Lezen

Wereldreiziger

Ik ben geen wereldreiziger. Nooit geweest. Niet dat ik niet benieuwd ben naar andere culturen of niet kan genieten van prachtige natuur of interessante gebouwen, zeker wel. Alleen, ik heb een bloedhekel aan het reizen zelf. Als je vliegt, moet je op de meest onmogelijke tijden op zo’n vliegveld zijn. Zeulen met een koffer, wachten, koffie die niet te drinken is. Jakkes. En dan zit je in zo’n vliegtuig, met je knieën tegen je voorganger. Oh, natuurlijk, dat zal in de eerste klas veel beter zijn, maar ik heb in mijn leven alleen nog maar cattle-class gevlogen. Tussen de snurkende mensen, de jengelende kinderen en de stewardessen die echt vreselijk hun best deden maar het ook niet allemaal tegelijk konden. Waardoor er weer mensen gingen klagen. Pfff. Met de auto dan. Met mijn maatje, ’s morgens om half vijf uit de veren. Bakje koffie en hup, op pad. Om een uur of elf had ik geen benul meer van tijd of plaats en om drie uur ’s middags was ik helemaal hol van binnen. Dan wilde ik ook echt die auto uit. En we stopten heus wel hoor, onderweg. Maar vaak precies op het tijdstip dat er ook een buslading ouden van dagen werd uitgeladen bij het wegrestaurant waar wij wilden eten. Nu was dat niet altijd verkeerd, het heeft me regelmatig inspiratie voor mijn blogs opgeleverd. En ook wel boze reacties van lezers die het begrip “milde spot” niet begrepen. Waarschijnlijk voelden ze zich aangesproken, ik weet het ook niet. En eerlijk is eerlijk, ik ben ook niet zo’n held dat ik mijn rugzak pak en naar Zuid-Amerika af reis. Ik zou je danken. En dan nooit meer terugkomen zeker. Ik las pas nog een bizar verhaal van een Belgische man die meer dan een jaar vermist was in Peru. Hij was daar in de Corona-pandemie terecht gekomen. Geld kwijt, telefoon kwijt, sprak de taal niet en is eigenlijk gewoon kwijt gelopen. Met bedelen heeft hij zijn kostje kunnen scharrelen en uiteindelijk is hij dan toch bij een of andere instantie aangeland die hem heeft geholpen. Maar dan heb je geluk. Stel voor dat je de jungle in dwaalt en een of ander dier denkt “hee, dat is een lekker hapje”. Ha, in mijn geval zou hij dan natuurlijk wel van een koude kermis zijn thuisgekomen, redelijk op leeftijd en niet heel veel vet op de botten, maar toch. Het zal je maar overkomen. Nee, ik sla even over. Dus is mijn vakantie echt een periode om tot rust te komen en mijn batterij op te laden. Twee uurtjes rijden, neerstrijken bij een riviertje, heerlijk uit eten of BBQ’en en genieten van een drankje. Ok, het weer kan af en toe roet in het eten gooien. Dat klopt. Maar die keer dat wij door Malaga liepen in de stromende regen dacht ik ook “bah, wat is dit een vieze stad.” En wellicht wordt de transporter uit Star Trek nog eens een keer echt uitgevonden. Dan reis ik zeker overal naar toe. “Beam me up, Scotty!”

Machteld
2 0

Vaccinatie

Het lijkt dan eindelijk toch te gaan gebeuren. Langzaamaan weer terug naar het ‘normale leven’. We weten bijna niet meer hoe dat was. Hoe het voelt om iemand een knuffel te geven, zomaar. Of zelfs maar gewoon een hand. Maar het gaat dan toch gelukkig de goede kant uit. Minder besmettingen, meer vaccinaties. Versoepelingen die weer doorgevoerd kunnen worden. En dan is toch één van de voordelen aan het niet meer piepjong zijn dat je betrekkelijk snel een uitnodiging krijgt om een prik te gaan halen. Natuurlijk heb ik niet zo veel geduld dus ik heb de site van de RIVM gestalkt om te zien wanneer de link naar het maken van een afspraak geactiveerd zou worden. Er werd keurig aangegeven wanneer welk bouwjaar een afspraak kon maken. Nee, ik heb niet voorgedrongen, dat zou ik echt niet netjes vinden, maar ik heb wel zo snel mogelijk “geboekt”. Voor mijn maatje en voor mijzelf. In onze omgeving is het op het moment een veelgestelde vraag, “heb jij al een afspraak kunnen maken?” Inmiddels is de eerste gezet en ik vind het toch een veilig idee, ik kan er niks aan doen. Natuurlijk, als we dan twee keer gevaccineerd zijn, mogen we nog steeds niet alles. Dan moeten we ons nog steeds gewoon aan de regels houden. Het mondkapje blijft voorlopig nog even onderdeel van onze standaarduitrusting. Maar dat geeft niet, dat zijn we al zo lang gewend, dat kan nog wel even wat langer. Want het einde is dan toch eindelijk in zicht. Het is wel vervelend dat er toch nog steeds veel mensen ziek worden. En nu vooral de mensen tussen de 18 en 30 jaar oud. Laten we hopen dat ook zij zich toch een beetje aan de regels houden. En niet op een kluitje gaan zitten in een park. Alsof ze onoverwinnelijk zijn. Een goede stok achter de deur is denk ik wel de komende vakantieperiode. Want ook, en met name, jonge mensen willen er toch wel weer graag weer op uit. Gelukkig komt het vaccinatieprogramma inmiddels echt wel op stoom. Bizar eigenlijk, dat we daarvan afhankelijk zijn voor onze zomer. Onze geplande vakantie naar Engeland is voor het tweede jaar uitgesteld. Met een jaar, naar juni 2022. Dan zal het toch wel kunnen? Ach, wat in het vat zit, verzuurt niet, zullen we maar zeggen. Eerst maar eens genieten van een zomer dicht bij huis. Ook gezellig toch!

