Hij staat ’s ochtends niet aan de bushalte of op een vol perron. Hij rijdt in zijn Oost-Europese gezinswagen de volle twee en een halve kilometer naar zijn werk. Een gemiddelde lichaamsbouw, kort haar en een eenvoudige bril. En een lijzige stem waar weinig valt uit af te leiden. Enkel de oogopslag, daardoor zou je het kunnen weten.
Dagelijks begroet hij zijn medewerkers met een onderkoelde handdruk of natte kus. Dossiers worden afgesloten, intriges opgestart. Hij is poeslief en sluw. Druppelgewijs markeert en vergiftigt hij. Zuurstof en temperatuur daalt in zijn aanwezigheid. Het resultaat van zijn werk is gevoelloos en koud.
Tijdens de lunch kruipen de anderen in groepjes bij elkaar. Veel vertrouwen is er niet maar de behoefte aan troost is groter. Wonden worden vergeleken, de hap, de snap en de snauw. Samenzweringen bedacht maar nooit uitgevoerd. In het beste geval reageren ze gelaten en onverschillig, de meesten achterdochtig en bang. Een enkeling breekt.
Op het einde van de dag ga je als een uitgeklede naaktkat naar huis. Hij werpt nog een laatste hypnotiserende blik. Genoeg negatieve energie om de nacht door te komen en morgen begint hij opnieuw. De mijne is een psychopaat, hoe is jouw baas?