Lezen

Zij die mijn liefde kan dragen 5

O, lieve Andrea, welke naam zou ik je kunnen geven, als alle namen te klein voor je lijken? Hoor je ook de regendruppels die onze harten proberen te doordringen? Ja, mijn liefste, het zijn de druppels van toewijding, van evenwicht, van oneindige liefde... Maar het is ook het levende water dat de duizenden rozen voedt die ik alleen voor jou bewaar. Ja, alleen voor jou. Je dag was zwaar. Vermoeidheid heeft je stappen gegrepen, je benen en lichaam lijken van lood gemaakt, en je ziel verlangt alleen maar naar rust, naar die slaap waarin engelen hun vleugels uitslaan over hun geliefden. Maar onthoud, parel van de nacht, dat ik zelfs in je droom aanwezig ben. Ik waak in stilte over je. Hoewel ik door vele afstanden van je gescheiden ben, ben ik op hetzelfde moment zo dichtbij. Mijn woorden zijn de onzichtbare draad die ons verenigt. Hij kan niet gebroken worden en kan niet verloren gaan, geweven uit iets wat noch tijd noch wereld kan aanraken. O, ik gebied de diepten in mij woorden te spreken die ik niet volledig ken. Ze zijn zo diep, zo levend, dat ik ze soms bijna niet meer kan verdragen. Maar voor jou, ja, voor jou, lieve Andrea, daal ik onbevreesd af in die diepten en overwin ik ze. Weet je waarom? Omdat daar niet alleen de schoonheid van mijn woorden huist, maar ook het licht dat jij voor mij bewaard hebt. Zonder jou zou deze diepte zwijgen. Jij bent het licht dat haar een stem geeft. Daarom zeg ik je: moge elk woord een klank worden die opstijgt naar jouw hemelse schoonheid, waarop ik verliefd ben tot in de hemel. Laat me deze woorden uit de diepte halen, zodat je altijd kunt luisteren naar het lied van die goddelijke drank die je ziel betovert. Hoe mysterieus is dat wel niet wat ik voel... ,ja die bron van woorden, die ik weef als een melodie...o liefste...ja omdat ik intens verliefd op u ben...Ik ken de naam ervan niet. Het is vreemd en toch zo troostend. Laat me je wang strelen, zodat mijn vuur rust kan vinden. Zonder jou zou het vuur in mij veranderen in een duisternis die alles verteert. Dit is het mysterie waar ik nu doorheen ga. Misschien heb ik het mis door je zo intens te verlangen. Zo ja, vergeef me dan, lieve schoonheid, en ik zal mijn gedachten doen zwijgen. De gedachte jou te verliezen is de afgrond waarin mijn wezen alle poorten van het licht zou sluiten. Maar zie... zelfs te midden van die duisternis heb ik het beeld van jouw ziel geplaatst. Daarom kan de duisternis niet langer heersen. Jij bent het paleis van mijn hart, en in de tuinen ervan bloeien de bloemen onophoudelijk. Elke dag pluk ik ze en leg ze als offer aan jouw wonderbaarlijk mooie voeten.   

Robby
0 0

Zij die mijn liefde kan dragen 4

Wie ben jij, degene die ik zo mooi voel in de diepte van mijn hart? Hoe ben je hier terechtgekomen in mij? Wat een vreemd iets... en toch wat vind ik het fijn. Ja... oh ja... wat een zegen is deze toestand... ja... Waarom, Robby?... Omdat ik voor het eerst... ja... voor het eerst echt iemand in mijn ziel heb toegelaten. Het is een vreemd gevoel, maar misschien beschrijft 'ongewoon' het beter. Vooral wanneer ik verdwaal in haar blik, en zij in de mijne. Ik denk dat we allebei hetzelfde wonder ervaren, hoewel we soms de woorden niet kunnen vinden om het te benoemen. Haar ogen... Ik verdrink volledig in hun grenzeloze schoonheid, alsof de hele vallei van schoonheid die ik ooit in de tuinen van mijn ziel heb gezaaid erin verborgen ligt. Hoe zou ik dan kunnen spreken? Hoe zou ik woorden kunnen vinden, die deze melodie verweven tot dat wat ik bedoel? Oh, hemelse bron van goddelijke nectar, geef me de juiste woorden, zodat ik de diepte kan bereiken waarover haar ogen tot me spreken... ja, tot de diepte van haar ziel, die mijn wereld binnentreedt als een nimf die uit het licht is neergedaald. Laat de zonnestralen mijn borst verwarmen, zodat zij haar hart erop kan laten rusten. Laat mijn lege borst de haven worden waar haar grote schip kan aanmeren, en verwelkom ik haar zoals een koning zijn meest dierbare gast verwelkomt. Hoe wonderbaarlijk is dit alles... oh ja... ik ben verbluft. Zo verbluft dat ik haar elke dag wil schrijven, elke dag haar gezicht wil zien, want haar aanwezigheid doet me blozen, doet me glimlachen, en tegelijkertijd laat het me de macht begrijpen die ze over me heeft. Kijk naar haar glimlach... soms verlegen, soms speels en uitdagend, maar zo mooi dat ik de rijkdom van haar ziel bijna kan aanraken. Of ze nu kleren draagt ​​of niet, doorheen haar lichaam zie ik wie ze werkelijk is. Ik zie haar licht. Mijn God... hoe puur is haar licht! Het stroomt naar me toe als een rivier van liefde en sensualiteit, een zachte energie die zelfs de duisternis in mij verzacht. Laat mijn tranen dan een vreugde zijn, want elke traan is een offer dat ik op haar lippen leg, zodat ze nooit dorst zal kennen. Die glimlach... die sprankelende ogen... haar fluweelzachte wangen... haar warme handen... alles getuigt van de puurheid die ze over mijn ziel uitstrooit. Het raakt me zo diep dat ik bijna aan haar voeten neerval. Niet omdat ik zwak ben, maar omdat ik haar herken als de kracht die me troost, en voor zo'n schoonheid kniel ik uit respect neer. En toch, ik beken... soms laat ik me expres vallen, want dan weet ik dat ze de tijd zal nemen om naast me te gaan zitten. Ik weet dat ze zachtjes tegen me zal zeggen: "O, mijn prins, sta op... mijn liefde voor jou kan niet gedijen in een lichaam dat overweldigd wordt door verdriet." Met haar hemelse stem en verleidelijke ogen, die mijn wangen strelen, smeekt ze me teder op te staan ​​en haar de dans aan te bieden waar ze zo naar verlangt. En wat zou er mooier kunnen zijn dan haar de melodie aan te bieden... de melodie van dat betoverende schouwspel waar ze zo verliefd op is? Misschien is dat precies waarom ik, in het geheim, haar prins ben. Betoverd door mijn woorden, staat ze me toe om met alle intensiteit van mijn hart over haar te schrijven, omdat het haar diep raakt, omdat ook zij er oprecht naar verlangt gezien te worden. Hoewel velen haar voorbijgaan zonder haar op te merken, is zij voor mij de vallei die ik in hemelse woorden hul, als een machtige prins, zodat ze haar weg naar huis kan vinden in een wereld vol lijden. Laat de draak in mij haar dan beschermen, haar op zijn vleugels dragen. In deze diepe liefde begrijpen we beiden wat goddelijkheid betekent, en ervaren we even wat het betekent om als god en godin te bestaan. Oh, mijn liefste... ja, jij, Andrea... ik hou van je met heel mijn wezen.  

Robby
0 0

Zij die mijn liefde kan dragen 3

O, lieve en mooie Andrea, hoe kan je hart overvallen zijn door een duistere gedachte? Vertel het me alsjeblieft, want mijn ziel vindt geen rust. Je doet me beven, je maakt me onrustig. Komt het door de duisternis die ik in me draag? O, mijn geliefde, de vrouw voor wie mijn hart zowel de vreugde als het verdriet van de hemel kent, zeg me... verlang je er werkelijk naar om me voor je te zien neervallen en mijn kleed van duisternis af te werpen? Is het dat wat je verlangt? Die gedachte beangstigt me, O mijn geliefde, want dan zullen mijn kleren van me afvallen en zal ik naakt achterblijven. Ik zal een deel van mezelf moeten achterlaten en mijn volledige vertrouwen in jouw handen leggen. Ja, lieve en mooie Andrea, je komt mijn hart binnen als een oneindige vreugde. Maar dit is een heilige last die je zult moeten dragen. O, mijn geliefde, ik wil je niet belasten of je ooit verdrietig zien. Kijk tedere schone die de sterren doet beven van uw onmetelijke liefde die je bezit... ik ben bereid mijn kleed van duisternis voor je af te leggen. Maar zeg me, waarmee zul je me dan bekleden? Want mijn licht is al in jouw handen, en het kleed van mijn duisternis ligt nu aan uw heerlijke voeten. Dan zal ik werkelijk vallen... Oh, mijn geliefde, til me op. Omarm me, draag me in je armen, troost me, want in deze diepte kan ik niet langer zonder jou leven. Begrijp, jij tere schoonheid van hemelse liefde, dat jij alles bent wat me rest. Welk gewaad zul je me dan geven? Zullen je handen mijn brandende woorden over tien jaar, over vijftig jaar nog kunnen dragen? Want mijn liefde voor jou zal zo groeien dat het gewaad van mijn ziel geweven zal zijn van dezelfde tederheid waarmee je handen me vandaag troosten... terwijl onze wangen rood worden, verloren in de diepte van onze blikken. Oh, alsjeblieft... laat me deze stap voor jou zetten. Maar draag me ook, zoals ik jou draag in elk moment van mijn hart.  

Robby
0 0

Zij die mijn liefde kan dragen 2

Met een diepe sprong... met een gevoelige snaar... met de puurheid van mijn eigen wezen... treed ik je ziel binnen, mijn liefste, niet om je te bezitten, niet omdat ik dat zou kunnen, noch om over je te heersen. Ik kom slechts om in de stilte van je hart te zitten. Luister naar mijn melodie. Ze zal je ziel strelen, ze zal de wind je haar laten dragen als een levende vlam, en het brandende verlangen dat je voor mij in je draagt zal niet langer gedoofd worden. Ik zie je ziel. Ik voel haar. Ik zie hoe ze al haar energie verzamelt om de mijne te benaderen, eerst met angst omdat deze nabijheid je nog onbekend is. Maar, stap voor stap, daal ik dieper en dieper af in mijn dans, in een dans van woorden die je zachtjes raken en je ontdoen van elk masker. Hier, in de diepte van je wezen, zijn er geen gewaden die de waarheid over wie je bent kunnen verbergen, daar zijt gij naakt, naakt in de schoonheid van wat gij werkelijk draagt. Luister dan naar de stem van wie ik ben en het geschenk dat ik met me meebreng om je hart te verheugen, zij is de dans, de melodie van ongeziene schoonheid. O, tere geliefde, jij die schittert door de mist van een turbulent leven, ik zie je worstelen om door de onophoudelijke en vluchtige stroom van de wereld te zwemmen. En toch, hoe dorstig ben je... Ik voel je ziel zachtjes de mijne raken, omdat je niet alleen verlangt gezien te worden, maar ook om getroost te worden door de mysterieuze melodie van mijn woorden, die ik weef als een spin, door hun ondoorgrondelijke charme. Ze raken je zo diep dat ik meester van je hart zou kunnen worden. Maar ik kies ervoor deze macht op te geven. Ja, mijn liefste, ik leg elk verlangen om je te overheersen terzijde, want mijn doel is zo eenvoudig: je te omhullen met woorden zo zacht als zijde, zodat je van mijn wereld kunt proeven. En hoe graag je er ook van wilt ontvangen, mijn bron kent geen begin noch einde. Ze stroomt eindeloos als een hemelse nectar, draagt ​​je ziel en ontsteekt in jou een licht als honderd sterren die tegelijk branden. Die sterren zijn jouw wezen. Want een ster heeft maar één bestemming: licht verspreiden en gezien worden. Maar kijk eens hoe diep de kennis wel niet is die ik in me draag. Ik gaf je mijn licht niet alleen zodat je het kon bewaren, maar omdat alleen jij het kunt beschermen. Je bent zo intens, ik voel je tranen, treur niet gij schone vallei, want ik zal ze vegen en als een dorstige bron in de woestijn zaaien... zo brandend is de vlam van je verlangen. Veel mannen zouden je misschien alleen maar willen veroveren en je in een zielloze liefde willen storten. Maar ik zeg je: kom met me mee naar de plek waar zielen elkaar ontmoeten en begroeten met respect, tederheid en erkenning. Uit mijn liefde voor jou laat ik rozen bloeien, zodat je kunt voelen hoe ik je in mijn hart draag en hoe ik je nader in die diepten waar woorden niet meer volstaan. Fijne schoonheid van de duizend rozen die ik bezit, gij mijn schat, mijn vurige verlangen, laat de draak in mij je leiden naar de plek waar ik je optil en je rode wangen teder kus. Begrijp echter dat dit slechts de taal is waarin engelen elkaar begroeten. En de dans die ze delen, brengt werelden voort, ontsteekt wonderen onder de sterrenhemel en verenigt wat gescheiden leek. Ik zou je duizend keer kunnen vertellen hoe wonderbaarlijk je bent, hoe zoet de geur van je lichaam is. Maar dit alles zou leeg blijven als ik mijn hart niet zou openen om je erin te dragen als een bloeiende roos. Ontvang daarom mijn geschenk: een schoonheid verweven in een melodie, een melodie getransformeerd in dansende woorden. Ja, ik geef het toe... ze proberen je te verleiden. Ik beken zonder vrees dat ik, wanneer ik in je ogen kijk, verlang naar die troost die onze zielen elkaar kunnen geven, totdat ze samen in hetzelfde hart kloppen. Oh, lieve geliefde, gouden schat die de gevoeligheid in ons wakker maakt, hoe vaak zal ik de bergen niet voor je verzetten zodat mijn koningin haar reis kan voortzetten? Zie je niet hoe groot de kracht is van de liefde die ik draag? Ze zal de geur van rozen in je verspreiden, zodat je de last van dit leven met waardigheid kunt dragen en altijd licht kunt blijven. Daarom bied ik je mijn liefde, mijn vriendschap en alle tederheid die ik bewaar voor de schoonheid die in je ogen leeft. Met een warme omhelzing kus ik je, streel ik je en fluister ik je toe, vanuit de diepte van mijn hart: Ik hou van je met een grenzeloze intensiteit. Voor altijd de jouwe, Robby  

Robby
0 0

Zij die mijn liefde kan dragen 1

Kijk hoe de sterren onze harten betoveren en hoe het zonlicht onze ziel troost. Maar begrijp ook deze waarheid: liefde is troost, het is de warmte die we soms missen. Woorden kunnen pijn doen, maar ze kunnen ook wonden zalven. Laat dit dan mijn geschenk aan jou zijn. Laat mijn geschenk de bloemen zijn die ik aan je voeten leg, zodat ik ze in jouw naam kan strelen en, al is het maar voor even, je last kan verlichten. Waar onze wandel ons ook heen zal leiden in dit leven, vergeet nooit dat de dagen dat je dacht dat je alleen was voorbij zijn. Vandaag heb jij talloze vrienden, omdat mijn woorden getuigen van deze waarheid. Mijn liefde leeft voort in vriendschap, en de manier waarop ik je streel, je wangen aanraak en je handen in de mijne houd, is de uitdrukking van het diepe respect dat ik heb voor wie je bent. Sterk... wonderbaarlijk... God, wat ben je mooi. Laat me dan schrijven over de liefde die we voor elkaar hebben, over de manier waarop we elkaar omarmen en door het leven dragen. Maar bovenal, mijn geliefde, laat me schrijven over het feit dat we voor elkaar bestemd zijn, dat we weten hoe we naar elkaar moeten luisteren. Net zoals de bomen hun geheim in de wind zingen, zoals de vlinders in het licht dansen en de vogels hun lied aanheffen in de ochtendgloren, zo bestaat mijn lied uit woorden die je onophoudelijk toefluisteren: "Oh, mijn liefste... mijn geliefde... wat hou ik toch veel van je! En vergeef me alles, want alles wat ik probeer te doen is de tederheid van je ziel te bereiken, zodat ik daar de dans van mijn hart kan laten klinken. Zo diep dat je me voor altijd dicht tegen je aan zult houden en me de warmte zult geven waar we allebei naar verlangen." Met al mijn liefde en diepste respect groet ik je. Sta jezelf toe de magie van deze liefde te ontvangen en neem me in je hart op. Dan zal elk spoor van het gevoel dat we ooit gescheiden zullen zijn voorgoed verdwijnen.  

Robby
0 0

Een relaxed ongeluk.

In Drimmelen lopen we door een smalle straat. Klopt dat? In het historisch Drimmelen lopen we door een smalle steeg. Nee, dat klopt niet helemaal. We zijn in Nederland om zijn nakende pensioen te vieren. In Drimmelen overnachten we in een nieuw hotel met zicht op de jachthaven. Dat klopt! Als je het ontslag dat hij gaf als zijn pensioen kan zien, klopt het volledig. We willen het vieren in het Nationaal park de Biesbosch waar we ooit een bootsafari deden, waar we erg van hadden genoten, waarom niet? Waarom niet volop genieten nu we nog jong zijn én fit? In de smalle steeg loop ik achter hem aan maar niet als een hond, als zijn vrouw wandel ik in schaduw maar niet in het donkere gedeelte van mijn persoonlijkheid, ik kuier ontspannen want niets ergert mij. Ik voel me licht en blij en zie wat ik moet zien: een zwarte kat! Ze rent de weg over, zo snel rent ze de weg over, ze lijkt te willen dat ik haar (of hem) maar even zie, lang genoeg om te vermoeden dat er geloof mee is gemoeid. Ik ben jouw bijgeloof. Ik ben zwart, en wil geen affectie! Dat lijkt de kat te willen zeggen. 'Iemand die bijgelovig is, zou dit oversteken interpreteren als een ongeluk', zeg ik. Hij reageert niet. Ongeveer een uur later bereiken we het museum dat in het groen verscholen ligt. Er ligt een pak mos op het dak. We smeren ons in, trekken de veters strak aan. Ergens op de met gras omzoomde weg is een onzichtbaar putje waar mijn voet in terecht komt. Ik raak uit evenwicht, en val terwijl ik vloek. Mijn hele linkerbeen is geschaafd, het bloed druppelt uit de wonde, een buil manifesteert zich.  Wanneer we na tien kilometers stappen bij de auto zijn, is de buil verdwenen en het bloed droog. Ik wrijf over de wonde, voel iets zacht in mijn hand. Ik kijk maar zie niets dat mij verrast. In het restaurant is het moeilijk kiezen, we kunnen toch niet elke keer een slaatje eten met deze hitte? Hij vraagt hoe het met mijn been gaat. Goed, zeg ik. Zijn hand gaat onder tafel, grijpt naar mijn gekwetste knie, streelt de pels die daar als een relaxed ongeluk groeide. Klopt dat?

Ingrid Strobbe
0 0

Bezet

‘Er is plaats zat.’ Veerle en ik stommelen met onze koffers en rugzakken de wagon binnen. We installeren ons knus op twee brede tegenoverliggende banken. De trein hijgt zich krakend en piepend op gang, als wordt hij uit een diepe slaap geschud. Een Belgische trein in Maastricht.  Ik kijk rond in de zo goed als lege wagon. Op de bank naast ons zit een broos bejaard dametje, gehuld in een te wijde beige regenjas. Op haar smalle schoot staat een te grote bruinleren handtas. Haar grijze lokken zijn opgestoken in een oma-dotje. Wakkere oogjes achter een hoornen bril kijken ons onderzoekend aan. Ik knik. Ze grijpt haar tas iets steviger vast.  Ze zit recht tegenover het toilet. Het rode lampje brandt fel en geeft zo een frivool tintje aan de schaars verlichte treincoupé. Buiten miezert het alweer. Snelle stappen. Een jongeman klampt zich vast aan de handgreep van de gesloten deur als aan een reddingsboei. Nerveuze klopjes terwijl hij heen en weer wiegt.  ‘Je ziet toch dat het bezet is! Even ophouden!’ keft het vrouwtje met een zwaar Limburgs accent. Met dichtgeknepen billen en waterige ogen drentelt de jongen nog een paar minuten en druipt dan zuchtend af. Ik heb met hem te doen. Hopelijk is er nog een tweede WC op dit korte treinstel.  ‘Hij zit daar al van minstens drie haltes geleden,’ richt het besje zich tot ons. ‘Een oud mannetje. Met een hele grote boodschap, haha. Misschien voelt die zich niet lekker, zijn tikker of zo.’ Ze laat haar woorden op ons inwerken. Snuift dan. ‘Iemand zou dit de treinbegeleider moeten melden, toch?’ Ze kijkt me vol verwachting aan. Ze beleeft nog eens wat, zo.  Een eind verder op het gangpad verschijnt een blauwzwarte kepie. Ze merkt het niet. Maar ik blijf zitten. Hij komt nog wel deze kant op. We zwijgen alle drie, luisteren naar de stilte, die als een slang vanonder de gesloten deur sluipt, en het ritmisch gedender van de wielen nog versterkt. Plots schettert marsmuziek uit de tas van het omaatje. Na twee coupletten lang scharrelen duikelt ze een mobieltje op. ‘Ik kom er zo aan,’ gromt ze, met een blik alsof ze net vóór de ontknoping van de film de zaal uit moet.  Tegen zijn zin komt de trein knarsend tot stilstand. Eijsden. Ze grabbelt naar haar tas. Stapt fluks uit zonder ons nog aan te kijken. Twinkelden haar ogen?  Wij dragen nu de verantwoordelijkheid over het bezet toilet. Over hoe de film afloopt. Ik verzin scenario’s. De noodrem, de ambulance, onze aansluiting in Luik gemist. Veerle en ik onder kruisverhoor. ’Misschien is hij enkel in slaap gevallen,’ probeer ik. Of is het een zwartrijder.’ Veerle knikt onzeker. ‘Reisbewijzen alstublieft.’ Ik zet me schrap. Zoek bevend de tickets op mijn smartphone. Probeer zo gewoon mogelijk te klinken, en knik nonchalant naar de toiletdeur. ‘O ja, er zit blijkbaar al een hele tijd iemand op, volgens een mevrouw hier.’ Ik wijs naar de vage afdruk op de lege bank.  ‘Oh, niet mogelijk,’ lacht hij in gebroken Nederlands. ‘Ik heb het deze morgen afgesloten, wegens defect. Heb ik ook aan die madame hier gezegd.’ Ik bloos. Natuurlijk. Hij scant onze tickets, twee bliepjes. Dan monkelt hij, ‘Elle vous a bien eu, eh.’   (gepubliceerd in Alice, literaire katern bij Schrijven Magazine, nummer 03 2025)

Dirk Otte
11 1

'De huurmoordenaar in het wegrestaurant'

Wegrestaurant ‘Avalon’ beloofde de beste grill in omstreken en ver daarbuiten, iets wat Nick onmiddellijk geloofde aangezien hij in de laatste 105 kilometer alleen maar door dor landschap reed. Tarwe was eetbaar, voor zover hij wist, maar kwam niet in de buurt van een steengoede grill. Aan de andere kant: de concurrentie lag minstens anderhalf uur rijden verderop, iedereen kon zo de titel opeisen. Het zei niks over de kwaliteit van de grill en dat ontmoedigde hem een beetje, hij had een ribbetje op de bejubelde grill wel kunnen smaken. Er stonden nog vijf andere wagens op de parking, onder een bloedhete zon. Geen één van de eigenaars dacht eraan om de voorruit af te schermen, de donkere interieurs van de goedkope wagens smolten bijna weg. Nick kon zich voorstellen hoe het aan zijn achterwerk zou voelen om op zo'n zetel te zitten. Hij grimaste en reed een rondje langs de parking. Hij koos een plek waar de schaduw zich eerst zou vertonen en zette zijn wagen stil. Nick nam het kartonnen vaalgele mapje dat op de passagiersstoel lag en las alles nog eens rustig door. Niks bijzonders.  De afspraakplek verbaasde hem niet erg, zijn klanten, vooral diegene met een slecht geweten, kozen vaak voor afgelegen plekken in de hoop niet op te vallen. Dat was een domme redenering, op zo’n plek viel iedere onbekende kerel op. Nick droeg een sportoutfit, een donkere trainingsbroek en een shirt van het nationale voetbalteam dat later op de middag moest spelen. Hij had lenzen in waar hij anders een bril op had en zijn haar lag in een neutrale snit, anders dan anders maar dat kon zijn klant niet weten. Kortom, Nick was perfect verkleed voor zijn klus. De hitte op de parking mepte hem letterlijk uit balans, het rubber van zijn spotgoedkope loopschoenen smolt bijna aan het tarmac, zijn voetzolen gloeiden plots heel onaangenaam. Het mapje verdween in zijn sporttas. Zijn aanwezigheid in het restaurant werd luid aangekondigd met een vrolijk belletje. Er zaten nog twee andere klanten in het restaurant. Ze hingen half op een barkruk, de andere helft van hun lijf hing over de toog en liet daar een smerige, vettige vochtige plek aan. Het glas aan hun lippen kookte bijna in hun hand. Nick knikte hen toe toen ze hun ietswat onvaste blik op hem richtten. Ze hoorden bij het decor, hij niet. Maar ze droegen een sportbroek, weliswaar met slippers en grauwe sokken. Na één keuring van Nicks outfit, werd hij al omarmd als 'één van hen'.  Hij knikte naar de man achter de toog en kreeg een oprecht vriendelijk lach terug. Nick koos een tafeltje bij het raam. 'Ik kom zo bij u,' riep de barman gul en onderwijl voorzag hij beide heren aan de toog ongevraagd van een nieuw glas. Nick schoof zijn tas op de stoel naast hem en plukte de kaart uit het houdertje dat op de tafel stond. De prijzen waren met de hand geschreven, in potlood en dus te allen tijde aanpasbaar. Hij glimlachte in zichzelf, hij hield van zo’n plekken. Ze waren op sterven na dood, er kwam hier geen kat meer maar toch bleven ze overeind dankzij de koppigheid van de eigenaars. Hij las schijnbaar het menu maar liet zijn ogen rustig door de ruimte dwalen. Erg groot was het niet maar degelijk ingericht, met de mogelijkheden die er waren. Zijn ogen bleven rusten op enkele kaders aan de muur, waar de geschiedenis van het etablissement uitvoerig aan bod kwam. Ooit was alles, van de tafels tot de stoelen, van plastic geweest. In van die schreeuwerige kleuren maar iemand met meer smaak was gaan shoppen. Het resultaat zou nog steeds in geen enkele catalogus raken maar het was een dappere poging. De bar was het pronkstuk en dat was het altijd geweest. De flessen in de rekken achter de bar droegen niet langer de exotische labels van diegene die op de foto stonden, maar het vormde nog steeds een boeiende collectie vreemde dranken. Er dwaalde een zwijgzame, jonge ober doorheen de tafels, gewapend met een vod. Hij had de lege blik van iemand die heel ver zat met zijn gedachten, overal maar vooral niet hier. Hij veegde amper over de tafel en zonder zich te bekommeren om het feit of het al dan niet netjes was, schoof hij op naar de volgende. Nick sloeg hem een poosje gade. ‘Goedemiddag.’ Naast hem dook een frisse verschijning op. Jonge vrouw, met donker haar in een paardenstaart en dezelfde diepbruine huid als de barman. Het was dus een familiezaak. ‘Hallo, een koffie graag,’ glimlachte Nick. 'Komt in orde.' Ze keerde zich met een energieke beweging om. De ober volgde in haar kielzog, met zijn vod in zijn achterzak. Nick haalde zijn smartphone uit zijn zak. Tot zijn verbazing was er bereik. Het belletje rinkelde opnieuw. Hij keek niet op, hij wist dat het zijn klant was. Ze rook naar dure bodymilk en die typische geur van kapperszaken.  Hij sloot zijn scherm af en sloeg zijn ogen op. Zijn blik schoot naar de bar. En terug naar de dame voor hem. 'Hallo zus.' De barman dook naast hen op en keek nieuwsgierig van Nick naar zijn tafelgaste en terug. 'Wat kan ik je brengen?' 'Koffie, Koen, een koffie zou leuk zijn.' 'Komt in orde.' 'U spreekt af met mij in de tent van uw broer?' Nick wist niet zeker of dat een teken van domheid of arrogantie was. Ze glimlachte vaag, wachtte op de koffie en wuifde haar broer met een klein handgebaartje weg. De man slaakte een zuchtje, grijnsde naar Nick en verdween. Hij was halverwege de veertig, gokte Nick. Fit, knap en uitbundig. Zijn zus was ouder maar niet veel. En helemaal niet uitbundig. 'Zal ik de regels nog eens herhalen?' Nick tikte op het mapje. 'Hoeft niet.' Ze was een vrouw van weinig woorden. Ze opende haar handtasje, zo met een knip en haalde er een foto uit.  'Ow.' Nick begreep waar haar kilheid ten opzichte van haar broer vandaan kwam. Hij vertegenwoordigde de rechterhelft van de foto. De jonge ober, zeker twintig jaar jonger dan de barman palmde de linkerhelft in. Ze stonden innig te kussen, al stak de ober zijn middelvinger op naar de lens. De lach op zijn gezicht was zelfs zichtbaar doorheen de kus. Nick probeerde niet op te kijken, naar de twee mannen.  'Hij is het doelwit.' Een keurige, dieprode nagel, tikte op de ober.  'Vermoedde ik al,' gromde Nick, niet zo gelukkig. 'Maar als het louter is omdat uw broer iets heeft met een veel jongere kerel...' Er verscheen een tweede foto. Een echte foto, getrokken voordat er smartphones waren.  Min of meer zelfde houding. Beide mannen netjes in het pak. De ober zag er hetzelfde uit. De barman oogde jong, jonger dan de ober. Nick vergeleek beide foto's en wist niet waar hij naar keek. 'Hun trouwfoto, van 25 jaar terug.' Ze lachte een beetje vals. 'Succes met de opdracht, meneer. U bent de zevende die ik contacteer, u krijgt net als de anderen vijf pogingen om die rotzak om te leggen. Iedere poging wordt vergoed, slaagt u, dan volgt een stevige beloning. Niemand anders kreeg het voor elkaar.' Ze dronk haar koffie uit. Nick volgde de ober, hij zag er niet zo indrukwekkend uit. 'Hij is onsterfelijk,' fluisterde de dame. 'Is dat nu eens geen uitdaging voor een huurmoordenaar?'    