Machteld
0 0

Eindelijk weer een keer naar de club

Het vrouwtje keek het baasje aan met een bijzondere blik. Hij snapte het niet zo goed, het was toch gewoon tijd voor zijn eten. Maar ze ging naar boven. Dat vond hij altijd wel een beetje vervelend, als er net voor zijn etenstijd nog iets anders gedaan moest worden. Voor mensen was het misschien niet zo belangrijk, maar voor hem was eten toch echt een hoogtepunt. Nou ja, misschien moest ze iets halen. Het duurde even maar eindelijk hoorde hij het vrouwtje naar beneden komen. Ze had andere kleren aan gedaan. En ze had haar jas bij zich. Wat raar. “Hij snapt er nog niks van hè”, zei ze tegen het baasje. Wat snappen, soms waren mensen toch echt niet te begrijpen. “Ga je mee naar de club?” vroeg ze. Naar de club, echt? Het zou toch niet? Hij voelde zich helemaal enthousiast worden. Het baasje moest er om lachen. Maar het vrouwtje ging toch echt zijn snoepjes pakken. Een hele hand vol stopte ze in haar jaszak. Nu kreeg hij toch wel haast, hij ging vast voor de garagedeur staan. Nou moest het vrouwtje het baasje natuurlijk weer gedag zeggen. “Veel plezier”, zei die, “tot straks.” En ja echt, ze pakte zijn clubtuigje en liep met hem mee. Ze gingen weer naar de club, dat was lang geleden. Hij huppelde er bijna van. Wat liep het vrouwtje toch langzaam, kom op! Hij zag de auto’s al staan, het was druk. Gezellig, hij sleepte het vrouwtje bijna mee naar binnen. Kijk, ze mochten het veld op. Hij keek eens rond. Shunka en Sky waren er maar Bobby en Noa zag hij niet. Dat was jammer, hij wilde wel graag weten hoe het met hen ging. Wel waren er een paar nieuwe honden. Een ervan was wel heel zenuwachtig volgens hem, die bleef maar blaffen. Hij zag ook dat hij hapte naar de hand van zijn vrouwtje. Hmm, dat moest hij zelf toch niet proberen. Dan legde ze hem vast weer op zijn rug, zo gênant. Omdat Noa er niet was, mocht hij beginnen. Hij nam alle hindernissen vliegensvlug, hij kon het nog! Heerlijk. Lekker springen en rennen. Het uur was veel te snel voorbij. Thuis had het baasje zijn eten al klaar staan. Een volle bak, lekker. Hij kroop voldaan en warm op de bank. Want als hij eerlijk was, was hij toch wel een beetje moe. Hij was ook geen achttien meer.            

Machteld
4 0

Hoe het gesteld is met mijn gezondheid

Ik geef toe, soms slaagt de twijfel nog eens toe. Maar echt aarden kan hij niet. Het is doorgedrongen dat ik mijn ervaringen en gevoelens niet circulair in vraag kan blijven stellen. Hoe afwijkend mijn conclusies ook mogen zijn ten opzichte van wat algemeen aangenomen wordt, op een gegeven moment moet ik er gewoon op voortbouwen en er consequent naar handelen. En zo bouw ik bijvoorbeeld voort op de stelling die zegt dat de oorsprong van de auto-immuunziekte die me negentien jaar geleden werd toegeschreven enkel en alleen psychisch van aard is. Daarmee bedoel ik dus dat er in wezen fysiek niets mis is met mij. Dat mijn fysieke klachten niets anders dan een uiting van mijn denkwereld, zelfbeeld en andere diep ingeprente overtuigingen zijn. De vele jaren van empirisch onderzoek en wijdvertakte ervaring omtrent dit onderwerp kan ik niet verloochenen. Dit is mijn realiteit, mijn waarheid. Ik schrijf mezelf alle verantwoordelijkheid toe. De hulp komt van binnenuit, er bestaat geen externe bron die mij zal genezen en die zal er ook nooit komen. Ik werd in het verleden wel meermaals opgelapt en ondersteund door medicijnen en behandelingen, maar echte verlossing ligt in mijn handen. Deze woorden vatten ongeveer de inhoud van mijn boek ‘Auto-Immuun: van ziekte naar inzicht’ samen. We zijn nu twee jaar verder sinds dat boek uitkwam. Wat is er veranderd? Ik ben verhuisd, heb al mijn bruggen opgeblazen en ben nooit gestopt met het gadeslaan en bewust programmeren van mijn innerlijke wereld. Ik heb mezelf nog beter leren kennen, valkuilen blootgelegd. De fysieke symptomen zijn er nog steeds, doch minder prominent, minder uitgesmeerd over mijn dagen. Terwijl ik voorheen vooral aan het overleven was, kan ik nu echt leven.   Er zijn echter van die momenten dat de ellende zich lijkt te herhalen. Angstvallig doemscenario’s werend vervloek ik dan mezelf. Ik wist op voorhand dat heling geen lineair proces is, maar het is verdomd frustrerend om bijna 2 decennia lang op dezelfde pijnpunten te botsen. Natuurlijk weet ik ook dat kwaad worden alleen maar meer zelfsabotage betekent. Want dat is wat deze ziekte werkelijk is: zelfsabotage. En dan moet ik mezelf weer tot de orde roepen en eraan herinneren dat zulke uitspraken te hard zijn. Ik zou zachter kunnen zijn naar mezelf toe, want eigenliefde is het ultieme medicijn. Dat weet ik nu wel zeker. Sinds kort ga ik weer bij een psychotherapeut, voor die hardheid jegens mezelf. Ik geef dat deel van mezelf daar een gestalte en ga ermee in dialoog. Ik heb het gevoel over een moeizaam vergaarde handleiding te beschikken en wil therapie aanwenden om deze constructief naar de praktijk te vertalen. Ik weet bijvoorbeeld dat een gevoel van tekortschieten aan de basis van de ziekte ligt. Het is complexer dan het klinkt. Ik voel mij vaak niet goed genoeg waardoor ik mezelf dwing om meer en beter te presteren. Het leek vanzelfsprekend om te zoeken naar de oorsprong van deze overtuiging, maar ik heb vastgesteld dat dit er eigenlijk niet toe doet. Weten waarom ik ziek geworden ben, staat niet gelijk aan weten hoe ik mezelf kan genezen. Het antwoord ligt eerder in zelfobservatie zonder oordeel en het maken van bewuste keuzes. Bij elke keuze die ik maak, vraag ik me af of deze wel liefdevol is naar mezelf toe. Of ik mezelf niet onder druk zet en handel naar wat mijn gevoel ingeeft. Want de diep verankerde ideeën over het personage dat ik neerzet, vormen de voedingsbodem van mijn gezondheid. In de conventionele behandelingen die de medische wereld aanbiedt, ben ik mijn vertrouwen verloren. Alle trucs die ze uit hun mouw konden schudden, heb ik vruchteloos tot mij genomen. Ik vond het ziekenhuis sowieso al een ellendige plek, maar met de hele pandemie hetze is het alleen maar erger geworden. Het voelt soms beangstigend om te beseffen dat ik nergens naartoe kan, dat alle noodlijnen uitgeput zijn.  Maar ik sta er niet alleen voor. Ik ben omringd door mensen die in mij geloven. De relaties die ik aanga dienen mijn zelfrespect en eigenliefde te weerspiegelen, iets waar ik steeds scherper op toezie.

KarolienDeman
16 1

Boodschappenlijst – 25 mei 2021

Standaard boekhandel Barniers boek ophalen, grote ontgoocheling en geheime dagboek tegelijkertijd. Ik schrik van de nutteloze strijd tussen waanzin en het collectief. Vastberaden zo lang als de vijand van buiten aan onze poorten rammelt, of in dit geval in een roeibootje, ‘take back control’ schreeuwend de haven van Calais uit peddelt.      Beter om gepeld zonnebloemzaad te kopen, de vogels op de voedertafel worden steeds bonter. Ik riep Boris naar de grote specht, met zijn roodgloeiende gatje en roodverbrande nek, het mocht niet, nu dan maar naar de schreeuwende halsbandparkieten; Raab, Gove, Boris. Ga terug naar jullie oerwouden. Wat voor een vreemde vogels bezoeken me, zag ik gisteren een kruisbek? Ik kruis mijn bek, en zal zwijgen.      1 Pindakaas, 2 havermout. Dit keer voor onze tafel, voor de boterhammen van Jan en zijn stijve pap in de ochtend.      Bananen, Uien en Gember, Oosters, uien zijn gezond, bananen ook, gember vast wel voor iets waaraan ik zo gauw niet denk. Ik kook niet, houd mijn mond.      Kerstomaat, oh ja, die past in het gat in mijn kaak waar een week geleden nog een verborgen verstandskies zat. Ik loop de lijst af, want dit is belangrijk, verder naar beneden staat, 4 blik kerstomaat, verrek dat is wat ik zag, diep in mijn keel. De kaakchirurg wrikte, boorde bot weg en nu loopt het rode sap achter in mijn neusholte naar beneden.      Voor mijn beurt, nooit in de pas gelopen, nog wat dieper staat Sojacream voor currysaus, 1 seitangehakt. Dat hoort bij het gezonde trio van boven. Toe is er dan 2 sojayoghurt, 1 yoghurt en 1 melk. Die laatste twee voor mij omdat ik niet zo streng in de leer ben.     Terug in het lid van Jans lijst; salade, 3 groentes en Olie om te bakken. Dat past, tenminste als je alles op een hoop gooit. WC-papier, 5 Broden en Koffie. Van koffie krijg je soms diarree, vooral voor de middag als de 5 broden aangebroken worden, deze volgorde is bewust gekozen. Het gaat verder; Sojamelk bio zonder en met kalk, Soja vanillemelk. Dat ben ik dan weer, die kalk bemoeit zich met mijn huishouding in de darmen, maar zonder kalk breken de botten. Beter vroeg erbij dan straks niet meer terug kunnen.      Aceto balsamico, Tomaten geconcentreerd, Blikjes sardines, Italië heeft zich in ons eten verschanst, al zijn onze voeten aan de Middellandse Zee afgesneden, de vrienden zijn dood of gescheiden.      Het sluit met Witte wijn, Vis Tortelini, vanavond vieren we 75 milligram minder Lyrica, een mooie naam voor mijn verslavende pijnstiller.  

Julie de Leeuw
0 1

Als het met woorden niet meer werkt

Het klinkt raar maar het wordt toch echt tijd dat we de Corona-pandemie achter ons laten. Om heel veel redenen maar ook omdat een aantal mensen nu toch echt serieus aan het doordraaien is. Gedurende de hele periode worden er al mensen bedreigd, helaas, maar als je als een soort mislukte maar wel zwaarbewapende Rambo rond gaat lopen, ben je toch wel heel ver van de realiteit af beland. Wat denkt zo’n man dan? “Hé, ik ben het niet eens met anderen, virologen, wetenschappers, mensen met een andere mening, ik neem van de zaak mijn raketwerpertje mee en ga wat stennis schoppen.” Gevaarlijk dat zo iemand bij Defensie werkt. Niet dat dat te voorkomen is, maar als militair, politie-agent of zelfs maar lid van een schietvereniging heb je natuurlijk wel meer mogelijkheden om aan een wapen te komen. Althans, dat denk ik, want misschien is het darkweb een veel betere plaats, daar heb ik geen ervaring mee. En eenlingen die dit soort plannen beramen, zijn bijna niet te volgen. Maar goed, die Rambo dus, die loopt rond in een natuurpark in België, als ik het nieuws mag geloven, en probeert te ontsnappen aan de maatschappij zoals wij die kennen. Nou weet ik niet waar de viroloog Marc van Ranst woont, maar ik mag toch hopen dat dat op een veilige afstand is. En als ze die man dan straks pakken, krijgt hij dan straf? Of een aai over zijn bol en de opmerking “niet meer doen hoor jongen”? Je zult maar bedreigd worden door zo’n gevaarlijke gek. Natuurlijk moet Willem Engel het dan weer opnemen voor zijn zielsverwant. Van Ranst zou het over zichzelf hebben afgeroepen. Natuurlijk, dat zou ik in zijn plaats ook zeggen. Waar haalt die man die denkbeelden toch vandaan. Zou hij nou echt nog steeds denken dat Corona een verzinsel is van de overheid om ons onder de duim te houden? Dat er helemaal nog nooit mensen aan het virus zijn dood gegaan? En zoals altijd valt de hele Social Media er weer overheen. Voor- en tegenstanders hakken op elkaar in en iedereen weet het weer beter. Ik zou me kostelijk amuseren ware het niet dat sommige commentaren zo vreselijk asociaal zijn dat ik bijna de neiging krijg om te kijken wie er achter die tekst zit. Vaak is zo’n account afgeschermd en dat snap ik ook wel. Tenslotte wil je wel anoniem blijven als je mensen zo behandelt. Wat ik dan wel weer meesterlijk vind, is de opmerking waar Van Ranst zijn betoog op Twitter mee opent, “Wanneer we ooit geconfronteerd worden met een salsapandemie, ga ik met veel plezier luisteren naar wat jij als dansleraar te zeggen hebt.” Laten we in vredesnaam hopen dat dat dan nooit gebeurt.    

Machteld
9 0

Wrede vrijheid

Wat een weer weer. Regen, regen en nog eens regen. Ik word er zowaar herhaalderig van. Goed voor de planten en de tuinbouw, zegt mijn vrouw opvallend opgewekt, terloops en mogelijkerwijs loops, maar mijn daaropvolgende voorstel tot voortplanten wordt meteen weggewuifd als een wuivende palm in de wiegende westenwind. Zelf ben ik niet zo plantaardig of plantvaardig. Ik kijk wat naar buiten, staar naar de twee kleine palmpjes in onze voortuin en merk dat de zon al de hele dag succesvol verstoppertje speelt. Die gedachte katapulteert me onwillekeurig terug naar mijn kindertijd. Daar zaten we, in de schaduw van een hoog huis. Een tiental kinderen dat zich vreselijk zat te vervelen. Het was broeierig warm en het leek erop alsof iedereen zich naar het einde van de zomervakantie sleepte. Of iemand alsnog een voorstel had om iets te doen. Slapen. Suffen. Klagen. Sommigen hadden hun voeten in een emmer water gestoken, anderen waren vijf minuten eerder naar de voorbijrijdende ijsjesverkoper geslenterd en zaten zomaar wat voor zich uit te likken. Ik observeerde. Ik denk dat dat vroeger ingebakken zat in het ‘de jongste van de groep zijn’. Verleren doe je dat nooit en in groep hoef ik heden ten dage lang niet de jongste te zijn om de boel obsessief te observeren. Ik zag een bende luie apen en ik zweeg zolang ik kon, ook al was ik rusteloos vanbinnen. Ik kon maar moeilijk begrijpen dat de anderen niet het laatste uit de vakantiekan wilden halen. Het einde was immers nabij. Eens de schoolbel opnieuw zou luiden, was het definitief gedaan met de vrijheid. Op mijn sokken probeerde ik blootsvoets de stoute schoenen aan te trekken. ‘Waarom spelen we niet eens verstoppertje met z’n allen?’ zei ik kwiek. Het gebeurt wel vaker dat mensen elkaar vreemd bekijken en in lachen uitbarsten net nadat ik iets gezegd heb, maar vandaag was het anders. Helemaal niemand keek naar een ander. Ongeloof, verwarring, verbijstering, onbegrip en een zwoele, vochtig warme zuchtstroom blies in mijn gelaat. Gelatenheid ook. Ontsteltenis bij ontstentenis van elke mogelijke vorm van enthousiasme. IJsjes smolten plots veel sneller. ‘Ga gewoon weg,’ zei iemand kwaad. Ik weet niet meer wie. ‘Je deelt niet in het groepsgevoel, snotaap. Je hoort er niet bij. We verbannen je.’ Ik weet opnieuw niet meer wie. Ik was te onthutst om te kunnen onthouden. Mij een snotaap noemen! Het hoongelach hoor ik wel nog steeds. Mijn tijd van gaan was in elk geval gekomen, zoveel was duidelijk. Zelfrespect, eigenwaarde… Dat soort dingen. Zelfs op je negende ben je er jezelf van bewust. Ik ging naar huis, zocht en vond een lege bloemenvaas in de vorm van een kruik, vulde deze met water en vroeg aan mijn moeder of er nog brood was. Dat was zo. Nog een half, maar dat was van eergisteren en niet eens gesneden, omdat we de laatste dagen pannenkoeken, sandwiches en pistolets gegeten hadden. Ik vond het oude brood perfect en nam het mee. Mijn moeder vroeg ongerust wat ik ermee van plan was en waar ik naartoe ging. Fanatieke moeders zijn altijd wel een beetje bezorgd, hele gedrevene op het overbezorgde af. Zeker de mijne. ‘Zomaar. Naar nergens, ma. Maak je geen zorgen. Ik kom vanavond terug en ik blijf in de buurt. Als je roept, hoor ik je en kom ik meteen terug,’ zei ik vastberaden, hopend dat ze me dan een hele tijd gerust zou laten. Ik liep naar het tuinhuis en sloot mezelf op. Half brood en kruikje water naast me, zoals de gevangenen in stripverhalen. De zware ketting rond mijn been en de loden bal eraan fantaseerde ik er moeiteloos bij. De oude gevangenisbewaker ook. Hij had de snuit en het kapsel van een baviaan en keek zenuwachtig om zich heen. Ik was immers een zware crimineel die zopas negen apen in gedachten vermoord had en zulks is bij wet verboden in het apenland België. Dat van dat apenland had ik gisteren gehoord tijdens een politiek debat op de televisie. Het was het minst saaie woord van heel de uitzending en ook ongeveer het enige waar ik me iets bij kon voorstellen. Ik herkauwde mijn zonden en filosofeerde over het leven. Hier zit ik nu mooi te zitten, dacht ik, hopeloos opgesloten in een snikheet tuinhuisje terwijl ik een kwartiertje geleden nog het maximale uit mijn laatste greintje kinderlijke vrijheid had willen halen. Alles is naar de vaantjes! Ik mijmerde en droomde over dingen die ik nog zou kunnen doen als ik mijn straf uitgezeten had. Volgende week was er nog de kermis, traditioneel de laatste spectaculaire stuiptrekking van de grote vakantie, het ultieme wapenfeit. Verdorie, ik zal maar zwijgen over stuiptrekkingen en wapenfeiten. In gedachten zag ik de ravage die ik voordien had aangericht: creperende chimpansees, bloedende bonobo’s, onthoofde orang-oetans en rillende gorilla’s… Ontsnappingspogingen ondernam ik niet. Ontspanningsmogelijkheden waren er niet. Ik moest en zou het uitzweten. Mezelf emotioneel en lichamelijk kastijden. Hoe langer ik in dat broeierige tuinhuisje zat, hoe meer ik ervan begon te genieten, van dat positief gepieker. Ik bleef maar fantaseren en plannen maken en had allerlei kleine voorpretjes. Vanaf morgen zou ik het maximale uit het leven halen, daar was ik van overtuigd. Ik dronk gulzig uit mijn kruikje en nam een grote hap uit het brood, legde het dan terug op de vloer en bekeek trots mijn tandafdruk. Het was als bijten in het leven. Ik heb me nooit zo vrij gevoeld als toen. Allemaal goed en wel, maar veertig jaar ouder en vijfentwintig graden Celsius kouder zit ik hier domweg naar de gutsende regen te staren. Ik haal nog steeds niet het maximale uit het leven, maar heb ook niet het gevoel dat ik iets mis. Als je jong bent, denk je dat de mogelijkheden onbegrensd en eindeloos zijn. Hoe ouder je wordt, hoe langer het lijstje wordt, maar dan van dingen waarvan je beseft dat je er nooit aan zal toekomen. Naast me merk ik opeens het sierlijke olijfplantje op dat hier blijkbaar al langer dan een week staat. Het heeft toch wel iets gezelligs hier in mijn kamer. Oei, het staat helemaal droog. Gauw dat kannetje daar vullen en water geven. Ziezo, alles weer helemaal onder controle. In kannen en kruiken, denk ik gevat, ontspannen in mijn zeteltje liggend. Even later word ik gewaar hoe vermoeiend het ophalen van herinneringen kan zijn. Ik tuimel in slaap, droom dat ik in de potgrond sta, dat iemand me water geeft en dat ik daardoor gigantisch sterk word. Dromen hebben altijd een betekenis. Ofwel word ik stilaan een plant, ofwel later de Hulk. Groene vingers heb ik al.    

Danny Vandenberk
13 1

De verdwenen kunst van het bijten en de anti-school

Mijn dochter is net vijf geworden. Ik mag haar haar niet kammen. Zelf doet ze het ook niet. Tanden poetsen is ook een hele lange onderhandeling. Soms wilt ze geen verse onderbroek aandoen, en enkel bij mama gaat ze in bad, of in de douche bij Bonnie en Pep. Die van mij vindt ze te klein. Nagels knippen moet ik bijna stiekem doen: als ze Ketnet jr kijkt, of net niet als ze slaapt. Ze kleurt met haar stiften meer op zichzelf dan in haar kleurboeken, en in de speeltuin gaan schoenen en sokken zonder pardon uit, en soms de broek ook, als die te strak zit. Wildheid. Ik mis het. Ik mis het bij mezelf. Mijn dochter is langs de andere kant evengoed een meisje, met prinsessenjurken, lippenstiftjes, hakjes, ballerina’s, oorbelletjes. Maar wat wil dit allemaal zeggen in deze fluïde tijden? Als vader wens ik dat ze zich vooral vrij voelt en veilig, nu en later. In een ideale wereld zou een vrouw (maar evengoed een man) naakt over straat moeten kunnen lopen, zonder dat dit een afwijking is. Dit zou geen steen des aanstoots mogen zijn, of een vrijgeleide voor seksuele intimidatie. We zijn tenslotte geboren in ons Adam en Eva-kostuum, maar zo werkt het spijtig genoeg niet. Is het schaamte? De angst om ongewild uit te dagen? Juist door kleren te dragen is bloot sexy geworden. Naar ’t schijnt zou in de zigeunercultuur het tonen van blote borsten geen probleem zijn, enkels daarentegen … Vandaar de sokken die je bij hen onverwachts ziet. Wat de vrijheid van de vrouw betreft, kunnen we ook eens kijken naar het andere uiteinde van het spectrum: in een ideale wereld zou een vrouw een niqab of boerka mogen dragen. Als westerling begrijpen we dit misschien niet zo goed, maar puur ideëel gezien, zou dit een recht moeten zijn. Het argument van herkenbaarheid is, laten we eerlijk zijn, in covid-tijden volledig weggevallen. Het is nu eenmaal eigen aan de mens dat we experimenteren met het volledige spectrum van hoe we creatief kunnen zijn met ons uiterlijk. En door ons niet te laten zien, als vrouw meestal, komen we vaak tot een essentie: ‘ik wil niet beoordeeld worden op mijn uiterlijk maar op mijn innerlijk, of nog beter op mijn daden, niet op mijn praatjes, of andere oppervlakkige zaken.‘ De mythe rond Homeros spreekt boekdelen: hij was naar ’t schijnt blind, en kon zo de ware wereld ‘zien’. Het gevaar schuilt erin als je zelf denkt dat je die gave hebt, dat je door de huichelarij kan kijken. Door te zeilen op zee heb ik gemerkt dat er situaties zijn dat je niet kan bluffen, dat je je niet beter kan voordoen dan je bent. Daarom hou ik van de zee. Ik ben geneigd om te schrijven dat ik in één oogopslag genoeg heb om te zien wat voor vlees ik in de kuip heb, maar dan ga ik voorbij aan mijn eigen fundamentele feilbaarheid. Maar dat in Game Of Thrones het juist een piraat is die stelt: ‘There is only one true religion, and it is between a woman’s legs!’, legt iets bloot over onze binaire wereld. Ik vind het geen louter vrouw-onvriendelijk aforisme, het zegt meer iets over masculiniteit, die tragisch is, en toxisch als ze slachtoffers maakt. Wat voor mijn dochter opgaat, zou niet voor mijn zoon opgaan. Meisjes mogen stilletjes aan jongens zijn, maar jongens meisjes? In theorie zou zachtheid niet alleen met moederlijkheid mogen geassocieerd worden, maar ook met vaderlijkheid, en ik heb al eens gelezen dat Afghaanse grootvaders een ongelooflijke tederheid aan de dag leggen met hun kleinkinderen, wat geen conditio sine qua non is in een kansarm land. Heel die genderverwardheid uit zich in de stereotypen: ik vind het niet erg, na de Claudia Schiffers en Kate Mosses van de jaren ’90, maar de curvy Kim Kardashian is nu zowat het schoonheidsideaal geworden. En de mannen is het niet beter vergaan: welke jongere wil er nu geen Cristiano Ronaldo-lijf? Je moet niet alleen gespierd en sterk zijn, je spieren moeten ook nog eens getekend zijn, als houtvezels: ieder detail is van belang. Extrapoleren we naar gevechtssport: volgens Joyce Carol Oates ‘de laatste viering van de mannelijkheid’. Ook vrouwen zien we nu in kooien vechten, en los van hun seksuele geaardheid, verloopt dat volgens regels. Een cat fight is ooit anders geweest. Ik weet niet hoe het eraan toe gaat bij free fights, maar het meest extreme dat ik gezien heb in een ring waren kopstoten: geen flauw benul welke bond dat was. Maar wat je niet ziet, dat zijn de ‘taboewapens’ van het eigen lichaam. Bruce Lee had het erover, en ook in kung fu komt het ter sprake. Ik raad ten stelligste aan van te gaan lopen als je in een gevechtssituatie terechtkomt die je niet kan winnen. Maar als je niet kan vluchten, gebruik dan dat dierlijke arsenaal dat je ter beschikking hebt, of je nu een man of een vrouw bent. Let the beast go: trek aan de haren, krab die ogen uit, pits venijnig in dat vel, en last but not least BIJT! We hebben een gemeenschappelijke voorouder met chimpansees, gorilla’s en oerang oetangs. BIJT! Als je je verdedigt weliswaar, niet als agressor. Je zal het wellicht nooit zien in MMA of UFC, maar het is wel het totale gevecht. En de vraag is, wie is de lafaard? Als je aangerand wordt, bijt die halsslagader over. Zoiets. Maar nog beter zou het zijn als er geen seksuele agressie meer was. Maar kun je het hen kwalijk nemen, de zogezegd zwakkeren? Als in de jaren ’80 een Sovjetpiloot neerstortte in Afghanistan maar zich kon redden met zijn schietstoel, wou hij dat hij al dood was als hij de vrouwen van de Moedjahedien zag aankomen met gewette messen … Vrouwelijkheid en wildheid dus, of hoe je zachtheid niet moet verwarren met zwakheid. Het laat me aan iets anders denken, aan een concept dat ik anti-school wil noemen. Ook hier weer idealiter. Het idee heb ik van de anti-psychiatrie van de jaren ’60. De zachte zielenknijperij: geen gedwongen opnames, niet teveel medicatie, niet teveel Freudiaans seksueel reductionisme. De humanistische psychologie die over gevoelens ging en niet over gedrag, over ontplooiing en jezelf zijn. Michel Onfray heeft zo ook een anti-boek geschreven: Anti-handboek voor de filosofie. Zo’n anti-school zou een antwoord moeten bieden op de excessen van het kapitalisme en de meritocratie. Want laten we eerlijk zijn, hoe groot is die schoolefficiëntie eigenlijk? Hoeveel jongeren verslijten er hun broek niet op school? Ondanks het engagement van het onderwijspersoneel is er niets zo moeilijk als kinderen en jongeren te begeesteren. Een anti-school zou moeten bewerkstelligen dat jongeren die tijdens de vakanties geen ad(h)d hebben, dat ook niet hebben op de anti-school. Voor een stuk heb ik het schoolvoorbeeld (pun intended) van hoe een anti-school er moet uitzien: Guppie. Zo heette het zeiljacht van Laura Dekker waarmee ze op veertienjarige leeftijd de wereld rondreisde. Toen ze zestien werd, was ze nog onderweg. Zo zou een anti-school eruit moeten zien. Het leergeld dat ze betaald heeft aan boord, die leerschool, kan je toch geen verspilde tijd noemen? Dat is toch geen verkwisting? Laura Dekker zou ik ook niet gepriviligieerd noemen. De Guppie was een onderkomen yacht dat haar vader met haar gerenoveerd heeft, want dat kon die wel: hij was een keukenbouwer. Meer dan het geld of de opportuniteit was er de droom, de roeping. Toen ik als achttienjarige eerder klassieke filologie wou gaan studeren omdat ik zo graag Latijn deed en teksten vertaalde, en gefascineerd was door de antieken, hebben ze mij dat afgeraden omdat ik geen klassiek Grieks had gevolgd op het middelbaar. Nochtans boden universiteiten die optie aan. En, laten we eerlijk zijn, bij Japanologie en Sinologie, starten we ook van nul. Het werd uiteindelijk Germaanse en een flop. Het was geen keuze van het hart. Nog vroeger, toen ik een jaar of zestien was, en Point Break gezien had, wou ik een surfer worden. Dit was allemaal pre-internet. In de jaren ’90 lag ik toen al als één van de eerste met een body-boardje in de bruine baartjes van Blankenberge. Een golfsurfer was toen nog nooit gespot aan de Noordzee van de Lage Landen. Het is er nooit van gekomen, al had ik als ex-skater potentieel. Maar het netwerk was er gewoon niet. Mijn ouders kenden er te weinig van, en ik was op een bepaalde leeftijd gewoon niet meer ambitieus. Mijn drive was volledig weg. Toen het er eindelijk van begon te komen, had ik ofwel geen werk en geen geld om te reizen, of ik was te bezadigd door de anti-depressiva die ik moet slikken voor mijn dwangstoornissen. En nu ben ik te oud: de laatste keer in El Palmar scheet ik in mijn broek bij een wipe-out in een golf van twee meter. Maar genoeg zelfmedelijden. Als je één ding moet onthouden van deze verschrijving, laat het dan het volgende zijn: koester je wildheid en de wildheid van je kinderen, denk eens na over mannelijkheid en vrouwelijkheid, vergeet niet dat je kan BIJTEN, en brainstorm eens mee over een anti-school. P.S.: Deze quote zegt alles over onze vervreemding: “I have always found it interesting that white children take so quickly to Indian ways, while Indian children, when brought to be raised in white families, never take to it at all.” (Philipp Meyer, The Son) Een boek over Comanches geschreven door een witte Amerikaan. Geen idee over de publieke opinie en of de Comanches dit ‘cultural appropriation’ vonden. En waarom zou de zoon niet The Daughter kunnen zijn? Ik wens het die van mij alvast toe ... PJ Harvey & John Parish: Pig Will Not (live)

