En je bleef maar beloven en beloven en ik zei stop. Je beloften zijn wat oppervlakkige woorden die je ondergang zullen worden. Toch bleef je beloven en inderdaad, je beloften werden je ondergang. Maar dat was niet het ergste. Het ergste was dat je er niets om gaf. Het kon je niet schelen of deze woorden een prachtig samenhangend kunstwerk waren of wat losse woorden die door elkaar zweefden en maar iets moesten proberen vormen.
Nee.
Het draaide allemaal om jou.
Jou.
Jou.
Jou.
Jij die van liefde een spel maakte. Een spel dat hopeloos was om te winnen noch om te spelen.
Een spel met de regels naar jouw hand omgezet.
Ik had het moeten weten toen je tegen mij zei dat de wegen van het hart niet uit te leggen zijn. Want inderdaad, deze zijn niet uit te leggen. Ze doen wat ze willen.