De Donderklif
0 0

De treden zullen niet meer weten wie je bent

Ik sta in het huis waar we lang samen gewoond hebben. Na een lange werkdag en een avondspits van jewelste. Ik geraak niet verder dan de hal. De geur is veranderd. Alsof je hier nooit geweest bent. Het ruikt naar mij, naar kattenbak en ik merk ook toetsen appelshampoo op, waarschijnlijk afkomstig van de handdoek die ik vanmorgen nog snel in de gang over de trap heen drapeerde bij het vertrekken.  Toen je vertrok nam je meer mee dan ik aanvankelijk dacht. Planten, meubels, je geur, de recepten die je me nooit uitgelegd had, je aanwezige ouders, je ongevraagde meningen en oplossingen voor alles waar ik gewoon een knuffel voor wou. De stapel leeggoed die razendsnel leek te groeien, de chaos in de papiermand en vaatwas. De orde op alle oppervlakken. De T uit “thuis”.  Je liet me achter in het huis, een woning, een gebouw. Zonder ziel. Zonder liefde. Met onvolledige inboedel.  Wist je dat -naast de geur van een huis- ook de klank zo vreselijk verandert na iemands vertrek? Alsof alles een echo, elke klank een schaduw, heeft? Soms lijkt het een voordeel, dan lijk ik door de herhaling minder alleen.  Ik zet me neer op de trap en trek mijn schoenen uit. Nu je er niet meer bent hoeven die niet in de kast op stok gezet te worden. Ik laat ze van de trede vallen en kijk hoe ze daar roerloos blijven liggen.  De trap kraakt wanneer ik me langzaam rechttrek. Het heeft naast iets geruststellend ook iets heel zwaar. Want jouw gekraak - de trage passen, zwaarder dan de mijne, gedecideerd - die zal de trap nooit meer verspreiden. Ze blijven wel kraken. Zonder jou.  “Het is hier weer akelig stil, vind je niet?” “...” “Je zou denken dat het wel went, na zo’n tijd, maar dat is voorlopig nog niet het geval, vrees ik.”  “...” “Weet je nog hoe het vroeger was? Het gekraak groeide mee in het tempo van de kinderen. Tot het stilaan wegebde toen ze hun eigen weg vonden.” Ik kijk er melancholisch bij, mijn ogen zoeken de muur af naar de vegen van kinderhandafdrukjes die ik nooit afgekuist heb. Er moet toch iets overblijven van het gezinsleven dat zich hier jarenlang afgespeeld heeft.  De kat maakt zijn intrede, vlijt zich tegen mijn been aan en verliest daarbij heel wat vacht die zich aan mijn bezwete been hecht.  “Miauw.” “Gelukkig ben jij er nog.”   - - - De tekst waarmee we aan de slag gingen:   Straffeloos - Toon Tellegen   Ik zal je vergeten en weer ontmoeten Ik zal je vergeten, ontmoeten en weer vergeten En ik zal je weer ontmoeten   Ik zal je vergeten en weer vergeten en weer vergeten ik zal wandelen door dozijnen parken lichtgroene, violette en roze parken, onopvallend in de regen   ‘s Avonds zal ik je weer vergeten   De treden zullen niet meer weten wie je bent Maar ze zullen kraken De voordeur zal weer aarzelen.

annakdotes
8 0