Hij moest en zou carrière maken. Je moet er iets voor doen. Je moet een beetje ambitie hebben. Hard werken, zo kom je hogerop. Je moet je talenten gebruiken. Doen wat je kan.
Roeien met de riemen die je hebt. Je ontplooien.
Hij solliciteerde en werd onmiddellijk aangenomen.
Morgen mag hij beginnen als Sinterklaas.