft. Zij liep met hem, lange afstanden. JB: Het klikt? TW: Ja, maar alles is anders door het overlijden van mijn vader. Ik leef al jaren ‘on borrowed time’. Mijn psychopathische ex heeft een karaktermoord op mij gepleegd. En nu weet ik totaal niet meer wie ik ben. JB: Je ex is verknipt, door toxische mannen. Oké, je zou kunnen zeggen ook door haar moeder, maar die was dan zeker verknipt door toxische mannen. TW: Ja, en ik ben als de dood voor mijn dochter voor ‘loverboys’ en al die geile, oversekste jongetjes die hun hormonen niet onder controle hebben. Zou ik een vrouw willen zijn? Ja, maar dan wel übervrouwelijk, met dikke borsten, en een lekkere, vlezige kont, en dikke hespen als billen, en kleine voetjes. Of ben ik nu psychotisch? Heb ik te veel porno gezien?  JB: Alsof je zelf twee mensen wilt zijn, die met mekaar naar bed kunnen? Narcisme in het kwadraat? TW: Toen ik het tegen B. zei, vond die dat niet abnormaal, dat biseksuele, maar zij wou niet het einde van mannen. Het zou maar saai zijn. Ik denk dat ik wel het einde van mannen wil. Van heteromannen. Van alfamannetjes, van vechtersbazen, van het ‘racaille’, de ‘deplorables’. S. heeft een jaren ’60 lijf, geen vet, maar ook geen overontwikkelde spieren.  JB: En al die vrouwen moeten vrouwelijk zijn? TW: Ja, rond, mollig, voluptueus, een beetje cellulitis, om de één of andere reden vind ik dat nog geiler. JB: Maar wat heeft dit met liefde te maken, graag zien, zelfaanvaarding?  TW: Mijn dochter hoeft in ieder geval niet aan die standaard te voldoen. Haar geluk is prioritair. En geluk in deze tijd is de carrière. Die van mij is totaal gefnuikt. JB: Je droomt van een herwonnen vrijheid. TW: Nee, eindelijk vrij, verlost van mijn ouders, eindelijk de wees die ik me heel mijn leven gevoeld heb, zelfs mét ouders. Ik droom van eindelijk mezelf te worden. Geloof in mijn schrijverschap, dat ik wel begaafd ben, artiest. JB: Kan je dat linken aan gender en/of geaardheid? Blijf je alleen voor vrouwen vallen, ga je experimenteren met mannen? En zie je je gender als vrouw dan vanaf nu? Ben je de spreekwoordelijke lesbienne in een mannenlichaam? TW: Ik zie me zeker niet als trans. Ik overweeg geen geslachtsoperatie. Ik denk dat ik me als man én als vrouw ga identificeren, misschien past queer nog het best. Ik voel mijn lijf te veel aan als mannelijk om mezelf non-binair te noemen.  JB: Ik zal het voor jou concluderen: je sekse is mannelijk, je gender mannelijk maar ook vrouwelijk. Als je jezelf dan als man ziet en je slaapt met een vrouw ben je hetero, als je jezelf als vrouw ziet, en je slaapt met een man, ben je ook hetero, ook al is je sekse mannelijk. Zie je jezelf als man en slaap je met een man, ben je homo. En zie je jezelf als vrouw en slaap je met een vrouw, ben je een lesbienne. TW: Ja, nooit gedacht dat de genderideologie op mij van toepassing zou worden. Ik hou van vrouwengeuren, de smaak, de geur. Maar kan je zo zot van iets zijn dat je het wilt worden? En als je het geworden bent dat je dan valt voor het tegenovergestelde, dat wat je vroeger was? Zal ik de geur en de smaak van een man kunnen verdragen? Ik vind dat wij stinken. Maar de gedachte om als vrouw een penis af te zuigen, de smaak van sperma, het warme zaad op het zachte, malse vrouwenlijf, de geilheid is legitiem.  JB: Wat met moslim Eli? Ben je bang, ben je beschaamd?  TW: Eerlijk, ik heb medelijden met hem. Het is natuurlijk ook zijn leeftijd. En de media zoekt de sensatie op door hem te reduceren tot moslim. Zolang mijn kleren maar passen vanaf nu. Hoe lang heb ik dat gevoel al niet? Dat mijn kleren nooit gepast hebben.  JB: Zo eindigen we dan met het belangrijkste, niet seks, maar liefde, zelfliefde, zelf-aanvaarding. Het is nog niet te laat. Wij geloven wel in jouw schrijverschap. Je bent altijd al artiest geweest. TW: Garçon, de rekening alstublieft, de rekening van mijn jeugd: Raging Bull (1980) - You Want Your Steak?

Kameraad 60
40 0

Auschwitz

In de HBO-serie Deadwood (het westernequivalent van The Sopranos) zegt saloonkeeper annex maffiabaas Al Swearengen, magistraal gespeeld door Ian McShane, dat een oude man niks meer is dan een zak vol met stront. Doc Cochran (vertolkt door een oudere Brad Dourif, die ooit nog de kwetsbare, stotterende Billy Bibbit speelde in het sterk verouderde One Flew Over the Cuckoo's Nest) antwoordt hem met een welgemeende 'Fuck you, Al'. Dat is wellicht het verschil tussen een sociopaat en iemand die de eed van Hippocrates (Primum Non Nocere) hoog in het vaandel draagt. Wie bepaalt wanneer een leven ten einde is, nutteloos, waardeloos? Toen het ziekenhuis me belde dat ze geen goed oog hadden in de gezondheid van mijn vader, heb ik zo snel mogelijk de kusttrein van Antwerpen naar Blankenberge genomen. Als ik zijn kamer betrad, schoot mijn gemoed vol. Twee weken ervoor was ik al geschrokken door zijn snelle achteruitgang, het dementeren, de verwarring in zijn blik en het rechteroog dat onafhankelijk van het linkeroog vreemd pinkte. Was de slokdarmkanker met uitzaaiingen in de lever (metastases in steriel Latijns medisch vakjargon) ook op zijn hersenen geslagen? Wat ik zag, was wat ik in Holocaustfilms zag, Auschwitz, Birkenau, mijn vader was een levend lijk, in zijn gezicht zag je al zijn doodskop. De kleur van zijn huid asgrauw, zijn voormalige spieren als bodybuilder helemaal weggeatrofieerd. Hij zag er minstens tien jaar ouder uit, als een aan zijn lot overgelaten krijgsgevangene. Maar de beelden die bij me opgeroepen worden, zijn filmisch en dus gemanipuleerd. Buiten de echte zwart-wit foto's van ooggetuigen heb ik geen idee hoe de doelbewuste vernietiging van Joodse mensen (maar ook homo's, Roma's en communisten) er in het echt uit moet gezien hebben. Mag ik deze vergelijking met Auschwitz eigenlijk wel maken? Bagatelliseer ik daar de Holocaust niet mee? Mag ik de blinde kanker van mijn vader vergelijken met haatdragende, doelgerichte, laffe moffen? En automatisch betekent in deze tijd iedere verwijzing naar het 'Joodse' een subgedachte aan Israël. En wie Israël zegt, denkt Palestina. Waarom zou ik de titel van de verschrijving over mijn vader niet Gaza noemen? Rond 7 oktober 2023 (de datum van de Hamas-aanval) was mijn vader opgenomen in het ziekenhuis omdat hij superverward was. Het bleek bloedarmoede. In september pas had hij de diagnose van zijn kanker gekregen ook al kon hij al maanden niet goed meer eten en slikken na het onverwachte overlijden van mijn moeder en zijn vrouw vlak na Nieuwjaar. De huisarts dacht toen net zoals wijzelf dat het psychologisch was. Hij was getuige van de reanimatie met een defibrillator, had vijftig jaar lief en leed gedeeld met zijn maatje. Een mens zou voor minder van zijn melk zijn. Ook toen al, met zijn anemie, herkende hij me niet. Acht maanden later, de Gazastrip ligt in puin, een nakende aanval op Rafah is in het verschiet. Buiten steun van de Verenigde Staten en Duitsland heeft Israël veel van zijn krediet verloren. Nuance, sereniteit worden door beide kampen geïnterpreteerd als colloboratie. Als vrienden me vroegen mee te betogen pro Palestina, zei ik dat ik andere varkentjes te wassen had, of katjes te geselen. (Wat is dat toch met spreekwoorden en dieren?) Het economisch boycotten van Israël door bewust te consumeren wimpelde ik af door mijn precaire financiële situatie. Schaarste maakt je blind, stompt je af voor de immorele uitwassen van low budgetbedrijven zoals een Primark of Lidl. Mijn vader was in januari door een combinatie van drank en chemo-rage terug in de casino's beland. Ik moest zijn huur voorschieten. Hij was manisch, ontremd, belandde