Ik ben de stilte

24 apr 2026 · 12 keer gelezen · 1 keer geliket

Ik ben de stilte en ik woon in een klein appartement op een vergeten straat in een stereotypische stad. Een van degenen die nooit echt stilvallen en waar nieuwbouw de strijd tegen jarennegentighuizen nog steeds niet heeft gewonnen.
Soms vraag ik me af of het wel kan winnen. Dat idee maakt me zowel hoopvol als triest. Het is fijn om te weten dat mijn hoekje wereld altijd zal bestaan, maar ik vrees voor het welzijn van de verrotte kozijnen die hard vechten om de tocht uit mijn kamer te houden. Het is de ruimte die ik als mijn viermurige fort beschouw, of zevenmurige als ik alle kleine hoekjes meetel. Het is het getal van de volheid, iets waarvan ik de ironie niet helemaal kan ontzien.
Niet dat een vlug oog het hier als leeg zou beschrijven. De houten beeldjes op de kast vechten om aandacht met de omgevallen beterschapskaarten. De lege vitaminepotjes hebben hun verlies al erkend en liggen ietwat verdwaald op de grond. Het bureau lijkt wel een ruïne met zijn scheve blad, waarop half een map met werk en een pennenbakje nog net balanceren.
Binnenkort zullen ze ongetwijfeld aan hun race naar de grond beginnen. Of was het al die tijd een wedstrijd over wie het langst volhoudt? Ik weet het niet. Ik heb beide spellen gespeeld, maar nog nooit gewonnen.
Misschien is dat waarom ik nu hier ben, in een slordig opgemaakt bed in het midden van mijn georganiseerde chaos, in een staat die niet als volhouden nog als vallen kan beschreven worden.
Leeg, moet het oog dat het mijne vasthoudt bekennen, maar dat doen blikken niet meer.
Mijn vader, die in de groene stoel naast mijn rustplaats zit, kijkt weg. Denkrempels schilderen zichzelf op zijn voorhoofd en voor even lijkt hij net zoveel ouder dan ons huis.
We lijken op elkaar, besef ik me, op meer manieren dan onze praatgrage buurvrouw beweert. Het is niet alleen onze bruine ogen en de slordige krullen die we beiden op hebben moeten geven. Het is hoe we hetzelfde comfort vinden in de afwezigheid van woorden.
Toch stapt hij voor mij uit karakter. 'Hoe voel je je?'
Ik antwoord niet, want ik durf mezelf niet te breken. De glimlach op zijn gezicht doet me denken aan abstracte kunst in een achttiende-eeuws gebouw. Hij is zo misplaatst dat het triest voelt. Zijn hand overbrugt de afstand tot de mijne en hij plaatst hem op de rand van het bed.
'Ik weet het,' fluistert hij, alsof ik heb gesproken.
Een deel van me wil zeggen dat hij dat niet doet, maar we hebben dit gesprek gisteren ook gevoerd, net als de dag ervoor. Het is een rode draad door de dagen die als gewichten opeenstapelen. De meeste woorden zijn met de tijd gesneuveld, maar hij kent mijn antwoorden en ik de zijne. Zelfs al waren de pagina's verband, dan had de context de waarheid stilzwijgend verteld. Er is een limiet aan de keren dat een vader zijn dochter zo kan zien, voordat hij het begrijpt op een manier die ik geen man toewens.
'Ik zal je met rust laten.' Zijn woorden zijn net zo misplaatst als zijn uitdrukking. Ze horen na een ruzie door de gang te echoën, maar in plaats daarvan zijn ze een vriendelijke fluistering. Een overgave aan de ziekte die dat moment van ons gestolen heeft.
Ik forceer mijn lippen omhoog in een lach. Honderden kleine naaltjes prikken in mijn huid.
Mijn vader klopt voorzichtig op de rand van het bed. Dan loopt hij weg, de kamer wordt opnieuw stil en ik word mijn kamer.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

24 apr 2026 · 12 keer gelezen · 1 keer geliket