Slachtafval wordt op een hoop gegooid
en de put gedempt, smeulend stuwt het de smoor door de zandkorrels heen
de lopen koelen af
de eenheid is weer gestemd en de wandaad duwt de laatste beschavingsmorzels
door diezelfde zandkorrels dieper de grond in
er wordt geroepen, geschreeuwd eerder, en de vreugdetaferelen worden gesierd door mensen zonder gevoel
het zijn psychopaten zonder emotie, op een vreemde manier voldaan door het voldane doel
en diegenen waarbij de fakkel nog zwart rookt mengen zich halsoverkop in het gewoel
gewauwel en speeches, die ertoe dienen de landgenoten te overtuigen ook
deze laatste (post?)koloniale daad te rechtvaardigen
de strijd tegen de vreselijke kruisvaarders die we zonder aarzelen van de aarde moeten vagen
hun kortzichtigheid wordt aanbeden door de talrijke kortzichtigen die
helaas koning zijn in het land der blinden
want geschiedenislessen ten spijt heeft niemand een idee
van het hoe zwak onze vrijheid is, hoe logisch oorlog en niemand, nee
niemand die begrijpt waarom de rotte geur van slachtafval door de fundamenten van de verlichting dringt
en zo herhaalt de geschiedenis zich
onvermijdelijk, volgt oorlog op vrijheid
en vrijheid op de dood van alle jonge
mannen die voor haar mooiheid zijn gevallen.