ovlijee
22 2

Een dag zonder zin

Vandaag heb ik er geen zin in. Er lijkt geen einde te komen aan de regen en de lage temperaturen. Een vriend post een bericht: “Maak deze natte dag maar een beetje natter (zelf in te vullen hoe). Geniet van je dag. Laat je maar eens goed verwennen!”. Op alle andere dagen was deze post voldoende geweest om weer zin te krijgen -op vlak van goesting en (zelf)verwennerij hoor ik blijkbaar eerder bij de mannelijke stereotypen die om de zeven seconden aan seks denken- maar vandaag niet, ik overweeg het wel even, maar bedenk dan dat vandaag gisteren nooit kan overtreffen. Vandaag ben ik terug Edouard Péricourt uit 'Au revoir là-haut' van Pierre Lemaître -de gekheid nabij- en wil ik met een masker met pauwenveren op mijn kop, helemaal naakt, de Kortrijksesteenweg op. Niets anders dan die zotte euforie kan het heden en verleden draaglijk maken. Daarbij wil ik me echter niet laten omverrijden zoals Edouard. Nee, ik heb niet al die energie gestopt om met de gevolgen van mijn non-comformisme te leren omgaan, om me dan op een hoogtepunt ervan te laten omverrijden. Ik wil gewoon wat naakt rondlopen en zo net genoeg energie en zin krijgen om terug met de illusies te kunnen omgaan en naar een volgende euforisch moment toe te werken. Mijn verjaardag, volgende maand. Die periode rond mijn verjaardag is best wel moeilijk. Hoe ik het ook draai of keer, rond die tijd komt het verleden en de totale onzin van gisteren en vandaag weer boven. Misschien moet ik dit jaar een verjaardagsfeest voor collega’s organiseren om eindelijk werk te maken van die door corona uitgestelde teambuilding? Een echt feest, geen beleefde bijeenkomst, maar total losgehen. Vandaag ben ik immers in het stadium van de verfijnde Ines uit de film Toni Erdmann wanneer ze net voor de start van haar feestje beslist dat ze naakt de deur gaat openen en de genodigde collega’s er enkel naakt wil inlaten. Gedaan met de hypocrisie, het slaafse bestaan, terug naar de essentie. Terug naar mij, die naakte met veel levenslust en zin. Dat het maar verder regent, vanavond ga ik die verdomde slakken te lijf. Geen respect meer voor die veelvraten die de energie van een hele gemeenschap in één nacht verwoesten. Ik, de tuinier, die uren tijd heb gestoken in het ideale klimaat waarin de zaadjes konden groeien, de zon die haar kracht heeft afgestaan en de kracht die het zaadje uit zichzelf heeft geput om blaadjes te vormen. Dat allemaal verloren zien gaan, dat leidt tot een dag zonder zin en dagen zonder zin tot waanzin.

Fien SB
13 0

Verdacht veel vakantie

Eerlijk? Echt onaangenaam zijn ze niet, die eerste dagen werkloosheid. Ja, de postbode brengt nog wel je C4 per aangetekende zending, maar daarmee is ook een pagina definitief omgeslagen. De ontgoocheling raakt stilaan verbeten, de klap verwerkt en met het veel te langzaam ontwakende lentezonnetje lijkt deze periode verdacht veel op vakantie. Met mijn eerste portie herwonnen energie begin ik thuis een grote schoonmaak. Alles wat me ook maar enigszins aan mijn oude werkgever, de spoorwegen, doet denken, moet onder mijn ogen uit. De cursussen, waar ik me het afgelopen halfjaar een ticket op werkzekerheid tot aan mijn pensioen mee had willen bezorgen, gaan de kelder in. Alle administratieve rompslomp is gearchiveerd en elke stofpluk die ik verwijder lijkt me een extra energieshot te geven waar geen Rode Stier tegenop kan. In de keuken moeten cola, chocolade en chips plaats maken voor gezonder spul. OK, de afgelopen weken waren héél stresserend en dan durft de Bourgondiër in mij al eens om verzadiging vragen, neen sméken, maar vanaf nu wordt het anders. Ik wil me herpakken! Dus laad ik in de supermarkt mijn winkelkarretje vol met versgeperst sinaasappelsap, magere yoghurt, rauwe groenten en méér van dat lekkers met NutriScore A of B. “Kan het zijn dat uw kaart leeg is?” de caissière kijkt me van achter haar mondmasker vragend aan. “Ah, ja, dat kan,” flap ik er quasi nonchalant uit, maar ik besef plots dat al mijn maaltijdcheques opgesoupeerd zijn en er de komende maand of maanden geen bedrag op mijn kaart bijgestort zal worden. Ik neem snel mijn bankkaart en besef dat ik ook mijn aankopen in de supermarkt voortaan zal moeten betalen van de som die ik van de RVA uitgekeerd krijg. Een bedrag dat naarmate ik werkloosheidsanciënniteit verwerf, alleen maar kleiner zal worden. En plots bezorgt dat ontslag me toch weer een pijnscheut. Eén blik op dat kassaticket en mijn vakantiegevoel is helemaal over.

