Het bezoek (voor Dorinne) - Het boodschappenlijstje (voor Anna)

1 apr 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

Het bezoek

Hij had enkel een krant meegenomen. Aan een geschenk had hij te laat gedacht. Een voorverpakte tuil bloemen uit de winkel van het ziekenhuis zou die nalatigheid alleen maar uitvergroten, dacht hij. Ze had hem aan de telefoon uitdrukkelijk gezegd niets mee te brengen. Ze bedoelde chocolade. De dokter had haar op een streng dieet gezet.

   Hij zag haar voor het eerst in zijn leven in een nachtkleed. Ze droeg geen make-up. De verpleging had haar haren losjes gekamd. Het besje in het bed strookte niet met het beeld dat hij van haar in zijn herinnering bewaarde. Hij had het nochtans ingrijpend bijgesteld na de telefoons die ze vóór zijn bezoek hadden gevoerd. De eerste dagen na haar opname begreep hij amper wat ze zei. Tijdens hun eerste gesprek kreeg ze enkel het woord ziekenhuis redelijk verstaanbaar over haar lippen. Via 1207 kwam hij na drie keer doorschakelen op een afdeling intensieve zorgen terecht. De verpleegster vroeg tot twee keer toe wie hij was. Ten slotte zei ze: ‘Ik schrijf in het dossier dat u een zoon bent.’ Hij protesteerde niet.

 

Ze glimlachte toen hij de kamer binnenkwam. Haar ogen blonken nog. Dat stelde hem enigszins gerust. Haar stem, eerst nog zwak, won aan kracht naarmate het gesprek vorderde. Haar lichaam daarentegen zakte steeds dieper weg in het kussen en de matras.

   ‘Soms kijk ik tv,’ zei ze. Aan de muur tegenover het bed hing een flatscreen. Het toestel was hem tot dan toe niet opgevallen, maar vanaf dat moment betrapte hij zichzelf erop dat hij af en toe naar het scherm keek, zelfs al was het zwart. Het weerspiegelde de ziekenhuiskamer.

   ‘Ik heb iets voor je meegenomen,’ zei hij, ‘om te lezen.’ Hij wilde haar de krant geven, maar haar handen lagen onder het laken. Op haar nachtkastje stonden een fles water en twee glazen. ‘Leg ik het hier?’ vroeg hij. Hij wees naar de tafel bij het raam. Dat vond ze prima. ‘Al lees ik niet veel,’ voegde ze daaraan toe.

   Op de vensterbank stond een vaas met margrieten. De verpakking van cellofaan zat nog rond de bloemen. De stelen werden door een blauw elastiekje bij elkaar gehouden. Ik had bloemen moeten meebrengen, dacht hij. Hij was daags voordien nog in de stad geweest. Op zijn route hadden wel drie bloemisten gelegen. Zijn blik viel opnieuw op het televisietoestel, daarna op de krant.

   Waar kwam toch die impuls vandaan om een zieke bloemen te geven, vroeg hij zich af. Probeerde het bezoek daarmee de inwisselbare kamers enig karakter te geven? Of ging het om het achterlaten van een bewijs van bezoek? Chocolade wordt opgegeten en een krant weggegooid, maar een plant houdt het meestal vol tot aan het einde van een verblijf. Hij herinnerde zich een verhaal over een ziekenhuis dat een verbod op bloemen invoerde. Het had iets met bacteriën te maken. Ze vermenigvuldigden zich razendsnel in het water. In een ander ziekenhuis zette het personeel ’s avonds alle bloemen op de gang. Hij stelde zich de nacht voor die zwart voor de ramen hing en de helverlichte gang gevuld met enkel bloemen, verdieping na verdieping na verdieping. Hij wist niet meer waar hij die verhalen had gehoord of gelezen. Hij was vrij zeker dat hij zelf nooit in zulke ziekenhuizen had rondgelopen. Misschien waren het wel verdichtingen van de stortvloed aan nutteloze nieuwsberichten die hij dagelijks met een vinger op zijn smartphone wegveegde.

 

Hij beloofde haar binnenkort nog eens langs te komen. ‘In het ziekenhuis,’ zei hij ‘of thuis, tenzij je dat in het begin niet graag hebt?’ Ze antwoordde dat ze altijd graag bezoek kreeg. De woorden kwamen, voor hem althans, onverwacht kribbig uit haar mond. ‘Zoveel heb ik niet te doen.’ Ze wees daarbij met haar hand in de richting van de televisie. Hij twijfelde eraan of ze zich erg bewust van die handeling was. De schaarse bewegingen die ze tijdens zijn bezoek had gemaakt, waren traag en ongecoördineerd geweest. Ze probeerde onder andere een droog vel van haar mond te krabben, maar haar vinger was op een neusvleugel geland. Ze had enkele keren geveegd alsof dat altijd al de bedoeling was geweest. Het scheen hem toe dat het oorspronkelijke voornemen haar ondertussen zelf was ontgaan.

   Hij gaf haar een zoen op haar wang en zei: ‘En je weet het.’

   ‘Als er iets is, mag ik je bellen,’ maakte ze de zin voor hem af.

 

Het boodschappenlijstje

Dan valt zijn oog op het laatste, nog niet doorgestreepte woord op het lijstje: broekjes. Broekjes? Is zijn moeder vergeten dat hij geen kind meer is of heeft ze zich vergist en bedoelt ze … brokjes? Voor zover hij weet, heeft ze geen beest in huis gehaald. Hij vraagt een winkelbediende om hulp. Bang een mal figuur te slaan, wijst hij het meisje het woord op het lijstje aan.

   ‘We hebben mini, medium en maxi,’ zegt ze. Ze laat hem achter bij het rek met incontinentiemateriaal.

   Dus daarom heeft mijn moeder dit lijstje vóór ik vertrok niet hardop voorgelezen, denkt hij. Die gewoonte had ze aangenomen toen hij ooit eens – hij moet toen een jaar of zestien zijn geweest – een groene in plaats van een witte selder had gekocht.

   Elke week zag het lijstje er ongeveer hetzelfde uit. Ze gaf hem dan ook elke keer ongeveer dezelfde toelichting. Na twee à drie producten kreeg hij zin zichzelf op te knopen en dan kwamen er nog een stuk of twintig.

   Die fameuze selder had overigens wel bij het bordje met daarop het woord witte gelegen, maar dat had ze niet willen geloven. Uit pure colère kieperde hij die verrekte groente in de vuilnisbak en sloeg de deur van de keuken achter zich dicht. Toen zijn woede enigszins was gezakt, ging hij terug naar binnen. Zijn moeder zat op een kruk aan de tafel. Ze had de selder uit de vuilnisbak gevist en wiegde hem als een kind in haar armen.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

1 apr 2016 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket