In een schreeuw scheur ik de realiteit
Aan de tanden van het hart-
ge
berg
te
En de woorden betrapt in vilt:
dichten is spelen van snaren
over het rode rouwspiegelmeer
Een muziekkoker van vlees scheurt, maakt
de mensen benauwd in de dunne stadsgleuf:
Een man in de goot
Een vrouw in de greppel
Een doodsvogelgrip
Ze ontmoeten als messen gedwee erotisch
Hun lippen tasten een gevallen liefdessnavel
De opengereten bek
splijt het aaien van de handen in het hart
Het liefdesnest stroomt in bloed-
rood door
de eierklarinet van het Universum