Het eiland
Ginds ligt een eiland.
Daar sta je dan in het zand.
Er is een immense berg.
Vergeleken met jou, ben jij een dwerg
Er zijn veel planten.
Maar je zit vast langs alle kanten.
Je hebt er ook dieren.
En je verbergt je tussen de kieren.
Je voelt je eenzaam en bang.
Want de dagen zijn lang.
Je vraagt je af.
Ben ik niet te laf.
De tijd gaat voorbij.
Met je kennis zij aan zij.
Je begint te overleven.
Door alles in je te geven.
Violet p.
