de hersenpan maar kan bij God niet
verzinnen wat te beginnen
met de appel en het mes.
Schillen, zeg je. Nu zou ik wel
willen, maar ik weet niet meer
hoe en wat. Of wie jij bent.
Straks raak ik mezelf nog kwijt,
loop ik verloren in de kamers
van mijn hoofd en word ik gaandeweg
mijn eigen hersenschim.