Mijn bushalte naar school was de tweede, vlak na de vertrekhalte.
De bus was tien minuten te laat.
Erg vreemd, dacht ik, dus ik stapte naar de vertrekplaats een kilometer verderop. Daar stond hij.
De chauffeur zat op een passagiersplaats met voor hem een vrouw op haar knieën.
Ze hadden misschien allebei een rothuwelijk.