Ward Mertens

Gebruikersnaam Ward Mertens

Opleiding

2008
Wisper (Leuven)
twee lessenreeksen proza

2009-2014
SchrijversAcademie (Antwerpen)
opleiding proza, poëzie, scenario en essay

2012-2014
Conservatorium (Hasselt)
opleiding woord en toneel

Publicaties

2008
1001 Liefdes
De stressbal (kortverhaal)

2010
Op Ruwe Planken
Zonder titel (gedicht)

2011
Aangeboord talent
Badparels (kortverhaal)

2012
Gierik & NVT
Oeverloos, de lelies (cyclus van zeven gedichten)

Hoofdletter zin punt – gelegenheidsbundel Dichters in de Prinsentuin
Samenwerkingsovereenkomst (gedicht)

Weirdos
Het zijn moeilijke tijden (kortverhaal)

2014
Gierik & NVT
Vissen redden (kortverhaal)

Ledenblad Den Hopsack
Samenwerkingsovereenkomst (gedicht)

Verdwalen in het bet van alfa – wedstrijdbundel Poemtata
Woonboot (gedicht)

Op Ruwe Planken
Paars (cyclus van vijf gedichten)

2015
Gierik & NVT
Zoet, aards (cyclus van vier gedichten)

Leven als lijfmotief – wedstrijdbundel het Levenshuis
Houtbewerking

Het Gezeefde Gedicht
Een mogelijke meermin (gedicht)

BDW
De blauwe man (kortverhaal)

Gierik & NVT
Ever (gedicht)

Wedstrijdbundel poëzieprijs Stad Sint-Truiden
Nachtraven (gedicht)

