Hoofd, hart en voeten

Ellen Van Pelt
6 nov. 2013 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked

Met een vorstelijke zwaai opent hij de zware bordeaux gordijnen die de danszaal afschermen van de koude Antwerpse lucht. De ruimte is stemmig verlicht, ronde tafellampjes verspreiden een oranje gloed. Arnault laat zijn blik over de koppels op de houten dansvloer glijden. Het is negen uur, nog vroeg. De meeste van de vrouwen die aan de rand van de dansvloer zitten zijn bekenden, geen nieuw bloed deze avond. Aan een tafeltje doet hij zijn mocassins  uit. Zorgvuldig neemt hij zijn witte dansschoenen uit de speciaal daarvoor bestemde tas. Arnault aarzelt even voor hij ze aantrekt. Een kleine vonk weerzin.

     Dan staat de tangodanser in hem op en hij stapt met soepele passen naar de bar. Hij verwelkomt de tangomuziek en het ceremonieel van het tangosalon. De vonk van daarnet is weer gedoofd.  Hij speurt de dansvloer af naar een geschikte danspartner. Mannen vragen de vrouwen ten dans, niet omgekeerd. Arnault houdt van die regel. Vooraleer hij een vrouw vraagt observeert hij hoe ze danst. De elegantie in haar bewegingen, de dynamiek van haar passen, de voor tango zo typische helling in haar houding. Zelden schudt een vrouw het hoofd wanneer hij haar met een hoofdknik in zijn armen uitnodigt. Hij weet natuurlijk wie hij met zo’n cabeceo kan vragen en wie niet. Pas wanneer een vrouw haar bovenlichaam in zijn richting draait en haar ogen oplichten wanneer hij haar aankijkt zal hij gedecideerd haar richting uitstappen.

    Negen jaar geleden begon Arnault met dansen. Meteen was hij gegrepen door het sensuele van de tango, door hoe twee lichamen zich samen kunnen verliezen. Tango als een taal zonder woorden, een emotie die gedanst wordt. Wanneer hij een danspartner heeft die zich net als hij laat meevoeren op de cadans van de muziek, is het alsof ze in één vloeiende beweging loskomen. Dan dansen ze de melancholie, het verlangen en de eenzaamheid. De laatste tijd echter springen zijn gedachten tijdens het dansen als jonge vossen alle kanten op. De momenten dat hij nog een echte connectie voelt zijn zeldzaam geworden en de golf van welbehagen die ze vroeger opwekten is nu een kleine rimpeling in het water.

 

Een jonge gracieuze vrouw komt de zaal binnen. Haar vuurrode jurk, het golvende donkere haar, de elegantie waarmee ze loopt. Met haar zal hij dansen. Arnault capteert haar blik. Donker en intens, het doet hem huiveren.

Die avond speelt Arnault het niet volgens het boekje. Meteen bij het begin van de volgende tanda stapt Arnault op de vrouw toe, hun ogen aan elkaar vastgeklonken. Wanneer hij vlak voor haar staat, verbreekt ze het oogcontact. Arnault verstijft.  Dan staat ze toch op.

   ‘Aangenaam, ik ben Arnault,’ zegt hij.

   ‘Lora,’ antwoordt ze en opent haar armen in de danshouding.

   Voor Arnault begint tango met de omhelzing, de embrace. Sommige vrouwen drukken zich meteen tegen hem aan. Hen zal hij geen tweede keer vragen om te dansen. Andere vrouwen reageren subtiel op de positie van zijn armen en hellen langzaam naar voren tot ze daar zijn waar hij wil. Zoals het hoort. Tenslotte zijn er vrouwen die niet lijken te begrijpen dat tango om intimiteit draait. Ze houden houterig afstand en gaan niet in op zijn onuitgesproken vraag om hart tegen hart te dansen. Lora lijkt tot de laatste categorie te behoren. Doorheen de stof van haar jurk voelt hij hoe in haar ranke lijf elke spier gespannen staat. Ze beweegt als is ze bekleed met een dun laagje steen.

      ‘Ontspan je,’ fluistert hij in haar oor. Hij kijkt naar de flonkerende oorbel in haar oor. Hij weet bijna zeker dat het om echte diamantjes gaat.

