Trijn

Gebruikersnaam Trijn

Teksten

Zomer, herfst, winter, lente en opnieuw..

Beste Jasmien,   Ik had er wel al eens over gehoord. Ik was er nog nooit langs geweest. Ik passeer er nooit. Eerlijk gezegd is het niet zo heel ver vanwaar ik woon. Toch, het vraagt een inspanning. De laatste kilometer is de baan smal. Hoffelijke chauffeurs stoppen waar er een inham is. De openingsuren zijn beperkt, het aanbod onzeker. Maar het is het waard. Ik heb het over de Seizoenschuur. Een boer en boerin met lef. Jeroen en Delfien, een jong koppel, startten een aantal jaar geleden een landbouwbedrijf op, met bijhorende hoevewinkel. Het woord -landbouwbedrijf-  vat het niet naar mijn gevoel. Helaas vind ik ook geen passender woord. Voor sommige concepten schieten woorden dan ook te kort. Ik doe een poging om de ervaring met je te delen. Via een wekelijkse nieuwsbrief schrijven ze over de stiel en de taken die ermee gepaard gaan. Ze wieden, zaaien, oogsten dag in dag uit. Ze laten de ooien grazen, de kippen scharrelen. Ze duimen voor juiste weersomstandigheden. En dan staan ze vol enthousiasme in hun winkeltje.  Ze verkopen met trots de seizoensgroenten en geven met plezier nog wat uitleg erbij. Ik geraak er niet zo vlug. Maar ik ga er zo graag heen. Als ik me wat somber voel, kom ik er gegarandeerd blij van terug. En als ik er blij heen ga, kom ik er buiten met vleugels. Ze geven aan mij veel meer dan enkel groenten. Tussen de bloemkool en de warmoes zit een halve kilo energie. Tussen de tomaten en de sla zit er een bussel kracht. Zomaar. Een weerkerende ontmoeting, zo nu en dan, die mijn dagen op deze wereldbol kleuren. Zo heb ik ze graag. Ik koester ze en zoek ze op. Als de keukenprinses in mij niet in slaap gevallen is. Katrijn

Trijn
1 0

vanuit de zetel ..

Beste Wim,   We zien mekaar soms in een zaal. Jij staat dan op een podium, ik zit in een -meestal makkelijke- zetel, samen met heel wat andere mensen. Zijn dat jouw fans Wim? Ik ga mezelf niet rekenen onder de fans. Voor mij voelt dat aan alsof ik voor altijd aan iets verknocht ben en nooit iets mis. Dat geeft een druk. En ik vermijd dat graag. Soms lukt me dat niet en moet de druk van de ketel. Een voorstelling van jou is daar de ideale manier voor. Die paar uur op dat podium, dan heb je mijn volledige aandacht. Welke kronkels jouw gedachten ook nemen, ik laat mij meevoeren. Jouw absurditeit is grenzeloos, jouw gedurfde humor is top, en ik hou ervan. Meer nog, ik heb dat nodig om sommige dagen door te komen. Jouw losgeslagen en ontspoorde gedachtengang leidt tot iets waanzinnig sterks. Dat stelt mij dan weer gerust over wat er in mij allemaal opborrelt.   En in de donkerste maanden van het jaar, de zogeheten wintertijd, zien we mekaar bijna dagelijks (juister om te zeggen is dat ik jou bijna dagelijks zie) Met Winteruur (niet de menselijke ingreep in het verzetten van de klok, wel het 10 minuutjes durend programma op canvas) voedt je mijn avonden met humor, wijsheid en inspiratie. Een zetel, een golden retriever, een gast met een tekst en jij, zo eenvoudig kan iets zijn. Ik zit niet zo eenvoudig in elkaar, ik denk jij ook niet. Wat uit dat brein van jou komt, beaamt dat alleen maar.   Wim Helsen, er wordt naar u geluisterd, ik ben er één van.    Katrijn  

Trijn
0 0

Een beeld zegt meer dan woorden - of toch niet?

Allerbeste Jasmien,   Ik kan niet anders dan toegeven, de opdracht lukt mij maar niet. Ik ben dan ook geen schrijver, dat is de gedachte die steeds weer door mijn hoofd maalt. Gedachten kunnen heel sterk zijn, allesbepalend zelf.  Ze dwingen mij ertoe om iemand te zijn die ik niet wil, of omgekeerd. Ze zorgen ervoor dat ik zaken niet onderneem, of juist omgekeerd. Gedachten zorgen ervoor dat ik in mijn bed kruip en de donkerte opzoek. Ik heb me ertegen verzet. Ik vertel je op welke manier.   Ik heb mijn laptop onder de arm genomen en naar een nabijgelegend café gestapt. Niet zomaar een café. Het Posthotel - ik heb het even voor jou opgezocht - het bestaat sinds 1887. Hier moet het lukken toch? Ik vertel je er nog meer over. Het interieur is een beschermd monument in Vlaamse renaissancestijl. Door wie wordt het beschermd? die gedachte komt in mij op maar laat ik voorbij gaan. Ik laat me niet vangen, niet hier. Niet nu. Mijn brief, de derde opdracht, zal nu tot stand komen. Ik zoom toch nog even in hoe het café eruitziet: monumentale deuren, zwaar geprofileerde kroonlijsten en typische versieringsmotieven zoals ionische zuiltjes, consoles, rozetten en gecanneleerde pilasters aan de originele eikenhouten tapkast en lambrisering. Boven de lambrisering zijn de overblijvende wanden bekleed met beschilderde doeken waarop drinktaferelen in een landelijk kader staan afgebeeld. De bruegeliaanse scènes worden geïllustreerd met oude Vlaamse spreuken, zoals "Noord, Oost, Suid, West, in 't Bierhuis best" of "Drinckt, Schinckt, die wat eet en wat laet staen, kan tweemaal aan tafel gaen." En nu is het weer aan mij. Ik heb me geïnstalleerd in een hoek met zicht op de toog. Een vertrouwd plekje. Dat betekent dat ik hier wel eens beland, alleen of met vrienden. Ik zat hier ook tijdens de opnames van Schellebelle 1919 - Een dorp maakt een film - Misschien heb je er wel van gehoord? Of zag je de film op tv? Het Posthotel was één van de vele decors. Een ander decor was midden in een veld.  En dat valt dan weer samen met de fotocollage die ik opdiepte.  Een puzzel van beelden die mij doen terugdenken aan de zomer van 2010. Loopgraven, ze werden tot stand gebracht door een graafmachine en sterke mannenhanden. Zandzakjes, oneindig veel zandzakjes werden gevuld en tot muur gemetseld. Zoals in het echt. De soldaat, een re-enactor, houdt van het realistich opgezet decor. Zijn uniform is conform de geschiedenis. Mijn neefje van 6 is er ook bij. Hij staat bovenop een berg aarde. Een plank over de gracht en hij maakt de oversteek met zijn Spidermanlaarsjes. Voor hem is dit een speeltuin. Onwetend over de plek waar het toe dient.    De film werd grijsgedraaid door Pepijn.   De gedachte van het begin heb ik weerwerk geboden, mijn opdracht lijkt me klaar om door te sturen. Vooraleer ik daaraan begin te twijfelen, sluit ik af. Op naar de volgende opdracht. Mijn pint staat klaar, dat heb ik nu wele verdiend.    Bedankt om mij te lezen. Ik heb het beste eruit gehaald wat er in zat. Graag tot de volgende ..   Katrijn          

Trijn
1 0

opdracht 2

Dag vriendin,   We kennen mekaar ondertussen meer dan 15 jaar. Mocht er een paspoort van onze vriendschap bestaan, dan stond er geschreven bij geboorteplaats: Tunesië. Het was daar dat we onze eerste week samen doorbrachten. Allebei op zoek naar wat avontuur. Sindsdien passeren we provinciegrenzen in eigen land om mekaar telkens opnieuw te ontmoeten.        Dag vriendin,   Jij bent moeder van twee kinderen. Ik ben, zoals dat dan heet, kinderloos. Het is een keuze. Zoals de vraag die ik vorige week kreeg. Ze kwam uit de mond van jouw 11-jarige dochter: "wil jij mijn moeder zijn?" Toen ze deze vraag stelde, keek ze naar jou. Ik vermoed dus dat deze vraag eerder als boodschap aan jou was bedoeld. Maar ik zit er nu wel al dagen over na te denken. Wacht zij nog op een antwoord van mij?     Dag vriendin,   Tijdens de voorbije slapeloze nacht, bekeek ik vakantiefoto's van Tunesië.  Weet je dat het al 20 jaar geleden is? Een echtpaar viert op zo'n moment hun huwelijksverjaardag. Wat denk je ervan, vieren wij onze 20-jarige vriendschapsband? Ik proost alvast op ons.     Dag vriendin,   Ik wilde dit nog even kwijt. Als jij er niet meer bent, wil ik gerust het moederschap van jouw dochter en zoon op mij nemen. Eerder niet. Wil jij deze boodschap overbrengen? Nu hoef ik er verder niet meer over na te denken.. Dat lucht op.  Ik weet het, zoals je al eerder zei, ik ben de denker, jij bent de doener. Zo houden wij de dingen in evenwicht.               

