I waar een wij is
------------------
wij zijn
of we zijn niet
nog niet
of niet meer
en beelden
die we vormden
zijn bijna onuitwisbaar
aanwezig op
duizenden computers
maar in de hoofden
van enkele vrienden
en onszelf heel even
tussen het nog niet
en niet meer
verwijlen wij
worden wij wijlen
II herinnering
-----------------
hoe zal ik leven
als er ik niet meer ben?
zal jij aan me denken, en hoe?
en jij, en jij...
wij zijn een beeld
een zucht zo lang
een schim van onszelf
een herinnering
aan wie wij hadden
kunnen worden
maar door die dood
pas echt werden.
gedenk jij mij?
of verlos ik jou
van een zorg
door te gaan?
III quid ad aeternitatem?
------------------------------
wat mag ik doen
in de tijd
die mij gegeven
is
tussen
nog niet
en
niet meer?
glimlachen
een traan soms
iemand helpen
iets toedekken
onthullen
af
en
toe?