Jaren wachtte ze op haar zeeman. Eerst om hem te krijgen, daarna tot hij terugkwam van een verre zeereis.
Hij hield van haar en zij hield van hem. Haar stoere bonk, haar zwijgzame toeverlaat. Hij was haar horizon. Hoe dichter ze bij hem kwam, hoe verder hij zich terugtrok. Ze zou hem nooit bereiken.