Prijzen

Teksten

Zeer korte verhalen schrijven – een kennismaking

AANKONDIGING CURSUS   Zeer korte verhalen schrijven – een kennismaking   Schrijf je graag? Ben je op zoek naar een duwtje in de rug? Ben je benieuwd naar wat anderen van jouw tekst vinden? Dan is de cursus zeer korte verhalen (zkv) schrijven iets voor jou.   Hoe begin je aan een zkv? Hoe breng je een zkv tot een goed einde? Wat kun je leren van Lydia Davis en A.L Snijders? Aan de hand van korte schrijfopdrachten gaan we op zoek naar een antwoord op deze vragen.   Begeleiding: Ward Mertens Wanneer: zaterdag 4 juni van 10u tot 11:30u en zaterdag 11 juni van 10u tot 11:30u Locatie: bibliotheek x, xlaan 14, xxxx xburg Niveau: beginners Leeftijd: 18 jaar en ouder Prijs: 20 euro Genre: proza Meer info: wardmertens@msn.com of 0487 45 76 30   KORTE SAMENVATTING SESSIE   Zeer korte verhalen schrijven – een kennismaking   Doelgroep: Beginners. Maximum 8 deelnemers. De deelnemers kennen elkaar niet. Ze hebben de cursus gevonden via uitinnaamstad.be, Creatief Schrijven, een folder in de bibliotheek, sociale media, etc.   Globale doelen: de deelnemer maakt kennis met het zkv. de deelnemer leert hoe hij aan het zkv begint. de deelnemer schrijft een zkv. de deelnemer leert feedback krijgen en geven. De deelnemer kan na de tweede les zelfstandig het eigen zkv herschrijven.   LES 1   Opstelling lokaal: 9 stoelen geschikt in een cirkel, 1 flip chart, post-its, pen, papier, bijlagen.   10:00 – 10:20 Het datingprofiel – kennismaking deelnemers Materiaal: Pen, papier, bijlage 1 (slagzinnen datingprofielen).   Opdracht: De deelnemer stelt zichzelf voor zoals hij dat zou doen in een profiel op een datingsite. De voorstelling is maximum 4 zinnen lang. De naam van de deelnemer moet in het profiel voorkomen.   Aanpak: De deelnemer krijgt bijlage 1. De docent legt de opdracht uit en leest de voorbeeldprofielen voor (4 minuten). De deelnemer schrijft een eigen fictief profiel (6 minuten). De deelnemer leest het profiel voor (10 minuten).   Doel: De deelnemer wordt onmiddellijk aan het schrijven gezet. De deelnemer stelt zichzelf kort voor.   Voor wie: Doeners Beslissers   10:20 – 11:00 Lydia Davis & A.L. Snijders – kennismaking met het zkv Materiaal: Pen, papier, post-its, flip chart, bijlage 2 (Een verhaal dat een vriendin me vertelde, Lydia Davis) en 3 (Jonge schrijver van A.L. Snijders).   Opdracht: De docent leest Een verhaal dat een vriendin me vertelde en Jonge schrijver voor. De deelnemer puurt uit deze verhalen kenmerken (lengte, plot, personage, inhoud, opbouw, stijl, etc) van het zkv.   Aanpak: De deelnemer krijgt bijlage 2 en 3. De docent legt de opdracht uit en leest de zkv’s voor (6 minuten). De deelnemer herleest de verhalen in stilte en gaat op zoek naar kenmerken van het zkv. Hij schrijft elk kenmerk op een aparte post-it (10 minuten). De docent polst in groep naar de leeservaring. Welke zkv’s vinden de deelnemers mooi/lelijk, sterk/flauw, diepgravend/vlak etc. De deelnemers worden aangespoord hun leeservaring te onderbouwen met concrete verwijzingen naar de tekst (8 minuten). De docent en de deelnemers overlopen de kenmerken op de post-its. Post-its die gerelateerd zijn worden in groepjes op de flip-chart geplakt (16 minuten). De kenmerken van het zkv worden in groep doorgenomen.   Doel: De deelnemer leert het zkv kennen. De deelnemer leert de kenmerken van het zkv kennen.   Voor wie: Beslisser Dromer Denker   11:00 – 11:25 Doodgewone dingen - aanzet eigen zkv Materiaal: Pen, papier, bijlage 4 (Doodgewone dingen met Carll Cneut)   Opdracht: De deelnemer beantwoordt onderstaande vragen: schrijft drie dingen op: Noem één inzicht dat het leven je heeft gegeven. Vertel over een specifiek moment (een voorval, een ontmoeting) waarop jij je van dit inzicht bewust werd. Welk object (bv. een (gebruiks)voorwerp) of subject (bv. mens of dier) associeer jij met dit moment? Bijvoorbeeld (zie ook bijlage 4): inzicht: ik word blij van lekker eten. moment: mijn eerste boterham met smeerkaas en een hardgekookt ei. Object-subject: een mes om brood te snijden.   Aanpak: De deelnemer krijgt bijlage 4. De docent legt de opdracht uit en legt de link met bijlage 4 (3 minuten) De deelnemer schrijft zijn antwoord op de drie vragen neer. Hij kiest voor een inzicht, moment en object-subject dat hij met de groep wenst te delen (5 minuten). De deelnemers lezen hun inzicht, moment en object-subject voor (10 minuten) De docent legt de link tussen roman en inzicht, kortverhaal en moment, zkv en object-subject (7 minuten).   Doel: De deelnemer leert een onderscheid maken tussen inspiratie (gebaseerd op eigen ervaringen) die kan dienen voor het schrijven van een roman, een kortverhaal en een zkv. De deelnemer zet een eerste stap in het schrijven van een zkv.   Voor wie: Doener Beslisser   11:25 – 11:30 Uitleg thuisopdracht Materiaal: Pen, papier, bijlage 5 (links naar filmpjes en interviews)   Opdracht 1: De deelnemer werkt thuis aan een zkv van maximum 200 woorden. Hij gebruikt het object-subject uit de ‘aanzet eigen zkv’ (zie vorige tijdsblok) als uitgangspunt en inspiratiebron. Hij brengt het inzicht over dat aan dit object-subject is gekoppeld, zonder het inzicht zelf expliciet te noemen. De deelnemer mailt het zkv vóór de tweede les naar de andere deelnemers en de docent. Iedereen neemt de teksten vooraf door. De deelnemer brengt 9 exemplaren van de eigen tekst mee naar de tweede les.   Opdracht 2 (facultatief): De deelnemer neemt volgende zaken door: Filmpje 1: interview met Lydia Davis in Boeken over het schrijven van zkv’s. Filmpje 2: ontmoeting tussen A.L. Snijders en Mehmet Dogan (naar aanleiding van deze ontmoeting schreef Snijders Jonge man). Interview 1: interview met Lydia Davis over het schrijven van zkv’s. Interview 2: interview met A.L. Snijders over de eerste zin van een zkv.   Aanpak: De docent legt de opdracht uit (3 minuten). De deelnemer kunnen vragen stellen (2 minuten).   Doel: Opdracht 1: De deelnemer schrijft zelfstandig een zkv. De deelnemer past de theorie uit les 1 toe in een eigen zkv. Opdracht 2: De deelnemer leert de werkwijze van Lydia Davis en A.L. Snijders kennen.   Voor wie: Doener Dromer Denker   Bijlage 1   Enkele slagzinnen uit profielen van een datingwebsite:   ‘Gewoon zin om te delen.’   ‘Na een paar tegenslagen geloof ik nog altijd rotsvast in de liefde !! Eerlijkheid , respect , passie en trouw als basis.’   ‘Ik hou van gewoon, schoonheid door eenvoud, ik heb een passie voor echt en oprechtheid. Ik hoef niet zo nodig spectaculaire zaken om te genieten maar hou ontzettend van originaliteit en creativiteit. Ik ben geen stresskonijn of drukdoener, zoek niet constant de aandacht (denk ik, hoop ik) maar filosofeer wel eens graag en denk vaak over het leven en ongrijpbare dingen na. Ik hou van muziek maar ook van kunst in 't algemeen, maar meestal niet in de klassieke vorm. "You can only hit a homerun, when you're not afraid of missing the ball" en "Probeer alles, behoud het goede" zijn 2 uitspraken die me niet vreemd zijn.’   ‘ik ben een vrolijke, romantische eerlijke vrouw. Een beetje verlegen op het eerste, maar ik krijg het zo goed.’   ‘Generation X. Wijzer met de jaren. Zoek gezelschap.’   