Emely Rose

Gebruikersnaam Emely Rose

Teksten

Verdrinken in de zee van leven

Het gezicht in de spiegel is me vreemd. Holle ogen staren me aan. Geen sprankeltje leven te bekennen. De haast zwartkleurige pupillen worden benadrukt door de vreselijke zwarte wallen er onder. De ivoorkleurige huid is bleek, vaal en door het voedseltekort haast doorzichtig. Wie is dat meisje in de spiegel? Gefascineerd steek ik mijn hand uit en leg het tegen mijn wang op de spiegel. Ik probeer me voor te stellen hoe het voelt. De warme gerustellende hitte van een troostende hand. Tranen rollen over mijn wangen. Niets houdt het tegen. Dikke druppels hartenpijn en verdriet trekken brandende lijnen naar beneden. Het kerft en hoe hard mijn hand op de spiegel op wrijft. Ze verdwijnen niet. Doorheen mijn tranen staar ik naar het grimmige beeld. Het enige dat de nijd van mijn bestaan lijkt te overleven ligt als een donker aureool om mijn hoofd. Dikke zwarte lokken. Zo glad dat het haast nooit gekamd hoeft te worden. Mama, deed dat graag. Mijn haar kammen. Ze kon als de beste vlechten. Uren hield ze zich ermee bezig en ik liet het toe. Met het ouder worden stopte het kammen en vlechten, maar ze hield van mijn haar en ik mocht het enkel laten knippen bij uiterste noodzaak. “Als een duister engeltje.” Zei ze vaak. Ze had altijd van mijn haar gehouden, maar op een dag was dat niet meer genoeg. Ik nam de borstel vast en ritmisch begon ik de slagen door mijn haar te tellen. 20, 21,.. Bij elke tel welde de woede en hysterie meer en meer in me op. 50! Gillend sloeg ik met de borstel tegen de spiegel. Als een gebroken droom viel het in scherven uiteen. Koud en scherp lagen de tientallen stukjes verspreid over de hele badkamer. Slechts 1 klein stukje hing er nog steeds. Betoverd door zijn koppigheid plukte ik het uit de kader. Het voelde warm aan, alsof het leefde, met één oog keek het me aan. Starend in de diepten van het glas voelde ik het brandend pulseren. Ik wilde het omvatten. Één worden en zien wat hij zag. Zachtjes gleden de randen door het warme vlees. Bloed liep over de weerspiegeling en vertroebelde mijn zicht. Het maakte me blind. Hevig slikkend staarde ik naar het glas rondom me heen. Gebroken dromen, gebroken vleugels. Verloren en onherstelbaar. Getormenteerd deins ik achteruit en voel de koude stenen tegen mijn rug. Ik besef dat het tijd is, mijn hart doet pijn. Alles doet pijn! Het moet stoppen! Het brand, het snijd! Het moet weg! Fronsend houd ik mijn handpalmen naar boven en staar naar de blauwe fijne lijntjes die er doorlopen. Kleine riviertjes leven. Mondjesmaat toegelaten doorheen de krochten van mijn lichaam. Kreunend en gillend neem ik de scherf vast en snijdt mijn pols van onder tot boven open. Het warme bloed welt op en deze keer neem ik de scherf in mijn andere hand en herhaal de beweging. Grinnikend liet ik het vallen. Glinsterend en vol met vegen bloed ligt het vergeten in het midden van de badkamer. Ik voel hoe het bloed mijn lichaam verlaat. De rivier droogt op en mond uit in de zee. Ik wilde mezelf erin onderdompelen. De dood vinden in mijn zee van leven. Ironisch genoeg.  Langzaam laat ik me door mijn benen zakken op de grond en leg mijn armen op mijn benen. De dikke druppels leven spatten uiteen op de vloer, tikkend op het ritme van de klok. Het is stil. De tijd is het niet. Star en troebel leun ik tegen de witte tegels en kijk toe hoe de grote smalle secondewijzer verder tikt. Het nu verglijdend in het verleden, langzaam oplossend, tot stof vergaan, wegzinkend in het immer eindige verleden, dieper, dieper. Het is goed bedenk ik, het is goed. Dan stopt het getik en de tijd staat stil. De serene stilte slaat zijn vleugels om me heen. Het is goed. Shhhht. Het is goed.

