Juffrouw D

13 jan 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket

‘Vijf maal zeven.’ ‘Vijfendertig.’ Stap vooruit. ‘Drie maal acht.’ ‘Vierentwintig.’ Stap vooruit. ‘Negen maal zes.’ ‘Vierenvijftig.’ Vooraan op de tree dreunt de stem de tafels. Elk juist antwoord brengt me dichterbij. Getal per getal schuif ik het smalle gangetje tussen de banken door naar voor. Mijn verstand staat op scherp. Nog voor de stem helemaal uitgesproken is, dreun ik op mijn beurt de uitkomst. De zittende klasgenoten vervagen. Ik zie alleen maar cijfers in kadans. En Sofie die in een  parallel gangetje vijf tafels achter mij aan komt. ‘Dat haalt ze nooit meer in.’ denk ik. Zijn stem hoor ik niet. Niet eens. Met een mengeling van trots en gène kies ik voor de vierde dag op rij als eerste. Het mooiste prentje uit de blikken doos is voor mij. Ik draai me om en loop terug naar mijn bank. Tegen de muur aan de start, staat hij. Nog steeds. Ik zie hem onhandig aarzelen, wachtend op het bevel van de stem. Ook voor de vierde dag op rij. Mijn prentje verbleekt. De glinsters zijn aan mijn vingers blijven plakken.

 

Ik zie hem verstijven terwijl ze zijn boekentas meepakt naar voor. Zijn te lange en te magere lijf probeert een houding te vinden onder de waterval van vlammende woorden. ‘Ik zal je leren wat orde is.’ zegt de stem. De bijhorende handen risten zijn tas open en draaien die om. In slow motion zie ik van hoog boven de tree pennen zonder dop, nog maar half gekafte boeken, proppen beschreven papier en een gebruikte zakdoek op de grond vallen. Snijdend overklinkt ze het gekletter. ‘Kom maar oprapen. En snel.’ De bel gaat. Ik word geacht samen met de anderen in een grote bocht om de jongen heen naar buiten te lopen. Zolang hij daar op zijn knieën met zijn grote handen zijn spullen bijeen gaart, weigeren mijn benen echter dienst.

 

Vijfendertig jaar later. Ik sta te praten op een receptie. Een bevriende ondernemer viert de publicatie van zijn eerste boek. Mijn blik dwaalt af naar een man die met hoofd en schouders boven iedereen anders uitsteekt. Ik val stil. De grijze haren, de rimpels en de extra kilo’s doen niet ter zake. Hij is onmiskenbaar mijn klasgenoot van toen. Nooit meer gezien na dat helse jaar bij juffrouw D. Ik loop recht op hem af, ik móet weten hoe een leven vorm krijgt, na zo’n start. Informaticus is hij geworden. Heeft een bedrijf opgericht en met succes verkocht. Zijn tweede onderneming blijkt opnieuw een schot in de roos. De ondernemer met het boek is een vriend van hem. Met trillende stem vertel ik over de boekentas. Hij kijkt me vol verbazing aan. ‘Pesterijen?’ zegt hij. ‘Weet ik niks meer van. Niks dan goeie herinneringen aan juffrouw D.’ Hij glimlacht. Het lijkt oprecht. De tafels laat ik maar achterwege.

 

 

De regels gelden niet. Ariel Levy. Pagina 145  

 

 

 

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

13 jan 2018 · 0 keer gelezen · 0 keer geliket