Altijd weer,
ons verlangen naar de lente,
liefste, hoe zal ik het uitleggen?
Dat de lente in ons bloed kruipt,
als adem bruist,
dat wist je al.
Dat het gras als regen groeit
en er 's ochtends zilver
in de lucht hangt,
nu het eindelijk lente is,
dat weet je ook.
Maar dat jouw huid,
als goud,
mijn muziek wordt,
en jouw vingers,
als vlinders,
mijn vel openvouwen,
en zelfs de lente gaat liggen
als jij lacht, op bed
als in een boek,
in geuren van gisteren.
Dat jouw handen en hun verhalen,
jouw haar, jouw mond en het hart
in de klank van jouw stem,
en dat ik daarom
niet zonder jou kan.
Dat vertel ik je nu pas
voor het eerst.