Lezen

Ongenode gasten

Wonen aan een haventje, aan de rand van een dorp, heeft heel veel voordelen. Het uitzicht is leuk, er is altijd leven in de brouwerij. In de zomer is het een komen en gaan van mensen die gaan varen of die gewoon een hele dag rondrommelen op hun boot. In de winter worden de kades bevolkt door vissers. Ze komen tegenwoordig al met bestelbusjes omdat ze anders al hun materiaal niet mee krijgen. Het ontbreekt er nog net aan dat ze een tentje opzetten. Waarschijnlijk omdat er te weinig plaats is. Helaas trekt het water en de polder ook gasten aan die wat minder welkom zijn. Vooral als het wat kouder wordt. Stef had het eerder in de gaten dan wij. Normaal gesproken kruipt hij na het eten van zijn brokjes en zijn varkensoren tevreden op de bank en komt hij daar alleen vanaf als hij vindt dat hij wel weer een snoepje kan komen halen. Maar nu stond hij gefocust bij de schuifpui. Zijn staartje als een volwaardige antenne recht omhoog. Omdat we eigenlijk het hele jaar door muizen in de tuin hebben, moesten we er om lachen. “Hij heeft weer een muis in het vizier.” Af en toe schoot hij naar buiten. En kwam dan even later onverrichter zake weer terug. Naar zijn uitkijkplek bij de pui. Mijn maatje ging eens kijken wat er aan de hand was maar kon ook niks vinden. We vonden ook geen sporen van dieren. In het voorjaar hadden we woelratten in de tuin en die veroorzaakten behoorlijke gaten in de vloer van ons houten tuinhuisje. Ook het visvoer dat daar stond, in keurig afgesloten emmers, had het moeten ontgelden. Maar dat was nu helemaal niet aan de hand. “Kom op Stef, niks aan de hand, het zijn maar muisjes.” Tot ik ineens op mijn werk een appje kreeg van mijn maatje. “We hebben toch weer rattengif nodig.” De collega aan wie ik de foto liet zien, sprong bijna tegen het plafond. Een enorme bruine rat zat op zijn gemak te drinken uit een bak waar de meest recente regenbui een behoorlijk plas water in achter gelaten had. Het was een bizar gezicht. Dus hebben we de rattenval weer gevuld en vergif neergelegd op plaatsen waar Stef absoluut niet kan komen. Ik weet het wel, ratten zijn gevaarlijk, ze brengen ziektes met zich mee en ze zijn vies. En ik wil niet dat Stef er achter aan gaat, stel dat hij een rat doodbijt die echt heel ziek is. Je moet er niet aan denken wat mijn kleine vriendje daar van op kan lopen. Maar ergens vind ik het toch zielig. Zo’n dier kan er ook niks aan doen. Dus hoop ik maar dat hij goed ver weg kruipt. Zodat ik hem niet kan vinden.  

Machteld
2 0

Sinterklaas

Het brengt toch altijd weer een bepaalde sfeer met zich mee. Een sfeer die ik voor mezelf probeer niet te laten verpesten door de zwartepietendiscussie. Het zijn ook maar kleine dingen die het gevoel weer helemaal terug laten komen. Een reclamefolder van de supermarkt waar ik altijd kom, een boekje met speelgoed, opmerkingen van kinderen op televisie. Het is een gevoel van nostalgie dat ik vaak probeer te koesteren. Het geeft een soort gevoel van beschermd zijn. Ik denk dat dat ook het belangrijkste is van al dit soort gebruiken. Kinderen het gevoel geven dat ze misschien wel stout zijn geweest, het afgelopen jaar, maar dat dat helemaal niet erg is. Dat kinderen stout mogen zijn. Ik heb geen kinderen. Ik probeer mijn mening daarom ook altijd zoveel mogelijk voor me te houden. Niet dat ik geen mening heb maar ik heb door de jaren heen ontdekt dat veel mensen vinden dat ik die niet mag geven. “Jij hebt geen kinderen, jij hebt daar geen verstand van.” Het klopt, ik heb geen verstand van kinderen opvoeden, maar ik zie heus wel dat kinderen tegenwoordig maar moeten en moeten. Ze moeten naar de sportvereniging, naar blokfluitles, naar bijles want ze moeten wel allemaal naar het gymnasium. Mijn zus heeft vroeger ook een blauwe maandag blokfluitles gehad. Op school. Op een gegeven moment gaf iemand commentaar op haar muzikaliteit waarna ze haar fluit op zijn hoofd in stukken sloeg. De hoofdonderwijzer, zoals een schooldirecteur toen nog heette, belde mijn moeder. Hij had moeite zijn lach te houden maar vertelde toch dat dit niet de insteek was van muziekles. Einde oefening. Mijn zus hoefde nooit meer haar toonladders te spelen. Ik kan je vertellen dat zij niet de enige in huis was die daar blij om was. Wat dat betreft hadden wij het toen wel iets makkelijker. We hoefden niet iedere dag vanalles. Daarom waren we ook niet echt benauwd voor Sinterklaas. Wat er in dat grote boek van hem stond, kon nooit verschrikkelijk belastend zijn. We hadden geen bijles waar we onderuit probeerden te komen en we hadden ook maar één sportclub per week. Als we onze schoen zetten, zat er altijd wel wat in. Al was het maar een mandarijn en een chocolade-sinterklaasje. Later maakten we surprises. Goedmoedig plagen met een gedicht dat eigenlijk die naam niet mocht dragen. Ach, het is al lang geleden dat ik met Sinterklaas een sperzieboon-surprise kreeg van mijn vader. Omdat dat de groente is waar ik echt van gruw. Ik hoop dat de kinderen van nu straks ook die herinneringen kunnen koesteren. Ik geniet in ieder geval weer van het moment dat hij bij ons het haventje in vaart.    

Machteld
9 0

de stad is moe

De stad is moe De stad is vuil De stad is boos   10 jaar geleden was het alweer. Barcelona.  Terwijl mijn lief een conferentie bijwoont, strekt de dag zich voor me uit als een leeg canvas. Die tijd krijgen in een vreemde stad, het is een onverwachte luxe. Barcelona was altijd al complex voor me, een soort levende identiteitscrisis als kenner van het Spaanse binnenland, en wordt dat vandaag nog meer. Binnen een tijdspanne van 5 uur meander ik zonder kaart van een café solo onder een palmboom (in november!) via een tentoonstelling over feminisme, recht richting straatprotest. Sinds enkele weken bezetten jongeren het universiteitsplein in een geïmproviseerd tentenkamp, als protest tegen de uitspraak over de Catalaanse parlementsleden en het politiegeweld dat volgde na eerdere manifestaties. De bus die bezoekers naar de binnenstad brengt, moet er omrijden om Plaza Catalunya nog enigszins te kunnen bereiken. De stickers vind je overal in de stad: op vuilnisemmers, lantaarnpalen, onder je voeten op eeuwenoude tegels: l‘LLibertat Presos Polítics!’  - #genercacio14 -‘Spain, a real dictatorship’ - . ‘Todos iguales, todos san papeles’, #NiUnaMenos.   Een rugzak op mijn rug blijkt voldoende reden voor de inwoners om me stuurs aan te kijken of in het Engels aan te spreken, hoewel ik perfect Spaans spreek. Het is ontnuchterd als toerist te worden bejegend in een land dat ooit als mijn tweede thuis voelde. Maar ik ben natuurlijk écht: een toerist. Zoals 7 miljoen anderen per jaar. De paradox van de toerist is dat niemand toerist onder de toeristen wenst te zijn. Ook ik redeneer zo, en het uit zich in mijn gedrag: als ik sneller stap, in de metro verveeld voor me uit kijk, een zonnebril draag en de kleine parallelstraatjes induik in El Born – zal ik wel mooi oplossen in de lokale bevolking. Ik moet lachen om mijn eigen doorzichtige gedrag. Alweer een paradox is dat die zelfrelativering me niet belet het truukje toch vol te houden. De stad is vuil en druk. Ik haast me over de uitgesleten Rambla. Ook dit is Barcelona. Na Venetië en Amsterdam een van de meest geciteerde voorbeelden van massatoerisme, tegen wil en dank. Gevelspandoeken herinneren me aan de wens van de bewoners om geen gegentrificeerde woestijn van verhuurappartement te worden. Ik mijd bewust ketens, winkel bij de lokale kruidenier en kies boquerones fritos bij een oude Catalaan. Ik blijf mensen op straat of in het appartementsgebouw waar we logeren, consequent vriendelijk groeten, ook al groeten ze niet terug. Italo Calvino schreef: “de stad ademt in wat wij uitademen. Moge het in hemelsnaam liefde zijn.” Vandaag voel ik die liefde niet. Vandaag is Barcelona een podium van de wereld in crisis, van veranderde narratieven, van het omverwerpen van een dominant discours. De stad is handen van zij die de status quo verwerpen. Oude verhalen, nieuwe, urgente hoofdstukken. Dit is Barcelona. 

JanaK
13 0

Mens-worden

Nu heb ik echt hulp nodig. Nu kan ik het echt niet meer alleen. Nu heb ik jou nodig, papa. Nu moet je terugkomen, eventjes maar. Om me te helpen. Eventjes, maar je moet. Ik ben mezelf kwijt, al had ik mezelf eigenlijk nog nooit gevonden. Paradox. Hoe paradoxaal het klinkt dat op het moment dat je jezelf aanvaardt zoals je echt bent, dat je eigenlijk verandert. Dat las ik in een boek van Rogers deze week en het trok meteen mijn aandacht. Dat is mijn probleem. Ik aanvaard mezelf niet 100 procent zoals ik ben. Ik aanvaard me niet eens 50 procent. Dat is mijn probleem. Ik twijfel zogezegd altijd aan Nick, en of hij me wel graag genoeg ziet. Nee, dat is wat ik mezelf tot nu toe heb wijsgemaakt. Ik twijfel aan mezelf. Ik twijfel of ik het wel waard ben om zo graag gezien te worden. Want ik snap het niet. Hoe iemand zoals hij, iemand zoals mij graag kan zien en blijven zien. Drie jaar al. Ondertussen ben ik 20. Er is nog niks veranderd aan mijn onzekerheid. Die is nog steeds hetzelfde als op dag 1. Maar mijn inzicht in die onzekerheid is wel veranderd. Het ligt dus toch niet aan hem. Hem kan ik niets kwalijk nemen, niets. Only I am to blame. Ik heb als enige schuld aan die onzekerheid die al drie jaar lang in me zit te broeden. Ik wil daar zo graag van af. Ik moet leren mezelf graag te zien. Maar hoe??? Daarvoor heb ik dus je hulp nodig. Jij zou het me kunnen leren, daar ben ik zeker van. Jij zag me graag. Leer me hoe dat is. Leer me wat je dan in me zag dat ervoor zorgde dat je me graag zag. En ik zal je geloven, beloofd. Ik zal naar je luisteren. Ik zal aan mezelf werken zodat ik je trots kan maken. Geef me de kans om dat te doen, alsjeblieft. Toon me wat ik moet doen en ik zal het doen.  BELOOFD.

Layla Clarke
2 1

Nieuws

Het is weer zover, Nederland is in de ban van een zeer belangwekkende gebeurtenis. Het hele land gaat los op de nieuwe relatie van een BN-er. Twitter en Facebook zijn weer volledig ontploft. Het nieuws is trending, zoals dat tegenwoordig zo trendy heet. Voor- en tegenstanders voorzien het hele internet van de meest ongefundeerde meningen. Hij is dit, zij is dat, de ex is zielig. En ik lees weer mee. Heerlijk. Alsof iedereen precies weet wat er allemaal echt gebeurd is. Ik heb het idee dat niemand dat ook echt belangrijk vindt. Het beïnvloedt in ieder geval niet de mening van het merendeel van de meute. Ik vraag me weer af of mensen zich niet schamen voor de kwetsende commentaren. Waarschijnlijk niet, dat moet immers allemaal mogen. Nu boeit het me eigenlijk helemaal niet wat de man in zijn vrije tijd doet, dat moet hij echt zelf weten. En hij is al helemaal vrij om te kiezen met wie hij dat wil doen. Alsjeblieft, val mij er niet mee lastig. Maar het is lastig over het hoofd te zien. Natuurlijk besteden ook de 'nieuws'-programma's van RTL en SBS dagelijks aandacht aan de voortgang van deze soap. Alle experts komen weer langs om hun woordje te doen. Met name maken zij zich zorgen om het welzijn van het zoontje van het voormalige stel. Natuurlijk is het voor hem ook sneu. Zijn vader en moeder zijn uit elkaar, dat lijkt me voor een kind altijd moeilijk. Ook zonder dat iedereen daar zijn commentaar over geeft. Misschien moeten die programma’s ook eens een keer hand in eigen boezem steken. Fotografen liggen weer klaar in de struiken om het eerste plaatje te schieten van het nieuwe paar. De ex wordt belaagd en vlucht bijna naar haar auto. Ik vind het eigenlijk gênant en ronduit zielig. We hebben commentaar op de Engelse pers maar dit komt toch al best in de buurt. De zogenaamde roddelbladen kunnen niet wachten om hun voorpagina te vullen met grote foto’s en beschuldigende letters. Daar leven ze van, dat weet ik wel, maar dan nog. Ik vraag me oprecht af waarom dit nieuws zo belangrijk gevonden wordt. Ik snap er niks van. De stikstofcrisis en de problemen bij de belastingdienst verdwijnen even naar de achtergrond. We hebben blijkbaar even belangrijkere problemen aan ons hoofd.

Machteld
6 0

Een berg die opstaat - episodes I-VIII

I     een weinig voor de hand liggend landschap ademt ook. ik adem mee zonder wroeging of onschuld en heilig zijn. wanneer de proza-industrie nee zegt stop ik ermee. bomen, wind, alles. kreten, woorden, alles doet mee. een passant fluistert me een belediging in het goede Oor. ik ken het landschap maar al te goed, hier panikeren de objecten, de dingen die zich aanpassen.de essentie: mee weigeren tot de dood die we kunnen sterven. brood eten en hongerspelen in een ver verleden dat zich een weg baant naar het vrome heden. kanjers van bazen praten enkel en alleen met iedereen en wees eerlijk: je ademt je diep ingedoken bibliothecaris -isme tot een archivaris aan flora.de plantentuin van Gent in je hoofd goochelt witte rook.Oor hoort alles dus ook de associatieve gestiek. een berg doemt op, waarom zou je niet omarmen wat je aanraken kon: een weinig voor de hand liggend landschap dat ademt en daarom dat je mee-ademt.         II     je verdenkt je zelf van eigendom. een kleine god leeft zo in je voort en je bepaalt je lot andersom.jij die jij kijkt in mij. leef zo in me voort aub. een nieuwe passant die meewarig aandacht schenkt aan de benen. opwaartse vloeiende bewegingen die aarde zijn. Oor en hand en tand en mens zijn.zodoende je hulp biedt aan de mechanismes die messcherp waarheid propaganderen en deze inbedden.anekdote: ik kende mezelf toen nog niet, enkel in de anderen zag ik de lichaamsdelen verdrinken. alles participeert in de handelingen des dood, jezelf verdenken, passeren doe je passief, communicatie post propaganda en nee, nee aan de adem, terwijl op de hoek van de straat de hoek van de straat opstaat en zich manifesteert tot blokkade, nee aan deze mensen die de zeg zeggen zonder meer, terwijl op kantoorgebouwen het bloed de handen van directeur abc zuivert; nee. ik ontdoe mezelf van een god. water de woorden, ken de beginselen en een religie begint.                     III     jezelf in fauna gekleurde aangrijpende fauna veranderen om je aders te doen vernauwen en dichter bij een mythologie te staan.de adem van de daken roepen, doe je het hiervoor of aanschouw je andere wezens in ingewikkelde dromen over alles en niets dat nog onzeker zonder mening blijkt. jezelf groen kleden dan maar, de oase lijkt wel onuitputtelijk als jij je in zijn schoenen zet. adem jezelf tot mens; dan ben je te weinig voor mij. op straathoeken verzamelen met te weinig om de schreeuw der ambivalentie op te wekken uit een slaap die smaragdgroen een bezit lijkt.hoor: de vergevorderde dood van de winter die nadert. als je elk spel als wrange nasmaak ontziet valt er namelijk niet meer te spelen.wij leven om de botten heen, klauteren de berg op, het erfgoed, bivakkeren om de stroom die alles omgeeft en drijven mee in een toekomst met écht geluid. tot je jezelf in zijn schoenen ziet. je verliest een haar daarbij.         IV     kijk nu, een pre-sekte die anders is. kijk: gewaarwording. dan de ontreddering en dan de toekomst, landschap. op meerdere plaatsen ontstaan stromingen zonder geheel gevrijwaarde setting. ik leg me erbij neer, hier is niets dat veel is, en mensen zijn van een bepaald begrip dat ik terloops naast me neer kan leggen.ik leeg de rivier in een hand die ik had.wij kijken naar de verduistering die altijd weer optreedt.kwaliteit een verdubbeld begrip. een pre-sekte leeft in tropen en exotisch genoeg verspreid hij zich niet. daar: de toon is gezet.         V     in een ogenblik ontbreekt de afstand die we met zijn allen vergooien in de aanval. zo’n ogenblik: het waait en de huizen staan nog krom, wezens werpen schaduw op de klimaatheersers en ik tik op een Tourette-patiënt. de ziekenkas is leeg, de boeien worden geworpen, je woorden zijn hol, de kaviaar is op. het stormt, wij met zijn allen. kun je jezelf aan me geven. daaromtrent een contract dat ik zal opstellen met enkele waarachtigheden die aan stroom ontbreken. geluid dat je uitkraamt versta ik nog niet. VI     zonder je geloof in jezelf te verliezen, zonder meer: het zwembad is geleegd, net zoals het huis. verplaatsingen binnenin. een maag die niet meer wil of kan. zo verloor je de akte van wellust.ik verdrink je niet langer, er is niet genoeg H2O voor ieder kwaad dat in mij broedt. zolang je er nog in gelooft heb je me maar op te bellen via de moordlijn. quasi onberekenbaar sluipen mijn woorden zo verder. ik die de wil wil. een verknipt krantenartikel zegt me dat ik meer zou mogen willen. dat is een understatement en ik.         VII     panikeren doe ik in je achterhoofd.er heeft zich een landschap gevormd, dat weinigen zullen beklimmen. van punt A naar B: een gang door het Oor en weer terug.       VIII     goederen op een treinvaart naar de overkant. op en ook weer af de berg langs beide kanten en de weerszijden mijn hoofd hebben hoornen. import: een gebalanceerd gedoe zonder gevrijwaarde hel. export: de andere kant van de munt die vrijwel onmiddellijk op zijn staart trapte. goederen op een hoog tempo de berg af dansen en kilte oproepen. dan de kans grijpen om erin op te gaan; jij die je haar goedlegt, ik kijk keurend toe: een 6. mensen en alles daarbuiten: een goed. onderhandelen, veranderen: metamorfose. amfibie die sceptisch is over zijn soortgenoten. de trein die halt houdt in het gladde verwantschap en zo ook ik die de benen influistert met film. vastleggen. passief de gebergtes passeren en kantelen, we zijn op het hoogtepunt ook dat alweer voorbij de sissende klanken van de waanzin in en wij keren de kar naar mijn rug. wij leerden de volharding passeren in een vingerknip en praten luider tegen elkaar. de spraak des leegtes vult de tongen met een hartkwaaltje. paniek pro habitat; hier wil je wonen en blijven.

Dries Verhaegen
4 0

Allerliefste boerderij van mij, allerliefste boerderij van ons, (speech naar aanleiding van de verkoop van het huis van mijn grootouders)

