Lezen

Gevarengeld voor influencers

Het blijkt dat het nog niet meevalt om als influencer staande te blijven. Gevaren liggen overal op de loer. En vaak nog uit onverwachte hoek. Laatst werd een Mexicaanse influencer per ongeluk doodgeschoten. Per ongeluk? Ja inderdaad, per ongeluk. Ze wilde met haar vrienden een ontvoering in scène zetten. De zogenaamde ontvoerder zette een vuurwapen tegen haar hoofd om het echt te laten lijken. Helaas is het allemaal niet als in de film en ging het pistool af. Mensen vergeten vaak dat er ook nog een patroon in de kamer kan zitten. Het twintigjarige meisje werd in haar hoofd geschoten en overleed ter plekke aan haar verwondingen. Zo zie je maar, Social Media is niet wat het lijkt. Misschien moeten we een keer gevarengeld in het leven roepen. Tenslotte gaat het leven van een influencer niet over rozen. Kijk maar naar Famke Louise. Het arme kind stak een keer haar nek uit en werd volledig afgemaakt. Haar medeondertekenaars hielden zich allemaal wijselijk stil. Als je geschoren wordt, moet je stil blijven zitten. En als er dan iemand bereid is om naar voren te treden, dan moet je dat beslist niet ontmoedigen. “Nee joh, ga jij lekker naar Jinek, jij kunt dat!” Om vervolgens in je hoekje opgelucht adem te halen. Een mening op Social Media hebben is één ding, hem verdedigen is heel iets anders. Nou ligt het waarschijnlijk aan mijn leeftijd, maar ik snap niet veel van het hele verschijnsel. Natuurlijk, ik heb ook een Instagram-account, maar ik verdien er helemaal geen geld mee. Mijn fout, als ik het goed deed kon ik er misschien ook wel van leven. Tenslotte is mijn leven net zo interessant als dat van Kim Kardashian, toch? Althans, vanuit mijn oogpunt gezien dan. Ik heb wel respect voor hun commerciële inzicht hoor. Tenslotte zijn zij er miljonair mee geworden. En ik niet. Maar het is allemaal zo nep. Al die jonge meiden die een filter over hun gezicht hangen om alles strak te trekken. En ze zijn nog zo strak. Als ik in de spiegel kijk, bekruipt me soms een gevoel van melancholie. Poeh, laten we er maar van uit gaan dat het karakter weergeeft, die lijnen. Maar om nou op Sylvie Meijs te gaan lijken, nee dank je wel. Trouwens, daar heb ik ook helemaal geen tijd voor. Ik heb een echt leven te leiden. Het lijkt me ook zo’n rare wereld. Alles wat je doet is zichtbaar voor je volgers. Het lijkt mij maar ongemakkelijk. Er zijn genoeg situaties die ik helemaal niet zou willen delen. Al was het alleen maar omdat een simpel filter dan niet volstaat. Ik denk wel dat we er mee moeten leren dealen. Social Media is er en gaat nooit meer weg. Toen internet pas opkwam, in 1995, riepen heel veel mensen dat het een hype was. Dat het nooit iets zou worden. Nu, 25 jaar later, kunnen we niet meer zonder. Ik vrees dat Social Media ook zijn prominente plaats in de samenleving houdt. “Het open riool”, zoals ik het iemand wel eens heb horen noemen, is hier en blijft. Ik hoop alleen dat mensen kritisch blijven, niet alleen met Social Media maar met alles. Want een waar woord zegt “als het te mooi is om waar te zijn, is het waarschijnlijk niet waar”.

Machteld
0 0

het palladium en de paladijnen: verhalen van een dolle mens

Terneergeslagen als de naargeestige ochtendschemering stond ik aan de wastafel in mijn appartement sudoku’s op te lossen. Onderwijl schrobde ik met Oral-B 3D White Luxe Stralende Glans aan mijn dentale carrosserie zoals een gepensioneerde dat met bruine zeep doet tussen zijn huidplooien. Ziet u, de tanden zijn de poort naar de ziel en op de mijne was een beetje eelt komen te staan. Ik trachtte de immense leegte in mezelf te vergeten door lege rasters met getalletjes te vullen. Maar het hielp niet en ik kreeg de rigor vitae ook niet weggepoetst. Geen werk, geen geld. Geen zin, geen lusten om me te doen willen.   Ik was aan de levensbeschouwelijke putten overgeleverd en al wat me nu nog restte was mijn stralende glimlach – de afspiegeling van een oude innerlijke mij. Waarom komen de kansen nooit hiernaartoe? Het was die zin die me hier had gebracht, die verduivelde boutade. En verdomd, God is d… – het beletselteken slikte mijn uitroepteken in toen er gebeld werd. Het was wat laat voor Sinterklaas en wat vroeg voor Driekoningen, dus ik vreesde dat het de deurwaarder was die beslag kwam leggen op de rest van mijn levensbeschouwelijke krediet, omdat ik mijn achterstallige betalingen pleeg te verzaken. Maar er was niets meer dan ongeloof om van me te stelen, dus wat kon het ook. “Hebt u misschien een paar minuten tijd om over GOD te praten?” (De stem had het echt zo gezegd, met de ‘o’ en de ‘d’ ook als hoofdletter.) En ik had tijd! Enfin, een minuut of zeven later mocht ik hen al David en Sylvie noemen en waren we de beste maatjes. Mijn glimlach straalde naar hen en de hunne straalde terug. Ik was helemaal mee met hun verhaal vol (zedige) passie en vuur. Lidkaarten verkochten ze terstond en ik liet me met groot genoegen registreren. Hun benevelende betovering liet niet af – wierook noemen ze het zelf, het zat in hun parfum, het zat in hun tandpasta, het zat in hun poriën. Dat merkte ik toen ik me net iets te spontaan opgaf voor het vacante zitje in hun beleidsraad. Maar eerst kwam de beproeving (een sollicitatie of zoiets) en ik legde hun mijn grootse plannen uit. Plots bevonden we ons midden in een nachtelijke ceremonie. Overal zag ik groene driehoeken en rode pentagrammen.  Om me heen pulseerde een candide mensenmassa in het dreunende licht rondom een laaiende brandstapel. In de rechterhand omklemden ze een kandelaar. In hun linkerwang ronkte bij elk van hen een elektrische tandenborstel – zo een als ik altijd had gewild. Ze neurieden, mompelden een hymne. Omdat de tremor van het mondhygiëneapparaat hun woorden vervormde, kon ik de aard van het gezang niet thuisbrengen. De klanken waren prehistorisch. Hoe ha hoe ha hoe ha. Ik deed gewillig mee: hoe ha. De massa spleet driehoeksgewijs uiteen door de advent van enkele fakkeldragers. Met z’n vieren, gedost in het witste wit van ons allemaal, torsten ze een brancard.  Bij hen snorde de tandenborstel in elk van de twee borstzakjes – dat moest wel betekenen dat zij de notabelen bij uitstek waren. Hoe ha. Op de draagberrie lag een levenloze donkere figuur. Hoe ha. De armen en benen staken in vreemde hoeken omhoog en gingen schuil onder een donker deken dat een sterk getaande figuur verhulde. Hoe ha, hoe ha. Kordaat schreden ze verder, onder de hypnotiserende hymne. Hoe ha, hoe ha, hoe ha. De deken werd verwijderd, de figuur onthuld en zonder dralen op het vuur gekieperd. Zijn takjes knerpten en schreeuwden. “Hoe HA!” Beste kerstboomverbranding ooit.   Enfin, ik ben jammer genoeg niet aangenomen. Nog hoe ha mompelend liep ik even werkeloos als tevoren terug de trap op, mijn appartement in. David en Sylvie sloegen me bedaard gade.

Midas
6 0

Seksuele energie

Het hoogtepunt van seks is niet een orgasme, maar een bewuste connectie die alle woorden, gedachten en gevoelens overstijgt. Voeg daar dan nog een orgasme aan toe en je hebt het summum van wat seks zou kunnen zijn. Seksuele energie wordt zwaar onderschat. Seks is een krachtig creatieproces en dan heb ik het niet over het creëren van een kind. Door seks te hebben, zowel met jezelf als met een ander, worden er dingen het leven in geroepen. De energie manifesteert zich in de tastbare realiteit en juist daarom is het van belang om bewust te zijn van de aard van deze energie. Veel mensen hebben seks zonder zichzelf te eren of lief te hebben. Zo vond ik vroeger de gedachte om gebruikt en overmeesterd te worden erg opwindend, tot het tot mij doordrong dat ik hiermee een zelfdestructief patroon in stand hield. Mijn idee over seks is doorheen de tijd drastisch getransformeerd. Nu ben ik meer bewust van de manier waarop ik mezelf open stel en de waarde die ik mezelf toeschrijf. Het is veel meer dan een vleselijke lust. Seks is een uitwisseling van energie, idealiter met een evenwicht tussen geven en nemen. Door seks te hebben met iemand, kunnen verschillende energieën samengebald worden tot één krachtige generator. Deze kan ingezet kan worden om dromen te verwezenlijken en verlangens te vervullen. De visualisatie die aangedreven wordt door twee samensmeltende zielen heeft een bijzonder grote slaagkans. Net zoals bij meditatie is aandacht voor de ademhaling van essentieel belang tijdens het seksuele creatieproces. De adem fungeert immers als een portaal tussen lichaam en ziel. Wie staat er stil bij de krachtige hoeveelheid energie die uitgeblazen wordt tijdens een orgasme? En wie weet dat je die energie eveneens naar binnen kunt trekken (inademen) in plaats van ze de wereld in te sturen? En welke ideeën, gevoelens en verlangens zitten er achter die energie? Vlak voordat je zulke kracht naar buiten loodst of naar binnen trekt, zou je ze kunnen laden met een intentie. Dit kan een beeld of een gevoel zijn. Iets dat je graag wil manifesteren in je leven. De seks waarover ik spreek, ook wel tantra genoemd, is niet alleen een fysieke connectie maar evenzeer een mentale. Warm en veilig verstrengeld zitten in elkaars bewustzijn is een extra dimensie die door veel mensen overgeslagen, afgewezen of ontkend wordt. Niet iedereen verlangt naar dit soort van verbinding. Ik begrijp best dat veel mensen tevreden zijn in een relatie met seks die louter fysieke bevrediging brengt. Op zich is dat al heel wat. Maar het kan ook zijn dat dit op een gegeven moment in de persoonlijke ontwikkeling niet langer als ‘voldoende’ wordt beschouwd en dat er een verlangen naar meer diepgang ontstaat. Ik ervaar persoonlijk dat dit verlangen slechts matig en tijdelijk onderdrukt kan worden. Het steekt hoe dan ook van tijd tot tijd de kop op. Seks hoeft niet altijd een spirituele ervaring te zijn, er is niets mis met seks die puur gericht is op bevrediging. Het zou wel fijn zijn als meer mensen bewust waren van de mogelijkheden en kracht die er achter seksuele energie zit. Want het is een prachtige menselijke capaciteit om dankbaar voor te zijn.      

KarolienDeman
7 1

Komm zurück zu mir (Bohren & Der Club Of Gore) - Uit noodzaak

Het begon bij dat ik dit uit noodzaak heb geschreven, en alleen omdat ik het uit noodzaak heb geschreven het van mij af heb geschreven. Wat er begint bij mij: dat wat noodzakelijk is, en dat het dat is omdat het ergens al aanwezig is. “Ik neem je mee op mijn rug en klauter doorheen het pad van het subject.”   ‘Dat wat nog gedragen kon worden’, en ergens neem je dat altijd al mee. Ergens zakt het gesprek in elkaar als een buiging voor iets minder progressief, dan een gesprek.” Laten we beginnen bij de meerwaarde van pijn, gekoppeld aan een losgemaakt lichaam. A disembodied field trip. A walk through H. Een losgemaakte kaart met daar, in de legende, aangeduid wat wel of niet naast de kaart valt. Persoon A was niet zeker van persoon B als dader, omdat C nooit weg te denken is. Dat wat je terug krijgt als je met verzamelingen werkt.   Ik sta op en doe nooit meer wat. Genoeg doen, bezit bezetten. De kamer met stoelen afbakenen. Dat wat jij hebt, kan ik niet hebben. De optelsom maken. ‘Ergens’ aan beginnen, maar hoe kan je nergens aan beginnen; ik wil het ene, het andere, en de buitenkant daarvan bewaken.   …waarmee hij duidelijkheid wilde scheppen over wat  nog zou veranderd worden aan de ruimte  … zonder vooruit te willen lopen op de zaken   … eindigde hij bij niemand en niets dan zichzelf. Volleerd afzakken naar de passieve houding; de wederdienst van interactie heet vandaag ‘positief’. Het duwt me naar een pen die krampachtig op zoek is naar stimulatie. De grenzen van wat er uit noodzaak oninteressant wordt. Maar omdat ze dat willen verkopen aan de katalysator van jouw verdriet, blijf je jezelf uitbuiten. Er verandert ergens niets. Je weet dat je dat wilt. Maar je weet dat je dit kiest.Hoe kan ik de gelegenheid van iets veranderen? De geschiedenis van zo'n constellatie vertoont zich nu.

Dries Verhaegen
14 0
Tip

Donald de Stomme, een parlement uilen en woordarmoede

Groepen dieren krijgen specifieke namen. Denk maar aan een kolonie mieren, een kudde koeien, een meute wolven, een roedel honden. Minder bekende voorbeelden zijn een vendel ganzen, een toom kippen en een parlement uilen. Ik moet toegeven dat de namen van de meeste groepen mij onbekend waren. Maar ik kom nu eenmaal niet dagelijks in contact met een vendel of een toom. Laat staan een parlement. Over hoeveel woorden de Nederlandse taal kent, is geen eenduidigheid. Er gaan verschillende stemmen op: van 1 tot 5 miljoen woorden. Discussies gaan dan over het al dan niet meetellen van samenstellingen, afleidingen, … Ik zocht het even op: er bestaat ook een Taaldatabank van het Instituut voor de Nederlandse taal. In deze computer worden alle woorden en woordvormen (lezen: lees, leest, las, lazen,…) opgeslagen van de 12de tot en met de 21ste eeuw. Die bevat al meer dan 60 miljoen woorden. En toch, toch heb ik soms het gevoel dat de mogelijkheden van de taal  ontoereikend zijn om mijn gedachten te verwoorden. Daar bestaat een mooi woord voor: woordarmoede. Ook al is een taal nog zo uitgebreid, soms schiet ze tekort. Ik hou van het zoeken naar het meest geschikte woord. Juist en accuraat omschrijven van gedachten, situaties, omstandigheden is voor mij soms geen middel, maar een doel op zich. Dat is niet alleen zo in het Nederlands, ook de Engelse taal heeft zijn limieten. Ene meneer Trump zei namelijk, and I quote: ‘I’m highly educated. I know words. I have the best words. I have the best, but there is no better word than stupid’. Daaruit zouden we kunnen concluderen dat we het niet altijd te ver moeten zoeken met die woorden. Less is more, ziet u. Het less is more-advies wordt al eeuwen toegepast. We spreken over Karel De Stoute, Alexander De Grote, Filips De Goede en Jan Zonder Vrees. Als er ooit een stemming komt over een gelijkaardige naam voor Trump, dan hoop ik oprecht dat de Amerikanen kiezen voor Donald De Stomme. Stom is niet enkel een synoniem voor dom, het betekent ook ‘niet in staat om te spreken’. Now we’re talking.   Moeder: Waarover vertelden ze in Karrewiet? Dochter: Over de nieuwe regering. Ze hadden het ook over het parlement. Wat is dat eigenlijk? Moeder: Een parlement is een ander woord voor een groep uilen.

Lore Dewulf
72 4

Terug in Nederland, het lot van een expat

Er was niet echt een vangnet voor mensen die als expat in het buitenland hadden gewerkt. Ze merkte het in alles aan haar vriendin. Ze hadden verwacht dat er meer voor hen geregeld zou zijn. Maar in Nederland zat niemand op hen te wachten. Iedereen was doorgegaan met zijn eigen leven, alle mooie banen waren ingevuld en voor andere jobs werden goedkopere krachten aangetrokken. Het voelde heel oneerlijk. Het contract van haar man was beëindigd, de afkoopsom die hij had meegekregen was toereikend voor een jaar. Als ze tenminste zuinig leefden. De weekendjes Parijs en New York zaten er niet meer in. Althans, niet op de manier zoals ze gewend waren. Geen oesters, geen champagne. Het voelde heel oneerlijk, ze moesten overal zelf achter aan. Er was geen huis, geen vergoeding, eigenlijk waren ze paria’s, overgelaten aan hun eigen lot. Alsof de maatschappij thuis zei “jullie hebben lang genoeg geprofiteerd van de voordelen die jullie hadden”. Ze vergaten alleen dat het geen makkelijk leven was. Haar man constant aan het werk, zij voortdurend thuis, zonder werk, zonder eigenlijk een nuttige invulling van haar leven. Zeker na het vertrek van haar beste vriendin. De man van haar vriendin was al eerder vertrokken bij het bedrijf. Ze had het vreemd gevonden maar achteraf was het de beste beslissing die die twee ooit hadden kunnen nemen. Had haar man het ook maar gedaan. Maar nee, die was er veel te lang van overtuigd geweest dat hij zijn leidinggevenden er wel van kon overtuigen dat het nieuwe afdelingshoofd geen knip voor zijn neus waard was. Onderschat nooit je tegenstanders, het was een motto dat hem te laat ter ore was gekomen. Hij had het wel gedaan. Met als gevolg dat ze nu, voor hun gevoel, met lege handen terug moesten naar Nederland. Zonder vrienden, zonder collega’s, eigenlijk gewoon zonder iets. Zelfs het huis waar ze in konden wonen, was niet van hen. Oh, wat had ze een heimwee naar het heerlijke huis in Portugal. Met het grote terras, het prachtige zwembad en de geur van oleanders iedere avond. Nu zat ze hier in Rotterdam, ook een prima stad, maar koud, regenachtig, in een rijtjeshuis. En dan nog mocht ze niet klagen, haar man had een prima regeling maar het was niet makkelijk om weer aan de slag te geraken. Eind veertig, veel ervaring maar niet in Nederland, behoorlijk wat salariseisen. Hij kwam vaker gedesillusioneerd terug dan niet. Voor haar was het ook niet makkelijk. Voor ze met haar man was vertrokken, was ze directiesecretaresse geweest. Maar dat was lang geleden. Nog voor het faxapparaat in de mode was gekomen. Tegenwoordig zat er niemand meer te wachten op een secretaresse die kon telexen. Managers beheerden hun eigen agenda. E-mail had de brieven vervangen en het leek wel of niemand meer maalde om het juiste gebruik van de Nederlandse taal. Ze voelde zich soms gewoon een fossiel. Bij ieder sollicitatiegesprek werd ze van top tot teen bekeken. Oké, ze droeg een mantelpakje en een parelketting, maar wat was daar verkeerd aan. Een zichzelf respecterende vrouw droeg altijd kousen. Dus.

Machteld
1 0

Mannen in stofjassen en de schokkende waarheid van Milgram

Hoeveel pagina’s heeft een inleiding? Draagt uw boekenkast ook het boek ‘Psychologie: een inleiding’? Het is een knoert van een inleiding: het duurt een slordige 916 pagina’s vooraleer je ingeleid bent in de psychologie. Toen ik het boek voor het eerst in handen kreeg, spraken de psychologische theorieën en de sensationele experimenten tot mijn verbeelding. De vrouw die de lessen algemene psychologie verzorgde (ik kan me haar volledige naam niet meer herinneren, alleen nog dat die op een –y eindigde), kondigde aan dat een groot deel van dit boek cursusmateriaal was. Dat is meteen ook de reden waarom ik nog steeds weet hoeveel pagina’s dit boek telt. Mevrouw Y droeg voor de gelegenheid een truitje met een glinsterend vliegend paard op. Was het een verwijzing naar een optische illusie uit het boek? Ik durfde het haar niet te vragen. We hadden het over Pavlov en zijn kwijlende hond, Skinner en zijn hongerige duiven, Milgram en zijn gehoorzame proefpersonen. Vooral de experimenten van Milgram lieten me geschokt achter (pardon my french). Milgram passeerde de revue, ik passeerde mijn examen. Milgram verdween naar mijn achterhoofd tot ik het boek De meeste mensen deugen: een nieuwe geschiedenis van de mens las. Rutger Bregman legt in dit boek bevattelijk uit waarom de resultaten van heel wat populaire wetenschappelijke experimenten niet kloppen; zo ook de experimenten van Milgram.   De schokkende waarheid van Milgram Stanley Milgram vroeg twee proefpersonen een lootje te trekken om te bepalen wie leraar en wie leerling zou zijn in het experiment. De leraar moest plaatsnemen aan de schokmachine. De leerling moest vragen van de leraar beantwoorden. Bij elk fout antwoord moest de leraar de leerling een stroomschok toedienen met behulp van de schokmachine. Bij elk fout antwoord van de leerling, gaf een man in een grijze stofjas de leraar opdracht om een schok toe te dienen. De schokken werden gradueel opgebouwd: de voltage werd steeds hoger. De leraar startte bij 15 volt, maar bouwde via sprongen van telkens 15 volt (30 – 45 - …) op tot 450 volt. De stroomschokken waren nep en de leerlingen waren medewerkers van Milgram. Milgram wou onderzoeken hoe ver de leraar zou gaan in het toedienen van de schokken. De leraar kon de leerling niet zien, enkel horen. De leerling schreeuwde wanneer de steeds hevigere schokken toegediend werden, bonkte op de muur of smeekte om te stoppen.   De man in de stofjas De New York Times kopte in 1963 ‘Sixty-Five Percent in Test Blindly Obey Order to Inflict Pain’. Los van het feit dat het storend is dat ze hun titel verneuken door het overdreven gebruik van hoofdletters, kunnen we gerust stellen dat ‘Blindly Obey Order’ ‘Ietwat Scherp Geformuleerd’ is. Milgram zelf gebruikte zijn onderzoeksresultaten als ultieme verklaring voor de Holocaust. Hij schilderde de menselijke soort af als wezens die klakkeloos bevelen opvolgen door een autoritair persoon (a.k.a. de man in de stofjas). Bregman onderzoekt het onderzoek en belicht een aantal flagrante fouten. Milgram was eerder een theatermaker dan wetenschapper. Wie zich niet aan het script hield, werd zwaar onder druk gezet. Leraren die geen schokken wilden toedienen, werden tot 9 keer door de man in de stofjas gedwongen om verder te gaan (a.k.a. The People Who Blindly Obey Order). Er is ook bewijs dat bijna de helft van de leraren niet geloofden dat de schokken echt waren. Dat is niet verwonderlijk: hoe zouden marteltechnieken in een onderzoeksetting ooit door de ethische beugel kunnen in een prestigieuze universiteit als Yale?   De mediageile wetenschapper Milgram maakte zijn onderzoekresultaten wereldkundig. Hij beschreef de resultaten als ‘diepe en verontrustende waarheden over de menselijke natuur’ (a.k.a. de mediageile wetenschapper). In zijn dagboek vroeg hij zich echter af of de onderzoeksresultaten verwezen naar significante wetenschap of alleen naar effectief theater? Hij schreef: ‘ik ben geneigd de laatste interpretatie te accepteren’. Het experiment van Milgram en de tot de verbeelding sprekende resultaten zijn bekend bij een heel breed publiek. De conclusie ‘mensen volgen blindelings bevelen op door een autoritair persoon’ is ongecompliceerd en geeft mensen een houvast om verklaringen te geven aan genocides, zoals de Holocaust. Hoe graag we dit ook willen geloven, de waarheid is vaak genuanceerder en gecompliceerder.   Durf denken Ik heb al gans mijn leven een fundamenteel en quasi onverwoestbaar geloof in de kracht van de wetenschap. Het lezen van Bregmans boek dwingt me mijn visie bij te stellen. Ik ben niet sceptisch tegenover wetenschap, eerder nog kritischer dan voorheen.Mijn Alma Mater, de Universiteit Gent, vat het mooi samen: ‘Durf Denken’. Als u beslist ongenuanceerd te zijn in hetgeen u van dit betoog wil opsteken, kies dan voor het toepassen van deze slogan.   Moeder: heb je al je woordpakket gestudeerd? Dochter: ja, maar ik weet niet wat het woord ‘stofjas’ betekent. Moeder: dat is een jas voor mannen die denken dat ze door het aantrekken ervan anderen kunnen commanderen.    

Lore Dewulf
6 0

En toen sloeg Sara drie keer

Ze zit tegenover me aan de houten tuintafel in de oude herfstzon, knijpt haar winterjas dicht over haar hals. De bries, het seizoen, de hele wereld; ze heeft zoveel vijanden gemaakt dat ze er niet meer wil zijn. Dat zegt ze ook, tot drie keer toe. Ik weet niet wat ik voor haar kan doen, elk plezier wordt afgewezen. We verschillen zo. Ze vertelt, keer op keer, hoe ze elke dag de mindfulness oefeningen doet uit het boek dat ik haar gaf, op het matje naast haar bed. Het lijkt haar laatste houvast aan het leven. Zullen we? Wil je? En als je nu eens? Nee, allemaal niks voor haar.Ik zie hoe mager ze is geworden, gerimpeld ook. Alle kleur heeft haar gezicht verlaten. Haar omhelzen durf ik niet, want er is corona.En zo blijven mijn woorden tussen ons in op het tafelblad stuiteren, als pingpongballetjes die niet worden teruggeslagen. De zon schijnt hard op mijn achterhoofd en ik voel hoofdpijn opkomen, denk erover mijn truitje uit te trekken. 'Maar heb jij het nu niet koud?' vraagt ze voor de tweede keer vol ongeloof. Ik besef dat dit de laatste keer is dat ik haar kan zien voor lange tijd, want vanavond houdt de zomer ermee op. Ik ben overprikkeld, al weken. Het minste geluid is een aanslag op mijn lichaam. Als ik niet ineen zit te krimpen onder het urenlange geblaf van de hond van de buren, ver weg maar monotoon enerverend in mijn allesomvattende hoofd - als een waterdruppel die daar eindeloos op wordt gedropt, of de elektrische zaagmachine van andere buren jammerend door mijn ingewanden gaat, dan wandel ik, ren ik, wèg van dat hoofd, want mijn lichaam is de kracht die alles overeind moet houden. Dan denk ik: kom maar hoofd, verstop je in de bossen, in je adem, in de mantra op het ritme van mijn stevige tred. En 's nachts, ach, 's nachts, met dat bonzende hart en jakkerende longen als liep ik voor mijn leven.Vannacht was een stukje pil mij net tot bedaren aan het brengen, ik las nog wat zinnen uit 'Such small hands', en toen kroop er plots een vlieg in mijn oor. Op mijn yogamat in de grote donkere zaal, een van mijn laatste toevluchtsoorden, voelde ik me veilig. Geen facebookvenijn, geen chauffeurs die me van de weg willen maaien, niemand die me beschuldigt, geen vrienden die een verbaasde emoticon onder rampspoed zetten maar nooit eens vragen hoe, of het met me gaat, geen coronaontkenners, geen egoïsten, geen coronaontkennende egoïsten, geen berichten waarop ik niet weet hoe te reageren, geen onheilsmeldingen, geen afwijzing, geen onbegrip, een lichaam dat eindelijk uitgedobberd is aan het einde van het uur.En toen sloeg Sara drie keer op haar klankschaal, en de trillingen zongen door de zaal, kropen mijn rugliggende, overgegeven lijf in, en trilden het bijna tot tranen. Ik besefte: dit is alles wat ik nodig heb, dit is geluk.

Katrin Van de Velde
6 0

Het is ineens herfst

Man man man, wat een weer. Onvoorstelbaar, dat zo’n mooie zomer ineens zomaar voorbij is en het herfst is met alle windvlagen van dien. Af en toe moet het slaapkamerraam zelfs dicht omdat je anders uit je bed waait. De boten in het haventje voor onze deur dobberen fanatiek heen en weer. Overal klapperen touwen en andere attributen. Je zou er onrustig van worden. Gelukkig is er nog niks gezonken. Als het niet zo heel hard regent zie je nog wel eens een visser. Maar verder heeft niemand wat te zoeken in de haven. De behendigheidsles van Stef is zelfs al een keer afgezegd. En ik snap het wel, het veld is zo zompig dat je tot je enkels in het water staat. Daar helpt geen drainage aan. Maar het is wel irritant, Stef is veroordeeld tot een leven binnenshuis. Niet dat hij zelf graag naar buiten gaat, hij steekt zijn neus om de deur en besluit dat hij best zijn pootje kan oplichten tegen de tuintafel. Die staat tenminste droog onder de overkapping. Ach, een keer schrobben met chloor en het is weer fris. Wel sneu voor die kleine man, hij gaat zo graag mee op pad. De hele wereld ziet er troosteloos uit. Alles is nat, overal staan plassen. Bah. Wat een geluk dat we nog een heerlijke vakantieweek hebben gehad in september. Toen de temperatuur nog dik en dik boven de twintig graden was. Gelukkig hield mijn maatje zijn poot stijf. Ik wilde een week in oktober, omdat het dan vaak zo’n mooi weer kan zijn. We zouden van een koude kermis thuisgekomen zijn. En als het nou alleen zou stormen, dan vond ik het nog wel prima. Dat is lekker, jas aan en tegen de wind in hangen. Maar het ene moment is er een felle zon en het andere moment probeert de natuur de droogte van afgelopen jaren in één minuut op te lossen. Onmogelijk om je op te kleden. Wat ik me dan afvraag, zou dit nou iets te maken hebben met de klimaatverandering? Het zou toch zomaar kunnen. Er komen steeds meer mensen op deze aarde en dat heeft zijn invloed. Of we dat nou willen of niet. En ik weet wel, Nederland is maar een klein stipje in deze kosmos, wij hoeven niet het beste jongetje van de klas te zijn want zoveel verschil kunnen wij niet maken. Maar het is toch wel fijn als we ons eigen nest zo schoon mogelijk houden. Als het dan al verpest wordt, laat het dan in ieder geval niet aan ons liggen. Dan kunnen wij, als rechtgeaarde Nederlanders, tenminste met een terecht gevoel van rechtvaardigheid naar een ander wijzen.

Machteld
4 0

Brief aan Jeanneke

Lieve Jeanneke, Een paar dagen na de start van die bevreemdende lockdown, hebben wij gejubeld en gelachen. Het voelde bijna ongepast om temidden van zoveel drama zo’n intens geluk te voelen. Alsof je de slappe lach krijgt tijdens een uitvaartplechtigheid. Maar er was nu eenmaal wonderlijk nieuws, zo massief dat het simpelweg niet te onderdrukken viel: in mijn buik zou een kind groeien. Jij! En groeien doe je volop. Nog 7 weken en dan maakt de wereld kennis met jou, en jij met de wereld.  Maar ik kan het niet helpen: ik maak me zorgen. Want op wat voor een wereld zal ik je zetten? Fraai is die er niet aan toe. Onze samenleving wankelt onder een pandemie. Er is een klimaatcrisis die met de dag tastbaarder wordt. En het publieke debat geraakt verzuurd met polarisatie, racisme en gecrispeerde bekrompenheid. Op Facebook en in de media overstemt een handvol roeptoeters al wie zich kwetsbaar opstelt, al wie niet meekan, of wie vooral een knuffel nodig heeft.  Net nu iedereen nood heeft aan wat mildheid, trekken velen zich terug in het starre eigen gelijk. De muurtjes rond de eigen mening worden hoger, wat zich daarachter afspeelt, wordt minder zichtbaar en moeilijker te ontrafelen. Net nu een klein gebaar van vriendelijkheid, zoals de glimlach van een toevallige passant, zo’n deugd zou doen, verdwijnt die achter een masker. Corona heeft ons veel afgepakt, maar misschien wel vooral: de vanzelfsprekendheid en spontaniteit van het alledaagse. En toch. Terwijl jij veilig in mijn buik groeide, groeiden er ook mooie dingen in Vlaanderen, dingen waardoor we weer hoop kregen dat het alsnog goed komt. Zoals Herman Van Veen het zingt: de wereld is niet mooi, maar jij kan haar een beetje mooier kleuren.  Want misschien lijk je wel op je tante, die elke dag de stormloop aan ongeruste patiënten in haar huisartsenpraktijk trotseert. Of op die andere tante, die er op alle mogelijke manieren voor zorgt dat nieuwkomers toch nog Nederlands kunnen leren en hier een toekomst kunnen opbouwen. Misschien heb je wel wat weg van die Afghaanse vriend die al zoveel tegenslagen kende en ook nu weer rechtkrabbelt. Of heb je de ruime blik van die kranige grootnonkel, die zich ondanks zijn ziekte zorgen maakt om mensen in armoede. Of misschien ontpop jij je wel tot een soort van sociale superlijm, zoals die ene vriend die onze vriendengroep op creatieve wijze bij elkaar weet te brengen. Misschien treed jij wel in de voetsporen van die zeldzame experte die de nuance zoekt en ruiterlijk toegeeft dat zij het ook allemaal niet zo goed weet.  Of word je zoals die koppige buurman, die blijft klappen voor de mensen in de zorg, nog lang nadat iedereen daarmee gestopt is.  Misschien raak je wel geïnspireerd door die zonderling, die tussen al het geweeklaag door, mildheid predikt. Mildheid tegenover onszelf en tegenover elkaar. Of krijg je energie door die kleine, maar groeiende groep politieke leiders, die de strijdbijl en het gekibbel begraaft, en zich eindelijk echt wil inzetten voor de toekomst van ons allemaal. Wat zijn we ontzettend benieuwd naar jou. Zal je de schone krullen van je vader hebben, en de aanstekelijke lach van je moeder? Of erf je ons piekergedrag en je moeders ambetante voeten? Maar vooral: wat voor iemand zal je worden? Soms dromen we daar hardop over. Dan word jij een handelaar in goeds, een geluksmarchand die wiegende bomen plant, een bellenblazer onversaagd, die alles en iedereen met vrolijke glans belaagt. Een liefdesverspreider, een armoedebestrijder, een onvermoeibare levensbegeleider. Maar het is niet aan ons om jouw pad uit te stippelen. Word maar gewoon helemaal wie je zelf wil. En ongeacht wat de toekomst brengt: jij bent er nu al in geslaagd om de wereld mooier te maken de voorbije maanden. Uitkijken naar jouw komst was een kristalhelder lichtpunt, het bracht ons en onze families en vriendengroepen dichter bij elkaar, en deed ons beseffen wat er echt toe doet. En nee, onze samenleving is er nog niet. We hebben nog heel wat voor de boeg. Maar maak je maar geen zorgen, daarvoor is het nog te vroeg. Veel te vroeg. Bemoedigende groetjes, Je mama in spé (en je papa schreef mee)   Auteurs: Lies Steurs (17-11-1990) & Hendrik Moeremans (27-07-1987)

LiesSteurs
0 0

Liefde in coronatijd

Liefde in coronatijd Loes:         Oma, wil je het verhaal over jou en opa nog eens vertellen alsjeblieft? Oma:        Tuurlijk lieverdje! Zoals je wel weet zijn opa en ik al lang samen, maar achter onze relatie schuilt wel een leuk verhaal. Opa en ik zaten beiden in het vijfde middelbaar, we hebben elkaar leren kennen door gemeenschappelijke vrienden. Stiekem hadden we beiden wel interesse in elkaar maar durfden we dat niet onmiddellijk toe te geven. We hebben dan ook een half jaar lang rond elkaar gefladderd, maar zowel opa als ik durfden de eerste stap niet te zetten.     Toen we eindelijk wel de moed hadden gevonden om onze gevoelens voor elkaar uit te spreken hebben we onze relatie dan ook ‘officieel gemaakt’. De eerste maand zaten we alle twee op   een roze wolk, we waren graag bij elkaar en deden veel dingen samen. Ik moet toegeven Loesje, ik voelde de vlindertjes zo in mijn buik echt rond fladderen. Maar jammer genoeg werden we snel van die roze wolk getrokken. Het coronavirus gooide roet in ons liefdesverhaal, Doordat de situatie zodanig escaleerde had België besloten om zijn grenzen te sluiten voor de buurlanden. En zoals je weet Loesje, woonde opa vroeger in Nederland. Dit wilt dus zeggen dat we elkaar niet meer konden zien. Je opa en ik waren echt met stomheid geslagen. We beseften zelf nog niet helemaal goed wat dit voor ons zou betekenen, maar we wisten wel dat we een oplossing moesten bedenken om elkaar toch te kunnen blijven zien. Je opa is dan ook verschillende keren met de auto langs de Maasbrug in Maaseik gereden. Maar tevergeefs, keer op keer stond er politie te controleren. Je moest een zekere verklaring kunnen voorleggen waarom je als Belg nu zo dringend naar Nederland moest of omgekeerd. Natuurlijk hadden wij geen ‘geldige’ verklaring. Ook had de gemeente van Maaseik alle kleine grenswegen laten blokkeren met containers of enorme grote betonnen blokken. Ook dit was dus al geen optie meer. Ik volgde elke dag het nieuws en hield de berichten van de burgemeester van Maaseik nauwlettend in de gaten. In de hoop dat er gecommuniceerd zou worden over de grenzen, maar ook hier stuitte ik keer op keer op een teleurstelling. Opa en ik hadden dan ook maar besloten om eventjes af te wachten en gewoon in contact te blijven met elkaar via onze gsm. We belden dan ook elke avond met elkaar, dit hielp me wel om de quarantaine door te komen. Het was natuurlijk niet leuk dat we elkaar fysiek niet konden zien, maar in het begin was ik al blij dat we wel nog konden praten met elkaar. Maar na enkele weken begon ik toch te hunkeren naar een knuffel van opa, ik wou hem gewoon zo graag zien en kunnen vastpakken. Ik wou mijn bezorgdheid met hem kunnen delen over de situatie, ik had gewoon iemand nodig die me zei dat alles goed zou komen. Ik maakte me de voorbijen weken dan ook zorgen over “wat als de grenzen niet meer open gaan?”, “wat als corona nooit meer verdwijnt en we onze dierbaren nooit nog kunnen zien of knuffelen?”. Want Loesje mijn kind, je moet niet vergeten dat we ons toen in een quarantaine bevonden: De enige mensen waar ik toen contact mee mocht hebben waren mijn ouders. Mijn oma en opa kon ik gedurende een maand niet bezoeken, net zoals de rest van mijn familie. Ook had ik mijn vrienden al  sinds de school sloot niet meer gezien. En dat sociaal isolement begon er toch hard in te hakken. Gelukkig, kreeg ik op 18 april goed nieuws, de burgemeester van Maaseik had in een facebook post vermeld dat het vanaf nu een essentiële verplaatsing zou zijn wanneer je je lief in het buitenland wou bezoeken. Ik was zo blij en opgelucht tegelijkertijd, dat ik je opa meteen alles heb verteld. Hij had namelijk geen facebook account, dus hij had het goede nieuws nog niet vernomen. De dag na de mededeling wou opa me dan ook graag komen bezoeken, maar het voelde wel nog een beetje onwennig allemaal. De grens oversteken voelde nu als iets illegaals. Er stond nog steeds politie bij de Maasbrug en opa moest dan ook uitleggen waarom hij zo nodig naar België moest. Hij legde dan ook met een bang stemmetje uit dat hij vernomen had dat je lief bezoeken vanaf nu gezien werd als een essentiële verplaatsing. De politie stelde hem daarna wat vragen zoals “hoelang zijn jullie al samen?” en “waar woont je vriendin?”. Nadat hij keurig geantwoord had op de vragen mocht hij van de politie doorrijden. Toen hij bij mij thuis aankwam was het dan ook een blij weerzien.  Sindsdien probeerden we elkaar elke week weer te zien.   Loes:         Als je er nu over terugdenkt, vond je het dan een stomme periode? Oma:          kijk Loesje, een quarantaine is helemaal niet leuk. Het sociaal isolement valt na een tijd zwaar. Het liefst wil je je dierbaren gewoon kunnen omhelzen, maar ik wist ook dat dit in de situatie waarin we zaten niet mogelijk was. We moesten zoveel mogelijk afstand houden van iedereen en ons sociaal leven was zo goed als onbestaand. Ik vond het dan ook helemaal niet leuk dat ik je opa niet meer kon zien. Zeker niet omdat onze relatie nog zo pril was en omdat ik liefst nog een tijd langer op die roze wolk wou blijven verder zweven. Ik snapte de beslissing van de overheid om de grenzen tijdelijk te sluiten dan ook wel, ze probeerde enkel voor een stagnatie of daling in de coronacurve te zorgen. En als ik nu zo terug denk over deze tijd denk ik dat het misschien nog goed is geweest voor ons. De generatie waar opa en ik in zijn opgegroeid was een generatie die vaak niet lang samen blijf met hun partner. Al snel was het ‘interessante’ er van af. Maar doordat je opa en ik elkaar niet zo vaak hebben kunnen zien werd die interesse juist geprikkeld.

Emmevandebosch
0 0

mijn vitrinekast toont me mijn grootste angst

Al meer dan twintig jaar bezat ik hem. Meer dan tweehonderd centimeter hoog, vooral doorzichtig en glas, maar aan de randen en staanders bleek aluminium. Een vitrinekast. Uiteindelijk mijn vitrinekast. Na de scheiding die niet echt was, want we waren niet in de echt verbonden, werd hij mijn deel. De ex van wie ik me afscheidde had een heel eigen beeld bij delen. Zij deelde me mede dat ik geen stoffelijke goederen uit onze huwelijkserfenis zou gaan ontvangen, anders dan die, die ik aan het begin van ons gevecht, op papier bedongen had. De vitrinekast was er daar een van. Toen het gevecht nog niet bloedig was. Toen ze nog in de overtuiging leefde dat ik me opnieuw zou schikken, hoofd buigen, slikken, toegeven, accepteren, incasseren, boete doen. Hoe wonderlijk was de bevrijding die in mij had plaatsgevonden, want al deze kwaliteiten die me bonden aan een vergiftigde en ongelijkwaardige relatie waren mij ontvallen. Niet dat ik ze kwijt wilde, dat ik er zelf aan gewerkt had ze van me af te schudden. Nee, ze ontvielen me op het moment dat ik mijn enige angst aankeek, doorheenkeek, achteruitkeek. In een week tijd loste mijn doodsangst op, verdwenen mijn nachtmerries. Met een meedogenloos mededogen hielpen de hulpverleners me erdoorheen. Zoals Gollem in de Ring loste de doodsangst op en nam al die kwaliteiten met zich mee het universum in. Tijd voor gewone angst nu. Die heb ik nog. Gelukkig, daaruit blijkt dat ik een mens ben als alle anderen. ‘t Blijkt dat ik, hoe verbazend, verbonden ben met mijn realiteit, onstoffelijk en stoffelijk. Al eenenvijftig jaar geleden verbond ik me, gedurende de doodsangst, met de meest zorgende en koesterende moeder: de aarde. Kiezelpaden trokken me aan, groene serpentijn, rode jaspis, witte kwarts. Ze gingen met me mee, in mijn jaszak, woonden in een sigarendoos, een spijkerkastje. Ik verzamelde ze, koesterde de kristallen en knuffelde de stenen. Altijd een vriendje bij me in de woestijn van overleven. Toen de tijd van geld verdienen aangebroken was kregen de mooiste mineralen een speciale plaats, in de vitrinekast. Zo werd die het omhulsel voor de levenslijn die moeder aarde me bood. En dus ging na bevrijdingsdag die kast met me mee, uit het oude huis, met veel moeite in een busje, vier verdiepingen omhoog naar mijn kloosterappartement. Eventjes was ik over the moon. Maar al gauw werd de realiteit helder: de vitrinekast is veel te groot voor mijn tiny house, en veel te groot als lijn naar de oude doodsangst. Loslaten gaat over het doorleven van angst, en loslaten gaat ook over het kiezen voor mijn actuele realiteit. Al pratend met de vitrinekast bleek hij te behoren bij de achterwaartse realiteit. Dus Marktplaats werd zijn deel. Hij zal vanaf nu modelautootjes bevatten, de passie van een ander omhullen. Adieu vitrinekast. Mijn omhulling werp ik met overtuiging van me af. Zodat ik mijn huidige angst kan aankijken. 

Marc Graetz
7 2

Tellen tot drie, slapen en de Wallen van Amsterdam

Als snel in slaap vallen een olympische discipline was, won ik zonder verpinken de gouden medaille. Wanneer mijn hoofd mijn hoofdkussen raakt, maak ik in minder dan één minuut de oversteek. Ik slaap tot mijn wekker afgaat, of tot één minuut daarvoor (geconditioneerd zegt u?). De laatste maanden maakte ik echter kennis met insomnia. Het in slaap vallen binnen de minuut bleek nog altijd on point, maar plots werd ik midden in de nacht wakker om de slaap niet meer te kunnen vatten. Nu kan u allerlei trucjes gebruiken om terug de slaap te vatten. Eén daarvan is een app waarbij een nasale stem u vraagt om terug te tellen van 1000 naar 0. Ik kan u verzekeren: mijn frustratiegehalte telde omgekeerd evenredig op terwijl ik de nummers aftelde. Het leek een langgerekte overgang van oud naar nieuw (u kent het wel: glaasje bubbels in de hand, aftellen en toch niet té dicht in de buurt staan van die creep die al een uur lang elke vrouw in de feestzaal aanspreekt om te informeren of ze als eerste met hem wil kussen op middernacht.). Mijn concentratie verlegde zich gaandeweg, eerst tussen de honderdtallen, daarna tussen de tientallen. Bij 933 vroeg ik me af hoe ik me kon laten verleiden door een app, bij 897 vroeg ik me af wie in godsnaam deze app had gemaakt en bij 883 moest ik uit bed om op te zoeken wie de maker van die app was en om te checken of ik misschien toch een vorm van dyscalculie heb (kan iedereen vlot achteruit tellen? Eerlijk?). Vanaf het moment dat ik moeder werd, zie ik slapen als een kostbaar goed. Ook al levert slapen soms de meest onflatterende foto’s op. Ik hoop oprecht dat niemand ooit de fotoreeks in handen krijgt van onze Italiëreis in het zesde middelbaar waarbij het een sport was om een klasgenoot te fotograferen terwijl die in een semi-comateuze toestand op de bus sliep. U wilt niet weten hoeveel kwijl en dubbele kinnen er in één fotoboek gebundeld zijn. Ik behoorde niet tot de groep newborn moeders die gezegend was met doorslapende baby’s, niet op de leeftijd van één maand, een half jaar of één jaar. Ouders die mij vol trots vertelden dat zoon- of dochterlief na enkele weken al doorsliep kon ik geen ruimte geven. Ik kon hen alleen maar aanstaren, met een bleek gezicht en wallen die meer in het oog spongen dan de Wallen van Amsterdam. Ondertussen slapen mijn dochters doorgaans door (langgerekte avondrituelen daar gelaten: ‘ik heb nog één vraagje’). Maar ik ben nog steeds geen moeder die zomaar een kinderslaapkamerdeur kan opengooien om me te vergapen aan de schoonheid van een slapend kind. Doorslapen is één ding, vast slapen iets totaal anders. Wanneer ik me toch in hun kamer waag, krijg ik steevast de vraag: ‘Wat is er, mama? Wat doe je hier?’. Waarna ik sus en mompel dat ik de vuile was kom halen. Ik vraag u dus geen tips om mijn – hopelijk tijdelijke - insomnia te bestrijden, enkel tips om zo stil als mogelijk mijn slapende dochters te aanschouwen in de nacht.   Dochter: Weet je nog hoe je vroeger zei: ‘ik tel tot drie en dan vertrekken we’. Moeder (glimlacht): Ja, maar dat werkte alleen als jullie nog kleuters waren. Dochter: Nu doe je hetzelfde met jezelf. Maar eigenlijk is het niet eerlijk: als volwassene krijg je véél meer tijd.   Moeder: ? Dochter: Je telefoon telt tot 1000 en dan pas moet je slapen.

Lore Dewulf
0 0

Brief aan Vlaanderen

Ik ben een zeventienjarig meisje dat zeer graag in Vlaanderen woont. Opgegroeid in een normaal gezin. Mama en papa die mij steunen in alles wat ik wil bereiken. Twee broers waar ik een goede band mee heb. Opgegroeid in een rustig gelegen huis is een dorp. Ik ga graag eens naar een drukke stad, maar ben ook heel graag op het platteland. Ik vind dat Vlaanderen de ideale mix is en dat ik zeer dankbaar mag zijn dat ik hier geboren ben. Wel heb ik mijn eigen mening over bepaalde dingen en kunnen sommige dingen zeker beter aangepakt worden in deze maatschappij. We leven nu in een pandemie, dat maakt het natuurlijk niet makkelijker. Maar misschien heeft het wel voordelen voor ons gedrag tegenover elkaar en de maatschappij.  Ik keek voor corona naar Vlaanderen met een bezorgde blik. Ieder voor zichzelf, dat was de maatschappij. Wil je iets bereiken, dan moet je er zelf voor zorgen. Dat is het zeker nog wel op sommige vlakken, maar corona heeft er ook voor gezorgd dat Vlaanderen warmer werd, naast natuurlijk alle miserie dat het virus met zich meebracht.  Mijn kijk op Vlaanderen is een beetje veranderd, maar toch ook niet helemaal. Ik zie mensen nog steeds in een boog rondom mij gaan of naar de grond kijken als ze mij passeren. Misschien is dat normaal, misschien is dat uit angst voor het virus, maar dat was soms ook al voor corona. Ik zie het juist als een kans om de mensen eens in hun ogen te kijken. Meer te vragen hoe het met hun gaat, want emoties kan je moeilijk aflezen van een gezicht waarvan meer dan de helft bedekt is met een mondmasker.  Er zijn mij zeker dingen opgevallen. Zo had je het applaus voor de zorgsector elke avond om acht uur. Een heel mooi gebaar vind ik, die mensen zijn de echte helden in deze crisis. Doe het maar eens, elke ochtend opstaan wetende dat je met honderden mensen in contact gaat komen die besmet zijn met een dodelijk virus waar men nog niet eens alles over weet. De moed en passie voor hun werk moet immens zijn. Elke dag weer alles eraan doen om zoveel mensen zo snel mogelijk te genezen. Mijn respect voor die mensen is enorm groot. Eerlijk gezegd, ik zou er de moed niet voor hebben. Ook was er een drone die soms over Vlaanderen vloog waar je een boodschap kon overbrengen voor iemand, de zorg, de bevolking, wie dan ook. Ook dat vond ik een zeer mooi gebaar. Het is zoals ik hiervoor al zei, Vlaanderen is warmer geworden. Over na corona kan ik nog niet praten, want we zitten er nog midden in. Ik hoop dat mensen dat ook beseffen.  Frustraties zijn er altijd. Je kan het nooit eens zijn met alles en iedereen. De beslissingen van de overheid snap ik vaak niet. Maatregelen laten vallen wanneer er nog steeds zeer veel besmettingen zijn frustreert mij mateloos. Langs de andere kant ben ik ervan overtuigd dat die mensen wel gewoon hun best doen, maar gewoon ook niet voor iedereen goed kunnen doen. Ik denk dat er veel dingen zijn die wij niet beseffen waar de overheid rekening mee moet houden. Ook frustreert het mij wanneer ik de bus opstap en vier veertienjarigen hun mondmasker niet zie dragen en hoor roepen naar elkaar of ik iemand zie met zijn neus uit zijn mondmasker. Het is nu ook niet moeilijk de maatregelen correct te volgen. Het zijn er al niet veel, leef ze dan ook na! Sommige mensen kunnen zeer respectloos zijn tegenover andere mensen zonder dat ze het zelf beseffen.    Mijn boodschap voor Vlaanderen zou zijn, maak het beste van de situatie waar we nu inzitten. Sterker zelfs, maak er gebruik van eens mensen in de ogen te kijken, te vragen hoe het met hen gaat, knik eens, knipoog, spreek met uw ogen! Zeg eens dank u als je een verpleger, dokter of eender wie ook tegenkomt die echt wel de titel held verdient. Hou de warmte in Vlaanderen, ook na de pandemie. Draag uw mondmasker, bescherm niet alleen uzelf, maar ook een ander. Wederzijds respect, liefde en het creëren van een warm gevoel bij uzelf en de mensen rondom u zijn de ingrediënten voor de ideale samenleving. Laten we samen van Vlaanderen een maken.  

Marg
6 0

Het zat er aan te komen...

Het zat er aan te komen hè, we hadden het allemaal wel aan kunnen zien komen als we eerlijk waren. De tweede Corona-golf met de bijbehorende maatregelen. En ik ben niet heiliger dan de paus hoor, ik heb ook echt wel mijn oeps-momenten gehad, maar als ik zag hoe mensen weer hutjemutje op het strand lagen, of lekker met zijn allen bijeen dromden op de Tilburgse kermis. Er mag weer publiek bij voetbalwedstrijden en wat doen de supporters van Willem II? Die maken er een zootje van. Tja, dan wordt één en één toch weer twee. Ik ga ook niet zeuren over Famke Louise, het arme kind had in ieder geval het lef om ondervraagd te willen worden. Willem Engel zie ik nog niet snel langskomen, die is wel wijzer. Ik wil wel mijn respect uitspreken voor Diederik Gommers. Wat een superoptreden van die man. Zo beheerst, zo rustig. Met alle begrip voor mensen die vragen stellen en ook graag antwoorden willen. En nu loopt het aantal besmettingen weer op. En de ziekenhuisopnames. En het aantal patiënten op de IC. En het aantal mensen dat weer loopt te piepen en te zeuren omdat ze thuis moeten blijven. Omdat de kroegen om tien uur ’s avonds dicht gaan. Ach gussie. Natuurlijk, het is heel vervelend. Zeker voor de ondernemers die het betreft. Ik zou het ook niet leuk vinden als ik een kroeg had en ik mocht na negen uur geen gasten meer binnenlaten. Dan wordt het juist gezellig. Maar wat is het alternatief? Dat we weer in een volledige lockdown gaan omdat de ziekenhuizen overlopen en de zorgverleners moeten gaan kiezen wie ze wel of niet helpen? Jouw oma of mijn oma, kies maar. Ik hoop, en ik denk, dat we van de eerste golf wel wat geleerd hebben. Ik hoor berichten over het toedienen van bepaalde medicijnen die het virus niet wegnemen maar de uitwerking ervan wel minder maken. Dat is toch al een vooruitgang, misschien worden er nu minder mensen heel erg ziek. Maar het doel moet toch zijn om het virus niet verder te verspreiden. Dus afstand houden. Het is lastig, maar het is best te doen. Als we elkaar er maar opmerkzaam op maken. Op een respectvolle manier, dat wel graag. Nu wordt gevraagd een mondkapje te dragen in openbare binnenruimten. Het zal een beetje wennen zijn, maar ik ga me er in ieder geval aan houden. En ik hoop met mij meer mensen. Want uiteindelijk zijn het alleen de mensen maar die het verschil kunnen maken. Wat zou het fijn zijn als wij onze Nederlandse kreun- en steun-mentaliteit eens even in lockdown konden zetten. En weer samen zouden optrekken om deze crisis te bezweren.

Machteld
0 0