De Tijd van Helden en Dichters
Achter Aeneas braken muren die nooit mochten breken,
verstikkend in de rook van een veel te lange oorlog.
In zijn koude hand, het zwaard van die verloren stad,
in zijn vlammende ogen, een onwrikbare missie.
Winden wakkerden de vlam aan,
alsof de hemel hem niet losliet.
Zijn vuur trok hem naar onbekende kusten,
waar vreemden voorouders werden.
Een beschaving ontkiemt in de stilte,
nog tastend naar haar vorm.
Twee broers erfden hetzelfde vuur,
gevoed door wolvenmelk.
Uit hun bloed groeiden de eerste stenen.
Helden werden gezaaid, verhalen geoogst.
De stem van een tijdperk, gevormd door oorlog en poëzie.
Ze sprak van Gallische glorie en mythische metamorfoses.
Duizenden jaren later licht het vuur weer op,
het voert ons mee naar de tijd van helden en dichters.