De lente van 2009

Eva
6 mei 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Antwerpen mei 2018

 

Hey paps,

Wat is het lang geleden dat ik je nog rechtstreeks heb aangesproken. Ik vind het fijn om dat te doen. Ik keek daarnet naar het canvas dat boven de televisie hangt – die foto van ons drietjes – en vertoonde een trieste glimlach. Deze foto maakt me dan ook triest en blij tegelijkertijd. Ik heb niet veel foto’s als deze, er zijn weinig foto’s waarop we als gezin te zien zijn. Hier ontbreekt mama, maar we zijn met ons drieën: jij, ons Liese en ik. Dat is al meer dan twee. Jullie waren toen al gescheiden. Ik denk zelfs dat Claudine – jouw toenmalige vriendin – die foto nog heeft gemaakt. 

           

We lachen allemaal, ik lach mijn tanden bloot en heb dat kuiltje bovenaan mijn wang. Mijn ogen knijp ik tot spleetjes, waardoor er kraaienpootjes zichtbaar worden. Ik vraag me af of het een oprechte glimlach is. Jij lacht, een beetje op een rare manier, net als dat kleine zusje van mij. Ik wist niet dat ‘een vreemde lach’ erfelijk kon zijn. We zitten naast elkaar, ons Liese op jouw schoot. Ze maakt contact door haar hand op mijn schouder te leggen. Het ziet er een beetje gekunsteld uit. We zijn omgeven door groen, het moet lente of zomer zijn geweest. Onze tuin stond altijd zo mooi in bloei.   

                                                                                           

Dat mis ik, ik mis het allemaal. Als ons Liese toen vijf jaar was – of was ze vier? – was ik zeventien. Ik vraag het me af, is de foto maar enkele weken voor het ongeluk genomen, of het jaar daarvoor? We waren in elk geval nietsvermoedend. We dachten dat we nog alle tijd hadden. Ik dacht dat toch.                                                                                                     

De foto straalt hoop uit, hoop op een mooie toekomst samen. Ik nog groen achter mijn oren, ons Liese piepjong. Ik met mijn rode jas, mijn lievelingsjas allertijden, met vertrouwen in wat er komen zou.                                                                                                                          

Het heeft niet mogen zijn, we zijn verder opgegroeid zonder jou. Ik vind het niet eerlijk. Het is moeilijk, nog steeds. Ik had graag de tijd gehad om de moeilijkheden die er waren uit te klaren, om weer naar elkaar toe te groeien. Ik had je willen vragen om me met banale klussen te helpen, om advies te geven, om me bij te staan op deze moeilijke weg die het leven heet. Ik had graag nog vaker met jou op de foto gestaan, telkens anders, telkens ouder, maar steeds met jouw vreemde glimlach. Ik mis je, maar ik koester de mooie momenten die er wel waren, mijn herinneringen. Bedankt dat je er was, dat je met mij op de foto wou. Nu kan ik er telkens met een glimlach naar kijken en voelen dat ik van je hou. Ik kan deze brief niet opsturen, maar ik weet dat je hem hoort.

 

Tot ziens, paps!

Een dikke knuffel, van je dochter.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Eva
6 mei 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket