Jij bent mijn dag van morgen
Overdag zo ver weg, maar in de nacht dichterbij.
Ik strek mijn vingers. Ik voel je warmte.
De seconden tellen af, verglijdend naar het gisteren.
Daar! Het nu aanwezig, maar geen morgen.
De tikkende wijzers snijden als een tralies door de tijd.
Gevangen in het vandaag, tuur ik naar het morgen.
Tastend, hunkerend gescheiden tot in de eeuwigheid.
Een onbereikbaar verlangen