zelfs met zijn palliatieve ziekte tweemaal in de gevangenis. Terwijl het er zo goed uitzag na de behandeling van zijn bloedarmoede. Hij kreeg sondevoeding, chemo- en immunotherapie. Op een gegeven moment was er zelfs sprake van volledige genezing. Met Kerst kon hij terug volwaardig voedsel eten. De tumor die eerst niet te opereren viel door zijn grootte was gekrompen. En dan maakte het leven een bocht van 180°. Mijn vader kreeg een infectie op zijn knieën. Hij moest stoppen met zijn kankerbehandeling om prioritair antibiotica te krijgen. Het kwam niet meer goed, zijn geest ging gestaag en even snel achteruit als zijn lichaam. De eenzaamheid en machteloosheid in het ziekenhuis zullen niet geholpen hebben. Ik was zelf een schim. De vooruitgang staat niet stil, maar onze levens soms wel. Maar de laatste dagen dus. Ik zag hem na twee weken terug, toen waarde de dood al rond. Hij wou niet meer eten en drinken, en was zo afgevallen dat hij leek te willen sterven van ontbering. Maar volgens de dokter leed hij niet. De tranen sprongen in mijn ogen, en met een ongekende spontaniteit zei ik: 'O, Pepje toch, vertrek maar, als je wil.' Ik wreef zonder schroom voor de eerste keer over zijn lijf. Ik streelde zijn naakte kuit. Verwilderd keek hij naar me, de ogen al lang niet meer synchroon. Toch leek hij te schrikken van mijn reactie. Waarom heeft hij zo weinig haar op zijn benen? Alsof hij bijna een vrouw is. De geur van de geriatrie is die van de spreekwoordelijke zak vol stront. Zijn urine was bruinrood donker in de doorzichtige zak naast het bed. Er was stoelgang in zijn pamper. De geur van zijn adem was de geur van lichaamssappen uit evenwicht. Ik herinner me de hijgende stokoude zieke hond van mijn grootmoeder. Als die meereed in de auto, deed je de raampjes putteke winter toch open om maar niet te moeten kokhalzen van zijn stank. Het leren bandje van mijn vader zijn horloge ruikt nog steeds naar het ziekenhuis. Vertrek maar. De trein naar Auschwitz was enkelrichting. Gaza was voor de oorlog een openluchtgevangenis. In België komen de verkiezingen eraan. De narratief is totaal ongunstig en verrechtst. Het geld is op. Naast gelukzoekers zijn vluchtelingen een doorn in het oog. Ik ben me al maanden aan het indekken om me niet te laten ruïneren door de schulden van mijn ouders. Ik ben alle vertrouwen kwijt in sociale mobiliteit. Ondanks een diploma van een gerenommeerd jezuïtencollege heb ik me niet kunnen ontvoogden van mijn afkomst. Alle Louis Vuitton handtassen ten spijt hadden mijn ouders na hun faillissement bij wijze van spreken amper het niveau van het analfabetisme ontstegen. Wat is er dan endemisch? Niet de kansarmoede. Kansen om te studeren heb ik genoeg gehad. Een gebrek aan een netwerk? Ik kan de vinger niet op de wonde leggen. Is het mislukken van mijn studies een kwestie geweest van niet willen, of niet kunnen. En wat is het verschil tussen beide, of waar overlappen ze. De dag voor het overlijden van mijn vader was wellicht de intiemste die ik ooit heb gehad met hem. Ik heb net zijn pamper niet ververst. Achteraf bekeken was dit wellicht zijn afscheid. Als een prematuur, of postmatuur, genoot hij van de tiramisu die ik hem inlepelde. Hij dronk cola, Fanta en Sprite door mekaar, wellicht om toch nog eens iets te proeven. Ik heb nu spijt dat ik niet over zijn rug gestreeld heb, een laatste keer vlooien. Ik toonde hem foto's van zijn loopwedstrijden, zijn lichaam nog niet in vrije val. Ik liet hem muziekjes luisteren om reactie te krijgen. Wat zou ik voor hem kiezen bij zijn uitvaart? Ik herinnerde me de tranen van mijn nonkel op de begrafenis van zijn te jonge dochter. Een oud gewond dier, schokschouderend, een huilende wolf. Aangrijpend als wij in ons lijden van mensen terug in dieren veranderen. Het afscheid van mijn vader liet me denken aan het filmpje van Mama, een 59-jarige tandloze chimpansee die niet meer wou eten en drinken tot ze haar oude verzorger Jan van Hooff herkende op haar doodsbed. De interactie met veel lichaamscontact die ontstond, was hartverwarmend. Maar waarom hebben wij als mens soms zoveel meer empathie voor dieren dan voor soortgenoten? Als het kind van een bootvluchteling verdrinkt, is het de schuld van de ouders. 'You can't fix stupid', zei één van de oud-Reuzegommers naar 't schijnt over je-weet-wel-wie, een flamingantische studentengroepering trouwens mee opgericht door Volksunie-man Hugo Schiltz met wortels in hetzelfde jezuïtencollege waar ik gevormd én misvormd ben. Hypocrisie en schijnheiligheid zijn toch altijd substantieven die ik associeer met de school waar ik zoveel heb moeten vanbuiten leren dat mijn geheugen gekraakt was toen het voor mij nog allemaal moest beginnen, op de unief. De geriater sprak van een maand, misschien een week. De dag daarna vond ik mijn papa met open mond en open ogen. Hij was nog warm. Ik had hem net gemist. Mijn neef had hem een dik kwartier/klein halfuur daarvoor nog wel levend gezien. In mijn verbeelding denk ik soms dat hij hem uit zijn lijden heeft verlost. Ook mijn moeder was overleden een paar dagen nadat ze bij mijn neef Oudjaar gevierd had. Ik herinner me hoe hij met mij XTC wou slikken in clubs. Ik was begin twintig, hij eind dertig. Maar mijn beide ouders zijn ondertussen gecremeerd, een autopsie is niet meer mogelijk, verwachtte ik ook niet. Ik steek de paranoïde gedachte meer op de onmacht van met leven en dood om te gaan dan dat ik mijn neef werkelijk verdenk. Mijn strijd begint nu wellicht nog maar pas. Ik was nog maar net naar de notaris geweest om de nalatenschap te verwerpen of ik kreeg al een e-mail in mijn e-box dat de openstaande penale boete van mijn vader naar de erfgenamen verspringt. Mijn vader was toen nog niet 'begraven'. Maar tegen de schuldeisers kan ik me juridisch wapenen. Dat recht hebben we verworven. Maar de huisbazen van mijn ouders, daar had en heb ik meer schrik van. Ja, de woorden 'gecondoleerd' en 'innige deelneming' vielen. Maar al snel werd het 'opzeg van drie maanden', 'leegmaken', ... Het was de bewindvoerder van mijn vader die hen duidelijk maakte dat ik het appartement dat toen nog gehuurd en betaald was, niet kon leegmaken omdat ik anders de erfenis aanvaardde. Op een wip en een knip kwamen ze bij mij thuis de sleutels halen om de nutsvoorzieningen op hun naam te kunnen zetten. Ik haat het dat ze nu weten waar ik woon. Maar ik dacht dat ze begrip hadden voor mijn situatie. De zomer staat voor de deur, het appartement is door henzelf gemeubeld en niet uitgewoond door mijn ouders, er kwam al een huurder kijken, ... En toch kwam er weer een telefoontje, om 21u50, ik had het zelf niet gezien door vermoeidheid, wel mijn achtjarige dochter, we lagen net in ons bed om te gaan slapen. Door het telefoontje was ik terug klaarwakker. Toch nog stront aan de knikker? Ik belde de dag erna terug. 'Kan je de kelder komen leegmaken?' 'Euh, ... ' 'Je bent hier toch voor de begrafenis die dag, maar wel voor de koffie leegmaken, niet na de koffie, hé.' Het resultaat stond in de sterren geschreven. Toen mijn moeder thuis overleden was, had ze de matras bevuild, 'Ze had haar eigen laten gaan.' Zo formuleerde mijn vader dat, dom genoeg tegen de huisbazen. Maar het klopt wel dat ook onze uitwerpselen essentieel onszelf zijn. Mest schept leven tenslotte. Nee, het helpt de bloei en groei. De reactie van de huisbazen sprak boekdelen. 'Er is toch niks aan de matras?' Het eindigde tussen de verhuurders en mij in conflict. Ze waren kwaad op mij dat ik niet wou leegmaken. Mijn geduld met hun totale gebrek aan empathie was op. De dwingelandij, hun gierige geldbelustheid, de socio- of psychopathie bijna. Ik schoot in een kramp, de pijn van het verlies, het schaakspelletje met hen, het gebrek aan slaap. Ik zei dat ze me met rust moesten laten, en dat ze niet meer welkom waren op de begrafenis. Ik blokkeerde onmiddellijk hun telefoons, maar ik verwacht me nog wel aan iets. De valsheid van sommige mensen, de rancune, de jaloezie is onmetelijk. Ze hebben mijn f*cking adres, maar ik ook het hunne. Toen ik op Google Maps ging kijken, zag ik een smakeloze fermette zoals er in Vlaanderen dertien in een dozijn zijn. Maar wel vrijstaand, met een oprit. Zou die lang genoeg zijn om Reuzegommer te mogen worden? Met de verkiezingen in het verschiet, de voorspelbare winst voor Vlaams Belang, Vooruit en NVA die de ruk naar rechts hebben genomen, is de ellende van mijn leven sinds ik zelf papa ben geworden eerder een bron tot radicalisering geworden. Het overlijden van mijn vader en moeder waren druppels, Corona, een professionele en relationele burn-out, een sluimerende parentale burn-out, ik snap het Islamisme. De film en het boek 'How to Blow Up a Pipeline' doen me verkneukelen. Ik stem sowieso minstens Groen, maar nog eerder PVDA. Maar mijn frustratie is groots, van mij mogen ze de Cellules Communistes Combattantes terug nieuw leven inblazen. Ik weet niet of dit juridisch tegen mij gebruikt kan worden, wie weet word ik nu ergens 'geflagd' door het parket en/of deradicaliseringsambtenaren. Maar de waarheid is dat ik tegen geweld ben. Het geweld jegens ons is echter overal. Online zijn we gephotoshopte profielen die verhandeld worden, in het echt kan je je deur niet uitstappen of het lawaai van drilboren waait je tegemoet. Overal wegenwerken en verbouwingen en zelden stilte. Binnenkort beginnen ze hier in de buurt een totaal overbodige keerlus voor de tram aan te leggen. Ja, er is eens een te snel rijdende tram ontspoord en in een tandartspraktijk gereden. Ze zullen me wellicht een groene fascist vinden omdat ik het jammer vind dat eeuwenoude eiken moeten wijken voor de vooruitgang. Het kostplaatje van die keerlus, de subsidies voor een quasi privéluchthaven van bloeddiamantairs, ik stel mij daar evenveel vragen bij als deze ontaarding goedpratende rechtse rukkers die mij een 'doppende loser' vinden. Dopper ja, loser is in the eye of the beholder. Maar ik volg ook wel een opleiding met vrijstelling van de VDAB, mijn dochtertje in co-ouderschap is mijn alles. Zij die jaloers zijn op mijn leven, mogen ook mijn antidepressiva slikken die ik al van mijn twintig moet nemen. Ondertussen is dat al meer dan de helft van mijn leven. Geef dat geld van De Lijn toch gewoon aan de kansarmen om te investeren, te ondernemen. Ik zou zelf direct terug tijd vrij maken om als vrijwilliger te zeilen met probleemjongeren of kwetsbare personen, mocht ik  niet zo stressen door mijn angst voor schaarste. Genoeg, ik ben nu wees, voel me al lang verweesd. Onthoud dit, Reuzegom is voor mij het zoveelste bewijs geweest dat onze meritocratie een illusie is, een doekje voor het bloeden, een bevestiging van de ego's van de winnaars. Ik geloof nog steeds in diplomatie, bemiddeling, een soort heilige vrede, maar ik vrees dat kapitalisme niet beseft hoe radicaal en meedogenloos het is. Voor de losers van onze prestatiemaatschappij is Darwin reëel. Sommigen van hen zullen zeggen dat het consumentisme een vorm van fascisme is en dus gewonnen heeft. Syriëstrijders, Schild en Vrienden, en ik die het niet erg zou vinden dat iemand terug de C.C.C. opricht (uiteindelijk wou deze laatstgenoemde terreurorganisatie wel nooit dodelijke slachtoffers maken) ... Trek uw conclusies en durf te twijfelen, trek je hoofd uit je reet. Ik zou nooit extreemlinks stemmen als de racisten en separatisten niet zo fanatiek en met zo velen waren. Maar uiteraard heeft het centrum ook gefaald. Vooruit? De socialist in mij schaamt zich dood door zoveel verloochening en draait zich om in zijn graf. CD&V? Het blijven tsjeven, én van Cathy Berx vlucht je natuurlijk krijsend weg richting horizon ... Groen? Alleen als je gepriviligieerd bent, is eco betaalbaar. Hoe eindig ik een eulogie voor mijn papa, die een tirade werd? Liefde, verzoening, vergeving. Ouders van slachtoffers (én daders) spelen soms een belangrijke, verbindende rol. Hoe bang ik er zelf ook voor ben, laat je niet leiden door schaarste. De meeste denken dat er bij een conflict slechts verliezers zijn, of één partij die wint en de ander die verliest. Maar er is een derde weg, en daarin is vooral de rol van de toeschouwer belangrijk, de bemiddelaar. Alle partijen kunnen ook winnen. Lees mijn smart, ik zal trachten de jouwe te begrijpen. Zelfs al ben je de huisbaas van mijn betreurde vader. Maar stel je dan eerlijk en kwetsbaar op. Papa, mama, ik ben een artiest in het diepst van mijn gedachten. Zal ik het nu, verlost van jullie, maar niet van jullie schulden, eindelijk waarmaken. Zal ik als bijna vijftigjarige eindelijk tot (volle) wasdom komen. Dans la forêt verte (Arranged by A. Alexandrov)

Kameraad 60
32 1

ONS HIERNAMAALS.

Voor kwantum-groupies. Kwantum. Weet je wat het betekent dat het heelal zich uitbreidt? In de verre toekomst, in een onvoorstelbare ruimte, ver weg in de tijd, zullen de atomen in ons lichaam zo ver van elkaar gescheiden zijn als nu de afstand tussen de zon en de aarde. Misschien is er wel een uiterste rekbaarheid in de kwanta, de kleinste deeltjes van de kleinste deeltjes. En misschien, als die uiterste rekbaarheid is bereikt, krimpt het heelal in een minimum van tijd terug naar zijn oorsprong. Een punt met daarin alle materie van het heelal. Daarna, een nieuwe BIG BANG. Op een moment waarop tijd geen menselijke betekenis meer heeft, zal plotseling een blauwe planeet ontstaan. Met daarin het allerkleinste van het allerkleinste uit mijn lichaam.   FOTO GALLERY verf ed https://www.2dehands.be/q/verf+ed+/ Rond 1995 heb ik dat werk gemaakt. Ik noem het "altaar der culturen."Links ziet men een tv, onze gemeenschappelijke identiteit valt van het - silicium - glas - zand.De gemeenschappelijke informatiebronnen zijn verdwenen.De wijzen van vroeger opgevolgd door radio en uiteindelijk als laatste de tv die een ongeveer gemeenschappelijke boodschap uitdragen is niet meer.De informatie is versplinterd.Rechts ziet men een gietijzeren kandelaar daar in een mensenhoofd in papier. Stukken teksten. Krantenpapier "De encyclopedische mens".Gietijzer = nationalistenKandelaar = religieIn het midden staat de hedendaagse mens. Opgesloten. "de encyclopedische mens".Dit deel is gemaakt van een reclame voor lippenstift.Regeneratie KosmetikIn de dubbele wand gaan luchtbellen in het water de hoogte in.In die dubbel - transparantie - plexiglas zit diezelfde "encyclopedische mens".Het geheel staat op dunne platen, glas = chips = zand = silicium.Het geheel steunt op een gietijzeren pilaar = industriële cultuur.De gietijzeren plaat staat op de grond = landbouwcultuur.HET ALTAAR DER CULTUREN. Ik woonde toen in de Aalmoezenierstraat in Antwerpen. De jaren 90 tig. http://www.anamorfose.be/verf/misc-images/verf-t-i-r-e

verf ed
7 0