iets heeft me geprikt
was het een hommel of een schorpioen,
een spinnewiel
ik weet het niet maar
de angel trilt nog na en
een verlammend gif verspreidt zich
over mijn ledematen, pijn
pijn,
mijn denken bevriest in
aangeleerde hulpeloosheid
als een hond die berust
in de stroomschokken van zijn halsband
of hang ik aan de hoogspanning
handen tot vuisten verkrampt
weg van de minste weerstand
zink ik op de knieën
voor een onzichtbare kracht
die opslorpt in het duister en
eindeloos doet vallen
niet de angst voor
de fatale landing
die je schedel doorboort
en absolute stilstand eist
maar de leegte onder je voeten
en je beweegt wel
maar je komt geen stap vooruit
Doornroosje
versteend in haar slapend paleis
het zwaard om zich een weg te banen door braamstruiken
als dat van Damocles boven het hoofd
maar nu kan ze zich nog niet bewegen
bezeten
duivels die niet uit te drijven zijn
ooit zal ze windmolens bevechten
maar nu nog niet
