Harde poppen

Katrin Van de Velde
21 nov. 2017 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked

Als kind kreeg ik harde poppen

die roken naar erwten en verlating.
Met hun dikke enkels en priemende vingertjes,

het onnatuurlijk glanzende haar

dat in trosjes uit de roze koppen groeide.

Starende ogen, blind voor kinderleed.

 

Wat ik wou, was een zachte beer.

Zo een om tegen je buik te drukken

en te aaien, eindeloos.

Dus pikte ik de ijsbeer van mijn kleine broer.

Hij keek er toch niet naar om.

Hij - de beer - was bevroren in zithouding,

zijn witte pootjes staken vooruit in een hou-mij-vast

maar duwden tegelijk elke toenadering van zich af.

Maanden zat hij op mijn bed te zitten,

's nachts kroop hij onhandig tegen me aan.

Toen riep broer: van mij!

Vanaf dan sliep ik weer met een koude buik.

 

Ik werd een buikpijnkind.

Trok op met een van de poppen,

de enige met een naam.

Ik noemde haar Simonneke,

naar de oppas van mijn broer.

(Want zij was een lieve.)

Ook al waren Simonnekes haren lang en blond,

en die van Simonne kort en zwart.

Ik kamde, vlocht, maakte staarten,

kamde de glans eraf.

En trok ondertussen, zo vaak ik kon,

het strakke elastiek van mijn onderbroek

van mijn pijnlijke buikje af.

 

Toen de ijsbeer in de kast

al lang was vergeten

en de broer met punkkapsel en ratten sliep,

begon hij mij in onze woonkamer te slaan.

Vanuit de keuken luisterde de moeder.

 

(Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personen en/of poppen berust op louter toeval.)

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem verder op weg.

Katrin Van de Velde
21 nov. 2017 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked