In het licht van de maan
Straalt mijn eeuwige jeugd.
Niet geboren, maar aangeleerd.
In het bloed van het zonlicht verander ik.
Tranen wisselen van kleur,
Rood als wijn die geen druif meer wil zijn.
Mijn vlees leert een andere taal:
Honger wordt kracht, tijd een bijzaak.
Wat mij voedt, herschrijft mij.
Ik vervel mijn sterfelijkheid,
Word iets wat blijft door te verdwijnen.
Ik ben jong voor eeuwig, maagd voor altijd.
Niet uit onschuld,
Maar omdat mijn lichaam
Iets anders heeft geleerd.
Wat ik bezit is geen toekomst, alleen onsterfelijke tijd.
