Nonkel zei zo weinig dat ze hem de doofstomme hond: Kaniblaf kochten. Daarna plaagde iedereen hem:
“Waar is Kaniblaf?”
“Ga je met Kaniblaf wandelen?”
“Heeft Kaniblaf al gegeten?”
Nonkel lachte dan verlegen en zei niets, want nonkel kon ook niet blaffen. Maar zijn laatste woorden op het sterfbed waren: “Wie zorgt er voor Kaniblaf?”