De walvissen, soms groot, soms klein.
Sommige gingen diep want dat vonden ze fijn.
De bovensten kregen een kleur, het was blauw.
De ondersten bleven wit en werden uitgelachen, auw.
De bovensten werden werden opgejaagd, ze waren gekloot.
De karkassen werden opgehangen aan een boot.
De ondersten lachten zich dood, o nee.
Dus namen de boten hun karkassen ook weer mee.
En zo stierven de walvissen, soms groot soms klein,
allemaal uit en niemand vond dat fijn.