Paul Dewilde
4 0

De voorraad weer op peil gebracht

Mijn schoonmoeder vond mij niet direct een goede huisvrouw. En eerlijk is eerlijk, als je de ouderwetse standaarden bekeek, was ik dat ook niet. Mijn linnenkast was een rommeltje, natuurlijk had ik voldoende handdoeken en theedoeken maar niet dat ik niet iedere week moest wassen. Mijn schoonmoeder kon geloof ik wel een maand zonder een keer naar de wasmand te kijken. Niet dat ze dat deed, ook op dat gebied was haar huishouden altijd keurig op orde. Alles netjes gevouwen op kleur en grootte in de kast. Ik geloof wel dat dit een generatiedingetje was. Mijn moeder heeft nog handdoeken in de linnenkast liggen die stammen uit de eerste jaren van haar huwelijk. En dat is toch alweer een tijdje geleden. Wij plagen haar er wel eens mee. Ze ondergaat dat goedmoedig en wijst er fijntjes op dat wij, haar dochters, dat straks erven. Nou gaan wij er van uit dat mijn moeder 120 jaar oud wordt, dus dat duurt gelukkig nog even. Wat de generatie van onze ouders ook belangrijk vond, was een goed gevulde voorraadkast. Toen wij mijn schoonouders gingen verhuizen van hun eengezinswoning naar een senioren-appartement, vond ik in de grote kelderkast doosjes van Honig met een logo dat ik niet kende. Zo oud was het al. Conserven die al vijf jaar over de datum waren, we hebben heel wat weggegooid. De koelkast was ook altijd goed gevuld. Ook later, toen mijn schoonvader alleen achterbleef, zorgde hij altijd voor een uitgebreide voorraad. Waar mijn koelkast aan het einde van de week wel wat gaten vertoont, zag die van hem er altijd goed gevuld uit. Als hij ’s avonds ergens trek in had, was er altijd wel een stukje kaas of worst voor handen. Mijn wekelijkse boodschappenexercitie met hem zorgde altijd weer voor veel vermaak. Omdat twee van mijn zussen altijd voor de boodschappen van mijn moeder zorgen, heb ik me eigenlijk nooit gerealiseerd hoe dat bij haar was. Natuurlijk kom je tijdens een bezoekje niks te kort maar ik heb me nooit afgevraagd of zij ook weken vooruit kan. Tot laatst, mijn zus die belast is met “de grote boodschappen” was geblesseerd. Ze vroeg me of ik een keer voor haar wilde invallen. Nou, geen enkel probleem natuurlijk. Ik haalde mijn moeder op en samen togen we naar de Appie. Ik heb mijn ogen uitgekeken maar me ook kostelijk vermaakt. Mijn moeder houdt van lekker eten, dat heb ik wel gezien. Ze krijgt ook veel koffievisite en bij koffie hoort een koekje. Dus daarvan gingen ook verschillende pakjes in de kar. Toen ik bij de kassa de berg spullen overzag, realiseerde ik me dat mijn maatje en ik daar twee weken van kunnen eten. Met zijn tweeën.

Machteld
5 0

boekenkamer

    Het begon op de ochtend, nadat ze alle dozen met boeken vanuit de stenen schuur naar de nieuwe aanbouw had gebracht, om ze eindelijk, na jaren en jaren weer het licht te laten zien; om ze uit spinrag, stof en vocht te laten herrijzen. Tijdens het kruien had ze het gevoel, dat ze werelden aan het verplaatsen was naar een nieuw leven, naar het licht van hier, nu, en toekomst.   Als ze die ochtend met een kop koffie de nieuwe aanbouw binnenloopt, merkt ze niet meteen dat er iets veranderd is sinds de vorige avond. Tussen de dozen zoekt ze haar weg naar wat nu al haar favoriete plek is. In de hoek diagonaal tegenover de deur, heeft ze een fauteuiltje geplaatst. Met rechts tuindeuren en links een groot raam, is dit een strategische plek. Van hieruit kan ze de hele ruimte overzien en heeft ze ook zicht op de tuin. Alleen het tuingedeelte achter haar rug blijft buiten beeld. Met voldoening kijkt ze rond: wat een verschil met eerder! Na de aankoop van het huis, werd de oude aangebouwde houten schuur bestemd tot ‘boekenkamer’, als levendig archief en bron voor interesses. Gedurende de verschillende fasen van de verbouwing verhuisden de boeken langzamerhand naar de stenen schuur, opgeslagen in dozen met opschrift. De boekenkamer deed afwisselend dienst als feestruimte, woonkamer, gezamenlijke slaapkamer. In al die jaren werd de atmosfeer steeds meer bedorven door kilte, vocht en schimmel. Daarmee werd ook het besluit tot sloop ingeluid.     Nu is er de nieuwe aanbouw: wind- en waterdicht, geïsoleerd, vloerverwarming, uitzicht op de tuin. Nieuwe boekenkamer, wat een genot. De nog muffe lucht uit de geopende dozen doet daar geen afbreuk aan.   Op de planken die de wanden bedekken, staan her en der al rijtjes boeken. De dozen met de andere boeken staan verspreid: gegroepeerd naast of op elkaar, afhankelijk van de inhoud. De meeste zijn nog dicht, van sommige zijn de flappen opengeslagen. Op boven-, voor- en zijkant staat een indicatie: literatuur Nederlands/Vlaams; literatuur vertaald, met aanduidingen: Europa, Russisch, Afrika, Latijns-Amerika; middeleeuwen; historisch; filosofie/religie; culturen; kinder- en jeugdboeken; reizen; techniek; natuur; bèta. Waarachtig, een schatkamer aan boeken en levenservaring. Wat een rijkdom.   Als ze weer een slok koffie neemt, schrikt ze op uit haar nostalgische herinneringen. Ze verslikt zich haast. Staat daar iemand bij de boekenkast? Even denkt ze dat het haar broer is, die niet zo’n lezer was. Als ze beter kijkt, herkent ze Joachim Stiller. Even valt alles in haar volkomen stil. Dan doemt nog een gedaante op.  Dat moet wel koning Arthur zijn. Beiden bladeren in boeken. Ze praten met elkaar. Ademloos luistert ze, om iets op te vangen van wat ze zeggen. Ondertussen kijkt ze om zich heen. Links van haar ziet ze Jip en Janneke met hun neuzen tegen het raam gedrukt. Buiten! Pippi Langkous zit in de appelboom. Vóór haar over de dozen gebogen: Stag. Hij neemt een aantal boeken mee naar buiten. Met stille verbazing volgt ze hem. Hij toont boeken over vliegtuigen en elektriciteit aan een groepje middeleeuwse kinderen. Ah, daar is ook Lampje! Bij het weiland ontwaart ze David van Reybrouck en Everdine van Wijnbergen; een eindje verderop wandelt Droogstoppel met Nelleke Noordervliet; Etty Hillesum, Hadewijch, Winnetou, kolonel Buèndia, Malala, de engelenmaker, Eus ….   Werkelijk, het wemelt van de bekenden en onbekenden, in en om huis. Ze kijkt haar ogen uit, maakt her en der een praatje. Geweldig om al die personages, schrijvers en hun beleving, ideeën en kennis, hier zo met elkaar te zien en te kunnen ontmoeten. Dat gun je toch iedereen!   Ze beseft dat er veel is veranderd sinds de vorige avond. Was het het duister? Was het de maan? De dozen hebben zich geopend. Boeken keren ons hun rug toe op de planken, in de boekenkast, maar niet heus!   Het begon niet op die ochtend, met koffie in de aanbouw. Het begon al veel eerder. Het begon toen ze leerde lezen: klanken, letters, woorden, zinnen, verhalen. Limonade, hinkelen, hinniken; voetballen, sjoelen. Het begon toen ze merkte wat er allemaal te ontdekken, te weten en te beleven viel. Wat er gebeurt als een boek zich voor je opent.   Dan hoort ze: ‘Oma! Lezen?! Bertje Big? Kikker is kikker?’ ‘Ja, ik kom!’                

