I love Belgium

Juliëtte Rosenkamp
10 dec. 2014 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked

Voordat er flauwe Belgengrappen gemaakt gaan worden naar aanleiding van deze titel, wil ik uitleggen waarom ik graag met Belgen samenwerk. Ik schets hiervoor tweemaal een vrijwel identieke situatie. De ene keer in Nederland. De tweede keer in België. Het verschil zal duidelijk worden.


De wekker gaat. Het is vroeg. En koud. Eerst nog even snoozen. Nee, Juul. Opstaan. Nu! Je hebt nog een lange reis voor de boeg.
Het ochtendritueel voltrekt zich hetzelfde als elke andere doordeweekse dag, met ingrediënten als: restauratiewerkzaamheden aan hoofd (ik dank Chanel elke dag op mijn blote knietjes voor het ontwikkelen van de perfecte make-up), veel cafeïne, een kind dat volstrekt géén haast heeft en een kat die besluit om eens een goede haarbal neer te kwakken. Terwijl ik een half uur later dan gepland de deur uitga – wegens kind dat geen haast had en haarbal van kat – loop ik in mijn hoofd het lijstje na met spullen die ik mee moest nemen: manuscripten, boeken, visitekaartjes, map met aantekeningen, laptop, navigatiesysteem… en uiteraard moet ik nog een keer terug. Drie trappen op, bepakt met tas, koffer en sporttas, breekt het zweet me uit. Ik had al ruimschoots op de A1 willen rijden, de eerste file voor willen zijn en tijd hebben gehad om een koffie te halen bij het tankstation. Helaas. Ik ben de oplader voor het navigatiesysteem vergeten. Vertrouwen op mijn richtinggevoel heb ik al eens eerder geprobeerd en dat werkte niet.

Twee files, uitgebreide wegwerkzaamheden, een plaspauze en drie uur later rij ik Mechelen binnen. Ik kijk op mijn horloge. Elf uur. Mijn afspraak was om half elf. Ik ben te laat. Ik vervloek mezelf, schaam me alvast kapot en neem me heilig voor, zoals elke keer, om de volgende keer een uur eerder te vertrekken.
Ook in het centrum van Mechelen vinden wegwerkzaamheden plaats. Het navigatiesysteem kan hiermee niet uit de voeten en dirigeert me dwars door het natte asfalt heen.
Ruim een uur te laat ren ik de uitgeverij binnen. Eerst een kort bezoekje aan het toilet, om wat poeder op mijn zweterige voorhoofd te kwasten en mezelf een deo-douche te geven. Ik pluk mijn rokje recht en loop op de uitgever en mijn collega’s af, die klaar zitten voor het overleg.
En dit is het moment waarop het verschil tussen samenwerken met Nederlanders en samenwerken met Vlamingen duidelijk wordt.
Alle collega’s en de uitgever staan op, geven me een hand en een dikke, vriendschappelijke zoen. De een haalt koffie: ‘U had met melk, toch?’ De uitgever schuift een van zijn kastjes open en haalt er verschillende pakken koekjes uit. Met chocolade, met nootjes, ‘natuur’ en met caramel. Terwijl hij op zijn buik klopt zegt hij: ‘Eet u ze alstublieft op, ik mag deze koeken niet meer van mijn vrouw.’ Daarna pakt hij uit zijn bureaulade een pak gezonde koeken voor zichzelf en lacht. ‘Ik mag alleen nog maar deze.’
‘Ik weet dat ik te laat ben,’ begin ik het overleg. ‘Normaal ben ik fashionably late, maar een uur te laat is niet fashionable, dat is asociaal.’
Mijn Belgische collega’s schudden hun hoofd, merken op blij te zijn dat ik er ben, vragen hoe mijn reis verlopen is, spreken hun waardering uit dat ik de moeite genomen heb ‘helemaal uit Holland’ te komen om erbij te zijn, informeren naar mijn zoontje en gaan over tot de orde van de dag.
De knoop in mijn buik verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Tegen lunchtijd krijg ik de keuze: broodjes bestellen of buiten de deur een hapje doen. Ik kies ervoor op de uitgeverij te eten. Het was al mijn schuld dat we later begonnen zijn. Als we dan ook nog naar het centrum moeten rijden en we aan het eind van de middag niet klaar zijn dan is mijn schuldgevoel compleet.
Er wordt de tijd genomen. We kletsen uitgebreid bij onder het genot van pistoletjes met hesp en chocoladecroissants. Een glaasje cava hoort erbij. Dan nog een.
Na de lunch, die twee uur duurde, ronden we binnen een uur de laatste puntjes van de agenda af. Mijn collega’s lopen mee naar de auto, wensen we een goede terugreis, stoppen me hapjes en drankjes toe voor onderweg en geven me een knuffel. Nog voor de spits rijd ik naar huis.

Welnu, dezelfde situatie, andere locatie.
Ochtendritueel: identiek.
Een file, een plaspauze en twee uur later rijd ik een voorstadje van Den Bosch binnen. Ik kijk op mijn horloge. Kwart over een. Mijn afspraak was om een uur. Ik ben een kwartier te laat. Ik vervloek mezelf, schaam me alvast kapot en neem me heilig voor, zoals elke keer, om de volgende keer een uur eerder te vertrekken.
Mijn navigatiesysteem heeft moeite met het vinden van het adres. Op mijn richtinggevoel hoef ik niet te vertrouwen. Alle gebouwen op het industrieterrein lijken op elkaar. Het regent snoeihard.
Amper twintig minuten te laat ren ik de uitgeverij binnen. Een kort bezoekje aan het toilet zit er niet in. De uitgever kijkt op zijn horloge en gaat verder met de zin die hij door mijn binnenkomst afbreken moest. Ik pluk mijn rokje recht en loop naar een lege plek aan de vergadertafel. Mijn collega’s zijn al begonnen en maken druk aantekeningen. Ik snak naar een kop koffie. Of een glaasje water, op zijn minst.
Ik heb nog een kauwgompje in mijn mond. Waar laat ik die zo gauw? Straks moet ik reageren op punt drie van de agenda en zit ik hier als een herkauwende koe. Ik voel me al ongemakkelijk genoeg. Onopvallend probeer ik mijn tas op mijn schoot te trekken, op zoek naar een zakdoekje of papiertje om stiekem mijn kauwgompje in te stoppen. Juist als ik een geschikt papiertje voel, helemaal onderin, kijkt de collega recht tegenover me geïrriteerd aan. Ik vermoed dat ze probeert duidelijk te maken: ‘Ssst! Ik kan niet horen wat meneer de uitgever voor belangrijks te zeggen heeft. Door jou.’
Zal ik het kauwgompje anders doorslikken? Zal ik het doen? Ik voel een lichte tinteling in mijn buik. Nee, dat durf ik niet. Ik heb weleens gehoord dat dat heel slecht is. Dat iemand een blinde darmontsteking kreeg na het doorslikken van kauwgom. Ik weet me geen raad met de kauwgom en veel tijd om er over na te denken heb ik niet meer.
‘Juliëtte, wat vind jij daarvan?’ De uitgever kijkt me indringend aan over zijn leesbril heen. Ook de ogen van mijn collega’s zijn op mij gericht. Ik heb geen idee waar het over gaat, ik was immers druk bezig met oplossingen bedenken voor mijn kauwgompje en met me voor lul voelen staan omdat ik te laat was.
‘Juliëtte?’
Hup. Van schrik slik ik mijn kauwgom door. ‘Sorry, wat was precies de vraag?’
Een herhaling krijg ik niet. De vraag wordt doorgespeeld naar de dame rechts van me. Het braafste kind van de klas.
Nederlanders zijn er heel goed in afspraken te plannen voor of na etenstijden. Ik weet niet of dat uit krenterigheid is of dat het uit de tijd stamt dat men geacht werd ‘tussen de middag thuis warm te eten’, maar het is in ieder geval erg praktisch. Vooral voor de organisator van de afspraak. Het enige wat hij of zij hoeft te regelen is een kleine koffiepauze. Dat er een of geen koekje bij de koffie geserveerd komt, behoeft geen enkele uitleg.
Aangezien ik al te laat was en de vergadering door mij dus later gestart is – ze hadden tien minuten gewacht, toen was ik er nóg niet, dus waren ze maar vast begonnen – wordt de koffiepauze overgeslagen. In plaats daarvan wordt de secretaresse gevraagd koffie te brengen. Ik krijg een Haags bakje. Op mijn schoteltje ligt geen cupje melk. Om melk vragen durf ik niet. Honger maakt rauwe bonen zoet. Ik drink de lauwe koffie in een paar slokken op.
We sluiten het werkoverleg ruim na zessen. Ik geloof niet dat dat kwam door tien minuten later beginnen, wel door de continue ruimte voor discussie en het uiten van meningen.
Met knorrende maag, uitgedroogde keel en bonkende koppijn sluit ik achteraan in de file. Ik bel naar het thuisfront dat ik laat ben. Mijn huisgenoot zet alvast een groot glas wijn klaar.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

Juliëtte Rosenkamp
10 dec. 2014 · 0 keer gelezen · 0 keer geliked