Kom bij mij in mijn gedachten wonen en steel de overjaarse vruchten
die ik vroeger verlangens noemde. Speel met mijn wortels alsof er iets
te winnen valt en dank het wanbeheer van mijn geloof af, bet mij
met liefde, steeds weer, alsof je niets van wat ik zeg begrijpt.
Doe zachtjes alsof je mijn moeder bent en ik het vergetene van alles
dat aan jou voorafging. Valavond, verlatenheid, noem het zoals je wilt,
maar kom bij mij in mijn gedachten wonen.
Ik heb mijn tuin ommuurd
voor jou.