Hij rijdt door straat. Beep. Hij ramt een auto. Beep. Daar staat een vrouw. Beep. Hij neemt haar mee. Beep. Ze gaan naar boven. Beep. Ze kleedt zich uit. Beep. Wat zijn haar borsten groot. Beep. Hij legt zich op haar. Beep Beep. Beep. Beep. “Wie heeft verdorie die wekker om half zes gezet?”
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.