De bomen denken dat ik een vis ben

Manfred
17 jun 2026 · 6 keer gelezen · 1 keer geliket

De bomen denken dat ik een vis ben

 

De bomen denken dat ik een vis ben.

Ze fluisteren het naar elkaar


via kabels van wortels,


alsof het een verkeersbericht is


voor een stad die ondersteboven hangt.

 

Ik wandel voorbij,


maar mijn schoenen zwemmen.


Een lantarenpaal oefent


de bewegingen van een kwal.


In een etalage verkoopt de lucht


reserveonderdelen voor wolken.

 

De bomen denken dat ik een vis ben.

 

Daarom knikken ze beleefd


wanneer ik door hun schaduw vaar.


Hun bladeren draaien rond


als kleine groene satellieten


die vergeten zijn


welke planeet ze moesten volgen.

 

Op het plein staat een man


met een gezicht van dinsdag.


Hij draagt een radio in zijn borstkas.


Uit zijn ribben klinkt een stem:

 

same as it ever was,
same as it ever was,

 

maar ondertussen verandert alles:


de stoep wordt rivier,

de rivier wordt gedachte,


de gedachte krijgt tanden


en begint zachtjes te zingen.

 

Een hond leest de gebruiksaanwijzing


van de maan.


Een fiets groeit takken.


Iemand hangt herinneringen te drogen


aan een waslijn tussen twee minuten.

 

De bomen denken dat ik een vis ben.

 

Misschien hebben ze gelijk.

 

Want elke nacht zwem ik


door kamers vol licht,


langs meubels die doen alsof ze bergen zijn,


langs spiegels die hun eigen spiegelbeeld vergeten.

 

En ergens,


achter het decor van de ochtend,


staat een bos geduldig te wachten


tot ik eindelijk kieuwen krijg


en de stilte binnenzwem


als een bericht


dat nooit voor mensen bedoeld was.

 

Tekst : Manfred - 9 juni 2026

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Manfred
17 jun 2026 · 6 keer gelezen · 1 keer geliket