Versleten zijn mijn handen
Knarsend zijn mijn gewrichten
Te arm voor nieuwe tanden
Troost voelt als betichten
Mijn wazige afgedankte ogen
Snuisteren nu in het duister
Overdag slapen ook mijn oren
Ik hoor niets maar ik luister
Die ouwe dag is helaas daar
Jarenlang zwoegen is verteerd
De ontknoping is triestig waar
Onze inzet weinig gewaardeerd
Voor mijn toekomst niet gespaard
Is verzopen in zorgen van morgen
Een aalmoes voor iemand bejaard
Mijn gelukkig verschiet verborgen
Ik wacht niet langer op uitkomst
Leef met wat jaren is vergaard
Geniet van mijn bloeiende afkomst
Zonder troost maar goed bewaard