Allerliefste boerderij van mij, allerliefste boerderij van ons, Ja, boerderij, hoe zal ik eraan beginnen, een speech voor jou… Awel ik dacht zo… ze zeggen dat alle goei dingen van het leven uit 3 bestaan. Na wijs beraad dacht ik dat dit ouwe spreekwoord eigenlijk ook voor jou geldt. 3 GOEI DINGEN dus… Wel jouw EERSTE GOEI DING, boerderij van mij, is zeker jouw verleden, jouw rijk verleden, jouw intens verleden, jouw leuk verleden. Je was al oud en versleten de eerste keer dat ik je zag. Man man wat was je versleten, zo versleten dat ons moe weigerde een kijkje te komen nemen. Ze bleef heel kwaad aan het cabine van Frans daar in de auto zitten terwijl onze va en ikke te voet ploeterden door de slijkstraat tot hier bij jou. Onze va was in de wolken over zijnen aankoop. “Zus”, zei hij, “dit stuk, deez verkenskoten hier, awel die breek ik af, en hier komt de slopkamer, daar ons moe haar keuken, ernaast de living met een open schouw en deez hier, de stal, wel dat wordt mijn werkplets”, zijnen naaiatelier bedoelde hij. Ik luisterde en dacht “amaaaay als da maar lukt”. Zeker amay, na 3 jaar elk weekend hard labeur toverde onze va zijn droomhuis tevoorschijn. Zelfs ons moe kwam dan toch uiteindelijk mee kijken en … ze zag dat het goed was en was heel content! Boerderij van mij, boerderij van ons, in de jaren 60, 70 en zelfs nog in de jaren 80 werd jij onze favoriete vakantiebestemming, onze veilige plek, ons warm toevluchtoord elk moment van ’t jaar dat we vrij hadden. En jij zorgde voor ons, sloot ons in je hart en had oplossingen voor veel van onze problemen. De keuken werd het degustatieparadijs voor ons moe haar lekkere gerechten. Want koken dat kon die moe van ons, hadden we maar wat meer recepten van haar gearchiveerd! Aan haar tafel was plaats voor iedereen, we schoven gewoon elke keer wa dichter bij mekaar. ’s Avonds werd de living een zalige slaapkamer. Met de dekens tot aan onze kin verslonden we er onze eerste liefdesromannekes, verslonden we heel wa spannende doktersromannekes en vooral ik was zo zot van de ‘Mammy’s’, een melige reeks over moeders en kindjes en hun perikelen. Zelfs ’s nachts als we thuiskwamen van de Zwarte Zee en we ons voeten nie meer voelden van het dansen verzorgde jij ons. Jij had ne waterput onder je dakgoot geplaceerd met koel regenwater. We gingen vrolijk op de rand van de putbuis zitten, ons voeten in het verfrissende water en weg waren de vermoeide voeten. De dag erop waren we al weeral paraat om te gaan walsen, foxtrotten, kassachokken, quicksteppen en nog zoveel meer. We vierden dicht bij jou, mijn lieve boerderij, zomer, herfst, kerst, nieuwjaar, lente en weer zomer en het was hier goe! En de jaren gingen, zonder dat we het beseften, voorbij. De laatste 25 jaar sloot je onze pa in je armen. Ook hem betoverde je en hij wou hier nie weg! Ook hij voelde zich hier geborgen tussen de autostrade, de windmolens, de maïs en dichtbij de Karperhoeve, Mie Maan, de Luyten, Francinneke en nog zoveel meer waar we nog nie den helft van weten. Ja dat eerste mooie ding van jou, dat verleden is meer dan de moeite waard, daar mag je fier op zijn. En wij, wij sluiten alle zeemzoete herinneringen in ons hart, gooien het sleuteltje weg en laten ze nooit meer vrij. Spijtig dat ons ma er niet meer toe gekomen is jou te vereeuwigen in een schilderijtje, dat zou je eerste mooie ding compleet gemaakt hebben.   Zo komen we, lieve boerderij van mij, bij jouw TWEEDE GOEI DING. Het hier en nu, het heden. Zie ons hier nu staan allemaal. Is het nie fantastisch hoe jij ook nu weer erin slaagt om ons allemaal op zo’n korte tijd dicht bijeen te krijgen. Daar moet je een straffe madam voor zijn zelle. Wat zullen onze va, ons moe en ons ma nu fier zijn op jou.   MOOI DING NUMMER 3 is zonder twijfel de toekomst die voor je open ligt. Ja, zeker met wa weemoed in ons hart moeten we toegeven, je bent ons boven het hoofd gegroeid, je bent eindelijk volwassen geworden en we gaan proberen je los te laten. Dan alleen kan je je verder ontplooien. En lieve boerderij van mij, iets in mij zegt dat jij het echt nog niet gaat opgeven. Er zal wel ergens zo ne zot zijn als onze va 60 jaar geleden die de charme van jouw lieve zijn opmerkt en je gaat opkalfateren. Ik vertrouw erop dat die zot zijn kleinkinderen binnen 60 jaar heel blij zullen zijn met deez lieve boerderij van mij. En, moest die zot toch niet opduiken, wel dan is jouw liedje nog nie uitgezongen want hier en daar gaan stemmen op, hier en daar worden plannen gesmeed om een coöperatieve op te richten. Een serre planten in je hof voor uitbundige feesten, een tentoonstellingsruimte openen in de slopkamer, keuken, living en werkplets, een chef aanstellen die de catering in handen neemt, DJ onzen Tom engageren voor de muzikale omlijsting, nen financiële en praktische planner aanwerven om het geheel te coördineren, nen architect en binnenhuisarchitect onder de arm nemen om alles in een mooi geheel te gieten, zijn maar enkele van de opties. Plannen genoeg, boerderij van mij, plannen genoeg. Wij kijken jouw toekomst met blij gemoed tegemoet! Het ga je goed, boerderij van mij. En, moest je toch besluiten dat het toch zo wel goed geweest is voor jou, wel ook alle respect, alle begrip hoor! Jij heb je taak dubbel en dik volbracht.     Ik kan maar 1 slotzin bedenken om deze speech mee af te sluiten. In naam van ons allemaal, denk ik, bedankt ik je omdat jij er was voor ons, we zullen je nooit of nooit vergeten, boerderij van mij, boerderij van ons.

Josette
1 1

Moor

in een kwijtgespeeld interesseveld zitten de aangetaste deeltjes benadelen en de weg vrijmaken voor mezelf in een verbaasd landschap de staat bezingen de vertwijfelde pose vormgeven en de weg vrijwaren voor mezelf   Ik startte een onderzoek naar de ongeziene status der dingen die in een handomdraai de gevrijwaarde basis vormde van al dat zich de dag in zong, een kwestie van volume waarin het volle de zendmast betekende voor communicatie en een volle integratie. Zo vormde zich een poreus buiten-landschap dat zich omplooide tot routine waarmee we alles exclusief raad gaven en de dieren de dieren vertwijfelde poses in joegen tot mens vermomd en tot twijfel verdacht waardoor mens zijn niets meer werd dan al dat exclusieve gepropagandeerd aanstalten maken. Hiermee schreven we nieuwe grondregels voor een helium-staat waarin op onder werd en wij onderwezens vastzaten in de modder van de aangrijpende horror der mens versus dier.   in een verbaasd aanzicht vastzitten en geluid maken opdat alles zich in een vrome realiteit voortbeweegt en wij ons in dat vacuüm een plexiwand schenken en deze ook schenden tegen de doodgebloede buitenlander waarvan quasi alles verdacht bleek en het stormde soms als het al licht was geworden dat herinnerde ik me nog goed en als daarin het licht wederkeerde vermomde ik mijzelf als een dubieus dier dat nog instinct kende   Instinct een gevrijwaarde basis voor het omkomen van de wezens der planeet pro integratie die een baan beschrijft in zichzelf. Hij beschrijft een baan die in de ban is van zijn eigen middelpunt en daarmee garandeert het zichzelf van starende blikken die steken in de huid de huid die aardkorst mee beweegt in een ommekeer en hierover lopen om telkens om een middelpunt te vragen om te kunnen terugkeren   Hiernaar bleek geen vrije weg die verloren was in het zich aanpassen naar een bleke norm en we liepen liepen en we liepen tot we vastzaten in onze eigen ledematen die de aardkorst in natte materie met zich meedroegen en het zicht met zich meedroegen en alle ongeziene dingen met zich meedroegen waardoor het zicht al in ons zat en wij keerden de gaten in onszelf om zodat we onszelf iets beloofden dat nooit zijn rug kon tonen.Hierop glimlachte onze thuisbasis en keerde weder naar zijn schamel spel waar er een spijkerschrift het begin betekende van de ondergang.   ik wou mijzelf een wand schenken waarin ik schroot was en de tafel bekleedde volgens de regels van de weigering ik wou mijzelf een wand schenken zodat ik schroot was en wanden op zijn beurt verkleedde een buiten-binnenspel volgens de regels van een toekomst

Dries Verhaegen
13 0

Undercover

Mijn maatje en ik zijn jarenlang lid geweest van een schietvereniging. Wij waren serieus bezig met de sport, mijn maatje iets fanatieker dan ik. Eerlijkheid gebiedt me ook te zeggen dat hij beter was dan ik. Ik was een middelmatig schutter, vond het prima als ik een keer ‘de tien raakte’ en vond het verder vooral leuk om te doen. Mijn maatje ging niet voor een enkele tien, hij wilde uitblinken in iedere discipline. We hadden veel plezier, ook na de schietbeurten. We schoten wedstrijden, hadden zelfs een uitwisselingsverband met verenigingen in Engeland en Oostenrijk. Dierbare herinneringen. Op een gegeven moment werden de regels voor ons te streng. Het aantal verplichte schietbeurten per jaar werd vastgesteld, iedereen werd geacht eens in de zoveel tijd baancommandant te zijn en toezicht te houden op de veiligheid. We begrepen het heel goed maar het was niet meer op te brengen. Dus stopten we. In het begin hielden we regelmatig contact. Zeker met de schutters die we in Oostenrijk hadden ontmoet. Later werd dat wat minder. We hielden wel contact maar niet meer regelmatig. Soms zit ik ’s avonds een beetje rond te kijken op de nieuwssites, kijken wat zij te vermelden hebben. Zo ook afgelopen week. Beetje scrollen op Brabant Nieuws. Tot ik ineens rechtop ging zitten. “Alberto Stegeman legt misstanden bij schietvereniging bloot”. Sommige onderwerpen triggeren toch meer dan andere. Dus ik opende het artikel. En het bleek te gaan over de vereniging die ik zo goed kende. Of althans, dacht dat ik zo goed kende. Want de opmerkingen uit de video kwamen mij niet bekend voor. Zou er zoveel veranderd zijn in de jaren dat wij daar niet meer komen? Natuurlijk, een aantal zaken herken ik wel. Destijds was het ook zo dat sommige leden van het bestuur vonden dat ze meer waren dan een ander. De deur van de bestuurskamer was altijd zorgvuldig gesloten. De simpele leden hadden niks te maken met wat daarachter werd besproken. Er was op een gegeven moment zelfs sprake van een heuse machtsstrijd. De toenmalige voorzitter werd aan de kant gezet. Hij werd vervangen door een man die zichzelf zo belangrijk vond dat hij het liefst de naam van het schietsportcentrum had vervangen door die van hem. Ik moest er altijd zo om lachen. Een man van in de 60 met zwart geverfd haar, ach wat sneu. Hij schreef met een gouden pen de schietbeurten in zijn boekje maar ik zag hem vrijwel nooit op de baan. Er wordt gezegd dat de veiligheidsmaatregelen niet kloppen. Of zelfs niet goed worden nageleefd. Maar in de tijd dat wij er schoten, was er een grote sociale controle. Als iemand zich vergiste, werd hij daar vriendelijk op attent gemaakt. Zo zorgden we er samen voor dat het veilig was. Ik kan mij echt geen incidenten herinneren. Ik ben er al lang niet meer geweest, ik kan me niet voorstellen dat het zo veranderd is. Dus zaten mijn maatje en ik klaar voor de televisie. Undercover in Nederland, een programma waar we eigenlijk nooit naar kijken. Het was bekend terrein, wat daar in beeld werd gebracht. Maar we kregen wel allebei een beetje het gevoel alsof hier iemand onderuit werd gehaald. Zeker, wat er werd aangekaart was niet goed. Maar we zagen meer naïviteit dan iets anders. Mensen die te goeder trouw anderen wilden laten zien hoe mooi de schietsport is. Die er niet bij stil stonden dat een vuurwapen voor een sportschutter heel iets anders is dan voor iemand die hier nooit mee in aanraking komt. Voor veel schutters voelt het wapen net als een tennisracket voor een tennisser. Daar kun je wat van vinden en het is daarom heel belangrijk dat veiligheidsvoorschriften worden nageleefd, maar in dit programma lag de nadruk wel erg op het wijzen op fouten. En het veroordelen van goedwillende amateurs. Jammer.  

Machteld
4 0

Supermarktactie

Ken je dat, dat je in de supermarkt bij de kassa staat tijdens een actieperiode. Achter je staan geïrriteerde moeders met hun kroost. Zij komen niet vaak in deze supermarkt maar ja, die actie hè. Plaatjes, figuurtjes, korting voor een pretpark. Om van de jengelde kinderen af te komen zijn ze toch maar gezwicht. Normaal gesproken gaan ze ook altijd alleen. Dat is een stuk efficiënter en je hoeft niet iedere keuze te verantwoorden. Of terug te leggen, als het niet je eigen keuze was. Scheelt ook een stuk aan de kassa. "Nee, we nemen geen extra zakken chips alleen omdat ze in de aanbieding zijn, leg terug." Het is te hopen dat die actieperiode niet te lang duurt. Helaas verzinnen supermarkten om de beurt een nieuwe actie, je zou er bijna online voor gaan bestellen. De kinderen zijn het inmiddels ook wel beu. Zij wilden alleen mee om er zeker van te zijn dat hun moeder toch echt wel naar die supermarkt gaat. Het doet er niet toe welke kaartjes ze meebrengt, ruilen doen ze wel met hun vriendjes op school. Ze zijn de hele winkel mee doorgelopen, al zuchtend. Zich ergerend aan al die mensen die zich door de gangpaden worstelen met hun karretjes. Volwassenen zijn vaak zo vervelend. Ze hebben een boodschappenlijstje maar moeten toch alles nog bekijken. Wikken en wegen, zullen we dit of zullen we dat. Neem een besluit zeg. En die hele verzameling staat dan achter mij in de rij voor de kassa. Natuurlijk altijd ook nog in de verkeerde rij. Met mensen die artikelen hebben waarvan de streepjescode niet werkt. Of die per ongeluk zijn vergeten de tomaten af te wegen. Je voelt de irritatie achter je toenemen. Van verveling gaan ze duwen tegen het karretje. Net of het dan wat sneller gaat. Natuurlijk wordt er wel goed gevolgd wie de actiezegels aanneemt en wie niet. Want je kunt altijd vragen of ze ze niet af willen geven. Ik voel de wieltjes van het karretje tegen mijn hielen duwen en kijk verstoord om. Niet dat dat helpt, het joch achter me heeft het te druk met het in de gaten houden van de kassière. Waarom kan zo'n supermarkt niet gewoon korting geven. Daar hebben we allemaal wat aan. Als ik mijn boodschappen heb afgerekend, vraagt het meisje achter de kassa vriendelijk of ik de actiezegels spaar. Ik voel de verwachtingsvolle ogen van het joch achter me in mijn rug en zeg vals "nee dank u, die spaar ik niet."

Machteld
3 0

Plek II - O Toréador

Deze plek zou je organisch willen samenknijpen en uitstrooien in hoge kwantiteit over de ondergrond zelve waarvan de oorsprong teruggrijpt naar mij, naar ons o Toréador en aan u die hier de grond rood bezingt en zand in de ogen van uw vijand strooit weet toch reeds alles van de alter ego’s die we in wij in de stemmen steken en in de hiërarchie steken en onder de lakens delen en o Toréador, wij de huid mee inkleuren van licht naar donker en in geheel overdreven hoeveelheden die allen gehuisvest dienen te worden in een land van herkomst of in het strooisel uit mijn lange doch vlugge handen.   de ondergrond geheel verstaanbaar voor mijn voeten die de wereld kennen door snel te zijn ik door de interactie van de benen die snel zijn vluchtpunt bereikt en verkent die zijn handlangers kent en verstaat wij wij o Toréador die niets in het ongewisse laten ook geen plek zonder naam deze plek die je zou willen uithoren over beterschap   Eén die de hoop én de stof hoog doet opvliegen in een niemandsland waar de waarden reeds gemeten en gekend zijn een geconditioneerd landschap waarin de koude zich meet aan de afwezigheid en de warmte zich meet aan de présence qui parfois maar continu in flux zonder zichzelf te verliezen continu in flux zo ook wij, wij die de weg wegen o Toréador en de zeg zeggen en de onderverdeling herverdelen keer op keer en steeds meer zodat wij onze vlag kunnen wapperen en onze stilstand kunnen verant- woorden aan zij die bewegen en onze achteruitgang kunnen vertellen aan zij die vooruit willen gestuwd worden maar in plaats daarvan met ons mee gezogen worden en toch denk ik dat mijn aandacht zich zou moeten verplaatsen naar waar het allemaal begon de oorsprong zonder naam en de geboorte van een denkwijze die zich heeft gehuisvest in de hoofden van zij die niet willen zien o Toréador wat er zich afspeelt in de hoofden van die anderen wel ik zal het u zeggen compleet dezelfde wens om meer mens te weigeren én te verblijven in een oord van waanzin zonder de waan.   aan u die de natuur klein krijgt krijgt het applaus en kreet van onthoofding ook iets sacraal iets sacraal zoals de massa o Toréador die zich ook voortbeweegt en soms onthoofd wordt soms ook voor het genot van anderen   als ik de arena betreed wil ik de stoelen organisch herschikken van goed naar slecht en wordt ik zelf gespietst op de adem van de rijken de rijken die dus ook nog ademen o Toréador alles is van ware aard en ik geloof in bepaalde algoritmes zo ook het volgende De algoritmes van de adem een levenscultus maar ook de wazige aanslag op de ramen een gevolg van deze levenscultus die zich voortbeweegt zoals een route in onze achterhoofden gegrift en verdacht bevonden onder de mensen dus niemand die nog dezelfde route wil belopen die nog dezelfde wil zijn allen willen we het andere van het zelf en hetzelfde van de andere zodat we onszelf hoopvol kunnen cultiveren in de cultus en daardoor kan ik mezelf zien door de bril van iemand anders waarmee ik wil zeggen:   de materie is nooit van mij hetgeen waar ik op sta en waar ik voor sta is mij gegeven in afwachting van het nieuwe het nieuwe dat ik soms reeds vasthoud maar niet valideer in mijn doen slechts bewerkstellig in de toekomst de visioenen de waanbeelden die ik slaap en gaap en in opga wakker word en herleef   want het herleven in de waan is het echte ik sliep ik leefde ik ging en liet iets achter niemand wil nog hetzelfde achterlaten   want ik wilde hoog laag de ziel bezingen ik wilde dier en de o en de a - o a o Toréador verliezen in de kringen onder de ogen en de ogen onder de zielen die als een bagage onder de andere arm passen de andere arm dan die weinig om de munten nog speelt maar eerder om de kunde   Ik wilde oog traag laag laten bezingen en de traan in waan van snelheid laten tranen over de huid die gespannen staat over mijn kunde en hiermee de wil vaag laat grazen in de spanwijdte van een aarde zoals de onze waarmee ik wil zeggen dat een huid een oppervlak een aarde een ondergrond zou kunnen zijn en zichzelf bewijzen onder invloed van aardse waarheden zoals de meta- fysica zoals de o en de a -  o a verdwaal me in de onder andere van woorden o a de hysterica van een toendra onder de resem exotica die we dan toch nog net hier terugvinden der aardse verschijnselen passanten die me aanstaren medemensen verschrikkelijke zielsverwanten die de sneeuwman een tijd de tijd laten lezen seizoenen van een gewilde grootte tijd verloopt en de wil die loopt over de lippen uitgespuugd zorgt het voor een vergezicht die ik wilde vertrappelen onder de woorden tussen de lijnen die ik wilde oog-traag laten bezingen over de spanwijdte van de huid die thuis is een aards fenomeen een klein gebeuren dat zichzelf weigert in een waanzinnig vertekend beeld.Ik wilde oog traag hoog laag o a verwante zielen zich laten omdopen tot beeld ik wilde o a verzinnen in iets nieuws     Ik wilde de toréador van dat nieuwe zijn en de klank van het oude in mij meedragen gemaakt tot angstbeeld van een emotie   want de materie die nooit van mij is eerder van de publieksstunt kent geen genade over de spanwijdte

Dries Verhaegen
9 0

Plek

Ergens nadert de trein van de toekomst, maar niet hier; hier is alles quasi onherkenbaar.   De naderende trein houdt halt aan de verschillende wetgevingen omtrent leven op kousenvoeten en braakt een beeld uit. Dit beeld behoudt zijn meerdere gezichten, vooralsnog. Het is een koud landschap op deze neergeworpen manier: de vingers voelen koud, zijn zij nu onbruikbaar geworden; de lichaamssappen hard en kraakbaar, het krijgt een menselijke gezongen dubbelzinnigheid; de natuurelementen ontbreken en zijn koud.   Dit is een waan-droom-beeld met toekomst perspectief. Een visie die nee zegt. Hij is altijd aan zet. Een metamorfose aan te veel; in deze oase is alles al eens aan beurt geweest maar niet in gelijkgestemde evenwaardige zin.    De plek bestaat in een voortgang die zich aansluit bij het gekende; hierdoor ontstaat er een ontkenning van het onaantastbare reeds verkende die de plek vormgeeft in al zijn diffuse en op lichaam gelijkende onderdelen. Deze plek kan een levensvorm zijn en gedraagt zich hiernaar waardoor de perceptie hem mede vormgeeft zonder hem daadwerkelijk aan te tasten in sé. Deze plek kan een organisch goedje vormgeven en zich dus omvormen tot een chemische herkenning die voor gebruik aan te raken valt.Ergens nadert de trein nog steeds, ik krab aan mijn 1e voorhoofd en haal er een deeltje uit: een neo-ethiek die bestaat! Alles is reeds voor mij uitgeklaard en ik kijk gewoon de tijd weg. En dan liefde: een tastbaar afgrijzen die ik omarm en aanraak zoals afgesproken om daarna de wegwijzerzin van het reeds aangeraakte te verdraaien tot artikel: het zegt meer in iets tastbaars, dat is al geweten nog voor ik er aan begon.En zo is alles terug te brengen en herbergen tot en in zijn essentie. Daar voel ik mij thuis en het meest levend.   De plek is verborgen en doch bevind ik mij er continu in een fletse realisatie dat de flatscreen toch ook een deeltje wereld of zelfs plek in zich meedraagt. De voorhoofden verzamelen zich en breken zich op de steenharde materie. Nee, zegt de materie, nee; er is geen oplossing voor de vraag naar meer. Ondertussen staar ik al naar de flatscreen, de tv die huilt, mijn 1e voorhoofd in mijn handen, het huilt, de trein nadert ook huilend, maar ik zal niet huilen, ik zal niet wanhopen om de 20 te veel dan te veel gedode wezens die geloofden dat ze nee konden zeggen, alles huilt maar nee aan deze weigering, terwijl op de hoek van de straat de politiek transformeert tot wens, alles dat huilt maar jij die niet huilt Erica, op tv, meer nog, op de flatscreen, die huilt; maar jij blijft geloven in een weg naar een geschiedenis en door die te herleven zal ik je niet meer bekijken, alles huilt maar de wegen zullen kruisen en de voorhoofden, hopelijk het mijne, zullen zich blijven verdubbelen; vooralsnog verdubbelen ze zich maar zeer gecondenseerd en verdund en ik die niet weet of ik zo nog verder kan want de ratio beweegt en ik sta stil, alles dat al huilt maar jij en ik hebben elkaar nog nergens gevonden en ze sterven ondertussen nog steeds in de toendra’s van de Himalaya of ergens anders dat exotisme exploiteert tot in een top.   Alles dat reeds huilt maar op de plek staat en blijft alles stil, een visioen of toekomst die zichzelf weigert en zo zou het moeten zijn dat alles zichzelf verpletterde onder de ‘nee’ van nu.

Dries Verhaegen
3 0

Op de afspraak: Allerheiligen

Afgelopen zaterdag bij de bloemist: buiten pronken witte, gele, oranje en roze chrysanten in vol ornaat. Een prachtig kleurenpallet, je kan er niet naast kijken. Alsof ze de grijze hemel uitdagen: “Durf nu maar eens te regenen!”. Binnen staan talloze grafstukken mooi geëtaleerd. Keuze genoeg, van potsierlijk, groots tot bescheiden en sober. Allerheiligen zal ongetwijfeld naast Valentijn en Moederdag een topdag voor bloemisten zijn. Aan de kassa rekent een oudere dame af. Ze draagt een mooie, lange, cognackleurige mantel, met daaronder zwarte, lakleren mocassins. Ze heeft een piekfijn, wit kapsel dat mij aan de chrysanten doet denken. Haar bijpassende, dure handtas staat op de toonbank. Ze kocht een chique grafstuk. Ik vraag mij af voor wie het grafstuk is. Haar overleden man? Ik zal het waarschijnlijk nooit weten. Achter haar wacht een jonge man met een baby in een Maxi-Cosi. De baby is niet tevreden met het bezoek aan de bloemist en maakt dit luidkeels duidelijk. De man kiest rap, rap voor een pot witte chrysanten. Hij betaalt en probeert ondertussen de baby te sussen. Maar die laat zijn protest met nog meer decibels horen en stampt heftig met zijn voetjes. De man zoekt zijn evenwicht tussen de Maxi-Cosi in zijn rechterhand en de chrysanten in zijn linkerhand. Opnieuw vraag ik mij af voor wie de chrysanten zijn. Zijn moeder? Ik zal het waarschijnlijk nooit weten. Dan is het mijn beurt. Ik vraag 11 roze rozen aan de bloemist. Voor mij geen chrysanten. Onze blikken kruisen en ik merk even een meewarige blik op in haar ogen. Ze weet waarom ik 11 rozen vraag, en geen 10 of 12. Het kerkhof even verderop krijgt weer een jaarlijkse make-over. Rond deze periode van het jaar zie je mensen met emmers, borstels en zeemvellen af en aan lopen. Zoals bijen die in en uit hun korf vliegen. Het is er een drukte van jewelste. De chrysanten en grafstukken zijn de finishing touch. Op andere momenten is het kerkhof – sorry - ‘doods’ en verlaten. Telkens wanneer ik deze plek passeer, wordt mijn aandacht ernaartoe gezogen. Het kerkhof is nochtans volledig ommuurd. Alsof het aan het oog moet onttrokken worden. Of willen onze doden rust en privacy? Ik piep altijd even door het smeedijzeren hek. Zelden bespeur ik een levende ziel in mijn blikveld. Behalve in deze periode van het jaar. Ik vraag me af of ze hun overleden geliefden ook alleen maar nu gedenken? Zijn de chrysanten en bloemstukken daar het bewijs voor? Verdriet of rouw kent toch geen afspraak of agenda? Ik hoop dat hun overleden geliefden ook op andere momenten in hun hoofd of hart een plek hebben. Dat daar de chrysanten een jaar lang mogen bloeien. Ik zal het waarschijnlijk nooit weten. Alleen maar hopen.

Hilde Bours
3 0

Wintertijd

Wat gaat zo’n zomer toch snel voorbij. Voor je kunt knipperen met je ogen wordt de wintertijd alweer ingesteld. Het wordt weer de tijd om je een mol te voelen. ’s Ochtends in het donker gaan werken en ’s middags in het donker weer naar huis. Zelfs Stef vindt het niet nodig om veel naar buiten te gaan, hij ligt het liefste de hele dag op de bank te tukken. Natuurlijk mag dat niet van ons, hij moet netjes mee een rondje maken. Ook de behendigheidsclub wordt nog bezocht, het is nog geen december dus nog geen winterstop. Bovendien houdt hij van lekker eten en daar staat beweging tegenover. De dierenarts was tevreden, dat willen we wel graag zo houden. De discussie over de zomertijd is weer een jaartje in de kast gegaan. Ik volg het zijdelings, als simpele kiezer kunnen we er toch niks aan veranderen. Als je het aan mij vraagt, zou ik het liefst de zomertijd houden. Maar daar schijnen ook weer nadelen aan te kleven. Ik snap er weinig van. Ik weet dat er mensen zijn die van slag zijn als we de klok verzetten. Dat kan ik me voorstellen maar ik heb er zelf gelukkig geen last van. Ik heb nog altijd last van slaappopsyndroom. Als ik ga liggen, gaan automatisch mijn ogen dicht. Maar waarom we dan die zomertijd niet kunnen houden, begrijp ik niet. Tenslotte is het toch maar iets dat we hebben afgesproken. Als we dan de tijd niet meer verzetten, hoeven mensen er ook niet meer aan te wennen. Ach, de herfst. Zoals ieder jaar neem ik me weer voor om nu eindelijk eens werk te maken van de herfstaankleding van ons huis. En waarschijnlijk wordt het ook dit jaar weer niks. Mijn handigheid bestaat normaal gesproken echt alleen uit het aanschaffen van een herfststuk bij de plaatselijke bloemist. Maar goed, ook dat staat leuk op de tuintafel. Op een gegeven moment wordt het zelfs een droogboeket, dat kan de pret niet drukken. Ik probeer ieder jaar weer de geneugten van de kou en korte dagen te bedenken. Gezelligheid, knus samen zijn. Het is ook niet verkeerd, ik kan echt wel genieten van een dagje in pyjama en dikke sokken op de bank, lekker Netflix kijken. En ik vind het heus wel lekker dat het nu weer tijd wordt voor dat glaasje port. Ach, zo probeer ik een lichtpuntje te zien in het feit dat het toch onvermijdelijk weer winter wordt. Ik ben niet iemand die het hele jaar uitkijkt naar Kerst. Geef mij maar zomer, ik kan niet wachten tot de klok weer vooruit wordt gezet.  

Machteld
1 0

Not everybody is ready for Africa

Ik weet niet wat eerst mijn aandacht trekt: de stralend witte lach van Albert of zijn opgeblonken driewieler, schitterend in de Ghanese zon, alsof ook die met een tandenborstel te lijf werd gegaan. Mijn medereizigers zijn verrast door dit originele voertuig, een aangename afwisseling op de veel te krappe, veel te gammele, veel te warme trotro’s waar we tot nu toe mee gereden hebben.  “Are you Joka group? Are you miss Hilda? Come, let’s go!” Geestdriftig wenkt Albert ons, maar gehaast is hij allerminst. Hij neemt uitgebreid de tijd om ons allen te begroeten en laat me een voorbijganger een spoedcursus fotografie geven: zo houd je de camera, hier moet je door kijken en op deze knop moet je drukken. Zoals vele andere chauffeurs of gidsen die we al ontmoet hebben hecht ook Albert veel belang aan een group picta. Op de eerste foto zijn we allemaal onthoofd, op de tweede is enkel mijn achterhoofd zichtbaar. De derde foto wordt genomen door een van de vele kijklustigen die zich intussen rond ons verzameld hebben. De kadrering is niet ideaal en de trike staat er niet volledig op, maar wij tenminste wel, inclusief onze eerste fotograaf die zich duidelijk beter voelt voor de camera dan erachter.   Blonde, goedlachse Amy wordt uitgenodigd om vooraan naast Albert plaats te nemen, de zes andere vrouwen schuiven haastig op de bankjes in de laadbak. Enkel als er plaats genomen wordt in een voertuig of aan tafel reageren deze dames zonder dat ze daartoe moeten worden aangemaand, bedenk ik me. Alsof het zien van zitplaatsen hun gedachtegang aanzienlijk versnelt. In een fractie van een seconde hebben zij immers alle mogelijke voor- en nadelen van elke zitplaats geanalyseerd, alsook alle mogelijke opstellingen van ieder van ons. Besluitvorming volgt zodanig snel op deze analyse dat het gelijktijdig lijkt, en verrassend genoeg is zij onder deze zes vrouwen ook steeds unaniem.  Nauwelijks hebben zij hun blanke kont op de bankjes neergevleid, of zij vatten hun meerstemmig commentaar aan. “Waarom mag zij vooraan zitten en ik niet?” “Ik hoop dat we hier niet te lang in moeten zitten, die bankjes zijn verdomd hard.” “Zie maar dat je niet achteraan zit, dan kan je eruit vallen, zo gevaarlijk als dit is!” “Oh, ik vind het nu al doodeng en we zijn nog niet weg.” “We zijn toch wel verzekerd he?” “Ik hoop dat dit niet de verrassing is waar je over sprak Hilde, en dat er ons nog iets leuks te wachten staat straks.” Ik zet mijn beste professionele pokerface op en probeer enkel klanken te ontwaren, ontdaan van elke betekenis. Ik doe dit niet voor het eerst en ik weet dat ik meer geduld heb met de kakelende kippen die nu voor mijn geestesoog verschijnen dan met deze jonge vrouwen. Helaas werkt mijn trucje deze keer niet. De trike is inderdaad de verrassing die ik voorzien had, en ik voel me mismoedig nu zelfs dit niet geapprecieerd wordt. Hoe kan ik deze mensen in hemelsnaam ooit een plezier doen? Waarom schreven zij zich in voor deze rootsreis van Joker en hebben zij niet gewoon bij Neckermann geboekt?  “Kom, ik help je erin.” Jorne neemt me bij de hand en knipoogt naar me, als ik instap geeft hij me een bemoedigend kneepje. Nu lukt het me wel om niet te luisteren naar het gekwetter van de vrouwen, al halen hun hoge gilletjes als we door een kuil of over een wortel rijden me af en toe wel uit mijn gemijmer. Ik geniet van de rood bestoven weg die onder ons heen verschijnt, van de breed lachende mannen in de schaduw van bomen, van de zwaaiende kinderen die al rennend onze snelheid proberen te evenaren, van de honden die ongegeneerd breeduit liggend de weg opeisen, van de rondborstige vrouwen met pak op hun hoofd en kind op hun rug.    “Here we are, this is tha house of tha medicine man!” Albert parkeert zijn driewieler in de schaduw van een boom, een beetje teleurgesteld stappen Jorne en ik als eersten af. Voor ons had het ritje gerust nog wat langer mogen duren, maar de vrouwen zijn beduidend opgelucht. De spanning en het heen en weer geslingerd worden bij het ontwijken van kuilen, wortels, honden of kinderen op de weg, heeft hen misselijk gemaakt. Twee van hen zijn wit als een doek, al keert hun kleur snel terug zodra ze met hun bibberbenen vaste grond raken. Dit keer hebben ze echter de kans niet om hun opmerkingen te geven, want binnen een mum van tijd hebben we elk drie of vier kinderen aan onze vingers hangen. De warmte van de Afrikaanse zon straalt nu ook in de ogen van de vrouwen en gewillig laten ze zich door de kinderen naar het erf van de medicijnman voeren.  Onverhoeds en vastberaden als een horde mieren op weg naar hun koningin, dringen daar de meest weerzinwekkende reukpartikels onze neusgaten binnen. Er is geen tijd om zelfs maar een hand voor onze neus te slaan, aan een rotvaart rukken ze genadeloos op. Hoe ver we onze mond ook opensperren en proberen hen te verjagen door diep in te ademen of te kokhalzen, toch kunnen we deze aanslag niet afweren. Mijn ogen tasten het erf af op zoek naar de bron van deze stank en ontwaren daar, naast een pruttelende kookpot, de resten van een geit, haar poten opengesperd in totale weerloosheid.   De kinderen drijven ons het huis in waar ze zelf onmiddellijk weer worden buiten gejaagd. We bevinden ons in een donkere salon, onderuitgezakt in een comfortabele lederen zetel zit daar de medicijnman. Hij is dik, zijn vingers en lippen glinsteren van het vet van de kippenbouten waar hij als een uitgehongerde het vlees af scheurt. Sabbelend op een botje roept hij een man bij zich en in een ons onverstaanbare taal geeft hij hem te kennen dat hij klaar is voor een gesprek met ons. Hij gooit het botje uit het raam, waar honden erom vechten, boert luid, knoopt zijn jeans en zijn hemd open en zakt zo mogelijk nog meer onderuit. Wij mogen plaats nemen op de bank tegenover hem. De vrouwen zijn intussen blijkbaar weer helemaal de oude, want ik hoor hen schaamteloos commentaar leveren op de man die onmogelijk een medicijnman kan zijn, want waar zijn zijn amuletten, zijn dierenvachten en zijn masker? Het is toch overduidelijk dat deze ongemanierde dikzak in jeans een charlatan is? Jorne, Amy en ikzelf converseren via een tolk met de medicijnman en verontschuldigen het onbehouwen gedrag van de anderen. We spreken over verschillende denkkaders, afwijkende culturele gewoontes, de nood om opgedane indrukken te ventileren bij gelijkgestemden. De medicijnman glimlacht gemoedelijk, “not everybody is ready for Africa”. Het zijn zijn enige woorden in het Engels en het is de enige keer dat hij ons aankijkt.    Na het onderhoud met de medicijnman worden we uitgenodigd voor een drum and dance op het erf, de traditionele manier om gasten te verwelkomen. De vrouwen rollen met hun ogen, weeral een drum and dance. Gelukkig zijn er hier talloze kinderen die voor afleiding kunnen zorgen en zonder al te veel morren zetten ze zich tussen de toegestroomde dorpelingen in de kring. De drummers, uitgedost in traditionele kledij, nemen hun plaats in en als ook de medicijnman - dit keer wel degelijk uitgedost met amuletten, dierenvacht en masker - de kring betreedt, is het tijd voor de kinderen om op de achtergrond te verdwijnen. De vrouwen gooien stukken vlees op het erf, de kinderen vliegen erop af als honden op een kippenbot en vechten om een stukje. Ze krabben, ze bijten, ze schreeuwen, ze slaan, ze duwen en trekken om toch maar iets lekkers te bemachtigen. Verstomd en verlamd kijken we toe, en pas als een vrouw een pot vlees voor de allerkleinsten brengt, durven we terug te ademen. Het wordt stilaan te veel voor mijn deelnemers, ik weet dat ik hen daar snel moet weghalen. Maar weg gaan nog voor de drum and dance is begonnen, is grof en respectloos. Ik beloof mijn medereizigers dat we maximum tien minuten naar het spektakel zullen kijken alvorens te vertrekken en neem me voor om vanavond voor het slapen gaan een kringgesprek te houden over de indrukken die we vandaag hebben opgedaan.  Op dat moment verschijnt er een danseres. ze stampt met haar voeten op de grond, zwaait haar hoofd in haar nek, gooit haar armen in de lucht. De drummers drijven het tempo op, de voeten stampen sneller en sneller. Armen gaan op en neer en lijken wel van elastiek, handen bewegen zo snel dat het lijkt alsof ze twintig vingers hebben elk. Zweet stroomt over voorhoofden en ruggen, ogen worden wijd opengesperd. De danseres valt op de grond en slaakt een kreet, haar ogen draaien weg, schuim komt op haar mond, haar armen, benen en hoofd schokken. Vier mannen lopen de kring in en halen haar weg. We kijken naar elkaar, beduusd, en vragen ons af of we allemaal hetzelfde hebben gezien. Net als we aanstalten maken om te vertrekken, komt ze terug. Ze beschikt over een bovenmenselijke kracht en schudt de vier mannen van zich af. Ze steekt haar vingers in een pot, tekent strepen op haar gezicht en graait met haar handen in het stof op de grond. Ze slaakt onmenselijke kreten en gooit het stof over zich heen, tolt rond, bukt, neemt nog meer, gooit dit over de toeschouwers. Ze graait en gooit en graait en gooit en graait en gooit en tolt maar in het rond. Bruusk sta ik recht, mijn reisgezellen volgen onmiddellijk. Voor mij uit haasten ze zich naar de trike, ik richt nog enkele woorden van dank tot de medicijnman en maak me dan ook snel uit de voeten. Buiten gekomen haal ik diep adem. Wat. Was. Dat.    Op de terugweg wordt geen woord gesproken. Eenmaal terug haast iedereen zich naar zijn kamer, niemand wil vandaag nog in een kring zitten. Ik blijf alleen achter en rol een sigaretje. Ik kijk toe hoe de rook langzaam oplost. Als mijn sigaret op is, rol ik een nieuwe. 

Hilde Christens
0 0