5 april 2018
Hallo, hoi, hey, beste, geachte, mevrouw, mijnheer, hoe het best beginnen, baart me zorgen. Verklap ik al te veel over mezelf?
Ik rits mijn jas nog een halve centimeter hoger als ik onze koer op stap. Mijn sjaal zit in de weg. Mijn eeuwige sjaal. Kleur en dikte veranderen met de seizoenen of de gemoedstoestand. Vandaag is hij blauw-wit gestreept. Maakt ons Petatje allemaal niet uit. Zolang ze maar haar graanrantsoen krijgt. Ze kijkt en springt enthousiast op en neer als ik nader. Wanneer ik haar portie aardappelen en groenten -we koken te vaak een net te grote portie voor onszelf- in haar bakje kwak, keurt ze het amper een blik waardig. “Liever granen? Pech gehad!” denk ik hard. Als ik weer weg ga, zie ik over mijn schouder, dat ze toch gretig pikt. Verwende kip. Ze mist vast haar echte baasje. Die zit in op betere weiden momenteel. Schoolreisje naar Italië, van verwende kippen gesproken.
Met Kasper koers ik langs onze waterige stadsrand. (Al vind ik "stad" overroepen voor dit kleine landelijke gebied waar ik nu woon. Jarenlang snoof ik Antwerpse lucht en cultuur die ik hier wel eens mis.) Ganzen zetten vastberaden koers in tegenovergestelde richting. Vandaar dat we wind op kop hebben, vandaar dat het steeds kouder wordt in mijn gezicht. Het getater van de ganzen maar vooral van zoonlief verwarmt mijn hart en het echoot in mijn hoofd dat ik dit moet koesteren. Nog 1, hooguit 2 jaar en ook hij kiest de kant van de pubers. Hoogst waarschijnlijk. Ben ik mijn laatste kind kwijt. Onze dochters zijn al niet meer de kinderen die ik onbeperkt kusjes gaf, die onvoorwaardelijk geloofden wat ik zeg, die zich geen vragen stellen over de fouten die ik maak. Ze zoeken hun weg de wereld in. Hun eigen weg en dat is goed, maar de navelstreng vervaagt. Afscheid snijdt.
Waar de Nete naar rechts zwengelt, zwieren wij ons naar links richting toren. Pallieter gunt ons geen blik waardig, hij tuurt voor eeuwig naar de hemel. Op zoek naar wolken, wolken die vreugde brengen en liefde, heel veel liefde. Of steekt hij zijn neus in de vlammen van ontluikende natuur, de mengeling van water en groen die deze stad zijn landelijk karakter waarborgt.
In de bibliotheek scheiden onze wegen. Zoon spurt naar de strips. Hij is het soort kind dat nu gel gebruikt, dat langer haar wil en dat graag wil kunnen zeggen dat hij veel leest, zoals zijn oudste zus. In zijn leeswereld staan strips op nummer 1. Ook boeken zoals “Het leven van een loser”, “Niek de Groot”, “Fantasia” vindt hij geweldig. Boeken uitgevonden voor kinderen die niet van lezen houden maar toch nog verleid kunnen worden om eens te proeven van boeken. Het soort boeken waarvan ik onpedagogisch durf te beweren dat er maar 5 zinnen in staan. Ik overdrijf graag. Hoedanook, ik ben al blij dat het kind leest. Ik kom dan ook uit het tijdperk dat de bib de weg naar avonturen was en niet de tablet of televisie.
In het boekenhuis dus, ik begeef me naar de “net binnen gebrachte boeken”. Daar wachten vaak exemplaren die er echt voor mij lijken neer gelegd te zijn. Ik laat me hier graag verrassen. Uit luiigheid ongetwijfeld, uit gemakzucht. Op dit terrein hou ik van verrassingen. Maar alleen dit terrein. Verder liever geen onverwachte wendingen in het leven voor mij, dankjewel. Huiver jij ook zo van een avondmenu dat plots wordt gewijzigd, van afspraakjes die amper 5 minuten voor aanvang geannuleerd worden, van collega’s die plots ziek zijn, onverwacht bezoek,… zelfs van onaangekondigde cadeautjes, waarvan je niet vooraf weet of je ze tof gaat vinden of waarbij je moet doen alsof je blij bent?
Onze bib is een warme welkom voor iedereen. Ook voor de dame met haar 5 bengels. In het bijzijn van de ouders noemt ze hen waarschijnlijk haar engeltjes. Ben jij op dat vlak ook argwanend? Dit is ongetwijfeld een onthaalouder. Onmogelijk om met dat beroep ongemerkt de maatschappij in te stappen. Kleine handjes en luide stemmen genieten van de kleurrijke boeken. De onthaalmoeder, want ja het is wel degelijk een vrouw, zit op een kleuterstoeltje met één snottebellenbaby op haar schoot. Geen boekenliefhebbertje misschien of misschien net een liefhebber van scheuren? De dame houdt in haar ene hand een groot prentenboek open voor nummer 2 en met haar andere hand redt ze één van haar andere duifjes van een val. Haar kwintet kuikens blijft aanvaardbaar dicht in haar buurt. Haar aandacht verslapt geen moment, haar mond glimlacht maar haar ogen schreeuwen “vermoeid!”. Hoopt ze dat ze straks allemaal samen een flinke dut doen of is zij de vrouw bij wie elk kind op zijn eigen moment mag slapen, naar eigen behoefte? Mooi voor het kind, moeilijker voor haar… Ik wens haar de rust die ze nodig heeft en vanavond dankbare ouders die besef hebben van wat zij voor hun kroost doet,terwijl zij rustig op hun werk zitten.
Ik ben dankbaar dat ik met enkel mijn zoon, die -godzijdank- de leeftijd heeft van de 5 kinderen samen, naar huis kan fietsen. Op het ritme van zijn gebabbel is het leven mooi in een ministadje. De wind in de rug, maar liever iets warmer, alsjeblieft.
Tot gauw?