je bent er
in de abrupte geur van iemand
die naast me zonnebloemen koopt
als ik met mijn vingers in de grond woel
me aan vermoeide planten vergrijp
hunkeren jonge vergeet-mij-nietjes
rond mijn vlees knelt in de zingende hitte jouw ring
je bent er
als woorden lekken uit mijn mond
en lachen met stugge vreemden
thuis schrob ik mijn vuile handen kapot
huilend zand trekt voren op mijn gezicht
in de spiegel tel ik de restletsels
van een half leven met jou