Brieven aan een onbekende - brief 1

Trijn
6 apr 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

                Wetteren, 6 april 2018

 

Beste onbekende,

 

Mijn wekker loopt af, zoals elke ochtend te vroeg. Zoals elke ochtend duw ik op de repeat-alarmknop – en nog eens, en nog een laatste keer. Het moment dat de wekker mij wakker maakt, bekruipt mij een vervelend gevoel, een half uur lang, tot dat de wekker een laatste keer aanslaat, wordt afgeduwd en ik mijn bed alleen achterlaat. Elke ochtend hetzelfde patroon. Wakker worden en eraan denken te moeten opstaan is elke dag opnieuw een strijd. Ik win die elke dag. Hardnekkig blijft het elke dag wel terugkomen, de strijd is nooit helemaal gestreden.

Zodra ik de badkamer binnenwandel is het gevoel verdwenen en ben ik al in de dag gesprongen. Met mijn hoofd weliswaar. Het denken voedt zich met allerhande activiteiten, wensen, verplichtingen. Tanden poetsen, douchen en aankleden gebeuren op automatische piloot. Het licht is kunstmatig, de gordijnen zijn nog dicht. Ik bekijk mezelf in de spiegel en werk af waar nodig.

Dan is het tijd om het daglicht toe te laten op mijn gezicht en in de kamer.  Ik open de gordijnen en het raam. “Neusje”, de zwarte kat van de buren, kijkt me verschrikt aan vanaf het platte dak. Ze blijft rustig zitten. Ze weet ook wel dat ik te vertrouwen ben, we kennen mekaar al langer dan vandaag. Niet heel goed, enkel van mekaar aankijken vanop een paar meter afstand. Dichter dan dat komt ze niet. Ik ook niet, maar dat is omdat ze mij er niet de kans toe geeft. 

Ik kijk over de kat heen naar mijn tuintje. Een klein stadstuintje ommuurd door grijze betonplaten. Daar loopt ze soms op, als een koorddanser beweegt ze vol vertrouwen over de smalle boord. Ik zie de tuinen van de buren en achtergevels van de huizen en appartementen van de evenwijdige straat. Ook daar is beweging te zien. Ook daar  zijn mensen die moeten opstaan om naar het werk te gaan, of niet. Ze zitten aan de ontbijttafel of smeren al staand boterhammen om de kinderen hun brooddoos mee te vullen. Dat is enkel een vermoeden want de afstand is te groot om deze handelingen te kunnen waarnemen. Het is mijn hoofd die de gaten van het zien opvult. Mijn hoofd die sinds ik wakker ben al heel hard aan het werken is. Vanwaar haalt het die arbeidsethiek, en dan vraagt het nog een extra inspanning om het in de rustmodus te krijgen. Ik snap er niks van.

In de keuken maak ik mij een stevige tas koffie en eet een boterham in stilte. Deze wordt doorbroken door luide stemmen. De stemmen wachten niet op elkaar om te praten, ze proberen boven mekaar uit te komen. Het huis naast mij kent ook zijn ochtendpatroon. Het gezin met vijf kinderen vertoont een andere manier van de dag te beginnen. Het gaat er hevig en hard aan toe. Wat wil je met vijf ochtendhumeuren, denk ik dan.

Ik neem mijn spullen en ben klaar om mijn werkdag te starten. Op weg naar de auto, die een eindje verderop geparkeerd staat, is de eerste persoon die ik tegenkom de postbode. Hij houdt zijn fiets in evenwicht door zijn benen lichtjes gespreid te houden, zijn voeten staan beiden op het trottoir. Hij is zijn grote vierkante tas vol brieven en folders aan het verkennen. Ik loop langs hem heen en zie ook enkele pakjes liggen. Ik wens hem goeiemorgen. Hij kijkt even op met een zoekende blik. Is de postbode zijn bestaan nog van lange duur? Verdwijnt de job in de nabije toekomst uit het straatbeeld? En wat dan met het woord – postbode, verdwijnt dat uit onze woordenschat, uit onze Dikke Van Dale? Bestaat die eigenlijk nog? De postbode hoort bij de ochtend, zoals koffie en choco. Zolang ik brieven schrijf, ze in een enveloppe stop en er een postzegel op kleef, moet de postbode blijven bestaan. Het ene kan niet zonder het andere, ze zijn onafscheidelijk. Nog voor ik mijn auto heb bereikt, is een nieuwe missie ontstaan: actief bijdragen aan het behoud van postbodes. Het geeft me een goed gevoel, een extra reden om op te staan en de dag te beginnen. Ik stap in, blijf even voor me uitstaren en vraag me af of de postbode iets in mijn brievenbus dropt. Dat zal ik vanavond ontdekken. Nu eerst aan het werk. En vanavond schrijf ik een brief.

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Trijn
6 apr 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket