Rudolf bad alleen voor zichzelf: om een nieuw lief, een promotie, een auto en een huis.
Het lief dumpte hem. De promotie betekende onmenselijk hard werken zonder
loonsverhoging. De auto kostte hem veel benzine en het huis brandde af.
Hij had alles gekregen, want als de goden ons willen straffen, verhoren ze onze gebeden.