Baukje Koolhaas
0 0

Het belang van uitgestalde patisserie in het leven van een chaoot

Nooit mag ik het belang van mijn ogenschijnlijk betekenisloze tripjes naar de bakker onderschatten. En dan heb ik het niet over dagelijks brood. Zonder een bezoek aan de bakker ben ik verloren als het aankomt op bepaalde sociale verplichtingen. Sinds lange tijd ben ik onderworpen aan de in de vitrine uitgestalde patisserie om mij te herinneren aan nakende Vlaamse feestdagen. Reeds vele malen ben ik door het oog van de naald gekropen door op de allerlaatste dag mijn vrouw een gelukkige moederdag te wensen met een pateeke van de bakker, wiens koeltoog me die ochtend glashelder liet doorschijnen dat het die dag moederdag was. De veelal roze of rode pateekes liegen er niet om. De meeste hebben een glazuren hart met het woord MAMA in het midden geschreven. In hoofdletters van suiker of chocolade, zodat ook slechtzienden of lijders aan daltonisme de boodschap niet zou ontgaan. Hetzelfde geldt in februari. Hoewel mijn vrouw en ik niet zoveel belang hechten aan Valentijn, bedank ik de zeemzoeterige taartjes van bakkerij André om mijn geheugen op te frissen. Wanneer ik koningstaarten achter het glas zie, is het tijd om mijn broer te feliciteren met zijn verjaardag. Liggen er pruimentaarten, haal ik mijn beste wensen boven voor twee goede vrienden, wiens verjaardagen rond Aswoensdag liggen. Ik ben ze nog nooit vergeten. Dank u, pruimentaart! Omgekeerd kan ik mijn liefste echtgenote ook wat jennen wanneer zij dat obligatoire pateeke vergeet op Vaderdag. Dat ik zelf slechts een half uur vóór mijn geveinsde teleurstelling in haar op de hoogte ben, vertel ik er uiteraard niet bij. Zo heb ik mijn gespeelde verontwaardiging al jaren aan een stuk kunnen perfectioneren. Dat kan ook altijd van pas komen op andere momenten, denk ik dan. En dan is er nog Verloren Maandag. Op die dag verkoopt menig Antwerps bakker worstenbroden en appelbollen als zoete broodjes. Ik kan me herinneren dat we dat vroeger steevast als avondeten kregen bij ons thuis op ’t Zuid. Waarom heet dat eigenlijk in godsnaam Verloren Maandag? Naar het schijnt moesten ambtenaren in de late middeleeuwen op die dag niet werken. Bij deze wil ik een pleidooi houden om hier weer een officiële rustdag van te maken. Ik voel me toch al verloren op die dag.

Lennart Vanstaen
8 0

Bewust zijn van het bewustzijn

Mijn lief vertelt mij over de eerste keer dat hij bewust werd van zijn bewustzijn. Hij herinnert zich alle details van een vluchtig moment dat als peutertje zoveel indruk op hem maakte. Spelend met een rode auto op een groene vloer viel hem plots het besef binnen dat hij een observerende entiteit was. Ik heb gelijkaardige herinneringen uit mijn kindertijd. Of het de eerste keer was, dat weet ik niet, maar ik zie mezelf nog naast de buffetkast staan, mij er opeens over verwonderend dat ik alles vanuit één specifiek kader bekijk. Mij afvragend of anderen net hetzelfde ervaren. Aan de hoogte van de kast maak ik op dat ik ongeveer zes moet geweest zijn. Het zijn zeer korte, haast magische momenten, die plotse invallen van puur bewustzijn. Schaars in aantal en meestal geheel onverwacht. Het is niet gemakkelijk om woorden te vinden voor zulke gewaarwording. Je zou het kunnen omschrijven als ontwaken. Plots ben je je er haarscherp van bewust dat je bewust bent. Zonder oordeel of identiteit, enkel de observator die beseft dat hij observeert. Je hebt natuurlijk ook dat brein dat alles probeert te begrijpen, waardoor de magie vervaagt op het moment dat je erover begint na te denken. Dat bewustzijn voelt als iets waardevol en uniek. Als kind fantaseerde ik dat ik uitverkoren was om door een raampje naar het leven te kijken, vermomd als een klein meisje. En dat het universum met mij meekeek. Het was dus van belang dat ik alles heel precies documenteerde. Ik beeldde mij ook in dat alles en iedereen niet meer dan decor was om mij een totale ervaring te kunnen geven. Ik zocht naar foutjes die verrieden dat mijn hele leven een poppenkast was. Het was dan ook heerlijk om vele jaren later de film The Truman Show te ontdekken. Het spreekt voor zich dat het menselijk is om vragen te stellen over de aard van het bewustzijn en de relatie tot de externe wereld. Denken over het bewustzijn, is uiteraard iets anders dan bewust zijn van het bewustzijn. Al leidt het ene wel gauw tot het andere. Die wakkere staat van zijn, waarbij het fundamentele proces van het ervaren zuiver op de voorgrond treedt, kan getraind worden. Dit is waar meditatie om draait. Maar het bewust streven naar een bepaalde toestand tijdens meditatie wil wel eens averechts werken. Het is alsof het bewust zijn van het bewustzijn erom vraagt om ongewild plaats te vinden. Op een onbewaakt moment, verstild en onthecht van het narratief van de realiteit.   De verwondering en het bevreemdend gevoel dat zo’n intense bewustzijnservaring oproept, heeft de neiging om snel op te lossen. Eenmaal weer diep ingegraven in de dagelijkse beslommeringen wordt het perspectief nauwer. Pal in het centrum van ons menszijn, waar we vergeten dat we meer zijn dan een door prikkels gedreven sociaal wezen met een identiteit en zelfbeeld, daar is het moeilijk bewust te blijven. Onder de dikke lagen van gedachten, gewoontes en bezigheden registreert het bewustzijn echter alles. Bewustzijn is nooit afwezig, we zijn er alleen niet altijd bewust van. Ik zou het begrijpen als u dit relaas als raaskallerij interpreteert, alleen al omdat er geen collectieve consensus bestaat voor de term bewustzijn. Desalniettemin vind ik het een uiterst boeiend onderwerp dat uitdaagt om gevat te worden in woorden. Een gevoel van sterk tekort schieten, primeert bij het overlezen van deze tekst. Taal is een beperkt middel als het gaat over het omschrijven van mystieke ervaringen. Dat weerhoudt mij niet om het te blijven proberen. https://www.karoliendeman.com/blog/2021/5/11/bewust-zijn-van-het-bewustzijn

KarolienDeman
0 0