De appelboom

18 jan 2015 · 11 keer gelezen · 0 keer geliket

Een arme jongen ging elke dag aanbellen bij mensen in de straat op een beetje eten te vragen. In sommige huizen kreeg hij een klein potje nootjes of een appel, in sommige huizen kreeg hij niets. Alles ging goed, maar helaas was dat van korte duur. Op een grijze dag werd het crisis in het land. Alle mensen gaven nu niks meer omdat ze moesten besparen. Vijf dagen later stierven zijn ouders aan voedseltekort. De jongen hield het ook niet lang meer vol. Een paar dagen kroop hij rond om een beetje voedsel te vragen, maar hij kreeg nog steeds niets. Tot er een oud vrouwtje in de straat kwam wonen. Het oude vrouwtje was heel vrijgevig. Altijd als de jongen kwam, gaf ze veel mee. Een brood, een paar appels, enzovoort. Zo ging het een tijdje door. Tot het vrouwtje stierf. De jongen was radeloos. Tot er op een dag een notaris kwam zeggen dat het vrouwtje hem haar huis had nagelaten, aangezien ze geen andere familie meer had. Het geld en al het overblijvende voedsel schonk het vrouwtje ook aan de jongen. ‘Bedankt’, zei de jongen. ‘Maar ik schenk het huis aan het afgebrande weeshuis’ ‘Dat is vriendelijk’, zei de notaris. ‘Maar’, zei de jongen. ‘Ik zou graag binnen een beetje voedsel willen gaan halen’. ‘Natuurlijk’, zei de notaris. Je mag zelfs al het voedsel hebben. En het geld’. De jongen pakte zijn rugzak en stak hem vol met voedsel. Vooraan in een zakje stak hij het geld. Al het voedsel at hij op. Alleen 1 appel liet hij liggen. Daar ging hij mee naar het kerkhof en vroeg hij of hij achter het graf van het vrouwtje de appel mocht begraven. En 10 jaar later, de jongen had inmiddels een huis en een vrouw, stond er op die plek een prachtige appelboom.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

18 jan 2015 · 11 keer gelezen · 0 keer geliket