Trijn
0 0

Brieven aan een onbekende - brief 1

                Wetteren, 6 april 2018   Beste onbekende,   Mijn wekker loopt af, zoals elke ochtend te vroeg. Zoals elke ochtend duw ik op de repeat-alarmknop – en nog eens, en nog een laatste keer. Het moment dat de wekker mij wakker maakt, bekruipt mij een vervelend gevoel, een half uur lang, tot dat de wekker een laatste keer aanslaat, wordt afgeduwd en ik mijn bed alleen achterlaat. Elke ochtend hetzelfde patroon. Wakker worden en eraan denken te moeten opstaan is elke dag opnieuw een strijd. Ik win die elke dag. Hardnekkig blijft het elke dag wel terugkomen, de strijd is nooit helemaal gestreden. Zodra ik de badkamer binnenwandel is het gevoel verdwenen en ben ik al in de dag gesprongen. Met mijn hoofd weliswaar. Het denken voedt zich met allerhande activiteiten, wensen, verplichtingen. Tanden poetsen, douchen en aankleden gebeuren op automatische piloot. Het licht is kunstmatig, de gordijnen zijn nog dicht. Ik bekijk mezelf in de spiegel en werk af waar nodig. Dan is het tijd om het daglicht toe te laten op mijn gezicht en in de kamer.  Ik open de gordijnen en het raam. “Neusje”, de zwarte kat van de buren, kijkt me verschrikt aan vanaf het platte dak. Ze blijft rustig zitten. Ze weet ook wel dat ik te vertrouwen ben, we kennen mekaar al langer dan vandaag. Niet heel goed, enkel van mekaar aankijken vanop een paar meter afstand. Dichter dan dat komt ze niet. Ik ook niet, maar dat is omdat ze mij er niet de kans toe geeft.  Ik kijk over de kat heen naar mijn tuintje. Een klein stadstuintje ommuurd door grijze betonplaten. Daar loopt ze soms op, als een koorddanser beweegt ze vol vertrouwen over de smalle boord. Ik zie de tuinen van de buren en achtergevels van de huizen en appartementen van de evenwijdige straat. Ook daar is beweging te zien. Ook daar  zijn mensen die moeten opstaan om naar het werk te gaan, of niet. Ze zitten aan de ontbijttafel of smeren al staand boterhammen om de kinderen hun brooddoos mee te vullen. Dat is enkel een vermoeden want de afstand is te groot om deze handelingen te kunnen waarnemen. Het is mijn hoofd die de gaten van het zien opvult. Mijn hoofd die sinds ik wakker ben al heel hard aan het werken is. Vanwaar haalt het die arbeidsethiek, en dan vraagt het nog een extra inspanning om het in de rustmodus te krijgen. Ik snap er niks van. In de keuken maak ik mij een stevige tas koffie en eet een boterham in stilte. Deze wordt doorbroken door luide stemmen. De stemmen wachten niet op elkaar om te praten, ze proberen boven mekaar uit te komen. Het huis naast mij kent ook zijn ochtendpatroon. Het gezin met vijf kinderen vertoont een andere manier van de dag te beginnen. Het gaat er hevig en hard aan toe. Wat wil je met vijf ochtendhumeuren, denk ik dan. Ik neem mijn spullen en ben klaar om mijn werkdag te starten. Op weg naar de auto, die een eindje verderop geparkeerd staat, is de eerste persoon die ik tegenkom de postbode. Hij houdt zijn fiets in evenwicht door zijn benen lichtjes gespreid te houden, zijn voeten staan beiden op het trottoir. Hij is zijn grote vierkante tas vol brieven en folders aan het verkennen. Ik loop langs hem heen en zie ook enkele pakjes liggen. Ik wens hem goeiemorgen. Hij kijkt even op met een zoekende blik. Is de postbode zijn bestaan nog van lange duur? Verdwijnt de job in de nabije toekomst uit het straatbeeld? En wat dan met het woord – postbode, verdwijnt dat uit onze woordenschat, uit onze Dikke Van Dale? Bestaat die eigenlijk nog? De postbode hoort bij de ochtend, zoals koffie en choco. Zolang ik brieven schrijf, ze in een enveloppe stop en er een postzegel op kleef, moet de postbode blijven bestaan. Het ene kan niet zonder het andere, ze zijn onafscheidelijk. Nog voor ik mijn auto heb bereikt, is een nieuwe missie ontstaan: actief bijdragen aan het behoud van postbodes. Het geeft me een goed gevoel, een extra reden om op te staan en de dag te beginnen. Ik stap in, blijf even voor me uitstaren en vraag me af of de postbode iets in mijn brievenbus dropt. Dat zal ik vanavond ontdekken. Nu eerst aan het werk. En vanavond schrijf ik een brief.  

Trijn
0 0