Wat is verliefdheid eigenlijk? En verwarren we dat soms niet met pure lichamelijke lust?
Het gevoel van gepakt willen worden. De rauwe, dierlijke lusten in ons loslaten. Bijten, klauwen en kreunen zodat we onze menselijke gereserveerdheid verliezen. Puur instinct.
Willen we werkelijk roosjes en versgewassen lakentjes? Nee, we willen veroverd worden. In het duister onder de volle maan. Neergegooid op het zachte bed van rottende bladeren en krakende takken. De grillige bomen rondom ons heen. Ons geheim insluitend en in shock starend naar onze dierlijke wandaden. Of zouden het werkelijk wandaden zijn.? De bidsprinkhaan bijt de kop van haar mannetje af tijdens het neuken. Leeuwen bijten in de nek om ze op hun plek te houden. Toch zijn ze meestal gewillig en onderworpen. Het hele leven is gebaseerd op neuken en geneukt worden. Gewillig onwillig zijn. Waar nee ja betekent en ja nee betekent. De vage grens van pijn en genot in elkaar verwoven.
Ons zachte lichaam wilt het hard. Het smeekt om herinneringen naar later. Gekneusd glimlacht het bij een zachte aanraking die het pijnlijke genot weer oprakelt.
Al eeuwen zijn we opzoek naar een manier om ons te differentieren van een dier, maar de eerlijkheid wilt of de ironie, genen liegen niet. We zijn dieren. Onder dat laagje gepolijste vorming, schuilt een beest dat af en toe losscheurt van de verstikkende touwen van de beschaving.
Het beest dat onderwerpt en onderworpen wordt. Rauwe diepe lusten die als in een droom boven komen. Ik wil bijten en klauwen. Gillend grommend en schoppend klaarkomen terwijl mijn lichaam kneust en schaaft in zijn weg ernaartoe. Ik wil de dagen nadien telkens herinnert worden aan die ene goeie beurt. De nagels op mijn rug, de bijtmarkeringen in mijn lies, mijn heup en mijn borsten. De blauwe vingers op mijn heupen die niet van mij zijn. De gezwollen lip van die ene harde knauw. Die verdiende en het bewijs van mijn ongebreidelde lust. Want geloof me. Als dit de markeringen op mijn lichaam zijn dan zal het lichaam van de andere ook wel wat markeringen dragen. Mijn tanden zullen hem herinneren. Net zoals mijn nagels die er voor zorgen dat zelfs de geringste aanraking van stof op zijn rug hem zal doen huiveren. Ik wil dat hij glimlacht bij het aanschouwen van het geschaafde bloot. Dat het verlangen onder de huid kruipt als een onderhuids orgasme steeds meer opbouwend tot het eindigt in een knagende pijn diep in ons binnenste. Waar het zich nestelt en als een brandende vuurbal blijft rondtollen. Klaar voor eruptie. Het doet huid in vuur ontbranden en als een trage vloed van lava pulseert het door naar buiten. Het schreeuwt om verkoeling. Verlossing!
Een verzengende hitte smachtend naar de kus der verkoeling. Maar dat is niet genoeg. Al die rauwheid blootgelegd onder dat laagje vernis. Als een gapend gat zuigt het ons in de duistere wereld van intimiteit en tomeloze lusten. Daar waar geen mensen zijn, maar slechts dieren. Back to basic. Tijd dat we die schapenhuiden afgooien en huilen met de wolven naar de maan.