Eva

Gebruikersnaam Eva

Teksten

De lente van 2009

Antwerpen mei 2018   Hey paps, Wat is het lang geleden dat ik je nog rechtstreeks heb aangesproken. Ik vind het fijn om dat te doen. Ik keek daarnet naar het canvas dat boven de televisie hangt – die foto van ons drietjes – en vertoonde een trieste glimlach. Deze foto maakt me dan ook triest en blij tegelijkertijd. Ik heb niet veel foto’s als deze, er zijn weinig foto’s waarop we als gezin te zien zijn. Hier ontbreekt mama, maar we zijn met ons drieën: jij, ons Liese en ik. Dat is al meer dan twee. Jullie waren toen al gescheiden. Ik denk zelfs dat Claudine – jouw toenmalige vriendin – die foto nog heeft gemaakt.              We lachen allemaal, ik lach mijn tanden bloot en heb dat kuiltje bovenaan mijn wang. Mijn ogen knijp ik tot spleetjes, waardoor er kraaienpootjes zichtbaar worden. Ik vraag me af of het een oprechte glimlach is. Jij lacht, een beetje op een rare manier, net als dat kleine zusje van mij. Ik wist niet dat ‘een vreemde lach’ erfelijk kon zijn. We zitten naast elkaar, ons Liese op jouw schoot. Ze maakt contact door haar hand op mijn schouder te leggen. Het ziet er een beetje gekunsteld uit. We zijn omgeven door groen, het moet lente of zomer zijn geweest. Onze tuin stond altijd zo mooi in bloei.                                                                                                Dat mis ik, ik mis het allemaal. Als ons Liese toen vijf jaar was – of was ze vier? – was ik zeventien. Ik vraag het me af, is de foto maar enkele weken voor het ongeluk genomen, of het jaar daarvoor? We waren in elk geval nietsvermoedend. We dachten dat we nog alle tijd hadden. Ik dacht dat toch.                                                                                                      De foto straalt hoop uit, hoop op een mooie toekomst samen. Ik nog groen achter mijn oren, ons Liese piepjong. Ik met mijn rode jas, mijn lievelingsjas allertijden, met vertrouwen in wat er komen zou.                                                                                                                           Het heeft niet mogen zijn, we zijn verder opgegroeid zonder jou. Ik vind het niet eerlijk. Het is moeilijk, nog steeds. Ik had graag de tijd gehad om de moeilijkheden die er waren uit te klaren, om weer naar elkaar toe te groeien. Ik had je willen vragen om me met banale klussen te helpen, om advies te geven, om me bij te staan op deze moeilijke weg die het leven heet. Ik had graag nog vaker met jou op de foto gestaan, telkens anders, telkens ouder, maar steeds met jouw vreemde glimlach. Ik mis je, maar ik koester de mooie momenten die er wel waren, mijn herinneringen. Bedankt dat je er was, dat je met mij op de foto wou. Nu kan ik er telkens met een glimlach naar kijken en voelen dat ik van je hou. Ik kan deze brief niet opsturen, maar ik weet dat je hem hoort.   Tot ziens, paps! Een dikke knuffel, van je dochter.

Eva
0 0

Wij

Nummer 1: 22 april 2018   Beste Charlotte,   Ik was graag met je meegegaan naar de yogales in het Boeddhistisch Centrum, maar je weet hoe dat gaat, te veel in een dag willen proppen heeft ook geen zin. Hoe was het? Ik zie je al puffen en zweten, jezelf bewegen in onmogelijke houdingen, terwijl je probeert om diep te blijven ademhalen. Ik weet niet hoe ik me dat Boeddhistisch Centrum moet voorstellen, lopen daar echte Boeddhisten rond, monniken in kleurrijke gewaden? Ben je in aanraking geweest met mensen die in een verlichte staat van Zijn verkeren? Ik wil er alles over horen als je deze namiddag bij mij een terrasje komt doen. Ik zit alvast te wachten met mijn snoet in de zon en een zonnebril op mijn neus. Ik hou van zondagen zoals deze.   Tot straks, Eva   Nummer 2: 23 april 2018   Beste Lotje,   Je was er altijd al en je bent er nog steeds. Dat maakt me warm vanbinnen. Weet je nog hoe boordevol fantasie we vroeger waren? Weet je nog die keer dat we kermisje deden op de oprit – al was dat niet echt een succes – en we kraampjes hadden met allerlei spelletjes? Op het krijtbord stond in grote letters ‘KERMIS’ geschreven en we zouden een centje vragen aan de bezoekers. We hebben de hele namiddag in de regen gestaan, maar plezier dat we hadden. Weer dat warme gevoel. Ze zagen ons vaak voor zusjes aan, wat was ik dan trots! Ik kijk nog steeds naar je op en ben nog steeds trots.   Veel liefs, Eefje   Nummer 3: 24 april 2018   Liefste nichtje,   Ik ben enorm blij dat jij en Joost beslist hebben om in het Antwerpse te komen wonen. Wie had dat ooit gedacht? Jij en ik bijna onder hetzelfde dak! Ik had verwacht dat je landelijk zou gaan wonen, dicht bij je ouders en bij je roots. Voornamelijk dankzij jouw wederhelft heb ik je nu dicht bij mij, hoera! Ik zie ons in de toekomst nog samen groeien, dichter naar elkaar toe. Ik zal op jouw kindjes passen en jij op de mijne én we zullen er dan ook met zijn allen op uit trekken! Onze kindjes zullen waarschijnlijk gezegend zijn met die bekende blonde lokken en ze zullen dikke vriendjes worden, net zoals wij. Je ziet het nu misschien niet, maar alles komt goed. Ook wij zullen dat gezinnetje hebben. Vergeet niet te glimlachen!   Dikke kus, Je kleine nichtje

Eva
0 0

Eerste tipje van de sluier

Brieven aan een onbekende Eerste brief                                                                  Singles-Auvergne Frankrijk, 4 april 2018   Lieve onbekende,   Ik bevind me vandaag in het buitenland. Ik ben enkele dagen op vakantie, een yoga – en schrijfvakantie. Aangezien ik me momenteel niet in de positie bevind om thuis de ramen open te gooien en te kijken wat er allemaal gebeurt, begeef ik me hier naar buiten om alles in me op te nemen. Het weer is momenteel erg wisselvallig. De zon heeft al geschenen, maar het heeft ook al wat geregend en de wind maakt het best koud. Ik ben daarnet gaan wandelen langs de prachtige rivier, die vandaag net wat onstuimiger stroomt dan gisteren, omwille van de regenval vannacht. Onderweg kwam ik een waterval tegen. De natuur blijft me verbazen en raken. Ik lijk weer volledig samen te vallen met mezelf. Het glooiende landschap, de ontelbare bomen, de roofvogels die de omgeving verkennen, het is hier paradijslijk.   Ik denk dat ik je al wel een goed beeld heb gegeven van ‘la douce France’. Ik zal je ook even inkijk geven in mijn leefomgeving. Ik woon op een verdieping van een oud herenhuis aan de rand van de stad Antwerpen, samen met mijn levensgezel, Cosmo de kat. Die ligt nu vast op zijn dekentje te spinnen, te dromen van mijn terugkomst. Aan de achterkant – vanuit de keuken en de slaapkamer – kijk ik uit op wat tuintjes. Aan de voorkant – vanuit de woonkamer – heb ik inkijk in de rustige straat, als ook in het appartement van tante Tilly. Af en toe zwaaien we naar elkaar, dat hebben we zo afgesproken toen we elkaar ontmoet hebben. Op donderdag wordt in onze straat het vuilnis opgehaald en nadien ligt alles bezaaid met papiertjes, plastic zakjes en dergelijke. Tante Tilly vindt dat absoluut niet kunnen en heeft dus een afvalgrijper bij de gemeente opgehaald. Ze vindt dat onze buurtbewoners hun vuilniszakken en kartonnen dozen beter zouden moeten afsluiten, maar hoe maak je ze dat wijs? Tot die dag ooit komt, zal je haar elke vrijdag gestaag zien rondlopen met haar afvalgrijper, dat is beter voor haar rug. Ik ontmoette haar toen ze een plastic zakje uit een boom probeerde te wrikken. Ik ben toen de ladder gaan halen en sindsdien mag ik haar tante Tilly noemen, wat een voorrecht! Je zou haar de titel kunnen geven van ‘assistent – vuilnisman’.    Vuilnismannen doen zo’n goed werk. Wij mensen blijven maar afval produceren en de vuilnisman in de straat blijft dat telkens afdragen. Hij belast er zijn rug mee, dus is het niet enkel in het belang van het milieu om minder afval te produceren, het is ook in het belang van de vuilnisman. Het lijkt zo’n ondankbaar beroep, op een vuilniswagen staan met een oranje fluohesje om dan kilo’s vuilnis in te laden. Daarna ’s avonds thuiskomen om dan te kreunen en te steunen omwille van een geblokkeerde rug. Daarenboven in bed wakker liggen en balen, omdat je weer zo vroeg op moet staan. En dat doet de vuilnisman elke dag opnieuw, omdat de mens een gewoontedier is, geen wereldverbeteraar. Wat we kennen schept een gevoel van veiligheid en daarom doen we er alles aan om de dingen krampachtig bij het oude te laten, ongeacht de gevolgen. Ondankbaar beroep of niet, ik ben deze kanjers geweldig dankbaar! Misschien doen alle vuilnismannen wel yoga, dat is erg weldadig voor de rug, als ook voor de rest van het lichaam. Ik kan het me al helemaal voorstellen: In de stad Antwerpen wordt speciaal een yogacursus georganiseerd voor vuilnismannen. Zij komen dan na hun werk – in een oranje fluohesje en een stretchbroek – naar de les en planten zich op hun matje neer in mooie rijtjes achter elkaar. Er vormt zich een mooie mix van mannen van verscheiden origine, al dan niet met bouwvakkersreet. Ze laten hun lichaamsgassen gretig vloeien en laten alle spanning los om dan na de les samen een pintje te gaan drinken. Dat lijkt me een fijne tegenhanger voor al dat zware werk.   Mijn interpretatie staat bol van de clichés, maar deze stereotypering uitmelken zorgt voor een humoristische toets en ik vind humor erg belangrijk. Ik ben van mening dat we humor nodig hebben om het leven wat luchtiger te maken, om wat extra ruimte te scheppen en van op een afstand te kijken naar onze beslommeringen. Het leven en onszelf niet te serieus nemen kan de druk wat van de ketel halen en zet de deur op een kier voor dankbaarheid. Dankbaar kunnen zijn voor wat we hebben en kunnen accepteren wie we zijn en wat er op onze weg komt is voor mij de sleutel tot tevredenheid, en misschien zelfs (af en toe) tot uitzinnig geluk. Veel dank dus voor de komieken, grapjassen, narren en onnozelaars binnen onze samenleving!              Het stemt me zeer gelukkig, beste onbekende, dat we de kans krijgen om elkaar op deze manier te leren kennen. Erg gemoedelijk, waarbij telkens een tipje van de sluier wordt opgelicht. Ik vind het erg fijn om mijn gedachten en hersenspinsels met jou te delen en kijk erg uit naar onze volgende briefwisseling. Ik wens je een sprankelende week toe, vol van inspiratie.   Tot genoegen!

Eva
0 0