Bron: http://nl.rendez-vous.be/   Bijlage 2   Een verhaal dat een vriendin me vertelde (uit De taal van de dingen in huis van Lydia Davis)   Een vriendin van me vertelde me laatst een treurig verhaal over een buurman van haar. Hij was een correspondentie begonnen met een onbekende via een onlinedatingbureau. De vriend woonde op honderden kilometers afstand, in North Carolina. De twee mannen wisselden berichten uit en daarna foto’s en hadden algauw lange gesprekken, eerst schriftelijk en daarna telefonisch. Ze merkten dat ze veel gemeenschappelijke interesses hadden, dat het emotioneel en intellectueel klikte, dat ze zich bij elkaar op hun gemak voelden en lichamelijk tot elkaar aangetrokken werden, voor zover ze dat via het internet konden vaststellen. Ook professioneel lagen hun interesses dicht bij elkaar, want de buurman van mijn vriendin was boekhouder en zijn nieuwe vriend in het zuiden was assistent-hoogleraar economie aan een kleine universiteit. Na enkele maanden leken ze ontegenzeggelijk verliefd en de buurman van mijn vriendin was ervan overtuigd dat ‘dit hem was’, zoals hij het uitdrukte. Toen er wat vakantie aanbrak, boekte hij een vlucht naar het zuiden om een paar dagen met zijn internetliefde door te brengen.   Op de dag van de reis belde hij zijn vriend een keer of drie en praatten ze. Toen kreeg hij tot zijn verbazing geen gehoor meer. Ook was zijn vriend niet op het vliegveld om hem af te halen. Nadat hij gewacht en nog enkele keren gebeld had, verliet de buurman van mijn vriendin het vliegveld en ging naar het adres dat zijn vriend hem had opgegeven. Er deed niemand open toen hij klopte en aanbelde. Alle mogelijkheden schoten door zijn hoofd.   Hier ontbreken enkele stukken van het verhaal, maar mijn vriendin vertelde me dat haar buurman erachter kwam dat diezelfde dag, terwijl hij op weg was naar het zuiden, zijn internetvriend was gestorven aan een hartaanval terwijl hij aan de telefoon zat met zijn arts; de reiziger, die dit ofwel van de buurman van de man of van de politie had gehoord, had zich naar het plaatselijke mortuarium begeven; hij had zijn internetvriend mogen zien; en dus was het daar, recht tegenover een dode, dat hij voor het eerst degene te zien kreeg die, daar was hij van overtuigd geweest, voor altijd zijn levensgezel zou zijn geworden.   Bron: http://tijdschriftterras.nl/de-taal-van-dingen-huis-nieuwe-fragmenten/   Bijlage 3   Jonge schrijver, A.L Snijders   Vannacht om vier uur staat er iemand aan mijn bed met de mobiele telefoon. Hij fluistert dat Peter Vos me wil spreken. Ik ken Vos niet persoonlijk, ik heb hem nooit ontmoet, hij praat met zachte stem, wat me verbaast. Ik heb wel eens van bekwame mensen gehoord dat hij naast Rembrandt als de beste Nederlandse tekenaar beschouwd wordt. Dat ik hem nu aan de telefoon heb, maakt grote indruk op me. Zo groot dat ik me pas later realiseer dat hij zes jaar geleden is gestorven.   Na de nacht komt de ochtend met regen en de middag met felle zon. In die zon ontvang ik Mehmet Dogan, een schrijver die met 1.400 anderen een kortverhaal voor een wedstrijd heeft ingezonden, en bij de eerste vijf is geëindigd. Hij komt er met mij over praten. De ik-persoon is hijzelf. Hij heeft op de middelbare school van Kleef les gehad van een leraar die de wereld van Goethe, Mann en Grass voor hem heeft opengebroken en in een verblindend licht heeft gezet – hij wil schrijver worden.   Na jaren ziet hij de gepassioneerde leraar terug in een ontluisterende kebabzaak in een Kleefse gettobuurt. Hij zit achter een gokautomaat, het is een futloze grijsaard geworden. Aan de muur hangt een bord met de tekst: Wer seine Träume verwirklichen will, muss erstmal aufwachen! De jonge schrijver en de oude leraar komen in gesprek en het verhaal eindigt met afrondende zinnen, de ogen van de oude man stralen weer even.   We praten over dit slot, hij zegt dat hij ze liever niet bij elkaar had gebracht, dat hij de jongeman ongezien met zijn kebab had willen laten vertrekken. Maar hij durfde niet.   Bron: dS Weekblad   Bijlage 4   Doodgewone dingen met Carll Cneut   Een woord dat ik lang niet hoorde opnieuw horen. Onlangs hoorde ik twee madammekes op straat het woord ‘stortbad’ gebruiken voor ‘douche’, voldoende om me de rest van de dag met een glimlach te doen rondlopen. Misschien omdat ik stam uit de tijd dat iedereen een bad had, en toen bijna iedereen een stortbad had, werd dat een douche. De Mentos met watermeloensmaak bereiken in mijn rolletje. Ik heb ondertussen uitgedokterd dat ze altijd per twee zitten in de regenboogrolletjes, en als ik plots na de smaak van appel en pompelmoes aan watermeloen kom, ben ik zo gelukkig dat ik er ook direct twee van eet. De Vlaamse gaai in de tuin van de buren. Het harde getik van zijn snavel tegen een raam irriteerde me eerst, maar nu is het geluid bij mijn werkdagen gaan horen en mis ik hem als hij er niet is. Binnenkijken in huizen. Zeker op donkere dagen waarop mensen hun rolluiken nog niet hebben neergelaten, kan ik dat niet laten. Het dagelijkse leven is inspiratie voor mijn werk. Dat kan iets zijn wat op een vensterbank staat, of de kleren die een vrouw draagt die ik in een zetel zie zitten. Een tube verf openen waarbij er eerst olie uitkomt, en dan pas verf. Dat gebeurt maar bij een paar kleuren, zoals beige, en ik vind het heerlijk omdat het beter smeert en ik daar gelukkig van word. Je zult dan ook zien dat ik in mijn werk veel beige gebruik. Een witte boterham met een dikke laag smeerkaas dubbel room. Ik vind dat een van de allerlekkerste dingen ter wereld, al van toen ik nog een kind was. Ik heb altijd drie à vier doosjes in mijn koelkast zitten, en als ik ooit mijn laatste avondmaal mag kiezen, dan wordt het een boterham met een dikke laag smeerkaas met een glas ijskoude chocolademelk en een hardgekookt ei. Je koffer openen op hotel en zien dat alles nog perfect ligt. Dan leef ik echt uit mijn koffer, omdat ik bang ben dat ik het chaotischer maak door uit te pakken. Mijn haar dat de dag na een kappersbezoek nog steeds goed valt. Als het vlak na het kappersbezoek zo is, weet je: dat komt door de kapper. De dag erna weet je: dat komt hier echt helemaal in orde.   Bron: dS Magazine   Bijlage 5   Lydia Davis in Boeken over het schrijven van zkv’s: http://www.vpro.nl/boeken/programmas/boeken/2012/18-november.html   A.L. Snijders geeft Mehmet Dogan een masterclass zkv: http://www.vpro.nl/boeken/speel.VPWON_1258937.html   Interview met Lydia Davis over het schrijven van zkv’s: http://www.korteverhalenschrijven.nl/2013/01/09/exclusief-interview-met-lydia-davis-over-het-schrijven-van-korte-verhalen-wat-wil-zij-haar-studenten-meegeven/#more-1597   Interview met A.L Snijders over het belang van de eerste zin in zkv’s: http://www.trouw.nl/tr/nl/4468/Schrijf/article/detail/3476486/2013/07/18/Vanaf-de-eerste-zin-ben-je-waar-je-wezen-moet.dhtml   LES 2   Opstelling lokaal: 9 stoelen geschikt in een cirkel, 1 flip chart.   10:00 – 10:15 De hoed – delen schrijfervaring Materiaal: Hoed, 8 vragen (elk op een apart briefje).   Opdracht: Een deelnemer haalt een vraag uit een hoed en leest de vraag voor. De vragen handelen over het schrijftraject (bijvoorbeeld wat vond je moeilijk/makkelijk aan het schrijven van het zkv? Stond je eerste versie snel op papier? Heb je je zkv aan iemand anders laten lezen, waarom wel/niet? Lijkt de eerste versie van je zkv op de versie die je uiteindelijk naar iedereen mailde? Wat vind je van je eigen zkv? Ben je geslaagd in je opzet? etc.). De deelnemer legt deze vraag voor aan een van zijn medestudenten. Deze beantwoordt de vraag. De anderen mogen inpikken op het antwoord. Vervolgens mag diegene die een vraag kreeg, zelf een vraag uit de hoed trekken en aan iemand anders in de groep voorleggen, enzovoort. Iedereen stelt en beantwoordt één vraag.   Aanpak: De docent zet de hoed met de vragen in het midden en legt de werkwijze uit (1 minuut) De deelnemers stellen en beantwoorden vragen en wisselen schrijfervaringen uit (14 minuten).   