Aprilgril

BERLIOZ
5 apr 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

                                                                                                          Ergens , 1 april ‘18

 

 

 

Dag onbekende, elders,

 

 

Jij doet me ongewone dingen doen. Niet enkel heb ik het over woorden wisselen met iemand die ik niet ken. Het is evenmin een gewoonte van me om te gaan zitten in het midden van de dag, zoals nu, aan deze kleine tafel bij het grote raam. Het is nochthans een heerlijke plek. De stilte valt hier even mateloos naar binnen als het licht.

Lentelicht.

Het kan zo fel zijn.

Of is het de weerkaatsing van het ontluikende lentegroen dat gelig lijkt naast die donkerbruine winternatte takken?

Een winter zonder sneeuw en zonder einde….

Ik schrijf jou nu, deze zondag 1 april, meteen nadat de opdracht kwam. Het zal toch geen grap zijn? Een aprilse gril? Heb jij daar ook bij stil gestaan?

Het tafeltje waar ik nu zit te schrijven heeft vele jaren vrede moeten nemen met het vochtige tuinhuis, onwetend wachtend op een bestemming. Nu staat het hier afgeborsteld tussen ander meubilair met familiegeschiedenis. Het kreeg als enige uitzicht op de diepe tuin. Mollen hebben voor reliëf gezorgd in het gazon, of beter : mostapijt. Men zegt van mos dat het zacht is, maar niets is minder waar. Mos is meedogenloos en achterbaks : het zet zich zomaar zonder ommezien ongegeneerd vast op bloempotten, terrastegels en muurtjes, op elk onbegane stukje wereld achter het huis. Als de lentezon promoveert tot haar zomerpositie zal het mos verschroeien. Daar wacht ik op.

Op zondag, én als de wind goed zit, weerklinkt de beiaard uit de basiliektoren over de velden heen tot hier. De verstilde knotwilgen resideren roerloos in de grachten en zomen de weilanden zelfverzekerd af. Het lijkt wel of ze mee genieten van het klankspel. De beiaardier woont wat verderop in onze straat. Hij is een grote mooie man. Soms wandelt hij hier voorbij, de handen achter de rug gevouwen. Zijn buik is zo groot dat hij daar niet om heen kan. Hij heeft veel en wit golvend haar. Kan eigenlijk zo in de kleren van de kerstman stappen. Alleen de baard zou nep zijn. Ik probeer me voor te stellen hoe hij de torentrappen beklimt, plaats neemt op het bankje en met het samenspel van handen en voeten de klepels en hamers roert. Eigenlijk lijkt het geen beroep, veeleer een ambacht, een kunde, een kunst, een hobby of een vrijwilligerswerk. Maar zo is het niet. Ik vraag me af of het helemaal stil zal worden op zondag als hij met pensioen gaat.

Andere dagen dan zondag is het hier minder stil. Meer gerij op straat, meer in-en uitgeloop in het huis, slaande deuren, kattengejank of grasmaaiende buren. Die zijn aan het zicht onttrokken door hoge hagen en wanden van klimop. Jammer genoeg geen geluidsmuren. Ooit stond de buurman onzichtbaar en onbeschaamd buiten te bellen. Eerst dacht ik : oei, ruzie in het huishouden. Het duurde even voor ik het door had. Ik hoorde maar 1 boze stem. Het ging over een bestelling die reeds afgeleverd was maar totaal niet correspondeerde met de verwachtingen van de teleurgestelde ontvanger. Zo leer je ongewild het temperament van je buren kennen. Ongevraagd ook. Ik doe liever aan stapsgewijze temperament-ontginning. Sinds dan hou ik de overgroeiende klimopranken zo goed en kwaad als kan binnen de perken. Ik draag graag bij aan Vredeseilanden in eigen straat.

Aan de andere tuinzijde verbergt de hoge beukenhaag de moestuin van een lieve buurvrouw. Ze heeft een man en vijf kinderen opgevoed. Die zijn nu allen het huis uit, behalve dan de man. Ze zou er nooit meer een in huis halen, zei ze. In zomertijd, wanneer we beiden in onze tuinen schoffelen, komt het wel eens tot een gesprek door het dichte gebladerte heen. Ik zie haar dan maar vaag, enkel als ze beweegt, en we fezelen als waren we in een biechtstoel. Niet dat ik me daar ooit aan bezondigd heb. Ik ken biechtstoelen enkel van uit de film. Wat ze me toen over haar man vertelde gaf me nog meer biechtstoelgevoel. Ze zou dit nooit zeggen op een helder moment denk ik.

Ja, vredig en stil is het hier wel op zondag in mijn kleine vertrouwde en bekende wereld, leunend op het wit geschilderde tafeltje, sabbelend op mijn pen, babbelend met een onbekende aprilgril. Gelukkig dat het nu echt lente wordt. Tenminste dat is zeker en bekend.

Ik blijf nu hier, en jij daar.

Zo ver zijn we.

 

Goede groeten!

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

BERLIOZ
5 apr 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket