28 december 1962
Een stevige wind schuurt over de straten.
Het vriest dat het kraakt.
Het wit van de vrieskou blijft als een laagje op de weg liggen.
Even verder, aan de kust, bevriezen de golven bij aankomen op het strand.
Laag op laag worden ijsgolven gevormd. Een kil tafereel.
Ondertussen probeer ik, zo tussen 8 en 9 's morgens, me uit de buik
van m'n moeder te persen.
In het 'moederhuis' worden luide pijnkreten geslaakt.
Het lukt me bijna. Nog even. Een extra duwtje.
M'n moeder kreunt. Ze voelt een stevige pijn. Het scheurt onderaan open.
Helemaal open.
Ik piep naar buiten. Volledig onder het bloed maar kerngezond.
Iets meer dan 4 kilogram rozig vlees wordt Karin genoemd.
Ik krijs als de dokter op m'n billen slaat.
Je zou voor minder. Hoe durft ie eigenlijk?
Zonet heb ik het beste van mezelf gegeven om naar buiten te komen.
Krijg ik daar nog een paar kletsen bovenop.
Mama lacht. Ze kijkt vertederd naar mij en neemt me vast, heel dichtbij.
Ik ruik haar geur. Ben blij met haar zachte warmte.
Papa Lucien komt eraan. 'Luc' voor de vrienden.
Hij is blij met een 'gezonde' dochter.
En toch had ie stiekem gedroomd van een zoon.
Een zoon die de familienaam 'Robert' verder zou uitdragen.
Hij neemt me vast en kijkt me aan.
Ja, Karin, dat zijn nu je ouders. Daar moet je het een tijdje mee doen.
Nog een heel tijdje eigenlijk.
Feest van de onnozele kinderen
'Feest' van de onnozele kinderen. Wat is hier 'feestelijk' aan?
Onschuldige jongetjes worden, volgens het bijbelverhaal in het Nieuwe Testament, in opdracht van koning Herodes in Bethlehem vermoord.
Een reden om te feesten vind ik dit niet echt.
En net op die dag word ik geboren.
Om dan nog te zwijgen van de vele goed bedoelde felicitaties in de aard van
'Ah, jij verjaart op onnozele kinderdag! Proficiat!
Met daarachter een extra verdacht lachje....
Neen, op 28 december verjaren kon me in den beginne niet echt blij maken.
Toen ik eindelijk het woord 'onnozel' in de Dikke Van Dale opzocht was ik al
een eind in de twintig.
'Onnozel' heeft in de bijbel de betekenis van 'onschuldig'.
Plots scheen er een licht in de duisternis. Een lantaarn, een lichtbol, een spot.
Ik werd helemaal 'verlicht' van een zware last die ik jaren in gedachte meedroeg.
Neen, ik ben niet 'onnozel' maar wel 'onschuldig'!! Hallelujah!!
Sedert m'n opzoekingswerk voel ik me heel wat 'feestelijker'.
Ik kan nu weer tegen een stootje. Het stootje van de 'onnozeligheid'!
En ik geniet zelfs van het soms extra verdachte lachje bij de felicitatie.
'Hoera ! Onschuldig ben ik. Helemaal 'onschuldig.....'
................