In je zak
van je vest
aan je kapstok,
enkel sleutels
die iets
openen, nooit
een woord
verborgen.
In dat stukje waar
je schouder
tegenaan leunt,
een steentje.
Ooit ontdekt
waar de les
zich verschuilde
toen ik moe
was. Zo simpel
altijd. Daar
tranen in
een plekje.
In je rug
en de knieën
die je dragen.
Tot ze overlopen,
lach je
mee.
Tot je huilt.