Moeke, mijn moeke,
Terwijl ik deze foto bekijk, krijg ik heimwee. Ik krijg het niet, het overvalt mij.
17 jaar geleden, jij, ons Lien en ik in jouw tuin. Genieten van de zon en van elkaar. Jij straalt met haar op je schoot, ik zwaai naar de fotograaf en zit dicht bij jou. Je tuin is prachtig verzorgd. Net als jij. Zelfs in je nachtjapon ben jij op en top dame. Jij zit mooier op je plastieken witte tuinstoel, dan koningin Paola op een troon. Je witte haren zouden een kroon meer dan waardig zijn. 84 jaar tussen jou en je eerste achterkleindochter is niet te veel en ik ben blij dat ik haar met jou kan delen.
Ons Lien kijkt ook naar haar papa, de fotograaf maar is niet zo ontspannen als wij. Heb jij ooit als 1,5- jarige op de schoot van je overgrootmoeder gezeten? Huid als perkament, beschreven met ontelbare lijnen. Het kind voelde vast wel de liefde tussen ons maar kreeg nooit de band die ik met jou had. Kan ook niet.
Ik logeerde vaak bij jou, in bed verwarmde jij mijn voeten. Je gaf snoep dat thuis zelden was. Tijd had je in overvloed, samen maakten we fotozoektochten door Arendonk, namen we de bus om in Turnhout te winkelen of er het koffiehuis van je zus te bezoeken. Zwarte drop – “zjapkes”- eet ik om jou te eren want die had jij altijd bij je of ik maak gele pudding. Dat deed jij soms nog om 22u omdat je er dan onweerstaanbare trek in had. Of je ging in kamerjas naar de frituur van “Dikke Rik” 200m verderop om er ijsjes voor ons te kopen.
Wist ik toen veel hoe magisch dat allemaal was. Ik was die verwende kabouter die jouw enige kleindochter was. We woonden 50 km uit elkaar, jij reed geen wagen, maar onze band overwon die hindernis moeiteloos. Hoedanook die ervaringen kon je je achterkleinkind niet meer geven. Ik hoop dat zij ook zo’n betoverende mensen in haar leven heeft als jij. Weet je dat ze bijna haar middelbare studies afrondt? Helemaal klaar voor een ander leven en om ons nest deels te verlaten. Weldra.
Het is nu meer dan acht jaar geleden dat we elkaar voor het laatst zagen. Minder mooie omstandigheden. Pijn, afhankelijkheid en quasi blindheid tekenden je laatste levenstijd in een huis vol schimmen. Maar ook dit droeg je waardig. Bewonderenswaardig. Had ik er meer moeten zijn voor jou toen, spookt dan weer door mijn hoofd.
Zit je nu ook in een groene wei, te stralen in de zon? Hou je mij in de gaten en fluister je subtiel geluk in mijn richting? Maakt de tijdloosheid je weer jong? Ik overtuig mezelf dat je het goed hebt ginder.
Dat verdien je.
Bedankt dat je mijn moeke was.
Inge