In de bus naar Eindhoven
staat in het gangpad, scheef en bloot,
een inklapbaar krukje ondersteboven
al dagen op die plek
Niemand raapt het op,
niemand buigt zich naar beneden,
alle ogen langs het raam,
en handen zweterig gevouwen op schoot
Dan zet de chauffeur zwijgend de bus stil,
half in de berm, half in het zand
niemand beweegt, niemand zegt iets
tot iemand het krukje inklapt
en het naast de deur in stilte vouwt
De bus rijdt door
het krukje blijft liggen in het trapgat,
opgevouwen,
een stil ding tusse
n instap en vertrek
