CONTOUR

Manfred
17 jun 2026 · 0 keer gelezen · 1 keer geliket

CONTOUR

Een poëtisch drieluik over de ziel van de polder

 

De polder is leeg, zegt men.

Maar leegte spreekt. En soms droomt ze.

 

De Polder Droomt van Iemand Anders (deel I)

De polders ademen mist


die nergens vandaan komt.


Door geen weerbericht aangekondigd.


Ze ligt daar,


vlak als waarheid zonder getuigen.

 

De dijk loopt krom


hij iets ontwijkt —


een gedachte,


of een voetstap


klinkt te licht voor dit zware land.

 

De kerk in het dorp heeft geen klok meer.


Toch hoor ik hem slaan.


Elke middag op een ander uur.


Mensen knikken. Niemand vraagt.

 

Ik zie een koe


met ogen als mensen


en mensen die loeien


als het avond wordt.

 

Het vlas groeit achterstevoren.


De klei ruikt naar ijzer,


iets dat ooit bloed was,


maar niemand zich herinnert


behalve de schapen


hun ruggen naar de hemel.

 

In een café zonder naam


schenkt men koffie zonder warmte.


Er hangt een schilderij van een boerderij


die er niet staat


en nooit heeft gestaan


maar iedereen zegt:


“Daar ben ik geboren.”

 

’s Nachts komt de mist terug


door de sleutelgaten,


ligt op de lakens als adem.


En in je droom zegt de polder:


“Je woont hier nu. Je was hier altijd.”

 

 

De Polder wordt wakker in jou (deel II)

Je draagt de polder in je rug,


zoals wind een naam fluistert


die jij nooit hebt uitgesproken.

 

Hij kruipt in je schaduw


wanneer je denkt te vluchten,


drinkt uit je voetsporen


nog voor je zelf beseft


dat je hier bent.

 

De horizon volgt je,


laag en traag,


als een oog


dat nooit knippert.

 

Een kauw zegt je naam


in drie klanken die niet bestaan,


en je begrijpt haar.

 

Je probeert de lucht te negeren,


maar zij buigt zich voorover —


een plafond van wolken


die ademen op je huid.

 

Een oude vrouw veegt haar stoep


met een bezem zonder steel.


Ze glimlacht naar je


alsof je haar kleinzoon bent.


Je hebt haar nooit ontmoet.


Toch weet zij hoe je koffie drinkt.

 

De vaart weerspiegelt je gezicht


maar knippert niet tegelijk.


De wind heeft je stem gestolen


en praat ermee tegen het gras.

 

Je opent een deur die je niet sloot,


binnen ruikt het naar thuiskomen,


maar niemand woont er,


behalve jij


in een leven dat je je niet herinnert.

 

De polder slaapt niet meer.


Jij droomt nu voor hem.


En elke ademtocht


is klei.

 

 

De Laatste Schemer van de Polder (deel III)

De avond valt


niemand ziet het gebeuren.


Het licht trekt zich terug


een dier sterft zonder geluid.


Er blijft een glans op de klei,


alsof het land zich herinnert


wat wij vergeten zijn.

 

Je ruikt niets meer.


De geur van mest, van nat hout, van mens —


verdwenen.


De lucht smaakt naar kalk


en naar een naam


die je ooit had.

 

Een haas zit midden op het pad


hij beweegt niet.


Je denkt: hij hoort hier.


Maar dan zie je:


hij ademt niet.

 

De bomen —


want er zijn opeens bomen,


waar gisteren nog niets stond —


houden hun takken 

als vingers voor hun mond.


 

 

Je zakt weg in het pad.


Niet diep, maar net genoeg.


Klei zuigt je voeten


alsof ze je willen houden,


niet met geweld,


maar met zorg.


Een moeder


die een kind niet laat gaan


zonder jas.

 

De kleuren verlaten de dingen.


Het gras wordt grijs,


de vaart en de sloten zwart,


jij zelf


wordt een contour.

 

Je voelt je vingers niet meer.


Je tast nog wel —


maar de wereld voelt niet terug.

En dan zegt de polder


niets.

 

En dat is het ergste:


dat hij zwijgt,


nu hij jou geworden is.

 

Tekst : Manfred - 5 april 2025

Foto : Manfred - Snaaskerke

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Manfred
17 jun 2026 · 0 keer gelezen · 1 keer geliket