Emely Rose
27 0

Dierlijke lusten

Wat is verliefdheid eigenlijk? En verwarren we dat soms niet met pure lichamelijke lust? Het gevoel van gepakt willen worden. De rauwe, dierlijke lusten in ons loslaten. Bijten, klauwen en kreunen zodat we onze menselijke gereserveerdheid verliezen. Puur instinct. Willen we werkelijk roosjes en versgewassen lakentjes? Nee, we willen veroverd worden. In het duister onder de volle maan. Neergegooid op het zachte bed van rottende bladeren en krakende takken. De grillige bomen rondom ons heen. Ons geheim insluitend en in shock starend naar onze dierlijke wandaden. Of zouden het werkelijk wandaden zijn.? De bidsprinkhaan bijt de kop van haar mannetje af tijdens het neuken. Leeuwen bijten in de nek om ze op hun plek te houden. Toch zijn ze meestal gewillig en onderworpen. Het hele leven is gebaseerd op neuken en geneukt worden. Gewillig onwillig zijn. Waar nee ja betekent en ja nee betekent. De vage grens van pijn en genot in elkaar verwoven. Ons zachte lichaam wilt het hard. Het smeekt om herinneringen naar later. Gekneusd glimlacht het bij een zachte aanraking die het pijnlijke genot weer oprakelt. Al eeuwen zijn we opzoek naar een manier om ons te differentieren van een dier, maar de eerlijkheid wilt of de ironie, genen liegen niet. We zijn dieren. Onder dat laagje gepolijste vorming, schuilt een beest dat af en toe losscheurt van de verstikkende touwen van de beschaving. Het beest dat onderwerpt en onderworpen wordt. Rauwe diepe lusten die als in een droom boven komen. Ik wil bijten en klauwen. Gillend grommend en schoppend klaarkomen terwijl mijn lichaam kneust en schaaft in zijn weg ernaartoe. Ik wil de dagen nadien telkens herinnert worden aan die ene goeie beurt. De nagels op mijn rug, de bijtmarkeringen in mijn lies, mijn heup en mijn borsten. De blauwe vingers op mijn heupen die niet van mij zijn. De gezwollen lip van die ene harde knauw. Die verdiende en het bewijs van mijn ongebreidelde lust. Want geloof me. Als dit de markeringen op mijn lichaam zijn dan zal het lichaam van de andere ook wel wat markeringen dragen. Mijn tanden zullen hem herinneren. Net zoals mijn nagels die er voor zorgen dat zelfs de geringste aanraking van stof op zijn rug hem zal doen huiveren. Ik wil dat hij glimlacht bij het aanschouwen van het geschaafde bloot. Dat het verlangen onder de huid kruipt als een onderhuids orgasme steeds meer opbouwend tot het eindigt in een knagende pijn diep in ons binnenste. Waar het zich nestelt en als een brandende vuurbal blijft rondtollen. Klaar voor eruptie. Het doet huid in vuur ontbranden en als een trage vloed van lava pulseert het door naar buiten. Het schreeuwt om verkoeling. Verlossing! Een verzengende hitte smachtend naar de kus der verkoeling. Maar dat is niet genoeg. Al die  rauwheid blootgelegd onder dat laagje vernis. Als een gapend gat zuigt het ons in de duistere wereld van intimiteit en tomeloze lusten. Daar waar geen mensen zijn, maar slechts dieren. Back to basic. Tijd dat we die schapenhuiden afgooien en huilen met de wolven naar de maan.

Emely Rose
183 0