Doel: De deelnemer verwoorden hun schrijfervaring. De deelnemer maakt kennis met andere schrijfervaringen.   Voor wie: Dromer Denker   10:15 – 10:45 Feedback zkv’s – continenten (1) Stoelen aan de kant, flip chart op een plek die overal in de ruimte goed zichtbaar is. Materiaal: zkv’s deelnemers, flip chart, pen.   Opdracht: De docent schrijft de namen van de vier grootste continenten (Azië, Afrika, Amerika, Antarctica) op een flip chart. Hij vraagt de deelnemers om zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden op te noemen die ze met de continenten associëren. De ruimte wordt in vier stukken verdeeld. Elk stuk = één continent. De deelnemer leest zijn zkv voor. De andere deelnemers gaan in het vak staan dat volgens hen gevoelsmatig het dichtst aanleunt bij de zkv. De docent vraagt enkele deelnemers hun keuze te verantwoorden.   Aanpak: De docent schrijft de namen van de vier continenten op een flip chart en noteert onder de namen de associaties van de deelnemers (5 minuten). De docent legt de opdracht uit (1 minuut). Vier deelnemers lezen hun zkv voor en krijgen feedback via de continenten (4 x 6 minuten).   Doel: De deelnemer krijgt feedback. De deelnemer leert omgaan met feedback. De deelnemer kan op basis van de feedback een nieuwe versie van zijn zkv schrijven. De deelnemer leert zelf feedback geven.   Voor wie: Doener Beslisser   10:45 – 11:10 Een belegerd huis – herschrijven Stoelen opnieuw in een cirkel. Materiaal: Pen, papier, bijlage 1 (In een belegerd huis (versie 1) en In een belegerd huis (versie 2), Lydia Davis).   Opdracht: De deelnemer vergelijkt versie 1 en 2 van In een belegerd huis en beantwoordt – eerst individueel, dan in groep – onderstaande vragen: Wat heeft de auteur verandert? Waarom denk je dat de auteur voor de verandering koos?   Aanpak: De deelnemer krijgt bijlage 1. De docent legt de opdracht uit en leest beide versies van In een belegerd huis twee keer voor (5 minuten). De deelnemer herleest beide versies in stilte en beantwoordt voor zichzelf de twee vragen (10 minuten). De docent polst in groep naar de bevindingen. De belangrijkste bevindingen noteert hij op de flip chart (10 minuten).   Doel: De deelnemer leert kritisch naar een eerste versie van een zkv kijken. De deelnemer maakt kennis met het herschrijven van een zkv.   Voor wie: Beslisser Dromer Denker   10:10 – 11:30 Feedback zkv’s – continenten (2) Stoelen aan de kant, flip chart met continenten + associaties op een plek die overal in de ruimte goed zichtbaar is. Materiaal: zkv’s deelnemers, flip chart.   Opdracht: Zie tijdsblok ‘Feedback zkv’s – continenten (1)’.   Aanpak: Vier deelnemers lezen hun zkv voor en krijgen feedback via de continenten (4 x 5 minuten).   Doel: Zie tijdsblok ‘Feedback zkv’s – continenten (1)’.   Voor wie: Doener Beslisser   Bijlage 1   In een belegerd huis (versie 1), Lydia Davis.   In een belegerd huis woonden een man en een vrouw, met twee honden en twee katten. Er waren toen ook muizen, maar zij werden niet erkend. Vanwaar ze ineengedoken in de keuken zaten, hoorden de man en de vrouw kleine ontploffingen. ‘De wind,’ zei de vrouw. ‘Jagers,’ zei de man. ‘Rook,’ zei de vrouw. ‘Het leger,’ zei de man. De vrouw wilde naar huis gaan, maar ze was al thuis, daar midden op het land in een belegerd huis, in een huis dat toebehoorde aan iemand anders.   Bron: http://www.theatlantic.com/magazine/archive/2014/07/lydia-daviss-very-short-stories/372286/     In een belegerd huis (versie 2), Lydia Davis.   In een belegerd huis woonden een man en een vrouw. Vanwaar ze ineengedoken in de keuken zaten, hoorden de man en de vrouw kleine ontploffingen. ‘De wind,’ zei de vrouw. ‘Jagers,’ zei de man. ‘De regen,’ zei de vrouw. ‘Het leger,’ zei de man. De vrouw wilde naar huis, maar ze was al thuis, daar midden op het land in een belegerd huis.   Bron: Bezoek aan haar man, Lydia Davis.

Ward Mertens
0 0

Het bezoek (voor Dorinne) - Het boodschappenlijstje (voor Anna)

Het bezoek Hij had enkel een krant meegenomen. Aan een geschenk had hij te laat gedacht. Een voorverpakte tuil bloemen uit de winkel van het ziekenhuis zou die nalatigheid alleen maar uitvergroten, dacht hij. Ze had hem aan de telefoon uitdrukkelijk gezegd niets mee te brengen. Ze bedoelde chocolade. De dokter had haar op een streng dieet gezet.    Hij zag haar voor het eerst in zijn leven in een nachtkleed. Ze droeg geen make-up. De verpleging had haar haren losjes gekamd. Het besje in het bed strookte niet met het beeld dat hij van haar in zijn herinnering bewaarde. Hij had het nochtans ingrijpend bijgesteld na de telefoons die ze vóór zijn bezoek hadden gevoerd. De eerste dagen na haar opname begreep hij amper wat ze zei. Tijdens hun eerste gesprek kreeg ze enkel het woord ziekenhuis redelijk verstaanbaar over haar lippen. Via 1207 kwam hij na drie keer doorschakelen op een afdeling intensieve zorgen terecht. De verpleegster vroeg tot twee keer toe wie hij was. Ten slotte zei ze: ‘Ik schrijf in het dossier dat u een zoon bent.’ Hij protesteerde niet.   Ze glimlachte toen hij de kamer binnenkwam. Haar ogen blonken nog. Dat stelde hem enigszins gerust. Haar stem, eerst nog zwak, won aan kracht naarmate het gesprek vorderde. Haar lichaam daarentegen zakte steeds dieper weg in het kussen en de matras.    ‘Soms kijk ik tv,’ zei ze. Aan de muur tegenover het bed hing een flatscreen. Het toestel was hem tot dan toe niet opgevallen, maar vanaf dat moment betrapte hij zichzelf erop dat hij af en toe naar het scherm keek, zelfs al was het zwart. Het weerspiegelde de ziekenhuiskamer.    ‘Ik heb iets voor je meegenomen,’ zei hij, ‘om te lezen.’ Hij wilde haar de krant geven, maar haar handen lagen onder het laken. Op haar nachtkastje stonden een fles water en twee glazen. ‘Leg ik het hier?’ vroeg hij. Hij wees naar de tafel bij het raam. Dat vond ze prima. ‘Al lees ik niet veel,’ voegde ze daaraan toe.    Op de vensterbank stond een vaas met margrieten. De verpakking van cellofaan zat nog rond de bloemen. De stelen werden door een blauw elastiekje bij elkaar gehouden. Ik had bloemen moeten meebrengen, dacht hij. Hij was daags voordien nog in de stad geweest. Op zijn route hadden wel drie bloemisten gelegen. Zijn blik viel opnieuw op het televisietoestel, daarna op de krant.    Waar kwam toch die impuls vandaan om een zieke bloemen te geven, vroeg hij zich af. Probeerde het bezoek daarmee de inwisselbare kamers enig karakter te geven? Of ging het om het achterlaten van een bewijs van bezoek? Chocolade wordt opgegeten en een krant weggegooid, maar een plant houdt het meestal vol tot aan het einde van een verblijf. Hij herinnerde zich een verhaal over een ziekenhuis dat een verbod op bloemen invoerde. Het had iets met bacteriën te maken. Ze vermenigvuldigden zich razendsnel in het water. In een ander ziekenhuis zette het personeel ’s avonds alle bloemen op de gang. Hij stelde zich de nacht voor die zwart voor de ramen hing en de helverlichte gang gevuld met enkel bloemen, verdieping na verdieping na verdieping. Hij wist niet meer waar hij die verhalen had gehoord of gelezen. Hij was vrij zeker dat hij zelf nooit in zulke ziekenhuizen had rondgelopen. Misschien waren het wel verdichtingen van de stortvloed aan nutteloze nieuwsberichten die hij dagelijks met een vinger op zijn smartphone wegveegde.   Hij beloofde haar binnenkort nog eens langs te komen. ‘In het ziekenhuis,’ zei hij ‘of thuis, tenzij je dat in het begin niet graag hebt?’ Ze antwoordde dat ze altijd graag bezoek kreeg. De woorden kwamen, voor hem althans, onverwacht kribbig uit haar mond. ‘Zoveel heb ik niet te doen.’ Ze wees daarbij met haar hand in de richting van de televisie. Hij twijfelde eraan of ze zich erg bewust van die handeling was. De schaarse bewegingen die ze tijdens zijn bezoek had gemaakt, waren traag en ongecoördineerd geweest. Ze probeerde onder andere een droog vel van haar mond te krabben, maar haar vinger was op een neusvleugel geland. Ze had enkele keren geveegd alsof dat altijd al de bedoeling was geweest. Het scheen hem toe dat het oorspronkelijke voornemen haar ondertussen zelf was ontgaan.    Hij gaf haar een zoen op haar wang en zei: ‘En je weet het.’    ‘Als er iets is, mag ik je bellen,’ maakte ze de zin voor hem af.   Het boodschappenlijstje Dan valt zijn oog op het laatste, nog niet doorgestreepte woord op het lijstje: broekjes. Broekjes? Is zijn moeder vergeten dat hij geen kind meer is of heeft ze zich vergist en bedoelt ze … brokjes? Voor zover hij weet, heeft ze geen beest in huis gehaald. Hij vraagt een winkelbediende om hulp. Bang een mal figuur te slaan, wijst hij het meisje het woord op het lijstje aan.    ‘We hebben mini, medium en maxi,’ zegt ze. Ze laat hem achter bij het rek met incontinentiemateriaal.    Dus daarom heeft mijn moeder dit lijstje vóór ik vertrok niet hardop voorgelezen, denkt hij. Die gewoonte had ze aangenomen toen hij ooit eens – hij moet toen een jaar of zestien zijn geweest – een groene in plaats van een witte selder had gekocht.    Elke week zag het lijstje er ongeveer hetzelfde uit. Ze gaf hem dan ook elke keer ongeveer dezelfde toelichting. Na twee à drie producten kreeg hij zin zichzelf op te knopen en dan kwamen er nog een stuk of twintig.    Die fameuze selder had overigens wel bij het bordje met daarop het woord witte gelegen, maar dat had ze niet willen geloven. Uit pure colère kieperde hij die verrekte groente in de vuilnisbak en sloeg de deur van de keuken achter zich dicht. Toen zijn woede enigszins was gezakt, ging hij terug naar binnen. Zijn moeder zat op een kruk aan de tafel. Ze had de selder uit de vuilnisbak gevist en wiegde hem als een kind in haar armen.

Ward Mertens
0 0