     ‘Dat kan ik niet op commando,’ zegt ze verontschuldigend.

Geconcentreerd tracht Arnault te achterhalen op welk been haar gewicht rust, hoe hij haar kan wenden in de bij andere vrouwen vaak zo verleidelijk uitgevoerde ocho’s. Haar lichaam ontmoet het zijne echter niet. Ze danst au contre-coeur, denkt hij.

     Arnault kan niet nog meer regels overtreden. Hij heeft haar gevraagd zonder haar eerst te observeren, nu moet hij de rit uitzitten. Hij moet de vier nummers van de tanda met haar uitdansen. En dan, tijdens hun laatste dans lijkt Lora te ontdooien. Arnault voelt hoe ze haar hoofd tegen het zijne vlijt en met haar bovenlichaam contact zoekt. De eerste klanken van de cortina lijken haar op te schrikken, alsof ze zich losmaakt  uit een andere wereld.

     ‘Het was toch niet te erg voor je om met me te dansen?’ vraagt ze. Haar blik op de grond gericht.

    Arnault schudt zijn hoofd. ‘Het ging goed.’ Een leugen. Een flagrante leugen. Ze had de meeste van zijn signalen gemist en leek zich soms niet bewust van het ritme in de muziek. Enkel in die laatste dans lag een belofte verscholen.

   Lora begint te ratelen. Dat ze net verhuisd is, dat ze in een kleuterschool werkt, dat ze nog niet zo lang danst. Arnault strijkt nerveus door zijn bruine halflange haar. In Buenos Aires verklaren ze je voor gek als je tijdens de cortina op de dansvloer blijft staan. Ze zijn in Antwerpen en ze staan aan de rand van de dansvloer, maar toch. Hij luistert naar haar en tegelijk niet. Hij wil van de vloer af, een nieuwe partner zoeken.

    Een nieuw nummer wordt ingezet. Milonga, het speelse en snelle broertje van de klassieke tango.

    ‘Op deze muziek kan ik niet dansen,’ zegt Lora en maakt aanstalten om van hem weg te stappen.

    ‘Dat kan je wel.’ Arnault bijt op zijn tong. Je overhaalt een dame niet tot een dans. Je overtuigt haar niet. Je nodigt haar uit. Hij herpakt zich en opent langzaam zijn armen.

    Deze keer voeren ze tussen de nummers van de tanda korte gesprekjes. Opmerkingen over de zaal, over de drukte op de dansvloer. Niets persoonlijk. Tot Loras handen naar Arnaults hals gaan en zich begraven in de opening van zijn witte hemd. Ze neemt de ring die daar aan een lederen touwtje hangt tussen haar vingers. 

   ‘Van een geliefde?’ vraagt Lora.

    Arnault trekt het amulet uit haar handen en verbergt het opnieuw onder zijn hemd.

    ‘Van vroeger,’ zegt hij. Van vroeger. Van Siri. Siri met wie hij ooit deel nam aan het wereldkampioenschap Argentijnse Tango.

     Arnault wacht op de eerste noten van de cortina. Dan dankt hij Lora kort voor het dansen en gaat aan de bar staan. De rest van de avond verwent hij zichzelf door enkel de beste danseressen uit te nodigen. Soms voelt hij Loras groene ogen op zich rusten, maar hij vermijdt haar blik.

 

     Vier dagen later. Tijdens zijn middagpauze zoekt Arnault het stadspark op. Alleen. Weg van deadlines, service level agreements en targets. Alleen al de benamingen verfoeit hij.

     Op een bank nabij de speeltuin opent hij zijn brooddoos. Een kleurrijk geval met stickers van ridders en feeën. Een cadeautje van zijn petekind. Donkerbruine boterhammen met krabsalade. En dan ziet hij Lora. In een bloemenjurk, haar haren in een hoge staart die onafgebroken heen en weer zwiept. Voortdurend is ze in beweging. Ze helpt kinderen de glijbaan af, veegt mondjes proper, stopt een banaan in een uitgestoken hand, wijst een vechtersbaasje terecht. Hij verbaast zich over de naturel van haar motoriek.

     Lora ziet hem, wuift en stapt op hem af met over haar schouder een lederen handtas. Zwierig en bevallig in die jurk. Een vluchtige kus op zijn wang en ze zit naast hem, haar lange benen over elkaar gekruist.

     ‘Derde kleuterklas,’ zegt ze. Ze opent haar handtas en biedt hem een suikerwafel aan. Wanneer ze de verpakking open ritselt komt hem een vertrouwde geur tegemoet. Zijn moeder stak hem vroeger zulke wafels toe. De suiker korrelt tussen zijn tanden en zijn vingers worden vettig en plakkerig. Zwijgend zitten ze naast elkaar en kijken naar de spelende kleuters. Lora neemt een pak vochtige doekjes uit haar handtas en houdt het hem voor.

      ‘De basisuitrusting van elke kleuterjuf,’ zegt ze.

       Lora kijkt dromerig voor zich uit. Ze is mooi, denkt Arnault.

       ‘Je lijkt moe,’ zegt Lora.

       Arnault knikt. ‘Slapen lukt niet zo best  de laatste maanden.’

       '’s Nachts komen de spoken,’ antwoordt Lora.

       Arnaults blik valt op de zilveren ring die ze draagt.

       ‘Van een geliefde?’ vraagt hij.

       ‘Van mijn moeder. Ze stierf in het kraambed.’

       Arnault kijkt naar zijn handen. Haar leven in ruil voor dat van haar moeder.

       ‘Soms is er wel iemand. Ik denk niet dat hij van me houdt,’ zegt Lora zacht.

       ‘En jij?’ vraagt Arnault.

        Lora zwijgt. Haar vochtige ogen kijken hem lang aan.

        ‘Ik heb van hem gehouden.’

         Ik heb van je gehouden, dat zei Siri de nacht dat ze hem verliet. Ik heb van je gehouden.

         ‘Vanavond is er een milonga in De Roma,’ zegt Arnault.

          ‘Wil je nog eens met me dansen?’ vraagt Lora.

           Arnault knikt.

           ‘Goed, tot vanavond.’

 

Arnault loopt onrustig tussen de tafels aan de rand van de dansvloer. Hij draagt het amulet van Siri niet om zijn hals.  Het orkest speelt Pugliese. Toch vraagt hij niemand ten dans. Normaal gezien slaat hij amper een tanda over en  danst hij met vrouw na vrouw na vrouw. Hij test uit wat ze kunnen, wat ze samen kunnen. Een soort jacht.  Een zoektocht naar een nieuwe danspartner voor de wedstrijden. Qua fysieke vereisten voldoet Lora. Ze is rank en iets kleiner dan hij. Maar ze moet nog alles leren.

    Nauwgezet houdt Arnault de portieken in de gaten waarlangs Lora zal binnenkomen. Dat moment wil hij niet missen. Hij wil kunnen lezen wat er met haar gebeurt wanneer ze hem ziet. Hij wil de eerste zijn die met haar danst.

    Daar staat ze. De twinkeling in haar ogen wanneer ze hem opmerkt is waar hij op had gehoopt. Wat past ze prachtig in deze majestueuze zaal. Haar donkere lokken opgestoken in een wrong, lange parelmoeren oorbellen die haar hals accentueren, haar nauw aansluitende zwarte jurk.

     ‘Zullen we dansen?’ vraagt ze meteen wanneer ze voor hem staat.

     Arnault houdt niet van vrouwen die zelf uitnodigen.

     Ze dansen. Minder stroef dan de vorige keer. Na het dansen drinken ze samen wijn aan een tafeltje. Lora’s blik glijdt over de kroonluchters en de prachtige wandschilderingen.

      Een zestiger in strak pak vraagt haar ten dans. Arnault kijkt toe terwijl ze in de armen van een andere man de tango zoekt.

      ‘Ze zal het nooit leren,’ hoort hij achter zich. Zijn vroegere dansleraar.

       Arnault weet het. Arnault weet dat hij gelijk heeft.

       ‘Denk je?’ vraagt hij toch.

       ‘Ze hebben het of ze hebben het niet. Niet elke vrouw is tot overgave in staat.’

        Neen, denkt Arnault. Ik ben niet meer tot overgave in staat. Hij staat op en verlaat de zaal.

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem verder op weg.

Ellen Van Pelt
6 nov. 2013 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked