het is koud,
niet alleen buiten
maar ook binnen
en zelfs vanbinnen
een donkergrijs
wolkendeken
rolt zich uit
over de hemel
van mijn gedachten
het bedekt
de sterren
en hun licht
komt er niet meer door
en het maakt niet uit
met hoevel ontelbare
verhalen en gedichten
ik me bekleed
de rillingen gaan me
over het lijf
en de haren op mijn armen
staan recht
van de kou.
maar wanneer ik
naar buiten ga
ontspan ik
mijn buik
mijn voeten
mijn handen
mijn ziel
de hard aangespande touwtjes
die me vasthielden
aan de grond
worden losgemaakt
en bevrijd
ze vliegen de lucht in
de wolken in
en steeds hoger
tot in die onverpakte,
schitterende ruimte
dat wij het heelal noemen
en zie mij daar
ik vlieg steeds verder weg
ik hou me vast
en laat mezelf los
verlies bijna mijn Ik
in deze ondoorgrondelijke,
ongekende dromen.
